VorigeIII.1Volgende

Jacob IJpelaan en Meijns Cornelisdr.

Jacob IJpelaan, vermeld als schepen te Heiloo 1615-1629 als IJpenland en IJpelaen, wonende in de Nieuwpoort, zoon van Willem IJpelaan en Maritje Pieters, zie II.1, geboren ca. 1580.

Jacob IJpelaan trouwt ca. 1601 Meijns Cornelisdr.

In 1602 en 1606 zijn er akten van getuigenis :

«Akten van getuigenis door twee inwoners van Heiloo betreffende aan hun verleende vergunning tot het bouwen van een huis benoorden de Ypelaan en het hebben van een brug en overpad op land toebehorende aan Margaretha van der Duyn (weduwe van Jan van Egmond van de Nyenburg (V 3) en aan haar schoonvader Cornelis (Jan Mourijnsz) van de Nyenburg (IV 5), 1602, 1606. 2 stukken.». (0).

In de eerste wordt Jacob IJpelaan in 1602, het jaar waarin de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) wordt opgericht, met zijn echtgenote als eerste vermeld met de familienaam : «van ijpen laen» :

«Opten dach van huydens Compareerden voor mij
Huybert Jacobsz vander Lijn Notaris publycq[ue]
bij den hove van hollandt geadmitteert resideren
binnen Alcmaer in kennisse van getuijghen
naegenoempt, Jacob Willemsz buijerman
 (1)
tot Heijloo. Geleden ende te kennen
gevende dat alsoo Cornelis vander Nijenburch
ende Griete Gerritsd[ochte]r weduwe van wijlen
Jan vander Nijenburch hem Comparant
precario
 (2) en tot weder seggen uijt vrintschappen
gegundt, toegelaeten ende geaccordeert hadden,
dat hij een huijs ofte wooninghe zouden moghen
setten en maecken op het Landt der voorn[oemde] Cornelis
vander Nijenburch en Griete gerritsd[ochter]r
toebehoren, gelegen inden banne van Heijloo
bijnoorden ijpenlaen, sulcx hij oock gedaen heeft,
hij derhalven voor hem, sijnen erven ende
nacomelinghen belooft heeft ende belooft bij desen
t voors[egd] huys en wooninghe mettet vorder
opstal vandien zonder eenich tegenseggen ter
vermaningen vanden voors[chreven] vander Nijenburgh ende
Griete Gerritsd[ochte]r ofte elcx van hen, haeren
erven ofte nacomelinghen ofte haerenlieder
actie hebben, costeloos ende schadeloos aft te
breecken ende t voors[chreven] Landt daer van t’ontledigen
sonder deur lanchheijt des tijts ofte
 
anderssints, eenighe coop ofte huijere
tot ofte an t voors[chreven] landt te mogen pretenderen,
ofte eenighen prescriptie te alle geven t zij hem
in wat manieren, ofte onder wat pretext
t zelve soude mogen weesen op peijnen van
alle daegen daer over te verbeureren twee h[ondert]
guldens, deen helft tot prouffijcte vanden
schoudt van Heijloo, en dandere helft van
arme weeskinderen to Alcmaer, dies
sal bij t overlijden van hem comparant, ende
wederhijlicken van Meijns Cornelisd[ochter]r zijne
huijsvrouwe ter optie ende keure staen vanden
voorn[oemde] vander Nijenburch ende Grijete
Gerritsd[ochte]r ende haere successeurs, off sij
t voor[chreven] getimmert tot seggen en arbitragie
van twee ofte drie timmerluijden aen haer
sullen willen nemen dan off sij voorschreven
Mijns Cornelisd[ochte]r t’selve getimmert alsdan
sullen willen doen aft breecken op peijnen
van tot dies vermaent sijnde ende daer van
in gebreecken blijvende, te verbeureren gelijcken
boete als vooren Voor de onderhoudingen
en voldoeninghen van tgundt voors[chreven] staet
en voorn[oemde] Comparant verbonden heeft, als
hij verbindt bij dese, sijn persoon en goederen
 
