VorigePlaatsen in KennemerlandVolgende

DTB Castricum, R.K., Dopen 1744-1800, Trouwen 1752-1800

Inhoud van deze pagina

  1. Inleiding
  2. Het verslag
    Noten

1. Inleiding

Dit doop- en trouwboek bestond nog in 1905; sindsdien is het spoorloos. Wat volgt is een zoektocht, met een beetje resultaten, naar wat er van over is gebleven.

In 1811, bij de invoering van de burgerlijke stand, dienden kerkelijke doop-, trouw- en begraafboeken ten gemeentehuize te worden ingeleverd ten gunste van de wereldlijke administratie :

  • onder Lodewijk Napoleon heeft pastoor Fredericus Rigters (1) (1808-1813) de Castricumse boeken achtergehouden;
  • onder Willem I heeft diens opvolger, Joannes Baters (2) (1813-1817) de boeken ook niet ingeleverd;
  • pas in 1818 is onder pastoor Joannes Piepers (3) (1817-1824) een afschrift van het doopboek vanaf 1800 ingeleverd, dat in 1820 weer is aangevuld (het afschrift is bewaard, het oorspronkelijk is niet teruggevonden), en – vreemd genoeg – het oorspronkelijke trouwboek 1800-1817 is wél ingeleverd en bestaat ook nog;
  • de oudere boeken, waaronder het doopboek 1744-1799 met de aantekeningen van pastoor Bommer, en het trouwboek 1753-1799, en het oorspronkelijk doopboek vanaf 1800 bleven waar ze waren : op de pastorie en er zijn ook geen afschriften van ingeleverd.

Bij de nederduits-gereformeerde gemeente was er niet méér bereidheid om de papieren in te leveren. Pas in 1827 werd er een « Extract uit het doopboek van Castricum op aanvrage van den WelEdelen Heer Burgemeester van Castricum », Jan Quack, overhandigd (4).

En de Heemskerkse rooms-katholieke pastoor Kok leverde pas in 1828 een afschrift van het doopboek in. De originelen zijn in november 2015 teruggevonden in het archief van de R.K. statie Heemskerk (5).

Het voor de Castricumse geschiedenis zo belangrijke doop- (1744-1800) en trouwboek (1752-1800) van Castricum is sindsdien waarschijnlijk verloren gegaan.

Toch moet het vanaf 1824 jarenlang zijn uitgeleend aan het gemeentehuis, danwel aldaar in afschrift aanwezig zijn geweest :

« Bij huwelijken is het verplicht dat de bruid en bruidegom de nodige bescheiden moeten aanleveren, waaronder een bewijs/attest van geboorte. Bij de huwelijken die bij de BS [Burgerlijke stand] van Castricum zijn afgesloten na 1811 ontbreken dergelijke bewijsstukken voor bruid en/of bruidegom die vóór 1800 in Castricum zijn geboren, althans tot 12-08-1824. Pas op die datum wordt voor het eerst melding gemaakt van een ‘register van geboorenen ter Secretarie dezer gemeente berustende’, waaruit blijkt dat de bruid Grietje Wijlaars, oud agtentwintig jaren is geboren in Castricum. Vanaf die datum wordt er bij geborenen te Castricum bij huwelijken in Castricum consequent naar dit register verwezen.
Zo ook bij Willem IJpelaan die als 35-jarige weduwnaar op 06-12-1826 hertrouwt met Trijntje Lindeboom: ‘[…] de eerste alhier wonende en geboren blijkens register van geboorte alhier ter secretarie alhier berustende […]’»
 (5a).

Grietje Wijlaars (±1798-1876) trouwde in 1824 met Cornelius Lute (1793-1861), en was katholiek. Willem IJpelaan en Trijntje Lindeboom waren natuurlijk ook katholiek, zodat het klopt.

Het ging om een vervolgboek met inschrijvingen door pastoor Joannes Karkman (1724-1765), voortgezet door Jacobus van der Hart (1765-1777) en vervolgens Nicolaas Bommer (1777-1808).

Het bevatte achterin tevens een “dagverhaal” of liever verslag geschreven door pastoor Nicolaas Bommer (6) over de gevechten bij Castricum in 1799, waarmee het boek werd afgesloten, dat kwam mooi uit bij de eeuwwisseling; en het verslag kan een extra reden zijn geweest om het boek achter te houden.

Bij het schrijven van De slag bij Castricum (in 1905) heeft Matthijs Kramer (7) inzage gekregen in het doop- en trouwboek :

« In het archief der R.C. kerk te Castricum bewaart men nog een oud doopboek, waarin de toenmalige pastoor Nicolaas Bommer, als ooggetuige een dagverhaal van den oorlog heeft geschreven. » (8)

In het andere Castricumse pastoriale oorlogsdagboek, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd bijgehouden, lezen we :

« 23 april 1942. In het parochiearchief is een beschrijving gevonden van de veldslag te Castricum tussen het Russisch/Engelse leger tegen de Frans/Bataafse troepen in 1799 geschreven door pastoor Bommer. » (9)

Er is dan al geen sprake meer van het doop- en trouwboek, maar alleen van een “beschrijving” (feitelijk slechts een afschrift). De verdere geschiedenis is driedubbel :

  • In 1947 zijn de toen nog bestaande Castricumse doop- en trouwboeken (1664-1692 en 1705-1752) onder pastoor Gerardus Goes (10) uitgeleend aan het Rijksarchief in Haarlem, alwaar er afschriften van zijn gemaakt; het boek met het verslag van pastoor Nicolaas Bommer was daar niet bij.
  • Deze boeken kwamen in 1971 onder pastor Lambertus Voets (11) weer in de parochie terug. Er wordt vermeld dat de boeken toen in erg slechte staat verkeerden.
  • Eveneens onder pastoor Lambertus Voets is eind jaren 1960 het kerkarchief van de Castricumse St.-Pancratius-parochie door de Zaanstadse archivaris Jaap Zonjee (12) als vrijwilliger opnieuw geordend en geïnventariseerd, maar ook hier is geen sprake van het doopboek van 1744-1800 of het trouwboek van 1753-1800.

In 1992 werden van het afschrift van het verslag de eerste drie bladen (zes bladzijden) in zwart-wit facsimiles in een jubileumboek afgedrukt. Daarbij werd aangetekend :

« In het archief van de rooms-katholieke kerk van Castricum bevond zich een oud doopboek waarin in 1799 door de toenmalige pastoor een beschrijving van de slag van Castricum is opgetekend. In het begin van deze eeuw gebruikte Matthijs Kramer dit verslag voor zijn spannende jeugdboek “De slag bij Castricum”. Waar het oude doopboek met het originele verslag zich bevond, was lange tijd onbekend.
Gelukkig is het boek sinds kort terecht.»
 (13)

Dat klopte niet; alleen het verslag was gevonden; niet het boek. Dat wekte vervolgens weer de indruk dat het verslag uit het boek zou zijn gesneden, en het werd ook maar gedeeltelijk weergegeven. Blijkbaar is het afschrift, in plaats van te worden overgedragen aan de bisschoppelijke archivaris Bertus Voets, tot 1990 bij Jaap Zonjee gebleven; toen in de collectie van de Werkgroep Oud-Castricum terecht gekomen; vervolgens netjes terugbezorgd bij de St.-Pancratiusparochie, die het dan weer heeft afgestaan aan het Regionaal Archief Alkmaar (14). Pas bij navraag in het archief bleek dat we niet beschikken over het oorspronkelijke verslag van pastoor Nicolaas Bommer, maar alleen over een waarschijnlijk in het begin van de twintigste eeuw gemaakt afschrift (15). Meest waarschijnlijk is dat in het handschrift van meester Dirk Dekker; op het afschrift staat immers diens naam (16).

