VorigePlaatsen in KennemerlandVolgende

Groet

Inhoud van deze pagina

Groet komt niet voor in het Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden (Brouërius van Nidek, 1792).

De Stad- en dorpbeschrijver (Van Ollefen, 1796) :

«HET AMBACHT EN HET DORP GROET; OF, GROEDE.
Dit dorp is zekerlijk het minste van geheel Kennemerland; de afbeelding welke wij onzen leezer er van mededeelen, zal hen die het plaatsjen niet in oogenschouw hebben genomen gereedlijk daarvan overtuigen; ’t is een dorpjen van ’t welk te recht gezegd wordt, dat het is:
Meer tegenspoed dan voorspoed onderworpen.
’T is ook het uiterste van geheel Kennemerland, en wij hebben er weinig van aantetekenen.
Wat de
LIGGING
Betreft: deeze is tegen den Zijpdijk, tusschen of aan de Zandduinen, nabij Schoorl en Kamp, tusschen welke plaatsjens eigenlijk het Dorpjen gelegen is: hetzelve ligt voords een groot half uur van de Zee. e[n] twee uuren ten Noordwesten.
Van de naamsoorsprong hebben wij niets kunnen ontdekken, ook vinden wij er bij de voorhande Schrijvers niets van aangetekend: S O E T E B O O M die anders zo naauwkeurig. ja zelfs tot omslachtigheids toe naauwkeurig is, spreekt zelfs van ’t geheele dorp niet een enkel woord.
STICHTING EN GROOTTE.
Wel wordt er mede niets bepaaldlijks van de stichting of aanleg van het dorp GROEDE geweeten; dan, zo veel echter is zeker dat het van ouden datum is; ’t is daarom dat wij onder onze bijgaande afbeelding van het dorpjen deeze regels plaatsten:
Prijkt met veele fchoone dorpen,
Kennemerland van ouds venmaard;
Groet, schoon ’t minsten van die dorpen, heert nogthans gelijken aart.
Gelijken aart naamlijk in vermaardheid, want ofschoon het reeds voor eeuwen lang in verval geweest zij, verzekert men ons echter bij overlevering te weeten, dat het vóór gezegde eeuwen een vermaard dorp is geweest; ook is het daarin met de andere Kennemerlandsche Dorpen van gelijken aart, dat het niet onaangenaam is gelegen.
Dat het reeds voor eeuwen lang in verval moet geweest zijn, blijkt daaraan, dat al in den jaare 1399, des reeds voor na genoeg vier honderd jaaren, deszelfs riemtaalen, met die van Petten van vijf tot twee verminderd werden, en dit uit overweeging van den soberen toestand des dorps. – Toen de Schoorlsche Dijk gemaakt moest worden; naamlijk in den jaare 1422, behoefde het dorp daartoe niet meer dan twintig man te leveren.
Wat de grootte betreft, het Ambacht Groet, of Groede is zeer klein in zijn bevang, bevattende naamlijk niet meer dan 293 morgen en een halve roede lands. – In 't jaar 1632 werden er in Groet 50, en in 1732, slechts 46 huizen in de lijsten der verpondingen gebragt; dit getal was in den jaare 1749 nog het zelfde.
Het
WAPEN
Van Groet Is een roode Leeuw op een blaauw veld.
Wat betreft de
KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
Hieromtrent valt al mede niets bijzonders aantetekenen; het kerkje is klein en net, en heeft een spitsen toren; de ingang is is zeer eenvoudig, doch ’t geheele gebouw heeft voords niets der aanschouwinge waardig.
Verdere Godsdienstige Gestichten zijn er te Groede niet voor handen.
WERELDLIJKE GEBOUWEN,
Zijn er mede niet; het recht huis wordt in de herberg gehouden.
Wegens de kerkelijke regeering van het Dorp op zig zelf, valt al mede nietsa antetekenen, alzo het sedert 1586, tot nu toe met Kamp, een dorp tusschen de Noardzee en Groet gelegen, vereenigd geweest is: men zie derhalven, dezen aangaande de beschrijving van dat dorpjen: de Predikant der beide dorpen is thans de Wel. eerwaarde Burger fannis rampen Joh. Fil.
WERELDLIJKE REGEERING.
Deeze beftond vóór onze gezegende Revolutie, uit den Ambachtsheer, benevens een Schout, Secretaris en drie Schepenen, alle welken door hem Ambachtsheer aangesteld werden; voords waren er negen Vroedschappen, waaruit de Schepens, van welken er jaarlijks twee afginge, gekozen werden. Thans is er de regeering, door de Volksstem, op den tegenwoordigen voet ingericht.
Ten slotte van deeze kleine beschrijving kunnen wij onder ons artijkel
GESCHIEDENISSEN.
Behalven het geen desaangaande reeds gezegd is, nog het volgende brengen.
Graet is van ouds, in zijn rechtsgebied met het dorp Petten vereenigd geweest; doch werd bij een handvest van Hertog albrecht van beieren, de dato 16 Mei van ’t jaar 1401 daarvan afgescheiden. Op den 17 November 1730, (anderen zeggen in ’t jaar 1723,) werd de Ambachts Heerelijkheid Groede, tot dien tijd toe met de Graavelijkheid van Holland vereenigd geweest zijnde, verkocht voor eene somma van ƒ 6000 aan dirk trip, Oud-Schepen en Collonel der Burgerije van Amsteldam; naderhand is eigenaar van de Ambachts Heerelijkheid geworden. godfried andries adriani, Resident van zijne Keizerlijke Hoogheid den Grootvorst van Rusland, als Hertog van Holstein Gottorp, bij onzen Staat. – De tegenwoordige Ambachtsheer is jan jacob sadelijn.
Groet levert verders niets in zijne Historie op; het heeft in de jongstledene troublen weinig deel gehad, en de Revolutie heeft er geene beweeging veroorzaakt.
Zie daar alles wat wij wegens dit dorpjen hebben kunnen aantekenen. – herbergen zijn er niet, dan een gewoone Dorpsherberg, en ook geene reisgelegenheden
 (1).