roeren[de] ende onroeren[de] present en toecomende
gheen uijtgesondert, stellende dselve tot
bedwanck
 (3) van allen Regten Regtenen ende
executien. Ende versochten hij Comparant
sijner van gemaect ende den voors[chreven] Cornelis
vander Nijburch ende Grietie Gerritsd[ochte]r
gelevert te werden een ofte meer openbare
acten in behoorlicken forma. Aldus gedaen
ende gepasseert binnen de voors[chreven] stede
Alcmaer ten woonhuijse mijns Notarij staende
in de Lange Straet, ter presentie ende
overstaen van Willem Jansz van Molenwet
deurwaerder vanden Hove van Hollandt en
Matheus Jansz boeckbinder hier ter stede
getuijgen van goede gelove hier toe met mij
Notaris versocht Actum den xije Jan[ua]rij a[nn]o xvi ende twee.
In waerheijts getuijgenis te hebben ick
Notaris voorn[oem]t dese met mijn gewoone
signaturen bevesticht
H vander Lijn Not[aris] 1602
bij mij Jacob Willemsz
van ijpen laen».
 (4).

Ten noorden van Nijenburg staat nog altijd een houten boerderij, met stenen voorgevel.

In 1614 en 1623 wordt Jacob IJpelaan als erfgenaam vermeld in de testamenten van zijn ouders.

Jacob Willemsz. IJperlaen wordt genoemd in een transportbrief van 27 maart 1632, medevoogd, mede verkoper, betreffende de verkoop van de gerechte helft van een stuk weiland gelegen in de Egmondermeer, in ’t geheel 863 roeden groot, berger maat, is voogd over Jan Claesz., Cornelis Claesz. en Aerian Claesz., tezamen met Cornelis Jacobsz. mede voogd over Aerian Pietersz.; andere mede verkopers zijn Cornelis Jacobsz. en Lourwris Ariaensz.; koper is Aelbert Clementsz..

«[bijgeschreven : 45] Jacob Willemsz ijperlaen ende Corn[eli]s Jacobsz
beijde woonen in de banne van Heijlo
als voochden van Aeriaen P[iete]rsz naegelaten
soone van Pieter Arisz voor de helft
ende een vijfte paert [= deel] ende verderhelft
Item d'voorn[oemde] IJperlaen als voocht
van Jan [doorgestreept : Claesz] Claes Corn[eli]s Claesz ende
Aeriaen Claesz beijde woonende in de
Varnebroeck voor haer selve Ende
Louris Aeriaensz woonende op de Sijpe
als oom en voocht van de kinderen
van Aeriaen Aeriaensz voor een
vijfste paert [= deel] van de wederhelft vercoopen
bij acte van Appprobatie van desen
gerechte in date den xviij Martij 1632
Aelbert Clementsz woonende in de
Varnebroeck bij de Kalckoven de gerechte
 
helft van een stucke weijtlandts gelegen
in de Egmondermeer inde banne deser Stede
groot int geheel viij en lxiij roeden bergermaet
doch bij de hoop sonder maet daer van de wederhelft
de voorn[oemde] Aeriaen Pietersz es[?] toebehoorende
belent met Jan Claesz ten suijden de Sijmon Huijgen
ten noorden de vaert ten oosten ende de
[keugs/kau?]sloot ten westen met alsulcke lasten
Ende ongelden als buijeren [=inwoners] ende lendens sijn drager
voor de somme van 1200-0-0 vrijgelt te betalen
op Carsmisse [=Kerstmis] 1631, 1632 en 1633 telckens een 1/3
voor de waerenenisse verbindt general[ijck] ende naer breder
teneur van de brieven hier van gemaeckt besegelt
bij [doorgestreept : ver] [boven regel: Kinnemaet[?]] ende Jacob Brasker
in dato des 27 Martijs 1632».
 (5).