2. Het verslag

Van het afschrift van het verslag van pastoor Nicolaas Bommer volgt hier een transcriptie naar door het Regionaal Archief Alkmaar ter beschikking gestelde kleurenscans (17).

Voor een pas later ontdekte alternatieve maar net iets oudere transcriptie, zie : (Bron : Het Huis van het Verleden, inmiddels een dode link).


« [In blauw potlood:] D. Dekker Az.

Korte beschrijvingen van de slag, of Batailje op den zesden October zijnde Castricummer Kermis 1799 voorgevallen.

[Plaatje met tekst :] Judas verraad Christus (18)

van de Regelieren Fransche Ruiterijen en dito Infanterijen heb ik niets tot nadeel gezien, of gehoord: maar ze deugen allemaal niet met al, en naar dood zullen zij het niet gelooven, ’t zijn echter waarheden.

Op den 6den October

No. 1

Op den 6den October 1799, zijnde ook juist op den dag Castricummer-kermis, die altoos valt op den Eersten zondag na
[ar] Sint Bavo (19), is de Batailjen begonnen s’morgens circa zes uren, of een weinig daarover, te weten met de voorposten.

De Engelschen en Russen waren te Boekel aan de Schermervaart onder Heiloo, ook eenigen in de Schermer, Eenige te Heijloo, in noord Baccum, Egmond binnen, en Egmond aan Zee.

Onze armee zoo Franschen, als Hollanders lagen, Hollanders te Uitgeest, Heemskerk, Beverwijk, en gedeeltelijk in Castricum, docht ’t meeste Franschen, en lagen in Baccum en Castricum tot aan de Zeeduinen, en ’t Strant van de Noordzee, daar de Engelschen, doch de meeste Russen ook gelegerd waren.

De Engelschen, en Russen begonnen Eerst met de voorposten, en de Engelschen voorposten van Boekel jaagden de voorposten door Akersloot tot Dorregeest onder en vierden uur, van Uitgeest, en wonnen daar ruim een en half uur veld, en bleven dien dag, en volgende Nacht, en ook s’maandags bij de Dogmolen, en te Akersloot onze Troepen stonden al gereed, om te retireren, al hoewel daar geen Batailje plaats kon hebben, zoo Engelschen, verjaagden 1300 Franschen en Bataven na
[ar] Uitgeest.

Omtrent diezelfden tijd begonnen alle andere voorposten der Engelschen, en Russen. De Engelschen, drongen van de Buijs
[?], door Limmen, tot de Limmerkoog; onder Limmen, ook een kwartiertje van Uitgeest.

En van Limmen, door Castricum, langs de Hollaan
 (20) voorbij de malleweg (21), tot bij het Bosch van de Ed[el]. Gestrenge Heer Duijtor [Duijts?] (22), niet verre van de Maardijk, en Bandscheidings Paal van Heemskerk, en wonnen ruim een en vierde uur Veld.

2

De Russen, en Engelschen, doch de meeste Russen, drongen van Noord-Baccum en den Egmonden langs de Zeestrand, Zeeduinen Baccum en Castricum door, die van de Zeekant, en Zeeduinen niet verre van Wijk aan Zee, en Heemskerkerduinen onder Heemskerk, en wonnen wel drie uuren veld; dit is nu van de voorposten.

Ik en Guurtje Deijle G.D.
 (23) die bij mij woondt, zijn in de Pastorij gebleven, en zijn wel twee Uren in de midden van ’t vuur zoo van de voorposten, als van de kanonskogels, en Hauwitzers geweest, die bij onzen Kerk, Kerkwerf, en achter, Ja zelfs in de Tuin, als ook in ’t water nedervielen.

Wij waren van vier hoeken in ’t vuur van de voorposten der Engelschen, Russen, Franschen, en Bataven. De Franschen stonden, voor en achter in mijn Tuin, achter de muuren, en vuurden op de Engelschen, en Russen, zoo ook zij op de Franschen, Tot de Franschen retireerden, en de Engelschen en Russen hier kwamen.

De Russen waren op mijn Bleekveld, eer ik ’t wiste, Eenige Engelschen kwamen in mijn Huijs; ’t paardenvolk stond op onze Kerkstraat, op de weg voor onze Kerkpoort, voor en bij huizen van J
[an]. Glorie (24), Jacob Molenaar (25), en Maarten Knaap (26), in Order geschaard.

Sommige verzochten hier en daar om wat verversingen, en te drinken; men gaf hen hier met kommetjes wat Koffie, en Soepé, en vroegen wat zij daarvoor moestten hebben, gaven de hand, en
[betaalden voor] wat zij verteerd hadden, en bedankten ons vriendelijk &c.

De Engelschen en Russen, hebben hier in Castricum niet geplunderd, maar de Franschen hadden

3.

het vier dagen lang voor de Engelschen hun aankomkst al degelijk gedaan. Ja onze Hollandsche Troepen waren in ’t plunderen ook niet Links
[handig], en hebben in ’t plunderen, steelen, rooven en vernielen met de Franschen, verre boven de Engelschen, en Russen uitgemunt, alhoewel zij de Schuld krijgen.

Toen de Engelschen, en Russen, tot Baccum en Castricum doorgedrongen waren, begon de Hoofd Batailjen van Baccum langs de weg, en voorduinen zelfs op de Voorduinen.

[In de kantlijn in potlood: nabij P. Duijn] Vooreerst dan voor Baccum, van Jan Groentjes (27) Duijnmeijer op de plaats van [=in dienst van] den Wel Ed[ele]. en Gestrengen Heer Geelvink (28), vrijheer van Baccum, en Heer van Castricum, in dat zelfden Huijs is nog een dochter, die met hare ouders en andere kinderen in de kelder gevlucht waren, door een Rus doodgeschoten, meenende dat er Franschen in de kelder gevlucht waren. Dat meisje (29) is in het Duijn, bij haar Vaders huis zonder kist begraven. Verder langs Jan Kramer (30), de wed[uwe]. Jan Louter (31), Dirk Castricum (32), Willem Groentjes (33), Klaas van den Berg (34), Jan Stuifbergen (35), Pieter de Graaf (36), ook de Kerkbuurt, Dirk Stuifbergen (37), Jan Kuijs (38) aan ’t Duijn, Jan Dam (39), en langs de Hollaan, voorbij ’t Bosje van den Wed[uwe]. Mr. Jacob Drost (40), voorbij het eerste, en het Tweede Bosje van den Ed[el]. Gestrenge Heer, en Meester Joachim [Nuhout] van [der] Veen (41), voorbij de malleweg, en bij de Maardijk, bij de Bandscheidingspaal van Castricum, en Heemskerk, daar nog eenige Engelschen over geweest zouden zijn [in kantlijn: de Holle].