Noordhollandse plaatsnamen (Karsten, 1951), onder Schoorl :

«Tot de gemeente behoort het dorp Groet. oudtijds Grothen (± 1200, F. Egm., 79), een verkorte naam van groede, dat verwant is aan het ww. groeien. en aangeslibd, groen buitenland betekent, [in noot : Zie W.N.T., [Woordenboek der Nederlandsche taal] V, 794] en de buurtschappen Aagtdorp oudtijds ook Eechtrop (zie Hedendaagse Historie of Tegenwoordige Staat enz., VIII, 299) en Bregtdorp. waarvan het eerste deel een vrouwennaam is, tenzij men “Aagt” wil opvatten als het bekende Friese woord voor “laaggelegen weiland”, [in noot : Zie Schönfeld, Veldnamen in Nederland, 44. Ziet men de vorm in de Fontes. Egm., 93, nl. Ekthorp, dan is men geneigd om beide bovengenoemde meningen te verwerpen en de naam eenvoudig te verklaren als “hoekdorp” (eg = hoek)] Schoorldam, dat geen verdere verklaring behoeft, Catrijp, waarvoor ik verwijs naar Katwoude, Hargen, zie blz. 21 en Kamperduin, samengesteld uit kamp (= bepaald stuk grond) en duin; de buurtschap ontleent derhalve haar naam aan haar ligging in de duinen.» (2).

Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen (De Vries, 1962) :

«Groet, N[ederland]-N[oord]H[olland], onder Schoorl, betekent evenals Groede : ‘aangeslibd en met gras begroeid land’.» (3).

Lexicon van nederlandse toponiemen tot 1200 (Künzel et al., 1988/1989) :

«Groet
2 k[ilo]m[eter] n[oord]w[est] van Schoorl (Noordholland)
1130-1161 cop[ie]. ca. 1420: quartam partem terre ... iacentem in Haregan et in Grothen que singulis annis persolvit octo unc. (libStAdalb c. VI 2 FontEgm, p. 79.
voor de datering van het LibStAdalb zie: Meilink (1939), p. 70-73
o[ud]n[eder]l[ands]. grode, groede “landaanwas”, hier eerder “laag land aan zee”»
 (4).

