VorigeBurggraven van Gent, 962-1039Volgende

Arnulf van Gent, burggraaf van Gent

Inhoud van deze pagina

  1. Genealogie/oorkonden/numismatiek
  2. Egmondse bronnen
  3. Secundaire bronnen
    Noten

1. Genealogie/oorkonden/numismatiek

  • Geboren : onbekend;
    Overleden : gesneuveld 18 september 993 (1);
    Zoon van : Dirk II (2);
    Trouwt : Lutgard, dochter van Siegfried van Luxemburg en Hedwig (3);
    Kinderen :
    • Dirk (III).
    • «Siegfried (Sicco), gest. 5 Juni 1030. tr. Thetburga, gest. 27 Januari van een onbekend jaar.» (4).
    • «Aleida, tr. Engelram I, graaf van Pontieu, gest. ± 1045.» (5).
  • Genoemd in oorkonden : 980-988 (6);
    Gegeven oorkonden : onbekend.
  • Muntslag : onbekend.

2. Egmondse bronnen

  • Annales Egmundenses :
    «Anno DCCCCLXXX Arnulfus comes Liudgardam coniugem suam legaliter coram rege Ottone desponsavit testamentumque dotale inde scribi fecit indictione VIII.» (7).
  • Annales Egmundenses :
    «Anno DCCCCLXXXV Hoc anno Theodericus filius Arnulfi comitis intervestu Ekberti Treverensis ecclesie archoepiscopi patrui sui suscepit in propriam heredidatem ab Ottone rege quicquod habuerunt antecessores sui in beneficio indictione XIII.» (8).
  • Annales Egmundenses :
    «Annus DCCCCLXXXVIII. Obiit Theodericus [later bijgeschreven : II] comes Arnulfus filius eius succedit.
    Theodericus secundus comes sicut pat(erni) regni et here(dita)tis successor (ita) pie devotionis et boni operis (exti)tit imitator; preter alia pates (eius) ligneam, iste la(pideam) construxit s(ancto Adalberto) ecclesiam et de (re)ditibus suis (preb)uit fratribus cot(idiani) victus suffic(ientiam). Ekbertus autem fi(lius eius) cum esset sub d(ira febre) et Erlinda (soror) eius monocu(la) ambo letifi(cati sunt) per sancti Adalberti (me)rita. Ille va(liditate) febrium liberatur, illa oculi sui (e)reptione. Iste Th. reliquias (sancti) Ieronis (martyris) ipso revelante de Northga, ubi posite fue(rant), transtulit (et Ad)alberto ut ipse (mo)nuit coniun(xit).»
     (9).
  • Annales Egmundenses :
    «Anno DCCCCXCIII [ontleend aan Sigebert : Otto in imperatorem benedicitur.] Arnulfus comes interficitur. Theodericus filius eius successit et... [aan de bovenrand van de bladzijde bijgeschreven; de rest afgescheurd].» (10).
  • Annales Egmundenses :
    «Anno DCCCCXCIIII Ekbertus Treverorum archiepiscopus [later ingevoegd: frater Arnulfi comitis] obiit.» (11).