[In kantlijn in potlood: de Vlotter (42)] Dit is zeeker, dat dat er Russen onder Heemskerk, en bij de Buitenplaats van de Ed[ele]. Heer Schuit (43), op Noorddorp geweest zijn, want twee à drie Russen waren

4

op die buitenplaats gebleven, en ook begraven, dog wederom opgegraven, en buiten die plaats in ’t Duijn begraven.
N.B. Sommige zeggen Franschen.

Maar in duinen en Zeeduijnen zijn drie Attaquen of Battailjes voorgevallen.

De eerste in de duijnen en Zeeduinen agter Jan Groentjes, daarwel drie wagens vol Engelschen geweren, meest defect gevonden zijn.

De tweede bij, dog Benoorden Evert Dasjes
[=Asjes] (44), de boerenplaats van de Wel Ed[ele]. en Gestr[enge]. Heer en Mr. Duijts, daar ook veelen gesneuveld zijn. Evert Dasjes heeft ook veel geleden.

De derde, en laatste Dececive Batailje is geweest agter, en bewesten &c Jan Dam, daar veel volk is gebleven, en toen wierden de Engelschen, en Russen genoodzaakt te retireren, tot Egmonden, en de anderen door Castricum tot de Limmervoord, onder Limmen. Maar de Engelschen dreven de hen vervolgende Franschen wederom terug tot voorbij de Castricummer Meelmolen; en de Franschen verdreven de Engelschen wederom terug tot de Limmervoort.

Wij hadden s’avonds onze zelfden Franschen wederom hier. S’Maandags bleef alles in de zelfde positie van weerskanten.

Maar s’Maandags een quartier voor Twaalf uren S’middags ging er een wagen van Castricum met zeven Officieren van de Hoogste Rang, op de
[Limmer]Voort van de Engelschen voorposten aldaar geblindoekt naar het huis van den Burger Frederik Zinniger (45) Mr. Hoefsmid.

De Engelschen bevelhebbers hadden hem reeds order gegeven om vuur aan te leggen, een tafel, en stoelen klaar, en gereed te hebben, gelijk hij had gedaan.

5.

De wagen kwam, die officieren kwamen een voor een in Zijn Huijs, de doeken wierden afgedaan, en gingen bij het vuur zitten; de Engelschen werkten nog aan de Battarijen.

Die zoo genoemde, en met doeken geblinde Officieren, steegen een voor een van de wagen, de blinddoek weg gedaan, gingen bij ’t vuur zitten, zij ontbeeten wat en dronken een glaasje wijn, of morgendrank, en waren druk in verhandelingen.

N.B. het huijs, en de deuren van ’t Huijs was met schildwagten bezet, dog de baas hoefsmid en zijn zoon waren, en bleven in dat zelfde vertrek, daar de onderhandelingen geschiedde, maar zij konden er geen woord
[van] verstaan.

Een quartier voor twee uuren was alles afgedaan, die Officieren, waaronder vier Franschen, en drie Hollanders, zouden geweest zijn, wierden weder een voor
[een] geblind naar de wagen gebracht, en wierden over de [Limmer]Voort wederom na[ar] Castricum gebracht.

Eenige tijd daarna kwam er een Engelsman door de Engelsche voorposten van de
[Limmer]Voort, tot nabij de voorposten der Franschen, bij de Scheidspaal van Castricum en Limmen, swaeijde met een witte doek, om zijn hoofd, de Fransche voorposten gingen en kwamen bij de Engelsman, en zijn gevolg, en ontvingen van de Engelschen, drie à vier kis[t]jes of koffertjes & Crelis Schrama (46) heeft het gezien, wat daarin was, weet men niet, maar zeker geen doove nooten. &c

Dit is tot nog toe, een geheim, alsook de retract
[i]e van de gansche Engelsche armee S’maandags den 7 October S’avonds en S’nagts na[ar] Noord-Holland &c.

6

Dinsdag den 8 October toen de Fransche hier nog druk aan ’t plunderen, Breeken, en vee steelen, rooven, en slagten waaren voor de middag blaasde ’t Trompet, en vertrok de armee der Franschen en Bataven, door Castricum hals over kop, om de Noord om de Engelschen na te jagen, en te vervolgen welke ook eenige tijd daarna met de Russen zijn ingescheept, naar Engeland van hier vetrokken, en de Franschen met de Bataaven geretourneerd &c.

N.B. T’is verwonderingswaardig dat er zulke mensen buijten Castricum Zuijdwaards enz. zijn die voorgeven dat Engelschen en Russen in Castricum geroofd en geplonderd hebben, maar niet de Franschen en sommige Bataven.

Maar al hadden de Engelschen, en Russen het al gedaan geljk men zegd, dat ze op anderen plaatsen retireerende ook gedaan hebben, zulks was in te schikken, want zij kwamen als vijanden.
Maar de Franschen, en onze Bataven waren ons Landsbrood Eeters, en trokken hun Gasie, en Besoldingen van ons Land.

Om, voor een oogenblik, bij de Franschen te blijven; wat hebben zij bij de Omwenteling, in hun eigen land gedaan? Wat hebben zij in Brabant, Vlaanderen, Luikerland, Zwitzerland, Italien, en andere plaatsen gedaan?

Immers de geloofwaardige Geschiedenissen Schrijvers en Ooggetuigen verzekeren ons, dat ze kerken, Kloosters, Godshuizen en zelfs gestigte Huizen, zilvere Kerksieraden en heilige Vaten hebben geroofd, en uitgeplunderdt, Burgers, en Boeren, in hun eigen land en andere plaatsen, ongelukkige, en arm hebben gemaakt.

7

Zouden zij Menschen zonder Godsddiensts, & die hebzuchtige aard, toen zij vijf jaren geleden in ons land, kwamen gans vergeeten en afgelegd hebben gehad?

Neen, toen zij hier gekoomen, en waaren, was er dien aard nog al in, Ja daar zijn hier en daar klaare en echte bewijzen voor &c.

1799 op donderdag den 3 October zijn de Franschen hier in Castricum uit Noord-Holland, gekomen de voorposten lagen ook hier, en begonnen reeds dien eigen avond te steelen, vernielen, en plonderen, als ook vrijdag den 4den S’aterdag den 5den en Zondag den 6den October vroeg, Ja S’nagts voor den Batailjen.

In het plunderen gaat het ongelijk. de beste Effecten van Zommigen waaren geborgen, al wat de Franschen vonden ongeborgen, en ’t overgebleve, en door de vlugt der Burgeren nog verlaaten, en agtergelaten, was voor hen Fransche Vrijheid.