We vinden de naam van Jacob Willemsz. IJpelaan (waarschijnlijk bedoeld : de erven van) en zijn zoon Simon zo laat als 1668 :

«Wij IJsbrant vander Velde officier mitsgaders Simon Pietersz Mors ende Dielof Dircksz Coning, schepenen der Heer-
licheijt Heiloo ende Oesdom, Oirconden ende kennen dat voor ons gecomen is: Jan Wilbertsz Coijman, ende bekende
wettelic vercost ende tot een vrijen eijgendom op gedragen te hebben so hij doet bij dezen aen ende ten behoeve van Jonckh[eer]
Joan vanden Nijenburch out burgem[eeste]r ende Raedt der stad Alcmaer, etc. Een crofte Geestlant gelegen inde
banne van Heijloo genaemt de bagijne Croft groot ontrent ses Hondert roeden, belent met Jacob Willemsz IJpelaan
ten noorden, Sijmon Jacobsz IJpelaen als bruijcker ten Oosten, Guurt Adriaens ten suijden d’ sijd welck ten westen
voor vrij lant niet verder beswaert dan buren en lenders ende in vougen t selve bijde vercoper is gepossideert
van welke vercopinge ende opdragte de voorn[oemde] Comparant hem bekende al ende ten vollen voldaen te sijn.
den laesten penning metten eersten, so dat hij daer omme beloofftde t'voorsz[egde] lant te vrijen ende te
waren van alle lasten ende beswaerenissen daer mede t selve so voor als geduren sijn eijgendom eenigsints belast ofte
beswaere soude mogen sijn. Daer voren verbindende sijn persoon ende generalicq alle sijne goederen
roerende ende onroerende geen vandien uijtgesondert makende die subject allen rechten ende rechteren
Transporterende nopende de 2 erdere waernisse den Here Coper de twee disfunctie oude quijtscheldingen
bij Hem daer van vercregen d' I [st]e besegelt ende gedateert den 16d[e]n julij 1666 en d’ laeste den XVde Juni 1668.
Met alle t’recht hem daer uijt competterende op de welke dese doorgesteken ende besegelt is. Actum sonder
fraude des t’oirconde hebbe ic officier voorn[oemd] (nadat dese bij gemelte schepenen was getekent t’Dorps
voor ende hier beneden aengehangen op den XVI d[e]n Juni Anno XVI achtensestich. In kennisse van mij secret[ari]s
 
st[uivers] den XL en penn[ing]
 
Henrik de Vos 1668»
 (6).

Kinderen van Jacob IJpelaan en Meijns Cornelisdr., volgorde onbekend :

  1. Cornelis IJpelaan, geboren ca. 1603, trouwt Willempje Pieters, volgt IV.1.
  2. Jan IJpelaan, geboren ca. 1604, trouwt Jannitge Frans, volgt IV.2.
  3. Simon IJpelaan, geboren ca. 1606, volgt IV.3.
  4. Vrerick IJpelaen, geboren ca. 1608, trouwt Trijn Gerrits, volgt IV.4.

Aantekeningen Aantekeningen

Met verbeteringen van Remko Ooijevaar te Heemskerk voor de transcriptie van de akten van 1602, 1632 en 1668.

Vervolg Volgende


Noten

1. Regionaal Archief Alkmaar, Familiearchief Van Foreest / Van Egmond-van den Nijenburgh, inventarisnummer vE, 246, 1602 en 1606.

2. Precario : bij wijze van gunst, tot wederopzegging, recht zolang de eigenaar het duldt.

3. Tot bedwanck : als onderpand.

4. Zie : Familiearchief Van Foreest / Van Egmond-van den Nijenburgh.

5. Regionaal Archief Alkmaar, Oud Rechterlijk Archief, inventarisnummer 148, aktenummer. 45, fol. 13v en 14.

6. Regionaal Archief Alkmaar, Familiearchief Van Foreest / Van Egmond-van den Nijenburgh, inventarisnummer vE, 264, 16 juni 1668.


Start : 31 december 1999 | Laatst bijgewerkt : 26 april 2010

Boerderij

De huidige houten boerderij ten noorden van Nijenburg, vermeld in 1589 als Nieuburcht hoef en in 1602 als bijnoorden ijpenlaen
(Foto : Augustus 2007)
(Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw venster)

Akte 1602

Akte 1602

Akte 1602

Akte van 1602, de inktvlek onderaan is van Jacob IJpelaan, bijgeschreven : «bij mij Jacob Willemsz van ijpen laen»
(Klik op de afbeeldingen voor een vergroting in een nieuw venster)

Akte 1632

Akte 1632

Akte van 1632
(Klik op de afbeeldingen voor een vergroting in een nieuw venster)