VorigeDe Canninefaten / Cananefaten en KennemerlandVolgende

8. Toegift : de muzikale Canninefaten

Inhoud van deze pagina

Aan Wamla le Brinno, traditioneel stamhoofd der Cananefaten, danken we een aftreksel van de muziek van deze Hollandse duinstam, die verder alleen mondelinge tradities had : De fluiten van ver weg – De wereldmuziek der Cananefaten; waarin Tet Skâke er bijzonder uitspingt (1).

‘Wamla le Brinno’, wie dat ook moge zijn – in traditioneel Kennemerland, zoals in de Egmondse abdij, blijft hij een onbekende – vermijdt overduidelijk verwijzingen naar zijn werkelijke voormoederlijke banden, wat geweten moet worden aan schrijnende historische onwetendheid, dan wel, wat we vooralsnog niet willen aannemen, aan enige kwade wil.

De Canninefaten horen, folkloristisch-historisch, in Kennemerland, daar helpt geen lieve moeder aan !

«Tet skâke

We horen de oermoederlijke klank van de ruisende Noordzee. Daar klinkt een exotisch tokkelinstrument – het is de tökka, een tot snaar geslepen schollengraat.
Een oude man zingt, zichzelf begeleidend op de tökka, een weemoedig lied uit voorbije tijden. De Cananefaatse cultuur is een orale, niets staat op schrift, maar als we het lied toch proberen te noteren, komen we hierop uit:

Sie hat er nun skâke
un skak ynne kien
sie dalft moen nun skâke
ent ak strotz teryn.
Wie saatsen haond by haond
ôn tet wulde wakke straont.
Sie sist: dich wart umloikerst
vom kaatsen loant
ent befor ick sist: wâts onbehaont
waren tet baain til knackers ynt saont.

Wat is de betekenis van deze klanken, die ons deels vertrouwd, deels exotisch in de oren klinken?»

Noten

1. De fluiten van ver weg – De wereldmuziek der Cananefaten [de hele CD was daar gratis te downloaden, inmiddels, sinds 2013, te vinden op: YouTube].


Start : 22 november 2003 | Laatst bijgewerkt : 31 januari 2005


















































Bieslog