Fransche Vrijheid, Gelijkheid, en Broederschap, is een
[? waarschijnlijk een in het afschrift gecensureerd woord] daar niets in Staat, alsdat de wereld met oopen oogen gefopt, of gelijk de Boeren zeggen; (’tis een Spreekwijze) gekield worden.

De Franschen dan Godverzaakers, Ongelovige, Gedoopte Heiden
[en], wil zeggen veel erger als de Heidenen, Ongodisten, Naturalisten, Voltairisten, Sodomieten, daar zijn voorbeelden van de op Egmonden, (zelfs van een Capitijn) met een woord de Heidenen en Turken ofertroffen hun in zeeden; want zij zijn de grootste Hijpokrieten, en Scheinheiligen, die de Duivel ooit heeft kunnen verzinnen, en uitbreijen, zij zagen er in ’t plunderen zoo wreed, en verwoed uit, gelijk de Burgers getuigden, en ik zelf heb gezien, als of ze met den duivel bezeten waren.

De Fransche Chasseurs met groene mantels (paardenvolk) en toen de Carmisolen, hebben ’t eerst begonnen met het rooven, plonderen, en vernielen, daarmee ook sommige van onze Bataven.

8

In de Kerkbuurt is het bedroefdt gesteld geweest met de Huizen van den Heer en Mr. Joachim Niewhout van
[der] Veen, schout, en secretarius alhier, alsook van Dominee Fabritius (47) predekant alhier, de Huizen van Pieter Janz. Schavenmaker (48), de Wed[uwe]. van Jan Jacobsz. Kuijs (49). Bakkers, en winkeliers, zagen er onnoozel uit, Tarwe, Rog[ge], winkelierswaren, en gereedschappen, alles weg, en vernielt, andere Huizen wat minder maar erg genoeg.

Aan ’t Duin tot en in Baccum, Noord-baccum, ’t Schulpstet ook bij eenigen Jammerlijk op ’t Noord-end, en Oosterbuurt in ’t algemeen bij allen zo erg niets. Pieter Duineveld
 (50) Kerkmeester van onze Gemeente was onze Roomsche Kerke buul[=buidel] met circa 1000 guldens ontnomen en kwijt.

Op zondag den 6 October na de Slag, retourneerden onze zelfde Franschen, na de retraite der Engelschen, en Russen, in Castricum, en bleeven hier tot S’middags den 8 October, en hebben in dien tijd niet anders gedaan, als vernielen, rooven, en Beesten slagten &c.
Om dien tijd wierd er alarm geblazen, en moesten alle Franschen en Bataafsche troepen, van Hier, en andere omliggende plaatsen gezamentlijk om den Noord vertrekken, om de Engelschen en Russen van Akersloot, Limmen, en de Egmonden, en zoo om de Noord, retireerende te vervolgen. ’t zouden hier anders nog erger zijn afgeloopen. Zoo dat de Franschen Circa 6 dagen hier geplonderd hebben.

Bij dit alarm of marsch blazen, heeft Jan Glorie nog 2 koebeesten behouden, die de Franschen gehaald hadden, om ze te slagten.

En Jan Glorie heeft zich zoo dapper verdeedigd in zijns Huis tegen de Fransche Roovers, dat zij met al hun geweld, in twee kamers van zijn Huijs niet hebben kunnen komen, en daarin ook niet geweest zijn.

Melde ik hier wat de Franschen, hier in Castricum, van Donderdag den 3den October 1799 tot den 8 October tot den middag hebben uitgevoerd met steelen, rooven, plunderen, en vernielen, daar ik zelf ooggetuigen van ben geweest, zelf heb gezien, en de getuigenissen der Burgeren, die hier zijn gebleven.

De Burgers, die geen Boe
[r]derij hadden, en een varken voor hen mesten, om daarvan in de Herfst, Winter, en door ’t Jaar van te leven, waren op twee na gestolen; geslagt, opgegeten en vernield.

De vette varkens der Boeren, om ze te verkoopen, en er een van voor hun huisgezin te houden; alsook Zeugen, Jonge Biggen, Schapen, lammeren, of overhouders, Geiten, en Eenige koebeesten, gerooft, geslagt, opgegeeten; hun eigen vleesch van ’t land ontvangen, agter de Wallen, in Slooten geworpen, laten bederven.

Het getal der geroofden, en gestoolene Edamsche en Lijdsche kaasen is ontelbaar.

En die kaasen, die Jong en nog in ’t zout waaren, met de sabels doorgehakt en vernield.

Boter, vaatjes met boter, pas gekarnde boter, onnoemelijk veel weggerooft, bij ’t Huijs van Juffrouw Nieuwhout van
[der] Veen, in ’t nieuwe Huis, daar de Officieren lagen, is na hun vertrek nog veel gevonden (51).

De Franschen Soldaten, kookten de kool in klinkklare booter, zonder water. Gekookte zijn, konden zij het niet eeten, en wierpen het weg, vernielden, en verkwisten. &c.

9

T’Gerookte vleesch, spek, en hammen, dat ze maar ontdekte naamen ze weg.

Hennen Eenden, en Eijeren, Bije korven, Honing, Wijn, Bier, Genever, Brandewijn, Room, en Melk, alles was
[van] hun gading, en verviel in hunne handen.

Kooperen keetels, Boerenmelk-ketels en Pannen van aardewerk, Tinnen Leepels, Schootelen, borden, Trekpotten, staalen vorken, naamen ze weg, vraagden ze te leen, om ze niet meer terug te geven, verviel in hunnen handen, dus dat sommigen Burgers geen Eeten konden kooken, daar zommigen ook van bevrijd waaren omdat zij niet hadden.

Zilveren Beugeltassen, oorijzers & zilveren slooten, en klampen van kerkboeken, afgescheurd, en afgekapt, als ook ander Zilver en Goud, en geld weggeroofd.

Bedden Lakens, peluwen, sloopen, Deekens, Tafellaakens, Servetten, Jassen, mans, en vrouwe kleederen, schoenen en zilveren gespen & onbedenkeljk veel.

Hooij, Haever, Stroo, de Erweten en Paardeboonen, op de akkers van
[de] hoop en gepelt, appelen, peeren, aard-appelen, Hout en turf, was van de Griep[?].

Karren, Cheesen, Wagens, Ja t’ijzer van de wielen, emmers en vaten, was
[van] hunne gadingen, daar zijn ook nog paarden weg. &c.
Dit en nog meer van den 3den October tot den 8 dito 1799 alleen in Castricum, hier uit kan men calculatie maaken, dat het nog veel erger te Bergen, en verders om de Noord moet geweest zijn.

De schaaden van ons kerkegoed, bestaat in twee zilveren klampen van ’t Missaal, Nieuwe witten neusdoeken, en nog wat ander linnen goed, en een katoenen kleedje van de Vesperstoel.

Van Guurtje Deijle G.D. haare zilveren schoen-gespen, en nog paarlegoed, dat zij mij gelieft te zeggen.