De (mogelijke) betekenis van alle Noordhollandse plaatsnamen van Aagtdorp tot Zwanenburg (Pannekeet, 1988) :

«GROET (Schoorl)
Oude vormen: Grothem (± 1200); Groede.
Mogelijk is Grothem een 3e naamval meervoud, te omschrijven als ‘bij de groeten of groeden’. Het woord groede is verwant met het w.w. groeien en duidt op aangegroeid, aangeslibd land met gras begroeid. Vgl. de Zeeuwse plaatsnaam Groede en de fri. soortnaam greide = gras- of hooiland. In Langedijk bezigde men vóór de verkaveling de soortnaam ‘groetje’ ter aanduiding van een doorgaans zeer vruchtbaar stukje bouw- of weiland ± 50-70 cm boven het water gelegen. Daarnaast gebruikte men het woord ‘groetland’ ter aanduiding van bouw- of weiland dat afwisselend hoog of laag kon liggen en dat dikwijls slecht te bewerken was door de erin voorkomende ‘piklagen’ = slecht water doorlatende, kleverige kleilagen. Zie ook > Lex. blz. 155: oudned. grode, groede ‘landaanwas’, zie eerder ‘laag land aan zee’.»
 (5).

Nederlandse plaatsnamen (Van Berkel en Samplonius, 1995) :

«Groet [gem[eente].: Schoorl, NH] 1130-1161 cop[ie]. 1420 Grothen; 1224 cop[ie]. 1328 Grothem; 1343 Groeden; identiek met m[iddel]n[eder]l[ands]. groede, grode ‘landaanwas, aangeslibd en begroeid buitendijks land’ (zie Groede), hier mogelijk ‘laag land aan zee’. Het woord is een afleiding bij n[e]d[er]l[ands]. groeien (6).

De als oudste opgegeven naamvorm Grothen komt uit het Liber S. Adalberti uit de Egmondse abdij :

«Het liber sancti Adalberti is een verzameling van oorkondenafschriften en goederenlijsten, die in het klooster Egmond onder abt Lubbert (1206-1226) bijeengebracht is. Den tekst uit dien tijd bezitten wij niet, maar slechts een afschrift of bewerking in het 15e-eeuwse cartularium (E).» (7).

De tekst luidt :

«Domnus abbas Walterus emit a Berewaldo et Isbrando quartam partem terre, quam habuerunt Heike et Luva, iacentem in Haragan et in Grothen, que singulis annis persolvit octo unc.» (8).

Het is niet onmogelijk dat bij het kopieëren van deze pré-Hollandse tekst Groet en Hargen in gedachte waren omdat ze in verband worden gebracht met Walter, de werkelijke eerste abt.

‘Groed’ is in de omgeving een algemene veldnaam, in Castricum bijvoorbeeld de Etgroed (9).

Zie ook onder : Schoorl en Petten.


Noten

1. De Stad- en dorpbeschryver van Kennemerland, t.a.p.

2. Noordhollandse plaatsnamen (Karsten), t.a.p., p. 74.

3. Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandse plaatsnamen (De Vries(, t.a.p., p. 

4. Lexicon van nederlandse toponiemen tot 1200, t.a.p., p. 154-155.

5. De (mogelijke) betekenis van alle Noordhollandse plaatsnamen van Aagtdorp tot Zwanenburg (Pannekeet), t.a.p., p. 66.

6. Nederlandse plaatsnamen (Gerald van Berkel en Kees Samplonius), t.a.p., p. 77.

7. Fontes Egmundenses, t.a.p., p. 38*; zie ook.

8. Fontes Egmundenses, t.a.p., p. 79; zie ook : Adelbert van Egmond.

9. Zie : Gezin VI.3.


Start : 22 november 2003 | Laatst bijgewerkt : 26 januari 2007