3. Secundaire bronnen

  • Nijhoffs Geschiedenislexicon, 1981 :
    «Arnulf (Arnoud) van Gent (mogelijk zijn geboorteplaats), graaf uit het Hollandse Huis, eerste vermelding: 26.10.970; zoon van Dirk II en Hildegardis; huwde in 980 met Liutgard (Liudgardis) van Luxemburg, dochter van Siegfried van Luxemburg; 6.5.988 werd hij graaf van Holland. Arnulf sneuvelde in de strijd tegen de Friezen.» (12).
    Hij sneuvelde waarschijnlijker aan de Mosa (de Moeze) in een gevecht met de Fresonen (Vlamingen).
  • Genealogie van de graven van Holland, 1954 :
    «Arnulf, graaf van Holland, misschien geb. te Gent, in een onbekend jaar, vermeld vanaf 26 Oct. 970, breidde zijn gebied naar het Zuiden uit en sneuvelde 18 Sept. 993 aan de mond van de Maas in de strijd tegen de Friezen. Hij tr. in 980 Liutgard, dochter van Siegfried graaf van Luxemburg en Hedwig (afkomst onbekend) vermeld 20 Sept. 995, gest. 14 Mei van een onbekend jaar.» (13).
  • Biographisch woordenboek der Nederlanden, 1852 :
    «AARNOUT, Graaf van Holland, ook wel A r n o u d en A r n o l d geheeten, een zoon van D i r k II, werd op het slot te Gent geboren, waarom hij ook wel d e G e n t e n a a r wordt genoemd. Nog bij het leven van zijnen vader, in het jaar 980, trad hij in den echt met L u i t g a r d, dochter van S i e g f r i e d, Graaf van Luxemburg. Hij kwam na zijns vaders dood in 987, of volgens anderen in 988, aan de regering. Door zijne gemalin oom zijnde van O t t o III, Keizer van D u i t s c h l a n d, werd hij door dezen met nieuwe landen begiftigd, waaronder ook West-Friesland schijnt te zijn geweest, althans A a r n o u t bragt eenig krijgsvolk bijeen en trok daarmee tegen de Friezen op, die hij welhaast noodzaakte hem trouw te zweren en te huldigen, maar die ook weder, kort nadat hij teruggetrokken was, zonder eenige vastigheid of bezetting in het nieuw gewonnen land te laten, het juk weder afwierpen, en dagelijks in Holland vielen, plunderende en brandende waar zij konden. A a r n o u t trok tegen hen te velde en sloeg zijn leger neder in de vlakte W i n k e l m a d e, op of bij de plaats, waar thans het dorp W i n k e l ligt. Beide partijen tasten elkander aldaar zeer vinnig aan, doch A a r n o u t, door zijne dapperheid aangevuurd, zich onvoorzigtig te ver onder de vijanden begeven hebbende, werd met onderscheidene wonden ter neder geveld, waarop zijne legerbenden verschrikt uit den strijd weken. Zijn ligchaam werd naar Egmond gevoerd en aldaar begraven. Volgens de oude kroniekschrijvers had het gevecht, waarin hij sneuvelde den 1 October 993 plaats, daar er echter nog een brief voorhanden is, door hem, ten behoeve van het Blandiner Klooster te Gent, in 998 gegeven, heeft er vermoedelijk een schrijffout plaats gehad en zal de slag in of na dat jaar voorgevallen zijn. Hij liet drie zonen na : D i r k of D i e d e r i k zijn opvolger in het graafschap Holland, A d e l b e r t, die hem als burggraaf van Gent opvolgde en S i g f r i e d of S i c c o ook S i v a a r t, van wien de adellijke geslachten der T e i l i n g e n en B r e d e r o d e s afstammen. Bij P. S c r i v e r i u s, Beschrijvinge der Graven van Holland enz. en bij Halma, Toneel der Vereenigde Nederlanden, treft men zijn portret aan.
    Zie G. van Loon, Aloude Hollandsche Historici, D. II bl. 180, 208, 217, 232-236; Wagenaar, Vaderl. Hist. D. II bl. 124-131; Bilderdijk, Geschied. des Vaderl. D. II bl. 5 en 6; Arent, Algemeene Geschied. des Vaderlands, Dl. II St. I bl. 30 en 31.»
     (14).
  • Nieuw Nederlandsch biographisch woordenboek, 1911 :
    «ARNULF (A r n u l f u s), graaf in Friesland en graaf van Gent, gest. 993, zoon van graaf Dirk II en Hildegardis. In 980 huwde hij L i u d g a r d i s, dochter van graaf Siegfried I van Luxemburg en zuster van Cunegonde, gemalin van keizer Hendrik II. In 993 sneuvelde Arnulf bij Winkel tegen de Friezen.
    Zie : J. Bolhuis van Zeeburgh; Over de geschiedenis der eerste graven uit het Holl. Huis (Leiden 1875); L. Vanderkindere, La formation territoriale des principautés belges au moyen-age (Bruxelles 1902); F. Lot; Les derniers Carolingiens (Paris 1891) 17.
    Poelman.»
     (15).
    Commentaar :
    Arnulf wordt in oorkonden telkens aangeduid als ‘zoon van graaf Dirk’, zonder zelf als graaf te worden aangeduid; mogelijk wordt hij alleen als zodanig vermeld op 20 mei 988 als «Arnulfi comitum», kort na het overlijden van zijn vader (6 mei) en van zijn naamgenoot Arnulf II van Vlaanderen (30 maart) (16).
  • Context :
    Siegfried van Luxemburg was de laatste lekenabt van Eperlecques die het klooster van Willibrord in 973 van daar naar Luxemburg verplaatste (17) :
    «Tekst 644
    965. Schenking van graaf Siegfried.
    Graaf Siegfried en zijn vrouw Hathawiga schenken aan de H. Willibrord, die in Epternacum (Eperlecques) aan de rivier de Sura (lees: Renus=Schelde) begraven ligt, en tot nut van de monniken, die er de dienst van God onderhouden, het goed Munderchinga in het graafschap de Mithigowe, waar Godfried als graaf fungeert.
    Bron: Wampach, Quellen, nr. 172.
    Nota 644-1. Munderchinga is Monneren, op 18 km zuidoost van Thionville, welke lokalisatie door andere akten bevestigd wordt. Deze schenking is later door Echternach gebruikt om het Luxemburgse Mönnerich te claimen, en het schijnt ook nog gelukt te zijn.»