De schade van mijn met alles en alles schatten ik op ruim honderd rijksdaalders.
Nadat de Engelschen en Russen ingescheept waaren, en naa
[r] Engeland terug keerden, kwamen ook de Franschen en Bataaven terug.

De Fransche dan die te vooren geen Bagasie wagens hadden, trokken den 2 November door Castricum, om de Zuid, met veelen gestoolen waren, speelwagens, chaisen, en karren vol gelaaden met roofgoederen, en de Fransche karremannen, dat de grootste dieven zijn, en de soldaaten met volle rantsels naar Haarlem.
Op die rijtuigen laagen allerhanden zig
[t]bare goederen, als een glaazen kas, kooperen keetels, & aardewerk, & Mooije en schoone Engelsche paarden, voor de Franschen, & met een woord, met groote geroofde schatten, &c &c.

Den 31 October waaren er reeds ook al wagens met goederen door gepasseerd &c &c.

Nu moet ik nog iets melden, hoe een Fransche Briegaaden op de Egmonden geinquartiert zijnden, Baccum, en een gedeelten van Castricum, geplaagt, en getreitert hebben, tot 22 November 1799 S. Ceciliae-dag ook op Haarlem vertrokken zijn.

Die soldaten kwamen genoegzaam, alle dagen, zelfs dikmaals geheele troepen, ook langs de Duijnkanten met hun geweer door eenige luijden van Egmond, aan Zee, als wegwijzers vergezelschapt, zij roodden niet alleen dagelijks de aardappelen, uit de Boeren haar land, maar ontweldigden de Boeren van rood-instrumen
[ten] in graanen, maar ontweldigden van de Boeren hunnen gerooden

10

en op hoopen liggende aard-appelen, weg. Zij braaken Huizen open naamen niet
[alleen] de aard-appelen uit hunne huijzen, maar namen zelfs nog anderen goederen meeden, en vernielden nog veel van hunne anderen goederen.

Zij kwamen met Troepen, en dolven de Conijnen uit de Duijnen, van de Egmonden af, tot door Castricum, tot in Heemskerk, dus dat er geenen Conijnen meer te vinden zijn, als een enkele hier, en daar in de Bossen overgebleevenen.

Zij vernielden, en schonden de Netten van de Duinmaeijers, daar ze Conijnen meden vingen, vernielden de Fretten, naamen er eenige als ook van hunnen konden meeden, Jan Bruijnswaard
 (52) op noord-Baccum, was van alles gerooft, en is deerelijk van die Franschen geplaagd geweest.

Met het Conijnen delven, en in die gaaten kruipende, om de Conijnen, daar uit te haalen, zijn er nog twee een Fransche Soldaat, en een gedecerteerde hollandsche Soldaat, in die gaaten door ’t invallen der aarde op hun vallende, gestikt, gesmoord, en dood gevonden.

Zij kwamen bij nagt onder anderen bij Jan Groentjes, zes Fransche Soldaten gewapend, zetten de Sabels, en bajonetten, op zijn Borst, en was genoodzaakt om 12 Gulden, meerder had hij niet, aan de Schelmen te geeven; ’t was 1 November.

Den 4den November braaken zij in ’t Huijs van Kosvulge Dam
 (53), om er de Erwten uit te haalen, te Dorschen en te steelen, maar ze zijn verjaagd, hebben echter nog wat anderen goederen gestolen.

Jan Pieterz. Kuijs
 (54), heeft ook ondervonden wat zij uit zijn huis schuur of Boeren Tuijn hebben gerooft en meer anderen.

De 4den 5 en 6den November te Baccum nog een Bed gestoole hebben van Pieter Gerritsz. Kuijs
 (55), en gebrooken.

19 Fransche zoldaaten, hebben op Schulpstet, ingebrooken, en omtrent die tijd goederen, van de Wed
[uwe]. Zijmen Louter (56), in de Schuur, opgegraaven, en geroofd. &c.

De klok van ’t Raad-huijs te Baccum, Eertijds de Capel van Cinte Cunera v & M.
 (57) weg genoomen en gestoolen.

Zij de Fransche Soldaten hebben ook te Baccum, het lood van ’t Huijs, of plaats van de Wel Ed
[ele]. Heeren Akerlaaken (58), en ’t lood der Schoorsteenen van anderen Huijzen gesloopt en geroofd, als ook Ankers uit en van Muuren, Staande, en liggende Vuurplaaten, Vetzaad, Erwten, Boonen, Appelen, Koperen Keetels, Kooper Tin, en IJzerwerk, Aard-appelen, &c te Baccum, den 14 Nov[ember]. tot den 20 November, in Clusere[?] Will. vr. Brakenhoff (59) te Noord-Baccum Ongelukkig.

Die Franschen Roofbriegaeden, de Officieren der Franschen waaren geen haar beeter, zijn op S. Ceciliae dag
[in kantlijn: 22 Nov{ember}.], S’morgens vroeg van de Egmonden, op Haarlem en verders verder vertrokken.

N. Bommer.
Past
[oor]. Castricum
6 October
1799.»

In Historie van Castricum en Bakkum van Dirk van Deelen staan twee fragmenten die niet in het ter beschikking zijnde verslag staan, en waarvan de bron wellicht aantekeningen uit 1807 zijn (60) :

«Bij de nadering der soldaten wierp hij [broodbakker Pieter Jan Schavemaker] zijn geldbuidel in de schoorsteen, waar deze neer viel op een plank, bedekt met een laag roet. Het geld werd niet gevonden, maar hij moest het aanzien, dat het graan met bezems van zijn zolder geveegd werd op den weg, waar het deels tot voedsel voor de paarden diende en deel vertrapt werd.»
«Hij bedekte het [varkens]hok geheel met riet of hooi, zodat het een schelf geleek. ’s Nachts bracht de eigenaar zijn knorrende lieveling voedsel, maar de soldaten kwamen achter het geheim en in de schelf. De schelfbewoner werd geslacht en opgegeten.»

Noten

1. Fredericus Rigters, in 1782 kapelaan te Westerblokker, pastoor te Nieuwkoop 1792-1808; te Castricum 1808-1813, vervolgens te Westwoud, overleden Hoogkarspel 17 maart 1818.

2. Joannes Baters, Capucijn priester, overleden Velp, 20 november 1855, 81 jaar oud, geboren Amsterdam, zoon van Gerrit Baters en Catherina Margaretha Bosmeijer. Na Castricum bedient hij een kerk in Hoorn, en 1838-1843 West-Beemster waar hij bij zijn afscheid bijna blind is.

3. Joannes Piepers, niets over bekend; de bestaande doop-, trouw-, en begraafboeken zijn verantwoord op de pagina Castricumse bronnen.

4. Van Papier naar Digitaal.

5. Mededeling van Frank Bakkum te Alkmaar (november 2015). Bron : Noord-Hollands Archief (Haarlem), toegang 277, R.K. statie Heemskerk.

5a. Mededeling van Frank Bakkum te Alkmaar (augustus 2018). Het Roomsch Catholijk Bevolkingsregister gevolgd door de Lijst der Zitplaatsen in de Kerk sinds het jaar 1876 H.R.P. in Castric:; aangelegd tussen 5 en 15 februari 1860 geeft doop- en geen geboortedata en daarvoor moet dus het doopboek beschikbaar zijn geweest in de pastorie.

