VorigeHet Hollandse Huis, 1101-1299Volgende


Inleiding

Inhoud van deze pagina

De Hollandse graven doen een gooi naar de Duitse kroon die slecht afloopt. De strijd tegen de Friezen is tot 1256 in Noord-Frankrijk te plaatsen; pas onder Floris V gaat het daadwerkelijk om West-Friesland, dat aan het eind van de dertiende eeuw door ‘Gelderse Friezen’, waarschijnlijk uit Kampen afkomstig, wordt gekoloniseerd.

Voor de kwestie waarom het hier te doen was doet de rest er eigenlijk niet meer toe. De onbestemde graven vonden vaste voet in een Hollands moeras, basta. Dat neemt niet weg dat de rest ook vergeven is van de mythen, maar ze zullen hier nauwelijks worden behandeld. Dat is het onderwerp voor een heel andere website.

De verdere geschiedenis is hier vooral van belang voorzover het gegevens aandraagt voor wanneer, waarom en hoe de mythen zijn ontstaan.



Start : 30 mei 2004 | Laatst bijgewerkt : 12 september 2004

Zou het waar zijn ?

«De kern van het graafschap Holland werd gevormd door het graafschap Kennemerland, dat 862 werd opgedragen aan de Noorman Rorik. De enige bronnen voor de vroegste geschiedenis zijn vier koningsoorkonden: de eerste schonk aan Hollands eerste graaf, Gerulf II (met wie het Hollandse Huis heet te beginnen), gebied bij Schoorl (889); bij de tweede kreeg diens zoon, Dirk I, Egmond en noorderlijker gebieden, terwijl Dirk II 966 het land van Waas en 985 Texel, Kennemerland en Maasland verwierf.» (1).

Holland5

Holland in 1345
(Klik op de afbeelding voor een vergroting in een nieuw scherm)

Het oorspronkelijke ‘Holland’ was het gebied ten zuiden van Dordrecht. Bij de uitbreiding in de twaalfde eeuw wordt dit eerst Oud-Holland, dan Zuid-Holland genoemd, en wel tot in de zeventiende eeuw. De rest van in grote lijnen de huidige provincie Zuid-Holland wordt dan als Noord-Holland aangeduid.
De huidige provincie Noord-Holland werd helemaal niet tot Holland gerekend, maar viel uiteen in Kennemerland en West-Friesland, Waterland en Amstelland, terwijl een deel onder het bisdom Utrecht viel. Dit maakt afdoende duidelijk waar de historische beweging begon en in welke geografische richting deze zich ontwikkelde.
Een mooi voorbeeld daarvan is het afschrift van een grafelijke oorkonde uit 1260 waarin ruwaardes Aleid met de hand van Florekijn, baljuw van Noord-Holland, zeven hoeven veen te Waddingsveen (bij Gouda en Boskoop) verkoopt aan Nikolaas, scultetus (schout) van Waddingsveen en anderen, en de voorwaarden vaststelt waarop de kolonisten dat land zullen bezitten (2).
‘Holland’ betekent overigens gewoon onland, ‘slecht land’, ‘moerasland’ (3).


1. Nijhoffs Geschiedenislexicon, t.a.p., p. 263, met kaart.
2. De oorkonden en de kanselarij van de graven van Holland tot 1299, t.a.p., p. 305.
3. Niet alleen Albert Delahaye geeft deze betekenis, maar hij is ook te vinden als naamsverklaring voor Olland onder Sint-Oetenrode in Noord-Brabant, zie : Nederlandse plaatsnamen, p. 172; voor Holland als ‘Houtland’, zie : De Annalen van Egmond, samengesteld te Gent. Er is wel een historisch Holtland geweest, genoemd in het Cartularium van Radboud, maar dat was Houtkerque op 12 kilometer noordoost van Cassel, of Houthem op 3 kilometer zuidoost van Ieper, zie : De ware kijk op..., deel 2, t.a.p., p. 500. De Holtland versie is al te vinden bij de veertiende eeuwse Johannis de Beke : «Na der Duutscher tale ist ghehieten Holtlant, wanter vele bosch ende houts in plach te wassen, mer nu hietet Hollant, want daer een lettere is uitghesneden.» (p. 8-9).