    «Tekst 647
    973. Aflossing van de wacht
    Na Herimannus (lekenabt) volgde hertog (graaf) Siegfried op, op wiens aanbeveling keizer Otto in het 34e jaar van zijn regering... de kanunniken uit deze plaats verdreef en haar ter beschikking stelde van de monniken... en hem (Siegfried) opdracht gaf om zich naar Echternach te begeven en daar de kanunniken aan te sporen het werelds leven te verlaten, hun onpassende zeden te verbeteren en een gezonder en beter leven te leiden. Zij werden door de toespraak van de graaf geraakt; sommigen kozen de goede weg, anderen wilden liever weggaan, hetgeen hun werd toegestaan, en terwijl dit tumult aan de gang was, werd Ravangerus als abt aangewezen.
    Bron: Cat. abbatum Epternaciensum, MGS, XXIII, p. 32.
    Nota 647-1. Dit verhaal, aan de pen van Theoderich ontsproten, behoeft niet toegelicht te worden, daar eenieder zelf het koren van het kaf kan scheiden. De waarheid is dat de benedictijnen het bestaande, maar niet meer gebruikte klooster van St. Petrus te Berg aan de Sauer betrokken, waar op z’n hoogst nog een pater of broeder woonde, die te oud was om zonde te kunnen doen.»
    .
  • Vlaanderen :
    «Boudewijn IV met de Baard, graaf van Vlaanderen (988-1035), †30.5.1035; zoon van Arnulf II en Rozala-Suzanne van Italië. Bij de dood van zijn vader was hij nog minderjarig en werd het graafschap geregeerd door zijn moeder en haar tweede echtgenoot Robert, zoon van de Franse koning Hugo Capet. Bij zijn meerderjarigheid herstelde Boudewijn de grafelijke macht en voerde jarenlange strijd tegen keizer Hendrik II om zijn bezit op de rechteroever van de Schelde uit te breiden, o.a. met het oog op een veiligstelling van de opkomende handel. Hij bemachtigde Valenciennes en Ename, twee steunpunten in de rijksverdediging, en ontving van de keizer in leen Zeeland ten westen van de Schelde en de Vier Ambachten, wat de basis vormde van ‘Rijksvlaanderen’ (tegenover Kroonvlaanderen, in leen van de Franse koning).» (18).

Noten

1. Genealogie van de graven van Holland, t.a.p., geeft : «Sterfdag en sterfjaar in het Egmonds Necrologium, p. 106. Over zijn overlijden en het bericht van Melis Stoke over zijn sneuvelen bij Winkelmeet zie P.A. Meilink, De Egmondse Geschiedbronnen, 1939, p. 69». Winkelmeet zou volgens de legende bij Winkel in West-Friesland hebben gelegen; Winkel wordt echter pas voor het eerst vermeld in 1289 als Winckele, Nederlandse plaatsnamen, t.a.p., p. 261.

2. Genealogie van de graven van Holland, zonder bronopgave; Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299, deel 1, t.a.p., p. 89-90, tekst 50 : «Arnulf[i] comit[is] fili[i] Theoderici comites», idem tekst 52 : «Arnulphus filius Theoderici comitus», idem tekst 52 : «Arnulfus filius Theodrici comitus, et Arnulfus filius H», idem in volgende oorkonden.

3. De naam van de moeder is Hedwig volgens de Genealogie van de graven van Holland; t.a.p., verwijzingen aldaar : «Zie over Siegfried en de eerste Luxemburgse dynastie: J. Vannérus, Sigefroid, in: Biogr. nat. (de Belg.) XXII, kolom 404 e.v.; H. Renn, Das erste Luxemburger Grafenhaus, 1941, J. Vannérus, La première dynastie luxembourgeoise, in Revue Belge de Philol. et d’Hist. dl. 25 (1946-’47) p. 801-858; voor het huwelijk : «Egmondse Annalen p. 127. Bolhuis, BVGO, 6, 293 meent dat het huwelijk tussen Mei en Aug. voltrokken moet zijn.» Zij wordt vermeld 20 september 995, bron : «Obr. Oork. 63.»; voor haar overlijden : «Egm. Necrologium p. 106».