6. Nicolaas Bommer, Roomsch Priester (R.P.) te Castricum 1777-1808; hij overlijdt te Castricum 28 januari 1808 op 83-jarige leeftijd en wordt op 29 januari te Castricum begraven.

7. Matthijs Kramer (1875-1937), zie : Wie was… Matthijs Kramer / Ernst Mooij. – In : Oud-Castricum, 31ste Jaarboek, 2008, p. 68-76. Hij zal voor zijn feuilleton inzage hebben gekregen onder pastoor Jacobus van Leeuwen (1904-1905). Zie :

  • De slag bij Castricum / M. Kramer. – 1905 (feuilleton in een plaatselijke krant; als boek aangekondigd in 1936)
  • Nog iets over den slag bij Castricum / door M. Kramer – 1906
  • Hoe de Bataafsche Republiek haar intrede deed te Castricum – M. Kramer. – In : Tijdschrift voor Geschiedenis, XXII (1907), p.  81
  • Kramer, M., Heeft te Castricum een Romeinsch Kasteel gestaan?, Noord-Hollandsch Dagblad, 10 juni 1926.
  • ‘De naam is ook al zoo echt Romeinsch’. Meester Kramer en de mythe van het Romeinse Castricum / Martijn Eickhoff. – In :Holland, Historisch Tijdschrift, 2003. – p. 201-211.

8. De veldslag bij Castricum / M[atthijs]. Kramer. – Herdruk. – Castricum : Werkgroep Oud-Castricum, ca. 1998 – p. 6.

9. Oud-Castricum, 8ste Jaarboekje, 1985, p. 9.

10. Pastoor Gerardus Goes (Gerard, 1885-1959), pastoor te Castricum 1936-1958, is in 1959 te Castricum begraven.

11. Pastor Lambertus Voets (Bertus, 1913-2002), pastoor te Castricum 1968-1975, de pastoor van de ontzuiling, met grote historische belangstelling en vooral ‘historische verbeeldingskracht’, zie  Westfries Biografisch Woordenboek (WBW). In 1976 werd Bertus Voets aangesteld als archivaris van het bisdom Haarlem. Dat voorkwam niet dat kerkelijke archieven daar door ontbrekende middelen en andere prioriteiten steeds minder werden opgenomen, terwijl de openbaarheid van die archieven ook niet werd vergroot; waardoor het archief van de Castricumse St.-Pancratius-parochie uiteindelijk in het Regionaal Archief Alkmaar werd geplaatst.

12. Jaap Zonjee (overleden 2010); na zijn overlijden heeft zijn weduwe Anna Zonjee-Zijlstra nog archiefstukken overhandigd aan de Werkgroep Oud-Castricum, zie : Schenking archiefstukken Castricum uit Haarlem. Rino Zonneveld berichte hier, 11 mei 2014: « Niek Kaan antwoordde me dit: Het originele geschrift van de pastoor (ooit gevoegd bij het DTB register) was in bezit van de inmiddels overleden heer Zonjee (zijn weduwe woont in Haarlem). Hij was archivaris in Zaandam en heeft als vrijwilliger, ik denk in de jaren zestig, het archief van de Pancratiuskerk onder handen gehad. Wat mevrouw Zonjee nog had aan archiefmateriaal heeft de werkgroep vorig jaar via Hans Boot gekregen. »

13. De slag bij Castricum / Wil Steeman. – In : Op zoek naar Castricum’s verleden. Uitgegeven ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum / Eindredactie Sonja de Jong. – Castricum, mei 1992. – p. 120. Waar het is teruggevonden wordt niet vermeld.

14. Regionaal Archief Alkmaar, Archief van de R.K. Parochie St. Pancratius te Castricum, 1440-1984, nummer toegang 20.4.003, inventarisnummer 108; “Korte beschrijving van den slag bij Castricum”, dagboek van Pastoor Bommer. 1799. 1 omslag. In 1990 wordt gemeld dat het verslag zich in de collectie van Werkgroep Oud-Castricum bevindt : Oud-Castricum, 22ste Jaarboekje, 1999, p. 12, en in 2002 wordt verwezen naar het Regionaal Archief Alkmaar : Oud-Castricum, 25ste Jaarboekje, 2002, p. 13.

15. Communicatie per email van 20 mei 2014.

16. Meester Theodorus (Dirk) Dekker (1856-1922) is 1879-1921 onderwijzer te Castricum; zie : Wie was... meester Dekker / Niek Kaan. – In : Oud-Castricum. 27ste Jaarboekje, 2004. – p. 58-64. Als meester Dirk Dekker een afschrift van het verslag heeft gemaakt, dan meest waarschijnlijk onder pastoor Theodorus Engering (1909-1930), die nog pastoor was toen meester Dirk Dekker in 1922 overleed, of diens voorganger Casper van de Deijl (1905-1909). Op de zolder van het huis van meester Dirk Dekker (Schoolstraat nr. 11) lagen na de Tweede Wereldoorlog stapels papieren en boeken; het huis is in 1945 afgebroken, waarbij er weinig eerbied of achting zal zijn geweest voor de papieren.

17. De eerste zes bladzijden waren al te vinden in : Op zoek naar Castricum’s verleden, t.a.p., p. 121-126. Gedeeltelijke transcripties zijn ook gemaakt door Dirk van Deelen in de jaren 1960, zie verderop. Voor goede transcripties van flinke delen, zie ook : Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap in Castricum / Wim Hespe. – In : Oud-Castricum, 22ste Jaarboekje, 1999. – p. 20-21.

18. Wil Steeman schrijft hier over : « De bedoeling van de pastoor is duidelijk; het plaatje is symbolisch voor hoe hij over het gebeurde denkt : met Judas worden de Fransen aangeduid, Christus is de aanduiding van de erfprins, de zoon van de stadhouder. » (Op zoek naar Castricums verleden, t.a.p., p. 120). Dat houdt om meerdere redenen geen stand : het opvoeren van Christus als loutere figurant voor de prins van Oranje zou behoorlijk blasfemisch zijn geweest, en de toenmalige Castricumse notabelen hebben bewezen niet bepaald “prinsgezind” te zijn geweest; pastoor Nicolaas Bommer beschrijft desalniettemin de misdaden van de “onzen” (Fransen en ‘Batavieren’). Voor de katholieken was daar ook weinig reden voor : er kwam in 1795 enige godsdienstvrijheid. Het plaatje is mogelijk uit het oorspronkelijke verslag van pastoor Nicolaas Bommer overgebracht naar het afschrift.

