VorigeHeersers van Fresia, 694-962Volgende

Voorgeschiedenis

Inhoud van deze pagina

  1. Waar woonden ze ?
  2. Wie waren ze ?
  3. Friese muntslag ?
    Noten

1. Waar woonden ze ?

In de eerste periode van 268 jaar speelt alles zich af in en rond Fresia, ten noorden van Artesië (Frans Artois) en ten westen van Henegouwen (Frans Hainaut), en in Vlaanderen, dat is het toen nieuw ingepolderde land ten noordwesten van het oude Fresia (1). In de teksten over Fresia komen niet minder dan 1.600 plaatsnamen voor die in Nederland nergens te plaatsen zijn maar die in het noorden van Frankrijk wél kunnen worden aangewezen (2).

2. Wie waren ze ?

In de opeenvolging van de graven zijn er grote lege plekken die door de geschiedschrijvers met verzinsels zijn opgevuld en over familiebetrekkingen in de eerste periode staat nauwelijks iets vast (3). Eerst worden ze koningen genoemd, dan hertogen, en tenslotte tot graven. Buiten de naam ‘Fresia’ is er geen enkel concreet gegeven dat ze aan Friesland of Holland bindt. Het waren vooral legendarische ‘edelen’, die niet voorkomen in bekende oorkonden, van wie er geen oorkonden bekend zijn die ze zelf uitgaven, waarvan geen muntslag bekend is, noch wapens of zegels.

3. Friese munstslag ?

Er is weinig sprake van Friese muntslag, met een uitzondering, die erg twijfelachtig is :

«Reeds het belangrijke en nader te behandelen vraagstuk of de bekende gouden trientes uit den Merovingischen tijd met het opschrift “A u d u l f u s - F r i s i a” ons bekend maken met een overigens onbekende Frieschen vorst, hangt geheel samen met de geschiedenis van de Frankische munt»
[...]
«Op veel hooger peil dan de naslagen staan twee veel besproken en reeds terloops genoemde tiers de sol, die eveneens door sommige numismaten aan Friesland worden toegekend. De eene draagt het opschrift : D n A n a s t a s i u s F r i s., de andere vertoont het bekende Merovingisch-Frankische type en de randschriften : Audulfus frisia–victuria audolfo (Afb. 8:1,2). Eén exemplaar berust te Parijs, twee andere uit de vondst van Escharen in Brabant bezit het Haagsche Munt- en Penningkabinet.
De stijl is zoo goed, dat het kwalijk is aan te nemen, dat een Fries er de maker van was. Ware Friesland in staat geweest een dergelijke munt te leveren, dan zou het daar zeker niet bij gebleven zijn. Het munt-type is in stijl verwant aan de munten van Chlotatius II en moet dus omstreeks de eerst helft der 7e eeuw geslagen zijn. Sommigen denken aan een Frieschen vorst Audulfus, die dan een voorganger van Aldgils zou moeten zijn, doch stellen de vervaardiger op rekening van een Frankischen werkman. Andere willen van Friesland niet weten en kennen deze interessante munten toe aan den civitas Tricasium bij Parijs, waarvan Troyes de hoofdplaats was. Voorlopig lijkt deze laatste opvatting, de meening van den heer Prou, een der beste kenners van het Merovingische goudgeld, ons het meest aannemelijk. Met een oorspronkelijk Fries munttype hebben wij in elk geval niet te doen, want de hier bedoelde goud-stukjes passen geheel in het kader der in het Frankenrijk geslagen munten. Op de keerzijde staat zelfs een kruis, waaraan de letters alpha en omega hangen, christelijke symbolen, die men zich kwalijk kan denken bij een voorvader van Radbod.»
 (4)

Verder wordt er nog gesproken van Friese sceatta’s, maar daarbij gaat het om valsemunterij van onbestemde herkomst, op het continent nagemaakte Angelsaksische sceatta’s (5).


Noten

1. In Frans-Vlaanderen is een twintigtal plaatsnamen te vinden die onmiddellijk terug gaan op de Fresonen : Fersinghem, voorheen Frisinghem; Festibert, voorheen Fristubert; Frescôte; Frémicourt, voorheen Friesmecourt; Frésicourt; Fresne (4×); Fresnes-sur-Escaut (Escaut is de Franse naam van de Schelde); Fresnes-lès-Montauban; Fresnicourt-le-Dolmen; Fresnoie; Fresnoy (6×); Fresnoy-en-Gohelle; Fressain; Fresse; Fressin; Fressins; Fressinge; Frévillers, voorheen Friesvilla; Frévin-Capelle; Frissinghe; zie : Germania = Frans-Vlaanderen bij Tacitus / Albert Delahaye. – Bavel : Stichting Albert Delahaye, 1996. – 169 p. – p. 65-66. Overbodig te zeggen dat er in Nederland geen enkele is hoewel er op dat vlak iets is geprobeerd met Vreeswijk in Utrecht.

2. De ware kijk op..., deel I, t.a.p., p. 404-476. Albert Delahaye kwam tamelijk snel tot conclusies op grond van overeenkomsten van schrijfwijze en uitspraak, maar hij deed het beslist niet slechter dan dr. D.P. Blok voor Holland. Omdat hij een pionier was dient zijn werk kritisch te worden overwogen.

3. Voor de moderne versie van Groot-Friesland, zie : Wikipedia, Groep fan Auwerk, en vooral de geheel eigen site van Groep fan Auwerk, compleet met mythologische reeks van Friese koningen, overgaand in die van de graven van Holland, zonder bronnen; die lijst is in 2008 van deze site verdwenen, maar alleen om zijn opwachting te maken in de Friestalige Wikipedia, zie : Frisi, Normanni en Saxoni.

4. Friesland tot de elfde eeuw : Zijn oudste beschaving en geschiedenis / door mr. P.C.J.A. Boeles. – ’s-Gravenhage : Martinus Nijhoff, 1927. – 295 p. – (Uitgegeven bij de herdenking van het honderdjarig bestaan van het Friesch Genootschap van geschied- oudheid- en taalkunde te Leeuwarden in 1927). – p. 158 en 168-169.

5. Zie : Numismatische Kring Frisia.


Start : 30 mei 2004 | Laatst bijgewerkt : 28 november 2014
















Audulfus-munt

Twee vroeg zevende eeuwse munten, waarvan één met Audulfus-Frisia opschrift, de ander met Anastasius Fris.
Omdat er over deze munten nauwelijks iets te vinden is (wie weet meer?) zijn ze verdacht.
(Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw scherm)