4. Genealogie van de graven van Holland, bron voor het overlijden van Thetburga : «Egm. Necrologium, p. 106. Haar sterfdag is toegevoegd in de breviculi Theoderici (aldaar noot 5).»; Sicco zou in 1030 zijn gestorven, bron : «Vermeld in Egm. Necrologium, p. 106 en in de vervalste oorkonde van omstreeks 1215, zie Fontes Egm. p. 220 (=v.d. Bergh Oorkbk I 89). Tengevolge van de zgn. Sicconiden-legende hield men hem vroeger voor de stamvader der heren van Brederode en Teilingen. Van de 15e tot de 19e eeuw geloofde men hieraan, de stamvader van Brederode Dirk Drossaard komt echter eerst in 1205 in oorkonden voor. De eerste gefingeerde generaties van Brederode vóór 1200, wellicht ontsproten aan het brein van een te ijverige dienaar der Brederode’s, alle voorzien van data en echtgenoten uit de hoogste adel, duiken helaas nog regelmatig in de genealogie op». De enige bronnen zijn het Egmondse Necrologium en de vervalste akte voor 1083, alwaar Sicco, aldaar Syciaerd mit toename Sicco genaamd, wordt genoemd als broer van Dirk (III, bedoeld IV) en Floris (I), dus als zoon van Dirk III en niet van Arnulf van Gent.
De grote promotor van de Sicconiden-legende is Jan van Leiden, in zijn Kronijk van Egmond, p. 17-18 : «Deze Arnout kreeg, volgens zyn edelen afkomst, tot een Gemalinne, die hem waardig was, Luitgaart, zuster van Theophania, Keizerinne van Romen, moeder van Keizer Otto, dochter van Keizer Theophanus. by wien hij gewonnen heeft Diderik den derden, zyner Navolger, als vierden Grave, en Syfried Burg grave en eersten Heere van Brederode. [...] Deeze Grave Diderik heeft een vollen broeder gehad, Syphried, of na de Vriesen landsprake Sikke genaamt, die by zyn huisvrouw Thetburg, dochter van Gooswyn, Potestaat van Stavoren, gewonnen heeft Diderik, zynen Navolger, tweeden Heer van Brederode, en Simon, eersten Heer van Teilingen, als in de Jaarboeken breeder vermelt wort. Deeze Syphried, genaamt Sikke, heeft ’t zelve Godshuis geschonken een stuk lands op de Geest, genaamt Noorddorp, Smithem, Altgeringelant, vyf viertelen lantlozemade, in Akersloot twaalf ponden, in Banes twee ponden. Zyn huisvrouw Thetburg, heeft het Klooster van Egmond voorde eeuwige zaligheit haarer Ziele geschonken een goude kaffe met veele heilige Overblyfzelen, en veele andere Kerkgiften. Deze Syphried, stadhouder van Holland, enz. overleed den 5. van Zomermaand des jaars 1030. en wiert begraven aan de noordzyde der Klooster-kerke te Egmond, gelyk ook zyn huisvrouw Thetburg, den 27. van Loumaand overleeden zynde, by haaren man ter zelver plaatse ter aarde gebracht is.» (vertaling uit 1739).

5. Volgens de Genealogie van de graven van Holland; t.a.p., bron : «Zie voor dit geslacht: C. Brunel, Recueil des Actes des comtes de Ponthieu, Parijs 1930 (Collections de documentation inédits de l’histoire de France, uitgave Acad. des Inscriptions et belles lettres).»

6. Genealogie van de graven van Holland, t.a.p., geeft als bron : Obreen, 41, 42, 46, 51, 53, 54, 57 en 63; vergelijk : Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299, deel 1, t.a.p., tekst 48, 49, 52, 57-60.

7. Annales Egmundenses, t.a.p., p. 127; Oppermann vond geen andere bron waaraan deze tekst ontleend kon zijn.

8. Annales Egmundenses, t.a.p., p. 127.

9. Annales Egmundenses, t.a.p., p. 127-128.

10. Annales Egmundenses, t.a.p., p. 128.

11. Annales Egmundenses, t.a.p., p. 128; ontleend aan de Gentse Annales Blandeses.

12. Nijhoffs Geschiedenislexicon, t.a.p., p. 34.

13. Genealogie van de graven van Holland, t.a.p., p. 1.

14. Biographisch woordenboek der Nederlanden, bevattende levensbeschrijvingen van zoodanige personen, die zich op eenigerlei wijze in ons vaderland hebben vermaard gemaakt / A.J. van der Aa - Eerste deel. - Haarlem : J.J. van Brederode, 1852. - p. 21.

15. Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, deel 1, t.a.p., kol. 182.

16. Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299, deel 1, t.a.p., tekst 60. bronnen : Obreen, 41, 42, 46, 51, 53, 54 en 57; H. Bresslau, Handbuch der Urkundenlehre, 1912(2), p. 467. Het is de vraag of de twee Arnulfen niet verwisseld zijn.

17. De ware kijk op..., deel 2, t.a.p., tekst 644 en 647, p. 436 en 438; vergelijk Ontspoorde historie, t.a.p., tekst 75, p. 108-116.

18. Nijhoffs Geschiedenislexicon, t.a.p., p. 93.


Start : 30 mei 2004 | Laatst bijgewerkt : 12 september 2004