19. Het feest van St. Bavo : 1 oktober.

20. Hollaan, deze liep vanaf de oude St.-Pancatiuskerk over de Oude Weg, de Oude Haarlemmerweg en de huidige Hollaan.

21. Malleweg, meest waarschijnlijk de Kromme nieuwe Weg op de kaart van 1737.

22. Mr. Duijts; bedoeld Jhr. Mr. Andries Adolph Deutz van Assendelft (ook Deutsch) (1764-1833), lid Staten-Generaal en burgemeester van Amsterdam, duinbezitter, tevens eigenaar van kasteel Marquette te Heemskerk, trouwt Heemskerk 1785 Jacoba Margaretha Maria Boreel, zie : Archief van de Familie Deutz.

23. Guurtje Deijle treedt regelmatig op als getuige bij huwelijken in 1800-1814; zij was een “klopje”, een ongehuwde lekenhulp voor de kerk en huishoudster van de pastoor.

24. Jan Glorie (1746-1813), boer en schepen te Castricum, enige zoon van Claas Glorie en Antje IJpelaan, trouwt (1) ca. 1775 Aagje van der Laan (1753-1782), (2) 1783 de niet onbemiddelde en veel jongere Aagje Kraakman (1760-1846).

25. Jacob Molenaar overlijdt op 58 jarige leeftijd kinderloos te Castricum, 26 mei 1806.

26. Maarten Albertsz. Knaap trouwt Castricum, R.K., 19 januari 1749 Maartje de Groot; zijn zoon Albert Knaap trouwt 1781 Antje IJpelaan.

27. Jan Groentjes (1753-1824), woont aan de Heereweg, in 1806 koddebeier, in 1811 winkelier (marechand en détail), daarna boer, trouwt 1783 Jannetje Groeneveld, zie : Oud-Castricum, 15de Jaarboekje, 1992, p, 49.

28. Mr. Joan Geelvinck (1737-1802), burgemeester van Amsterdam; 1764-1803 titulair Heer van Castricum.

29. Neeltje Groentjes, dochter van Jan Groentjes en Jannetje Groeneveld, zie haar overlijdensinschrijving hiernaast.

30. Jan Kramer, in 1811 boer (laboureur), geboren 14 augustus 1751.

31. De weduwe Jan Louter, bedoeld Maartje Willems Dekker (overleden 1804), weduwe van Jan Zijmonse Loute(r) (1731-1789), vader van Zijmen Loute(r), zie verderop, trouwt Limmen, 1787, woonde Limmen.

32. Dirk Castricum (1746-1826), in 1811 slager (boucher), zoon van Willem Castricum en Grietje Dirix, trouwt 1771 Aaltje van Alkemade, zie : Overzicht van de familie Castricum / uitgezocht en samengesteld door P.G.M. van Egmond en A. van Egmond-van Rookhuizen. – Velsen-Noord, 1983. – p. 8.

33. Willem H. Groentjes (ca. 1758-1803), trouwt 1794 Aagje Gerrits Egmond (1771-1826), zes kinderen, zie : De Castricumse familie... Groentjes / A.G.P. Sminia-Wouters en S.P.A. Zuurbier. – In : Oud-Castricum, 15de Jaarboekje, 1992. – p. 45-59.

34. Klaas van den Berg, onbekend.

35. Jan Stuifbergen (ca. 1749-1805), trouwt 1776 Willemijntje van den Dam, hertrouwt 1791 Aagje Rijs, zie : De Castricumse familie... Stuifbergen / A.C. Glorie-van der Steen en S.P.A. Zuurbier. – In : Oud-Castricum, 9de jaarboekje, 1986. – p. 33-34.

36. Pieter de Graaf (1754-1838), in 1811 boer (laboureur), woonde aan de Duinkant bij het Slingerpad, zoon van Cornelis de Graaf en Zijtje Regtop, trouwt 1781 Maartje Dekker, zie : De Castricumse familie... De Graaf / C.G. Bakker en S.P.A. Zuurbier, in : Oud-Castricum, 13de Jaarboekje, 1990. – 35.

37. Dirk Stuifbergen, boer, schelpenvisser, in 1811 arbeider (ouvrier), geboren 15 augustus 1756, overleden 6 mei 1826, woonde aan de Duinkant aan het zogeheten Slingerpad, trouwt 1790 Geertje Schoenmaker, acht kinderen, zie : De Castricumse familie... Stuifbergen / A.C. Glorie van der Steen en S.P.A. Zuurbier. – In : Oud-Castricum, 9de Jaarboekje, 1986. – p. 30-50.

38. Jan Kuijs, bedoeld Jan Jacobsz. Kuijs, zie verderop.

39. Jan Dam, onbekend.

40. Mr. Jacob Drost (1749-1789), 1775-1798 chrirurgijn te Castricum, trouwt rond 1775 de tien jaar oudere weduwe van de vorige chirurgijn, Adriaan Toulouse; vanaf 1786 ook armmeester en vanaf 1791 schepen van/voor de buurt Heemstee; zie : Chirurgijns, heelmeesters en de gezondheid van de Castricummer / W[im]. Hespe. – In : Oud-Castricum, 17de Jaarboekje, 1994. – p. 6-7.

41. Mr. Joachim Nuhout van der Veen (1756-1833), schout van en notaris te Castricum 1780-1814, trouwt 1778 Elisabeth Fabritius, zuster van de Castricumse dominee Ernst Willem Fabritius, zie : Wie was... Joachim Nuhout van der Veen / S.P.A. Zuurbier. – In : Oud-Castricum, 1ste Jaarboekje, 1978, p. 20-21; zie ook : Parlement & Politiek.

42. De hofstede “De Vlotter” te Heemskerk zou sinds 1710 bezit van Albert Schuijt zijn geweest, koopman te Amsterdam; diens zoon (?) Albertus Cornelis Schuijt (overleden 1814) zou in 1799 aanzienlijke schade hebben opgelopen (Kastelenteam).

43. Mr. Albertus Johannes Schuyt, in 1814-1855 titulair Heer van Castricum, probeert vergeefs inkomsten te verwerven uit zijn bezit; zie : Historie van Castricum en Bakkum / D. van Deelen. – Schoorl : Pirola, 1973. – p. 50.

44. Evert Asjes, in 1811 boer (laboureur), geboren 6 juni 1757, trouwt Codijntje Hessing.

45. Frederic Janze Sinniger trouwt Limmen, R.K., 27 september 1772 Maartje Michielze Noort in facie Ecclesiæ (ten overstaan van de kerk).

46. Cornelis Schrama, in 1811 boer (laboureur), geboren 1 maart 1746.

47. Ernst Willem Fabritius (1760-1841), nederduits gereformeerd dominee (Ministre Réformé) te Castricum (1791-1827); geboren Alkmaar, 14 augustus 1760; gedoopt Alkmaar, gereformeerd, 24 augustus 1760, zoon van Ernestus Fabritius en Antonia Sibrands; zijn zuster Elisabeth Fabritius trouwde de latere schout van Castricum, Mr. Joachim Nuhout van der Veen.

48. Pieter Jan Schavemaker (1774-1831), in 1811 bakker (boulanger), zoon van Jan Schavemaker en Antje Schermer, trouwt Castricum, 1796 Grietje Castricum (ca. 1772-1832), broodbakster, dochter van Dirk Castricum en Aaltje van Alkemade, zie : Overzicht van de familie Castricum/Kasterom / P.G.M. van Egmond en A. van Egmond-van Rookhuizen. – [Velsen-Noord] : Fam. P.G.M. van Egmond, 1983. – p. 8.

49. Wed. Jan Jacobs Kuijs ; bedoeld Geertje Dekker (1759-1808), dochter van Wulbert Tijse Dekker en Agie Pieters Kerkbuurt; Jan Jacobsz. Kuijs (ca. 1749-1798), zoon van Japik Kuijs en Willempje IJpelaan; tien kinderen; zie : Kuijs Family Tree (Overzicht van de familie Kuijs/Kuis. Afkomstig van Delft/Castricum / Uitgezocht en samengesteld door A. van Egmond-van Rookhuizen. – Velsen-Noord, 1985), zie ook : Gezin VII.2.

50. Pieter Duijneveldt, weduwnaar, één kindskind, overleden Castricum, 4 April 1808, 76 jaar oud, begraven 7 april.

51. Juffrouw Nieuwhout van der Veen, bedoeld Elisabeth Fabritius, zuster van de dominee, trouwt de latere schout Joachim Nuhout van der Veen (zie boven); zij bewonen het knophuis (Verlegde Overtoom, nr. 19-21), zie : Het Knophuis en zijn bewoners / E.A. Steeman-Borst. – In : Oud-Castricum, 18de Jaarboekje, 1995. – p. 37-42.

52. Jan (van) Bruijnswaard, in 1811 jachtopzichter van het duin (gardechasse des dunes), dan wonend Bakkum, geboren 13 maart 1742.

53. Kosvulge Dam. Mogelijk een verkeerde lezing van Cornelis van den Dam, in 1811 arbeider (laboureur), geboren 8 oktober 1750.

54. Jan Pietersz. Kuijs (1739-1806), vanaf 1791 schepen te Castricum, zoon van Pieter Kuijs en Neeltje Pieters Duijneveld, trouwt Castricum, 1770 Aagje Cornelis van Dam, Zie : Kuijs Family Tree (Overzicht van de familie Kuijs/Kuis. Afkomstig van Delft/Castricum / Uitgezocht en samengesteld door A. van Egmond-van Rookhuizen. – Velsen-Noord, 1985), gezin 13.

55. Pieter Gerritsz. Kuijs (1763-1816), landbouwer, schepen van Bakkum, zoon van Gerrit Kuijs en Maartje Groen, trouwt Neeltje Keele, zie : Kuijs Family Tree (Overzicht van de familie Kuijs/Kuis. Afkomstig van Delft/Castricum / Uitgezocht en samengesteld door A. van Egmond-van Rookhuizen. – Velsen-Noord, 1985), gezin 20.

56. Weduwe Zijmen Louter : Agatha Morsch (Aagje) (1769-1829), dochter van Arie Piterse Morsch en Maartje Gerrits de Boer, trouwt Castricum, 1794 Zijme Jans Louter (1767-1798), bouwman, zoon van Jan Zijmense Loute(r) en Maartje Pieters Baccum.

57. Deze regel is aangehaald in : De Cunerakapel in Bakkum / Chris ten Raa. – In : Oud-Castricum, 23ste Jaarboekje, 2002. – p. 10. “v & M” wordt geduid als : “Latijn: vi et manu: gewelddadig en met blote handen”.

58. Heeren Akerlaaken : « De familie Van Akerlaken was een regentenfamilie uit Hoorn. Cornelis Christoffel van Akerlaken leefde in Hoorn van 1752 tot 1800 en was aldaar burgemeester en bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie ». De familie bezat veel land in Castricum en Bakkum, en ook de boerderij “De Blauwhoef” aan de Achterlaan. Zie : Oud-Castricum, 25ste Jaarboekje, 2002. – p. 22.

59. Will. vr. Brakenhoff, waarschijnlijk bedoeld Neeltje Kuijs (ca. 1771-1842), getrouwd met Willem Brakenhoff (1762-1826), veehouder, woonde in het Pannenhuis, schepen en armmeester van Bakkum, zie : De Castricumse familie… Brakenhoff / A.C. Glorie-van der Steen en S.P.A. Zuurbier. – In : Oud-Castricum, 11de Jaarboekje, 1988, p. 29-47.
In 2015 kwam daarover een sterk verhaal binnen : Jan Brakenhoff : « In die tijd zaten in de boerderij van Roele familie Brakenhoff. Er kwamen twee Franse soldaten hun paarden vorderen hier waren ze niet van gediend en staken ze overhoop met hun mestvorken en verstopten ze onder de mesthoop. Mooi verhaal toch. »
(Facebook-pagina Je bent Castricummer als…, 15 februari 2015).
De boerderij van Roele zal de Albertshoeve zijn. We weten niet beter dan dat Willem Brakenhoff in 1799 op (Noord)-Bakkum woonde. Volgens “De Castricumse familie… Brakenhoff” woonde Willem Brakenhoff in het Pannenhuis.

60. Historie van Castricum en Bakkum / D[irk]. van Deelen. – Schoorl : Pirola, 1973. – p. 128-135.


Vervolg : Volgende



Start : 10 mei 2014 | Laatst bijgewerkt : 12 december 2015
































Doopboek 1744-1800

Eerste bladzijde van de aantekeningen van pastoor Bommer
(Naar : Op zoek naar Castricums verleden, p. 121)
(Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw scherm)

Overlijdensinschrijving

Overlijdensinschrijving Neeltje Groentjes
(Regionaal Archief Alkmaar, Impost Castricum)
(Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw scherm)
De tekst luidt :
«6. dito [oktober 1799] Het lijk van Neeltje Groentjes, Dochter van Jan Groentjes, door den zelven onder de onvermogenden aangegeven, dus een acte pro Deo
N.B. Voorn[oemde] Neeltje Groentjes, Oud 14½ Jaaren, is op den 6. October 1799, den dag, waarop de berugte Slag tusschen de Bataafse en Fransche, en Engelsche en Russische Armeen voorgevallen is, door eenen Rus in de kelder, waar in zij gevlugt was, doodgeschoten en wegens de tijd & omstandigheden door haren Vader bij zijn huis in het Duijn van de Burger J[oan]. Geelvinck, op den dag daaraan begraven.»

Liber Amicorum

Vriendschapsbetuiging van pastoor Fredericus Rigters die de doopboeken niet ten gemeentehuize inleverde met de Castricumse dominee Ernst Willem Fabritius die dat ook niet deed
(Koninklijk Bibiotheek ’s Gravenhage)
(Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw scherm)

Knipsel

Krantenknipsel over de Castricumse doop- en trouwboeken
(Nieuwsblad voor Castricum, 23 maart 1971)
(Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw scherm)


Het twintigste eeuwse afschrift van het verslag van pastoor Bommer in zijn geheel :

Verslag

Verslag

Verslag

Verslag

Verslag

Verslag

Verslag

Verslag

Verslag

Verslag

Verslag

(Bron : Regionaal Archief Alkmaar, klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster)