VorigeDe vroege middeleeuwenVolgende

Het namenbestand uit de goederenlijst

Inhoud van deze pagina

  1. De namen uit de goederenlijst
  2. De namen in Holland en Utrecht
  3. De namen in de Pas-de-Calais
  4. Normen ter bepaling van de juiste streek
  5. Bronnen voor de vergelijking
  6. Tabeloverzicht van het namenbestand
  7. Toelichting bij de namen
    Noten

1. De namen uit de goederenlijst

In de eerste kolom van de onderstaande tabel zijn de namen te vinden uit de goederenlijst, alfabetisch geordend, waar van toepassing op een tweede lezing, en met vermelding van een genoemde kerk. Vanuit de eerste kolom kan worden doorgeklikt naar de toelichting bij de plaatsingen in de tweede (Holland-Utrecht) en derde (Pas-de-Calais) kolom.

Er is voor de toelichtingen gebruik gemaakt van de volgende werken, die verderop zoveel mogelijk volgens bestaand gebruik afgekort zijn weergegeven :

Voor Holland-Utrecht :

  • OBHZ : Oorkondenboek van Holland en Zeeland, uitgegeven van wege de Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Eerste Afdeeling tot het einde van het Hollandsche Huis / Bewerkt door Mt. L.Ph.C. van den Berg. – Amsterdam, ’s Gravenhage : Frederik Muller, Martinus Nijhoff, 1864. – 336 p. – No. 33, p. 23-35, Blaffert van de goederen der St. Maartenskerk te Utrecht. Omstreeks 960.
    Niet te verwarren met het nieuwere Oorkondenboek van Holland en Zeeland van dr. A.C.F. Koch, dat ook als OBHZ wordt aangeduid, maar waarin het Cartularium van Radboud niet is opgenomen.
  • OCSU : Het oudste cartularium van het Sticht Utrecht / uitgegeven door Mr. S. Muller Fz. – ’s Gravenhage : Martinus Nijhoff, 1892. – 276 p.
  • OSU : Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301. Deel I: [695-1197] / uitgegeven door Samuel Muller Fz. en A.C. Bouman. – Utrecht : Oosthoek, 1920. – xvi, 471, 144 p. – Nr. 49, p. 42-47.
  • DB : Diplomata belgica ante annum millesimum centesimum scripta. 1. Teksten / ed. M. Gysseling en A.C.F. Koch. – Brussel : Belgisch Interuniversitair Centrum voor Neerlandistiek, 1950. – lxxxviii, 461 p. – Nr. 195, p. 337-340
  • Blok : Het goederenregister van de St.-Maartenskerk te Utrecht / D.P.B. [=dr. D.P. Blok]. – In : Mededelingen van de Vereniging van naamkunde te Leuven en de Commissie voor naamkunde te Amsterdam. – 33e jaargang, 1957, nr. 2-3, p. 89-104.
  • Blok : De Franken, hun optreden in het licht der historie / Dr. D.P. Blok. – Bussum : Fibula-Van Dishoeck, 1968. – 120 p. – (Fibulareeks ; nr. 22). – Herdrukken 1974 en 1979 onder de titel De Franken in Nederland.
  • VdP : Scriptie van F.G. van der Poll, zoals aangehaald bij dr. D.P. Blok.
  • LNT : Lexicon van nederlandse toponiemen tot 1200 / R.E. Künzel, D.P. Blok en J.M. Verhoef. – Amsterdam : P.J. Meertens-Instituut voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde, 1988. – 490 p. – (Publikaties van het P.J. Meertens-Instituut voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen ; dl. 8)

Voor de Pas-de-Calais (1) :

  • DPC : Departement du Pas-de-Calais. Dictionnaire des communes [2 delen] / M. Harbaville. – [Reprint]. – Paris : Res Universis, 1992. – 386, 370, 12, 13 p. – (Oorspronkelijke uitgave 1842)
  • DT : Dictionnaire topographique du Département du Pas-de-Calais comprenant les noms de lieu anciens et modernes / rédigé par le Comte de Loisne. – Paris : Imprimerie nationale, 1907. – 499 p. (2). – De uitsluitend plaatselijke bronnen die dit werk geeft voor de afzonderlijke vermeldingen zijn hier vanwege de omvang niet weergegeven, men zij verwezen naar het boek.
  • WTWV : Woordenboek der toponymie van Westelijk Vlaanderen, Vlaamsch Artesië, het Land van den Hoek, de graafschappen Guînes en Boulogne, en een gedeelte van het graafschap Ponthieu / K[arel] De Flou, delen 13-18 bezorgd door J. de Smet, met indices door F. Rommel [Steenbrugge, 1953]. – Gent, Brugge : Koninklijke Vlaamsche academie voor taal- en letterkunde, 1914-1938, 1953
  • TWB : Toponymisch woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland, voor 1226. Deel I: A-M. Deel II: N-Z / Maurits Gysseling, met indices door Dom Floribertus Rommel. – Gent : Belgisch Interuniversitair Centrum voor neerlandistiek, 1960. – 2 dln., 1407 p. – (Bouwstoffen en studiën voor de geschiedenis van de lexicografie van het Nederlands ; VI, 1-2)
  • TGF : Toponymie générale de la France. Etymologie de 35.000 noms de lieux / Ernest Nègre. – Genève : Librarie Droz S.A., 1991. – 3 vols., 1852 p.
  • WK, I : De ware kijk op... / Albert Delahaye. – Herbewerking (met aanvullingen) van: ‘Vraagstukken in de historische geografie van Nederland’, 1965/66. – Zundert : [s.n.], 1984- . – Deel 1 : Noyon, het land van Béthune en Frisia. – Zundert : [s.n.], 1984. – 494 p.
  • WK, II : De ware kijk op... / Albert Delahaye. – Bavel : Stichting Albert Delahaye, 1999. – Deel II : Het Eerste Millenium. Historische mythen van de Lage Landen. – 647 p. – p. 481-523
  • NLN : Noms de lieux du Nord-Pas-de-Calais / Denise Poulet. – Paris : Editions Bonneton, 1997. – 232 p.

2. De namen in Holland en Utrecht

In de tweede kolom van de onderstaande tabel staan de namen zoals ze worden gegeven in het Lexicon van nederlandse toponiemen tot 1200 uit 1988. In de toelichtingen zijn eerdere, inmiddels – doorgaans stilzwijgend – verworpen speculaties weergegeven uit achtereenvolgens Het oudste cartularium van het Sticht Utrecht uit 1892, uit Het oorkondenboek van het Sticht Utrecht uit 1920, uit de Diplomata Belgica uit 1950, de plaatsingen van D.P. Blok uit 1957 en de aanvullingen daarop van F.G. van der Poll, en uit dr. D.P. Blok’s De Franken (in Nederland).

In de toelichtingen zijn alle opgegeven bronvermeldingen voor de geplaatste namen tot 1200 weergegeven, ook als het geen plaatselijke bronnen zijn (zoals bijvoorbeeld die van de Duitse kloosters Werden en Fulda, met hun uit Noord-Frankrijk afkomstige documentatie). Tenzij anders vermeld bevinden alle plaatsen uit de tweede kolom zich in Holland.

We zien dat er voor Holland-Utrecht – voorzover er geen “onbekend” is opgegeven – als regel honderden jaren openblijven tussen 870, het jaar van het ontstaan van het goederenregister, en de eerstvolgende vermelding. Een gat van vijftig of honderd jaar zou voor de betreffende periode geheel aanvaardbaar zijn; twee eeuwen en meer wordt twijfelachtig; maar met een tussenruimte van vier of vijf eeuwen kan een plaatsing welgevoeglijk worden afgeschreven. De afwezigheid van continuïteit in de documentatie tezamen met de plaatsing van afzonderlijke namen buiten de historische omgeving van het geheel van een documentatie waarin de plaatsnamen voorkomen is door Albert Delahaye geheel terecht ‘fragmentenhapperij’ genoemd.

Vasthoudend aan een reeks van sedert lang vastgelegde, maar daarom nog niet noodzakelijkerwijs juiste uitgangspunten werkten allerlei geschiedschrijvers – lang voordat er zoiets als ‘naamkunde’ formeel bestond – naar hun ongetwijfeld ‘beste weten’ om de lijst zo volledig mogelijk te maken en vooral om voor allerlei plaatsen een zo ‘oud’ mogelijke geschiedenis te kunnen samenstellen. Het verhaal wil tenslotte ook wat en er moet brood op de plank komen.

Er zijn nogal wat plaatsingen opgeworpen met een vraagteken, zo van : het zou kunnen, maar het zou ook kunnen van niet. Daar kopen we weinig voor, maar bij latere schrijvers werden die willekeurige gissingen al snel ‘waarschijnlijkheden’ en vervolgens zelfs ‘zekerheden’ – altemeer wanneer ze door ‘autoriteiten’ door de eeuwen heen werden herhaald –, vooral ook omdat er nu eenmaal niets beters was. Wat opvalt is dat terwijl geleidelijk steeds meer namen van de lijst zijn afgevoerd er, ondanks alle toegenomen historisch-geografische kennis en toegankelijkheid van de bronnen, heel weinig nieuwe zijn toegevoegd. Veel namen zijn, zo lijkt het, enkel op de lijst gebleven omdat er geen bijzondere redenen leken te bestaan om ze te schrappen en iets beters niet meer in het verschiet ligt.

Om te weten te komen waarop de gehandhaafde ‘overgeleverde zekerheden’ nu eigenlijk zijn gegrondvest moeten we nog verder in de tijd teruggaan dan hier is ondernomen, en het werk van vooral de historicus Izaak Hendrik Gosses (1873-1940) (3) kan daarbij een goed uitgangspunt vormen. Voorts moeten we nog verder terug naar de oudere, ooit zeer gezaghebbende werken van Adriaan Kluit (1735-1807) (4) aan het eind van de achttiende eeuw, en ook diens voorloper Frans van Mieris (1689-1763) (5). Deze schreven zelf ook weer ‘zekerheden’ over van eerdere ‘autoriteiten’ waarop ze als regel kritiekloos voortborduurden.

In 1864 wist Van den Bergh in zijn Oorkondenboek van Holland en Zeeland niet meer dan negen namen te plaatsen (en die zijn allemaal fout); alle overige speculaties sloeg hij over; de overige 172 namen liet hij open (of veronderstelde hij ze soms zó bekend dat ze niet meer gegeven of verantwoord behoefden te worden ?).

In nieuwere werken worden de plaatsingen doorgaans niet méér verantwoord dan in de oudere; er wordt zelden of nooit terugverwezen naar de eerste keer dat die plaatsing gedaan is met de redenering die daarbij werd gehanteerd; en er wordt zelden of nooit historische kritiek op die plaatsingen uitgeoefend; en ook als een plaatsing wordt verworpen dan wordt dat niet verantwoord maar verdwijnt die plaatsing onder groot stilzwijgen in de coulissen – waar anderen hem dan weer uit naar voren halen als ‘traditionele’ plaatsing die geen bewijs meer behoeft. Daarvoor bestaat al helemaal geen verontschuldiging meer sinds het geheel van deze plaatsingen in twijfel is getrokken en er een geheel andere streek is aangewezen.

3. De namen in de Pas-de-Calais

In de derde kolom van de tabel volgen de plaatsingen van Albert Delahaye in de Pas-de-Calais, een lijst die hij niet meer heeft kunnen documenteren, wat verklaart waarom er nog veel naspeuringen te doen zijn en de plaatsing van sommige namen onbevredigend blijft.

Er bestaan twee lijsten van zijn hand. De eerste is te vinden in de De ware kijk op..., deel I (p. 413-420); een tweede verbeterde en uitgebreide lijst – waar een aantal mogelijkheden door betere zijn vervangen en verder veel mogelijkheden zijn afgeschreven – in De ware kijk op..., deel II (p. 485-523). Die twee lijsten vertonen enkele verschillen, wat enkel duidelijk maakt dat Albert Delahaye voortdurend terugkwam op eerdere resultaten en zijn eigen werk kritisch benaderde. Voor de overzichtelijkheid zijn in de onderstaande tabel alleen de uiteindelijke plaatsingen uit deel II gegeven, in de toelichting ter vergelijking echter ook de afgeschreven plaatsingen uit deel I.

In tegenstelling tot de plaatsingen in Holland en Utrecht hebben deze lijsten de kritiek der eeuwen nog niet ondergaan : ze zijn nieuw en bijgevolg staan de afzonderlijke plaatsingen open voor debat, iets waarvan Albert Delahaye zich heel wel bewust was. Waarom het hem ging was minder de ‘absolute’ juistheid van al de afzonderlijke plaatsingen dan wel het vaststellen van de juiste streek waarin de namen thuishoren.

Daarvoor geeft hij voldoende duidelijke en moeilijk weg te praten plaatsingen, maar onvermijdelijk soms ook niet meer dan een ‘waarschijnlijkheid’ of ‘mogelijkheid’ die hij in het werk van anderen – resultaat van eeuwen van ‘traditionalistisch’ onderzoek en nadenken en niet veel meer dan allerlei gissingen – zo verafschuwde. Als het na vijfhonderd jaar nog steeds bij raden blijft is er duidelijk iets mis. Zolang het onderzoek nieuw is en nog volop gaande dan is dat daarentegen onvermijdelijk :

«Er mag evenwel bij voorbaat de mogelijkheid opengelaten worden, dat voortgezet onderzoek tot correcties zal leiden, wat slechts plezierig is wanneer een veronderstelling door een zekerheid of een betere waarschijnlijkheid vervangen kan worden. De bewijskracht van deze lijst ligt vanzelfsprekend in de totaliteit van het complex.» (6)

In toelichtingen is een begin van verantwoording gegeven met aanvullende informatie vanuit voor de streek topografische, naamkundige en historisch-geografische overzichtswerken, die geenszins uitputtend zijn, maar in Nederland desalniettemin zo goed als onbekend blijven, uit desinteresse en omdat de bronnen weinig toegankelijk zijn.

De oorspronkelijke namen, in het goederenregister soms gegeven in gelatiniseerde vorm, zijn op de taalgrens door de eeuwen verbasterd onder Nederlandse, Franse en Angelsaksische invloed, en ze worden in documenten als regel in een Franstalige vorm gegeven; dat wil voor de van oosprong Nederlanstalige namen zeggen : op uitspraak en soms in gedeeltelijke of gehele al dan niet fantasie-vertaling. Omdat het proces van ‘verfransing’ van de namen ook in uitspraak en schrijfwijze nog altijd doorgaat zijn er ook spellingsafwijkingen in de huidige namen.

Men bedenke dat middeleeuwse schrijvers de ‘taalregels’ niet kenden (die uit hun werk zijn afgeleid maar daaraan niet ten grondslag lagen) en dat ze vooral op uitspraak te werk gingen en hoe zij meenden dat een bepaalde klank geschreven diende te worden. Zes naamkundige verschijnselen, die tegen plaatsingen door Albert Delahaye in het veld zijn gevoerd – om onmiddellijk “onmogelijk” te roepen, dan wel “zwak”, cq. “taalkundige kul” (7), verdienen daarbij bijzondere aandacht :

  • Klinkerverschuivingen; ae, of i; ei, of o; uo; wanneer dit in het algemeen opgaat (voor nagenoeg alle klinkercombinaties en wel in beide richtingen) dan komt daar op de taalgrens de invloed van meerdere talen bij; aldaar is de aanvaarding van dergelijke verschuivingen niet alleen geheel aanvaardbaar, maar zelfs een voorwaarde voor begrip van de ontwikkeling van de namen;
  • Medeklinkerverschuivingen; gw en omgekeerd (GuillelmusWilhelmus; WisantumGuisantum); wb (WerkingehemBikinghem) en bv (Bello-Vello-) – en nog heel vele andere;
  • Letteromkeringen (inversies); -dore-odre wordt aangevochten voor Dorestadum → Audruicq; maar bijvoorbeeld Bert-Bret-, Fer-Fre- (FrekenesFercnes), LodinghemEldinghem (met klinkerverschuiving) en FelchinFlechin kunnen niet worden weggewuifd (net zo min als dat Hlitum gelezen dient te worden als Lithum); het is geen vraagstuk van dyslexie (woordblindheid) maar van een veel algemener taalverschijnsel; in verschillende afschriften van de Annalen van de St.-Bertijnsabdij in St.-Omaars vinden we bijvoorbeeld achtereenvolgens : Testrabant, Trestebant en zelfs Testebrant (8).
  • Voorloopletters en voorvoegsels; de stomme letter h wordt voorafgaand aan een klinker in geschrifte niet alleen ingevoegd, maar kan ook verdwijnen : HauteAut; Oding-Hoding-; EnlaHelne (met letteromkering); HanezinAnezin; Ost-Host-; OstrehoveHostrehove; HelvelinghemElvelinghem; lidwoorden, of de veronderstelling daarvan, kunnen verschijnen en verdwijnen: de d (OstrovilleDostreville) en de l (LestruemL’Estrem); datzelfde geldt voor voorvoegsel zoals windrichtingen (in al hun fantasie-spellingen : West → Vuen); voor Over- en Neder-; Ax- en Ub-; een e kan verschijnen en verdwijnen voor de p en de s.
  • Achtervoegsels; -berg, -burg, -broek, -dale, -dore, -gest, -hem, -hout, -kerk, -lo, -sant, -veld, -wald, -wic en -zele, om er maar een paar te noemen, kunnen verdwijnen, maar zijn niet onderling verwisselbaar; als ze in zekere zin ‘modeverschijnselen’ (9) zijn, dan veranderen ze niet onder invloed van een ‘mode’ : -zele wordt niet -burg (10); de uitgang van een oorspronkelijk Nederduitse naam, onder invloed van het Frans, kan echter wel bijna onherkenbaar worden; bijvoorbeeld -hem-ham, -han, -hen, -hin, -cam, -cum, -guem, -guen, -huem, -huen, -uing, -uingnes of zelfs -nies (11).
  • Vertalingen; -thorp en -hem (Nederduits); -thun (Saksisch); -ville en -court (Romaans) hebben allemaal dezelfde betekenis; zeker op de taalgrens is het volkomen normaal dat een plaats meerdere namen heeft, denk maar aan Luik, Frans Liège, Duits Luttich en Limburgs Lük, en vooral de uitgangen zijn gemakkelijk vertaalbaar; door de eeuwen heen zijn namen ook ‘gelatiniseerd’ in documenten gekomen (en ook dat geldt vooral de uitgangen) zonder dat die vormen de oorspronkelijke waren.

Daarbij moet worden opgeteld de invloed bij van plaatselijke dialecten; – voor het Frans (met name de Picardische dialecten (12)) zowel als voor het Nederduits (de Vlaamse en Saksische dialecten uit de streek) – die elkaar voor de naamvormen bovendien wederkerig beïnvloed zullen hebben – Franse naamkundigen wagen zich er nauwelijks aan omdat de Vlaamse en Saksische taalinvloeden voor hen een vreemd terrein zijn.

Er worden hier geen pogingen ondernomen om de namen te herleiden tot een ‘betekenis’. Met zoveel onzekerheden is dat net zoiets als astrologie of handleeskunde; kortom een “proto-germaanse kabalistiek” (13) waaraan M. Gysseling zich zo graag bezondigde – er valt altijd wel ‘iets’ van te maken en het doet er verder ook weinig toe.

Namenbestanden staan vanzelfsprekend altijd open voor meningsverschillen. Het fijngevoelige verschil tussen een ‘houdbare’, een ‘aanvaardbare’ en een ‘overtuigende’ plaatsing is natuurlijk heel betrekkelijk en ook een zaak van persoonlijk oordeel. Bij een getalsmatige beoordeling, zowel als die op het gehalte, springt bij de vergelijking tussen de Hollands-Utrechtse en de Noord-Franse namen het verschil toch wel erg in het oog. De paar ‘Hollandse’ treffers kunnen gemakkelijk verklaard worden als (schijn-)doublures : enerzijds namen die verplaatst werden vanuit hun streek van oorsprong waar ze veel eerder bestonden; anderzijds als niet meer dan oppervlakkige overeenkomsten in klank of schrijfwijze; en bovendien zijn de bronnen van een tweede vroeg-middeleeuwse vermelding als regel al evenzeer van Noord-Franse oorsprong (niet alleen veel namen uit de Egmondse bronnen, maar ook die uit Werden en Fulda).

Toponymische werken geven doorgaans de huidige naam als uitsluitende ingang wat maakt dat de historische namen doorgaans buitengewoon moeilijk terugvindbaar zijn (uitzonderingen worden gevormd door de registers van het Lexicon van nederlandse toponiemen tot 1200 en de Dictionnaire topographique du Pas-de-Calais). De bestaande naamkundige werken zijn bovendien verre van uitputtend en van het hier behandelde namenbestand zijn er bijvoorbeeld meer dan zestig niet opgenomen in het overzichtswerk Toponymie générale de la France (1991) (14). Voor een (Franstalige) inleiding tot de historisch-geografische samenhang van de streek kan worden verwezen naar het hier afzonderlijk opgenomen : De Pas-de-Calais in de vroege middeleeuwen (15).

Wie wil mag er gerust van uitgaan dat Albert Delahaye een ‘fantast’ was. Maar dan wel een die samenhang bracht en die vasthield aan zijn gekozen uitgangspunten – die bovendien zelf al het resultaat waren van een omvangrijk voorafgaand onderzoek. Mocht driekwart van zijn plaatsingen in Noord-Frankrijk ooit geen stand blijken te houden – het onderzoek gaat eerder in de richting van een tegenovergesteld resultaat – dan nóg is dat heel wat beter dan de uitslag voor Holland waar in het geheel niets aanvaardbaar kan worden geplaatst. De juiste streek, in heel de historisch-geografische samenhang, dient te worden vastgesteld vooraleer de strijd rond de duiding van de afzonderlijke plaatsnamen zelfs maar kan beginnen.

4. Normen ter bepaling van de juiste streek

Ten eerste is het nodig zich niet te verliezen in de nauwkeurige vertolking van de afzonderlijke namen. Ter vaststelling van de juiste streek dient een vergelijking mogelijk te zijn tussen Utrecht en Tournehem (16). Daartoe kan een vijftal – alfawetenschappers wellicht tegen de borst stuitende – getalsmatige normen (voor anderen wellicht begrijpelijker : kwantitatieve criteria) worden opgesteld :

  1. Aantal. Van de lijst dient het overgrote deel van de namen aangewezen te kunnen worden. Zelfs als we alle ooit gedane en vervolgens verworpen gissingen meetellen dan komt het voor Holland-Utrecht met 109 geplaatste namen niet boven de 60%. Het Lexicon van nederlandse toponiemen tot 1200 geeft echter voor nog maar 71 van de 181 namen een plaatsing en 110 keer “ligging onbekend”, ofwel een resultaat van 62% ontbrekende plaatsingen. Nu kunnen er inderdaad plaatsen met hun namen verdwenen zijn (“verdronken land” volgens dr. D.P. Blok), maar in zulke aantallen roept het toch wel erg grote vragen op. Albert Delahaye daartegenover geeft voor de Pas-de-Calais 177 plaatsingen, ofwel 98% van het totaal.
  2. Archeologie. De plaats dient in de negende dan wel tiende eeuw te hebben bestaan met een archeologisch aantoonbare doorlopende bewoning sindsdien. Voor de Hollands-Utrechtse plaatsen ontbreekt die materiële grondslag. Omdat de uitslag voor Holland-Utrecht de 0% benadert is het alleen daarom al duidelijk dat het daar om de verkeerde streek gaat. De uitslag voor de Pas-de-Calais kan bijgevolg moeilijk lager zijn, en er is geen strijd over de vraag of díe streek sinds de Romeinen ononderbroken bewoond werd.
  3. Tweede bron. De plaats dient uit een andere, onafhankelijke bron bekend te zijn, bij voorkeur een plaatselijk document, ter bevestiging van het bestaan van de plaats ter plekke in de betrokken periode. Zelfs met een heel ruime marge van 250 jaar sinds het ontstaan van het goederenregister blijven er voor Holland-Utrecht tot het jaar 1120 maar vijftien plaatsen over (Alphen aan de Rijn, Zuiderzee, Muiden, Vechten, Hargen, Haarlem, Leiderdorp, Limmen, Medemblik, Rijn, Roodenburg, Schoorl, Texel, Vroon, Uitermeer) met een tweede bron, waarbij we er hier aan kunnen voorbijgaan dat die tweede bron als regel ook van Noord-Franse afkomst is, maar ze dienen vervolgens toch te worden doorgestreept vanwege de ontbrekende archeologie. Ter vergelijking zijn voor de Pas-de-Calais de dertig meest overtuigende plaatsingen, twee keer zoveel, van een   voorzien, men lette vooral op de plaatsen waarvan kerken zijn vermeld. Voor de Pas-de-Calais, waar de archeologie nauwelijks een discussiepunt kan vormen, blijven er 99 namen over die vóór 1120 worden vermeld in plaatselijke bronnen. Daarop kan alleen worden afgedongen door eerst betere argumenten te geven in het voordeel van de Hollands-Utrechtse versie van hetzelfde verhaal en met minstens dertig houdbare, door een tweede bron en door de archeologie gesteunde plaatsingen te komen.
  4. Hoofdplaatsen. Voor de vaststelling van de juiste streek hebben de grotere, belangrijker plaatsen meer gewicht dan allerlei gehuchten, die uit de aard der zaak moeilijker kunnen worden nagetrokken omdat ze doorgaans slechter zijn gedocumenteerd. Aan Traiectum dient natuurlijk bijzonder gewicht te worden toegekend, net als aan namen zo belangrijk als Almere en Dorstato.
  5. Kerken (in de eerste kolom aangegeven met : ). Ook de plaatsen waarvan negende of tiende eeuwse kerken worden vermeld verdienen daardoor bijzondere aandacht : Bevorhem, Galana, Haltna, Limbon, Risuuic, Thorhem, Tlex, Upchirika, Valcanaburg. Geen van de genoemde kerken kan in Holland-Utrecht of wijde omgeving met enige redelijkheid worden aangewezen en vier van de met kerk genoemde plaatsen gelden zelfs als geheel ‘onbekend’. Als daaraan kan worden toegevoegd dat in de Pas-de-Calais tientallen Sint-Maartenskerken (waarop Utrecht een beroep doet, maar waarvan het “infra muros quam et a foris” zo weinig kan tonen) kunnen worden aangewezen van vóór de dertiende eeuw, dan is het pleit in dit opzicht ook snel beslecht.

Daaraan kunnen vier kwalitatieve criteria worden toegevoegd :

  1. Bronnenmateriaal. Voor Nederland is het bronnenmateriaal schaars maar geheel toegankelijk, zoals door de Oorkondenboeken van Holland/Zeeland en Utrecht en door de verschillende toponymische werken. Voor de Pas-de-Calais daarentegen blijft veel ononderzocht. Wanneer voor Nederland geen nieuwe ontdekkingen meer verwacht kunnen worden liggen de mogelijkheden voor de Pas-de-Calais nog wijd open. Er moet de nadruk op worden gelegd dat de bronnen die voor Holland-Utrecht worden gegeven als regel van oorsprong Noord-Franse bronnen zijn die valselijk voor Holland-Utrecht zijn opgeëist en bijgevolg ontbreken in toponymische werken voor Noord-Frankrijk.
  2. Geografisch verband. De plaatsen moeten zich binnen een redelijke afstand van het centrum bevinden en in samenhang met elkaar. Voor Utrecht is er in dit opzicht met een klein deel van de namen een poging ondernomen door dr. D.P. Blok. Voor de Pas-de-Calais kan worden verwezen naar de kaarten van Albert Delahaye. Daaruit volgt ook een verschil in werkwijze.
  3. Werkwijze. De Hollands-Utrechtse uitleg van het goederenregister hangt vooral af van de enkele plaatsing van Traiectum dat vertrekpunt en eindpunt vormt; de rest is daaraan opgehangen. Voor de Frans-Vlaamse opvatting daarentegen wijst het geheel van de historisch-geografische omgeving van het bisdom Traiectum in de richting van Tournehem. Dat geeft een diametraal tegenovergestelde werkwijze.
  4. Naamkunde. Naamkundig moet een plaatsing aannemelijk gemaakt kunnen worden. Feitelijk is dit echter het minst gewichtige argument voorzover de naamkunde de historisch-geografische samenhang dient te volgen en deze krachtens het eigen vakgebied geen dwingende ‘vertaling’ naar bestaande plaatsen kan opleggen.

5. Bronnen voor de vergelijking

Voor de plaatsingen van de namen in Nederland is het LNT als uitgangspunt genomen. Omdat dit slechts namen geeft tot 1200 zijn de gegevens waar nodig aangevuld vanuit PNP voor de periode ná 1200, met name als er geen tweede vermelding van vóór het jaar 1200 is. Uit eerdere publicaties zijn in de toelichting plaatsingen overgenomen, ook als ze in LNT zijn afgeschreven. Als in het LNT iets is afgevoerd dan kunnen er evenwel geen gewichtige redenen meer bestaan om die plaatsingen toch nog te willen handhaven.

Voor de Pas-de-Calais is natuurlijk uitgegaan van het namenbestand van Albert Delahaye, gedocumenteerd vanuit DT als meest algemeen overzichtswerk, en met aanvullingen uit TGF, TWB, DPC en WTWV. Dat volstaat niet, omdat er méér bronnen zijn en er voorbij is gegaan aan andere, zoals archeologische en geografische argumenten, die slechts spaarzaam zijn toegevoegd in opmerkingen. In de derde kolom staan de namen in groen aangevinkt () die vóór 1120 vermeld worden en tegelijk naamkundig ‘aanvaardbaar’ zijn; alle overige hebben een rood kruis ().

Blijft nog een argument van Hans Kreijns :

«Als belangrijkste argument voor de visie Tournehem gelden de toponiemen van de omgeving. In ieder van oudsher dicht bewoond gebied zijn echter met enige fantasie veel mogelijke plaatsnamen aan te wijzen.» (17).

Dat sluit Holland en Utrecht uit omdat er geen bewoning van enige betekenis kan zijn geweest; maar voor het overige zou het raadzaam zijn eens te proberen de namen te plaatsen in de omgeving van de andere kandidaat-Traiectums, namelijk Antwerpen en Maastricht – of welk ander ‘dichtbevolkt’ gebied dan ook. Het zou snel blijken hoe moeilijk het is om een dergelijk namenbestand geplaatst te krijgen; vergelijk het povere resultaat voor Holland-Utrecht.

6. Tabeloverzicht van het namenbestand

Namenbestand uit de goederenlijst
( = met kerk)
Naam in document Traditionalistisch Pas-de-Calais
Accasthorp Onbekend Acheville
Alfna Alphen aan den Rijn Elnes
Almere Zuiderzee Plaine Flamande, Zeebaai
Aluitlo (Alvitlo) Elft Streek rond de rivier Val
Amuthon Muiden Monding van de Aa 
Axmeri Scota Onbekend Les Marichons
Bante Onbekend Bainghem
Batchem Onbekend Basseux of Bayenghem-lès-Eperlecques
Beccanburen Onbekend Béconvalle
Beinhem Onbekend Bainghem 
Benetfelda Onbekend Windefeld
Bergum Bergen Bergues 
Beuorhem (Beverhem)  Onbekend Beuvrequen 
Blectinghem Onbekend Blendecques
Braacanhem Onbekend Braquincourt
Bredhem Breem Berthem
Brokhem Onbekend Les Breucqs
Bunninchem Bunnik, Utrecht Bonningues-lès-Ardres 
Buosinhem Beusichem, Gelderland Boëseghem 
Burem Onbekend Buire-le-Sec 
Calmere Onbekend Colembert
Campthorpa Kamperduin Cantinart
Corscan Onbekend Courset
Cunulfhem Onbekend La Quenouille
Dalmersce Onbekend Onbekend
Dorstado Wijk bij Duurstede Audriucq
Eddingem Onbekend Audinghen 
Edesthorpa Onbekend Edequines
Hegginghem (Egginghem) Onbekend Wacquinghen
Elfnum Onbekend Elinghen
Ellunhtem (Ellunthem) Onbekend Alincthun
Epbaradum Onbekend Hapart of Barastre
Feedna Vechten Le Wetz
Feht (Feth), rivier Vecht Le Wetz
Felisun Velzen Feuchy 
Fengrimahuson Ham Onbekend Les Wrimetz
Fennepa, rivier Vennep (water) Denna Watergang
Flieta, rivier Onbekend Onbekend
Fore Veur Onbekend
Foreburg Voorburg Fournehault
Forschate Voorschoten Fouquières
Fresdore Onbekend Fresnicourt
Fresionouuic (Fresionowic) Vreeswijk, Utrecht Fressenghe of Frissinghe; waarschijnlijk bedoeld : Fersinghem
Galana  Onbekend Galametz 
Galinghem Onbekend Garlinghem 
Ganga Onbekend Cagnicourt
Germepi (pago Germepi), bij Isla aqua Onbekend Guarbecque
Gestnipemutha Onbekend Questinghen
Getzeuuald (Getzewald) Onbekend Le Wetz
Ginnele Onbekend Guinecourt
Gintasstrip Onbekend Givenchy-en-Gohelle
Gisleshem Onbekend Guslinghem
Gnisingo Onbekend Gustinghem
Godolfhem Onbekend Godelimbreucq
Haltna  Houten Annay 
Hanatce Onbekend Annezin-lès-Béthune
Haragum Hargen Haringzelle
Haralem Haarlem Hardelot
Hasehem Onbekend Hazuinge
Helnere Hillenaer Elnes 
Helspenni Onbekend Nordausques
Hermeshem Onbekend Hermies
Heslem Onbekend Hélesmes
Heslemaholta Onbekend Hellemes
Holanuuehg (Holanwegh) Onbekend Hollingues
Holtlant Onbekend Houtkerque of Houthem
Holtsele Honsol ? Assinghen
Houerathorp (Hoverathorp) Onbekend Offrethun
Hrothaluashem (Rothulfuashem?) bij Riswic Onbekend Helvelinghem
Husidina Huisduinen Houdain 
Husingesgest, Hustingest Onbekend Autingues
Huuuido (Huwido) Onbekend Hove
Isla aqua Hollandse IJsel Lys en/of Lijzel
Laca (fluvium Laca), rivier De Lek La Lacque
Landei Onbekend Landas
Landiage Onbekend Landrécies
Langongest Onbekend Longueville
Lanthem Onbekend Lannoy
Legihan Leiderdorp Lédinghen
Leithon, prima, secunda en tertia Leiderdorp Ledquen
Ler Onbekend Laires
Lethem Onbekend Lestrem
Lidum Onbekend Lidinghem
Hlithum (Lithum) Onbekend Listergaux
Limbon  Limmen Limon 
Lippinge Ter Lips Dippendalle
Litiongest Onbekend Langastre
Liusna Onbekend Loison
Loccha De Lek (water) Loquin
Iodichem (Lodichem) Odijk Lédinghen 
Lonora Laca Loenersloot, Utrecht Longuerecque of deel van het Almere
Loppishem Lopsen onder Leiden Locquinghen of Lozinghem
Lorek Loerik Lorgnies
Lote Onbekend Louches
Luddingem Onbekend Lottinghen
Lux Onbekend Lugy
Macteshem Onbekend Mecquignes
Marandi Onbekend Marant 
Marsna Maarsen, Utrecht Mernes
Masalande Maasland Mazinghen of Moslains
Masamuthon Onbekend Mond van de Moze
Medemolaca Medemblik Water in het zuiden van het Almere
Merchishem Onbekend Merckegem 
Nesse Onbekend Le Nez
Nesseshort Onbekend Nesles of La Héronnerie
Niftarlaca Onbekend Eperlecques
Norhtgo (Northgo) Noordwijk-Binnen Nordausques
Norhtuualde (Northwalde) Onbekend Noir-Bois
Northanheri (Northanhem) Onbekend Norrent-Fontes
Osbragttashem Onbekend Brexent-Enocq
Osfrithhem Onbekend Honvaut
Osgeresgest Oegstgeest Engoudsent
Oslem Onbekend Etrehem
Ostarburghem Onbekend Ostrehove of Ostreville
Ostburon (Astburon?) Oostbuurt Acquin-Westbécourt
Host Eppinheri (Ost Eppinheri, Ost Eppinhem) Onbekend Epenchain of Epiqchain
Hostsagnem (Ostsaghem) Onbekend Hottinghem of Sainghin
Pathem Petten Pitgam of Pihen 
Pillinghem Onbekend Peuplingues
Pischem Onbekend Pihem 
Polgest Poelgeest Polincove
Potarnem Onbekend La Poterie
Rec Onbekend Recques 
Renus (Rhenus, Hrenus), rivier Rijn Schelde
Rinasburg Rijnsburg Helvelinghem of Ricquebourg
Risuuic (Riswic)   Rijswijk, Gelderland Le Rietz
Rodanburg Roodenburg Rotembert
Rudinhem Onbekend Ruminghem of Rodelinghem
Rufinghem Onbekend Rouvignies
Rugrum Onbekend Rodrechen
Ruperst Onbekend Rupembert
Scata Onbekend Setques
Schupildhem Onbekend Le Schoubrouck
Scoronlo Schoorl Les Cottes Penches
Scranaholt Onbekend Créhem
Simile De Zemelen Rumilly
Stene Onbekend Steene of Stene 
Strude Stroe Estrouannes 
Suattingaburim Onbekend St.-Inglevert
Suegon Onbekend Zouafques
Suegsna Zwesen Zouafques
Suetan Zwieten Zunesticq
Suhthusum (Suthhusum) Onbekend Zuthove
Suhtrem (Suthrem) Onbekend Zudrove
Suinoverit Onbekend Zwinart
Taglingi Teylingen Le Tailly
Tlex (Texle, Texla), eiland  Texel Axles 
Thangburga Onbekend Taigneville, Tannay of Tangry
Thorhem  Onbekend Tournehem 
Traiectum Utrecht Tournehem
Turre Tuer ? Tournes
Ubburon Buren, Gelderland Ouvrehem
Vpchirica (Upkirica)  Onbekend Northkerque 
Uphuson Onbekend Upen
Upuuilcanhem (Upwilcanhem) Onbekend Wicquinghem
Uranlo (Vranlo) Vroon Hurionville
Uteromeri Uitermeer Neder-Meersch
UUeromeri (Uveromeri, Weromeri) Overmeer Deel van het Almere
Uabbinghem (Vabbinghem) Onbekend Outreau 
Uagarafelda (Vagarafelda) Onbekend Vacquerie-le-Bouc of Vacquerietta
Ualcanaburg (Valcanaburg)  Valkenburg Fauquembergues 
Uaroht (Varoht) Onbekend Waringzelle
Uelesan (Velesan) Velzen Bellozanne of Vélingen
Uennapan (Vennepan) Onbekend Denna Watergang
Uilishem (Vilishem) Onbekend Willems of Willies
Uiuuuarflet (Viuwarflet) Onbekend Zwinart
UUrdin (Vurdin) Woerden Fréthun
UUalricheshem (Walricheshem) Onbekend Warcove
UUarmelde (Warmelde) Warmond Vermelles
UUatdinchem (Watdinchem) Ter Wadding Wadenthun
UUefrisse (Wefrisse) Onbekend Wavrechain
UUemminge (Wemminge) Wambays Wamin
UUerken (Werken) Werkhoven Wirquin, Remilly-Wirquin, Ouve-Wirquin of Verquin
UUestanne (Westanne) De Westen Westende
UUestarburghem (Westerburghem) Onbekend Westbécourt
UUest Eppinheri (West Eppinheri, West Eppinhem) Onbekend Epiquenhem
UUestsagnem (Westsagnem) Onbekend Sachin
UUihtmundhem (Withmundhem) Onbekend Wissant 
UUilkenhem (Wilkenhem) Onbekend Wicquinghem
UUiron (Wiron) Wieringen Wierre-Effroy 
UUirthvm (Wirthum) Onbekend Fréthun

7. Toelichting bij de namen

Accasthorp

  • Accasthorp. – OSU, Akersloot ? – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 56, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Accasthorp. WK, I, 413, Accasthorp, Acheville. – WK, II, 486, Accasthorp, «dat voorkomt op de lijst van 870, is Acheville, op 12 km noordoost van Atrecht.» – DT, 3, Acheville, gemeente Vimy; Axseville, 1070; Alciovilla, 1129; Aisenvilla, 1143; Asselville, 1198; Aisseville, 1207; Asceville, 1221; Ascevile, 1227; Aissevilla, 1237; Aiscierville, 1246; Achevilla, 1251; Aisseville-en-Artois, 1328; Asseville, 1407; Daisseville, 1430; Hascheville, 1569. – TGF, 16421, Acheville, Pas-de-Calais; Axsevilla, 1070; Achevilla, 1178; Ascevilla, 1221. – TWB, 36, Acheville, Acheuilla, 1178, kopie ± 1178. – DPC, II, 240, Acheville; Axvilla, 1070. – Vergelijk : Axmeri Scota.
  • Accas komt overeen met Axse/Ache en -thorp is vertaald als -ville. – Vergelijk : TGF, 18263, 18365, Acqueville, Calvados; Achelunda, 1070-1079, Achevilla, vanaf de dertiende eeuw.

Alfna

  • Alfna. – OCSU, OSU, Alfen. – DB, Blok, Alphen aan de Rijn. – LNT, 61, Alfen aan de Rijn, Zuid-Holland; Albanianis, ca. 300, kopie zevende eeuw; Albanianis, ca. 365, kopie dertiende eeuw. – PNP, 6, Alphen aan den Rijn; Alphen, 1264, kopie 1340. – Er is te Alphen aan den Rijn Romeins gevonden, maar geen vroeg-middeleeuws (18). – Vergelijk : Alfen, Gelderland; en Alfen, Noord-Brabant.
  • Alfna. – WK, I, 413, Alfna, Eleu-dit-Lauwette. – WK, II, 486, Alfna, «vermeld in de lijst van 870, is Elnes op 12 km zuidwest van St.-Omaars.» – WK, II, 486, Alfna, «in de Sudergo, waar St. Ludger gepredikt heeft, is Elnes op 11 km zuidwest van St.-Omaars». – DT, 131-132, Elnes, gemeente Lumbres; Eusnes, 1084; Enella, 1119; Enela, 1157; Enla, 1171; Helne, 1175; Ennela, 1179; Anla, 1184; Elne, 1220; Enle, 1365; Eulle, 1507; Enlles, 1515; Oeulle, 1518; Esnes, 1545; Eulne, 1696; Elnes, 1720; Hennes, 1739; Elle of Henne, 1739; Enne, achttiende eeuw. – TGF, 14625, Elnes, Pas-de-Calais; Eusnes, 1084, wellicht te lezen als *Ensnes; Enla, de Henliaco, 1171; Enele, 1175; Elne, twaalfde eeuw (TWB). – TWB, 312, Elnes; Enla, 1171, kopie ± 1240; Enele, 1175, kopie zeventiende eeuw; de Henliaco, 1171, kopie ± 1240; Elne, 1175 (kopie twaalfde eeuw) resp. Helne (kopie achttiende eeuw). – DPC, II, 219, Elnes; Elena, 688; Ailne en Enne, twaalfde eeuw; kerk vermeld in 961. – DT, 131, Éleu-dit-Leauwette, kanton Vimy; Ailoex, 1070; Alois, 1109; Ailois, 1115; Ailues, 1119; Ailoes, 1140; Aylos, 1170; Aloz, 1171; Ailos, 1173; Alues, 1173; Aluez, 1174; Ailuues, 1218; Elues, 1250; Heilues, 1252; Aillues, 1330; Elloeus, 1336; Eiloes, 1339; Aielloes, veertiende eeuw; Leauvette, 1663; Esleu-dit-Leauette, 1720; Esleuz-l’Eauette, 1739; «Éleu-dit-Leauwette, en 1789, faisait partie du bailliage de Lens et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné d’Hénin-Liétard, district d’Arleux-en-Gohelle, était consacrée à saint Pierre; l’évêque d’Arras conférait la cure.»
  • Zie ook : Helnere.

Almere

  • Almere. – OSU, DB, De Zuiderzee. – Blok, ontbreekt. – LNT, volgens register Alkmaar. – LNT, 63, deel van het huidige IJselmeer; Aelmere, 755-768, kopie begin negende eeuw, ad 753, Willibald, Vita S. Bonifatius; Almari, na 786, kopie zestiende eeuw, ad begin achtste eeuw, Liudger, Vita S. Gregorius; Almeri, tiende eeuw, Werden; Almere, tiende eeuw, Vita S. Odulphi; Almere, 953; Almere, 966, na 968, kopie eind elfde eeuw; Almere, 975, kopie tweede helft twaalfde eeuw; Alechmeri, ca. 1025, kopie vijftiende eeuw, ad begin negende eeuw; Almere, 1057 ?, kopie tweede helft twaalfde eeuw; Almeres, 1082-1121, kopie vijftiende-zestiende eeuw; Almere, 1171, kopie tweede kwart dertiende eeuw. – Alcmere is een verdubbeling van Almere maar bij Alkmaar nooit een waternaam geweest. – dr. D.P. Blok leidt de naam Alcmere af uit allec (= modder). – Zie ook : Alkmaar. – De naam Almere is pas na de veertiende eeuw op de Zuiderzee begrepen. – De gemeente Almere ontstond na de inpoldering van Flevoland in 1968.
  • Almere. – WK, I, 413, Almere, Plaine Flamande. – WK, II, 486, Almere, «vermeld in de lijst van 870, is identiek met het Flevum uit de Romeinse periode. Het is de voormalige zeebaai tussen Calais, St.-Omaars, Bergues en Brugge, de huidige “Plaine Flamande”. In de Romeinse tijd gedeeltelijk verland, maar in de 3e eeuw weer volledig zee geworden, en in de 9e eeuw weer verland. In de regionale teksten vermeld als Almere, la Fleur (relict van Flevum), Clos Almer of Motte Almer, toen de verlandingen verder gevorderd waren. Blijkens de lijst van 870 bezat het bisdom er de tienden van de “cogschuld”, een bewijs dat het Almere bevaren werd, een bewijs tevens dat het niet identiek is met de Nederlandse Zuiderzee, waar bij de drooglegging niets van vóór de 11e eeuw gevonden is. De Zuiderzee heeft nooit de naam van Almere gehad. Ten zuiden van het Almere bracht St. Bonifatius ca. 719 enige tijd door te Wyrda (Fréthun) en te Attingahem (Autingues, of Assinghem op 11 km zuidwest van St.-Omaars).» – WK, I, 413, Plaine Flamande. – WK, II, 486, «Alechmere Fluvium, in het Leven van St. Frederik genoemd, slaat op het zuidelijk deel van het Almere, waar de Aa uitstroomde en de baai het aanzicht had van een brede riviermond. Het is zelfs niet uitgesloten dat de naam Almere afkomstig is van de rivier de Albis (Aa), die boven St.-Omaars in het Almere uitstroomde.». – WK, II, 306, Alara, «een rivier, waar Karel de Grote in 782 op de plaats Ferdia (Fréthun) Saksen liet vermoorden, is het Almere, verkeerd geschreven omdat de kopiïsten de juiste streek en de juiste naam niet kenden». – De Vitæ van Bonifatius, Gregorius en Odulphus, en andere teksten waarin het Almere wordt genoemd, horen thuis in Noord-Frankrijk.
  • Zie ook : Fresonen, Normanni en Saxonen, onder : De Saxonen onder Karel de Grote gedeporteerd, 775-804. – Vergelijk : DT, 10, Ambricourt; oude vorm Almericurtus, 1346; Aumericourt, 1436. Zie ook : Dr. Maurits Gysseling in Jaarboek Franse Nederlanden.

Aluitlo (Alvitlo)

  • Aluitlo (Alvitlo). – OSU, onbekend. – DB, Elft (Wieringen). – Blok, De Elft, Wieringen. – LNT, 127, Elft, gemeente Wieringen, Noord-Holland; geen andere vermeldingen. – PNP, Elft; Elfte, 1343.
  • Aluitlo (Alvitlo). – WK, I, 413, Alvitlo, Avion. – WK, II, 486, Alvitlo, «als Wiron in Alvitlo genoemd in de goederenlijst van ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 99-100 [van De Franken in Nederland, derde druk]) als Elpt [lees : Elft] in de Wieringermeerpolder gedetermineerd, wat een onmogelijkheid is, daar dit gebied tenminste 7 meter onder water lag. Het is geen plaats- doch een streeknaam, en wijst op de rivier of de vallei van de Val, een zijriviertje van de Slack op 10 km noordoost van Boulogne. Zie ook Wiron in Alvitlo.» – DT, 24, Avion, kanton Vimy; Aviuns, 1104; Aviunum, 1115; Aviouns, 1257; Avions, 1275; Avio, 1275; Avyons, 1485; Avion, 1720; «Pairie du château de Lens tenue en trois fiefs, Avion faisait partie du bailliage de Lens en 1789 et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné d’Hénin-Liétard, district de Méricourt, était consacrée à saint Denis; l’évêque d’Arras conférait la cure.» – TGF, 14361, Avion, Pas-de-Calais; Aviuns, 1104.

Amuthon

  • Amuthon. – OSU, DB, Blok, Muiden. – LNT, 255, Muiden, Noord-Holland; Amuson, 949, kopie eind elfde eeuw; Amuda, 953, kopie eind elfde eeuw; Amuda, 975, kopie tweede helft twaalfde eeuw; Amuthon, tiende eeuw, Werden; Amutha, 1057 ?, kopie tweede helft twaalfde eeuw; Muthen, 1108, kopie tweede helft twaalfde eeuw; Muthen, 1108, kopie tweede helft twaalfde eeuw; Muthen, 1119; Mudensibus/Mudenses, 1122; Demudhin, waarschijnlijk te lezen als de Mudhin, ca. 1142-1156; villa Muda, 1171, kopie tweede kwart dertiende eeuw; Mudin, ca. 1135-1180; Mudhen, 1200. – Muiden heeft het Muiderslot, 1280, herbouwd rond 1370. – Bij Muiden is geen vroeg-middeleeuws gevonden.– TWB, ook een ander Amuthon te Emden en Westeremden.
  • Amuthon. – WK, I, 413, Amuthum [sic !] «mond van de rivier [Aa]». – WK, II, 487, Amuthon, «genoemd in de goederenlijst van ca. 870 van het bisdom Traiectum, dat er enige visserijen bezat, wordt door Blok (p. 99-100) als Muiden gedetermineerd, een onmogelijkheid daar dit gebied toen meters onder water lag. De juiste betekenis van de naam is “Mond van de Aa”, en duidt vermoedelijk een plek aan even ten noorden van St. Omaars, waar de Aa in het Almere uitstroomde.» – De voor Holland-Utrecht genoemde teksten met Amuthon horen thuis in Noord-Frankrijk.

Axmeri Scota

  • Axmeri Scota. – OSU, Akersloot. – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 75, ligging onbekend, Noord- of Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – Vergelijk : LNT, 59, Akersloot; Ekkerslato/Ekerslate, 1105-1120, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Ekerslato, 1125-1130, Liber S. Adalberti; Ekersloot, 1174, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Eckerslote, 1175 [Koch, OBHZ, I, 171]; Ekkerslote/Ekerslato, twaalfde eeuw, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Elkerslote, 1182-1206, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti. – Zie ook : Accasthorp, en : Akersloot.
  • Axmeri Scota. WK, I, 413, Axmeriscota, Les Marichons. – WK, II, 490, Axmeriscota, «uit de lijst van 870, is Les Marichons, gehucht in de gemeente Vermelles op 8 km noordwest van Lens. De naam wijst op het ter plaatse aanwezige moerasgebied. De interpretatie Akersloot moet als een grapje worden beschouwd.» – DT, 245, Les Marichons, gehucht, gemeente Vermelles, en beek genaamd courant of rivière de la Tortue, met bron te Annequin en uitstromend in de Loisne te Festubert; Mairsesson, 1235; Mariscon, 1261; Marisson, 1307, Le Marisson, 1334; Les Maraisson, 1759; Font. des Marchons. – TGF, Les Marichons; niet opgenomen.

Bante

  • Bante. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 77, ligging onbekend, verdronken in de Zuiderzee; geen andere vermeldingen.
  • Bante. – WK, I, 413, Bante, Bainghem. – WK, II, 490, Bante, «voorkomend in de lijst van 870, waarin of waarbij Strude ligt, is Bainghem, gehucht van Leubringhen op 17 km noordoost van Boulogne. Zie ook Strude.» – DT, 28, Bainghen, gemeente Leubringhen; Beingehem, 1157; Beinghem, 1286. – TGF, 18089, Bainghen, Pas-de-Calais; Bainghem, 1121 (TWB). – TWB, 137, Bainghem, Bainghem, 1121, kopie veertiende eeuw. – DPC, II, 39, Bainghem; Baing-le-Comte, 858; Beningahem, Beingahem, Baingahem.
  • Vergelijk : DT, 27, Bainghen, gemeente Desvres; Baingehem, 1121; Bainguehem, 1164; Bahingehem, 1184; Bainghem, 1261; Bahinghem, rond 1380; Baninghen, 1553; Bainghen-le-Compte, 1725; Bayenghem-le-Comte of le-Creux, 1739; Bainghen-le-Conte, achttiende eeuw. – TWB, een reeks van namen, die verschillende plaatsen aanduiden : Beinchem = Binkom; Beinga = Bayenghem; Beingehem = Bainghen; Beingem = Beigem; Beinhem = Beinum. – Zie ook : Strude.

Batchem

  • Batchem. – OBHZ, 25, waarschijnlijk Bacchem, thans Bakkum. – OSU, DB, Blok, Bakkum, Kennemerland. – Bakkum (gemeente Castricum) is ook met Bogeheim in Frisia uit de Codex Eberhardi van de abdij van Fulda vereenzelvigd. – LNT, 76, Bakkum bij Castricum; Bachem, waarschijnlijk eind elfde eeuw, naar een bron uit tweede helft tiende eeuw, kopie ca. 1420, Egmonds Evangelieboek; Backem/Bacham, 1182-1206, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Bachem, 1125-1130, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Bacchem, 1083, Egmonds falsum; Bakkem, 1130-1161, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Bachem, twaalfde eeuw, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Backem, waarschijnlijjk twaalfde eeuw, kopie ca. 1530, Egmonds dodenboekje; Bachem, 1182-1206, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti. – Zie ook : Bakkum. – LNT, 78, misschien identiek met Bakkum (zestiende eeuw), 3 km ten w van Den Burg, gemeente Tessel, Noord-Holland; geen andere vermeldingen [niet in Historische Atlas Noord-Holland, kaart 139, 1878, herzien 1918].
  • Batchem. – WK, I, 413, Batchem, Battinghen of Bachy. – WK, II, 490, Batchem, «uit de lijst van 870, is Basseux op 12 km zuidwest van Atrecht, of Bayenghen-lès-Eperlecques, op 3 km oost van Tournehem.» – DT, 32, Basseux, gemeente Beaumetz-les-Loges; Batsala, 680; Batseus, rond 1154; Basseus, 1154-1159; Basceu, twaalfde eeuw; Basseux-les-Loges, achttiende eeuw. – TGF, 14382, Basseux, Pas-de-Calais; Batsalis, rond 1040; Batseus, dertiende eeuw (TWB). – DPC, I, 166, Basseux; Batsala, «Ce village, avec son église et ses dépendances, est au nombre des possessions accordées en 674 par l’évêque St.-Vindicien à l’église d’Arras.» – DT, 33, Bayenghem-lez-Éperlecques, kanton Ardres; Baingehem, Bainghehem, Bahingahem, Baingahem, 1084; Bainghem, 1129; Beinghem, 1285; Baingehem, 1301; Baynguehem, 1329; Baienghem, 1339-1340; Bainhinguehem, 1356; Baenguien, veertiende eeuw; Beynghem, veertiende eeuw; Baingehem-lez-Esperlecque, 1431; Baynghem, 1465; Bainghen-lès-Esperlecques, vijftiende eeuw; Bainguen, Bainghen-lez-Esperlecques, 1542-1543; Ballinghen-les-Esprelecque, 1591; Baynghem-lès-Esprelecques, 1640; Bahinghem-lès-Esperlettes, 1720; Bayenchem-lez-Éperlecques, 1759; «Bayenghem-lez-Éperlecques (érection en baronnie du 1er mars 1545) faisait partie du bailliage de Saint-Omer en 1789 et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Alquines, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Tournehem, était consacrée à saint Wandrille et avait Nort-Leulinghem pour serours; l’abbé de Saint-Augustin-lez-Thérouanne présentait à la cure.» – TGF, 18092, Bayenghem-lès-Eperlecques, Pas-de-Calais; Baingehem, Baingahem, 1084; Bainghem, 1192. – WTWV, 1, 592, Bayenghen-lès-Eperlecques; Baingahem, Beingahem, Bainchem, 850-877. – DPC, II, 187, Bayenghen-lès-Eperlecques; Bavingahem, «Village connu dès l’an 877.» – DT, 32, Battinghen, gehucht, gemeente Outreau, sectie Manihen; Bathinghen, 1506. – DT, Bachy; niet opgenomen. – TGF, 9699, Bachy, Nord; Bacies, 1159; Baissy, 1221; persoonsnaam Bacchius+acas, met uitgang -y.
  • Vergelijk : DPC, I, 321, Bacquehem-du-Lietz; vermeld als familienaam van een markies die in 1789 heer van Drouvin was. – TGF, 18174, Baincthun, Pas-de-Calais; Bagingatun, 811; Badinghetun, 1183; Baingetun, 1309.

Beccanburan

  • Beccanburan. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 79, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Beccanburan. – WK, I, 413, Beccanburon [sic !], Béconval. – WK, II, 490, Beccanburen [sic !], «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, door Blok overgeslagen, is Béconval, gehucht van Tilloy-lès-Mofflaines op 3 km zuidoost van Atrecht. Van deze bladzijde uit het handschrift geeft Blok (p. 98-100) een kopie plus zijn vertaling en determinaties van plaatsnamen. De pagina bevat 40 namen. Hiervan wijst hij er 18 in Nederland aan, allemaal foutief, daar het plaatsen van Frans-Vlaanderen zijn. De overige 22 slaat hij over, omdat daarvoor in de verste verte geen lokalisatie in Nederland is te vinden. Het zijn : Beinheim, Blectinghem, Brokhem, Cululfhem [lees : Cunulfhem], Dalmersce, Edesthorpa, Feht, Fennepa, Ganga, Getzewald, Gnisingo, Godolfhem, Lidum, Nesse, Ostarburghem, Pischem, Suhttrem, Suthusum, Vagarafelda, Varoth, Westerburghem en Wiutmundhem. Zie op deze namen.» – DT, 39, Béconval, voormalige plaats, gemeente Tilloy-lez-Mofflaines; Becqumval, twaalfde eeuw. – TGF, Béconvalle; niet opgenomen.

Beinhem

  • Beinhem. – OSU, Beinhem bij Doesburg ? – DB, Blok, onbekend. – LNT, 80, ligging onbekend, op of in de omgeving van Tessel, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Beinhem. – WK, I, 413, Beinhem, Bainghen of Bayenghen. – WK, II, 490, Beinhem, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. Het is Bainghem, op 12 km zuidwest van Tournehem.» – DT, 27, Bainghen, gemeente Desvres; Baingehem, 1121; Bainguehem, 1164; Bahingehem, 1184; Bainghem, 1261; Bahinghem, rond 1380; Baninghen, 1553; Beinghen-le-Compte, 1725; Bayenghem-le-Comte of le-Creux, 1739; Beinghen-le-Conte, achttiende eeuw. – TGF, 18089, Bainghen, Pas-de-Calais; Bainghem, 1121 (TWB). – TWB, 137, Bainghem; Bainghem, 1121, kopie veertiende eeuw. – DPC, II, 39, Bainghem; «Beningahem, Beingahem, Baingahem, domaine de Bain. On croit que ce lieu était une des résidences de St.-Bain, évêque de Thérouanne, mort le 12 juin 706. Le registre (Breviarium) des possessions de St.-Bertin, dressé par l’abbé Adalard en 858, comprend l’église de Beningahem, avec terres, prés, forêt, serfs et vignes (vineœ) [in noot : Malbrancq. De Morinis]. Il parait que ce domaine fit retour au comte de Boulogne après les incursions des Normands; car le comte Eustache II, et Ste.-Ide, sa femme, l’accordèrent à l’abbaye de St.-Wulmer. Cette donation fut confirmée en 1121 par leur fils Eustache III. En 1147, Milon II, évêque de Thérouanne, attribua l’autel au monastère de St.-Augustin [in noot : Malbrancq. De Morinis].»
  • Vergelijk : TWB, een reeks van namen, die verschillende plaatsen aanduiden : Beinchem = Binkom; Beinga = Bayenghem; Beingehem = Bainghen; Beingem = Beigem; Beinhem = Beinum. – DT, 28, Bainghen, gehucht, gemeente Leubringhen; Beingehem, 1157; Beinghem, 1286. – DT, 33-34, Bayenghem-lez-Seninghem, gemeente Lumbres; Bainga villa, 844-864; Beingahem, 877; Baienghem, 1255; Behinghen, veertiende eeuw; Bainghen, veertiende eeuw; Bainghen prope Sinnighen, 1415; Bayenghem, 1420; Bainghen-au-Mont, 1559; Bahinghen-les-Seninghem, 1720; La-Motte-Bayenghem; «La baronnie de Bayenghem-lez-Senighem, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artois. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, secours de Seninghem, puis diocèse de Boulogne, doyenné d’Alquines, érigée en paroisse en 1787 avec Affringues pour secours, était consacrée à saint Martin.»Zie ook : Bentveld

Benetfelda

  • Benetfelda. – OBHZ, denkelijk de hofstede Bentveld bij Haarlem. – OSU, Bentveld bij Haarlem ? DB, Blok, Bentveld (onder Zandvoort). – LNT, 81, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen. – PNP, 19, Bentveld; Bentvelt, 1639, «De identificering van de oude vorm met Bentveld is twijfelachtig.»
  • Benetfelda. – WK, I, 413, Benetfelda, Bénifontaine. – WK, II, 490, Benetfelda, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870, is niet Bentfeld, zoals Blok (p. 99) determineert. Deze plaats bestaat nergens in Nederland. De naam moet vermoedelijk als Wenetfelda worden gelezen, daar de verwisseling van de letters B en W geheel normaal is. De waarschijnlijk juiste determinatie is Windefeld, onder Eperlecques.» – DT, Windeveld; niet opgenomen. – TGF, Windeveld; niet opgenomen. – DT, Bénifontaine, kanton Lens-Est, Bonifontana, rond 1140; Bona fontana, 1183; Bonifons, 1210; Bonifontaine, 1213; Bounisfontaine, 1260; Bonus fons, dertiende eeuw; Bounifontaine, 1325; Bonefontaines, 1430; Beniffontaines, 1436; Begnefontaines, 1489; Bény-Fontaine, 1720; «Bénifontaïne, en 1789, faisait partie du bailliage de Lens et suivait la coutume d’Artois. Son église, diocèse d’Arras, doyenné de Lens, secours de Wingles, était consacrée à la Nativité de la Vierge.»

Bergum

  • Bergum. – OSU, DB, Blok, Bergen. – LNT, 84, Bergen, Noord-Holland; Berga/Berghen, 1105-1120, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Bergan, 1130-1161, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Bergan, twaalfde eeuw, kopie ca. 1420; Liber S. Adalberti; Bergen, twaalfde eeuw, kopie ca. 1520, Egmonds dodenboekje. – Vergelijk : LNT, 83, Bergan, uit het Egmonds Evangelieboek en Liber S. Adalberti, ligging onbekend, aan de Renus, Zuid-Holland. – PNP, 19, Bergen; Berghen, 1206-1215, kopie 1339. – Zie ook : Bergen.
  • Bergum. – WK, I, 413, Bergum, Berquen of Bergues. – WK, II, 491, Bergum, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 99) als Bergen gedetermineerd, dat toen minstens 7 meter onder water lag. De juiste determinatie is Berguen [lees : Berquen], leengoed onder gemeente Outreau, op 3 km zuidwest van Boulogne.» – DT, 45, Berquen, voormalig leengoed, gemeente Outreau; Berquem, 1292; Berchehem, 1297; Berghem, 1305; Berchin, 1345; Borquen, 1415; Berquen, vijftiende eeuw; Berquen, 1506; Barquem, 1512-1513; Le Renard of Berquen, achttiende eeuw. – TGF, 12208, en Berquen, gemeente Outreau, Pas-de-Calais; Berkem, 1112. – DT, 44, Bergues, leengoed, gemeente Blessey; Berghes, vijftiende eeuw. – DT, 44, Bergues, leengoed, gemeente Selles; Berghes-en-Boulonnais, 1451. – Bergues, Nederlands Sint-Winoksbergen of Sint-Winnoksbergen. – DT, Sint-Winoksbergen; niet opgenomen. – TGF, 12090, Bergues, Nord; Bergam, 944. – TGF, 12208, Berquehen, gemeente La-Madeleine-lès-Lille, Nord; Berchem, 1233. – DT, 43, Le Bergue, gehucht, gemeente Questrecques; oude naam Bergnes. – Meerdere andere in aanmerking komende plaatsen.

Beuorhem (Bevorhem), met kerk

  • Beuorhem (Bevorhem), met kerk. – OSU, Blok, Beverwijk. – DB, onbekend. – LNT, 89, opgevat als twee verschillende plaatsen; Beuerhem, ligging onbekend, in het noorden van Noord-Holland; Beuorhem, waarschijnlijk identiek met Beverwijk, Noord-Holland; geen andere vermeldingen. – PNP, Beverwijk; wijc, 1267, kopie 1358 [Beverwijc, eerste vermelding 1276]. – Beverwijk heeft geen vroeg-middeleeuwse kerk. – Zie ook : Naamsveranderingen, t.a.p., p. 19. – Zie ook : Beverwijk. – Vergelijk : LNT, 89, Beveran, waarschijnlijk eind elfde eeuw, kopie ca. 1420, Egmonds Evangelieboek, geen andere vermeldingen.
  • Beuorhem (Bevorhem), met kerk. – WK, I, 413, Bevorhem, Beuvrequen. – WK, II, 491, Bevorhem, «in de lijst van 870 tezamen genoemd met Gisleshem, Hegginghem en Schupildhem (zie deze namen), is Beuvrequen, in andere bronnen ook voorkomend als Bevorhem op 3 km zuidwest van Marquise.» – DT, 48, Beuvrequen, gemeente Marquise; Bovorkem, 1040; Bofrihem, 1097; Boveringhem, 1107; Bovrinkehem, 1139; Boverinkeem, 1144; Boveringahem, 1156; Boverchem, 1163; Beverghem, 1214; Bouverinchen, Bouvrinchen, 1269; Bovringhem, 1275; Bouverkem, 1277; Bouvringham, 1285; Bovrinham, 1285; Bouvrechem, 1289; Buvrikem, 1292; Bouvringhem, 1296; Buevrehem, Buvrekem, Buevringhem, Burikem, 1293-1298; Budrekem, eind dertiende eeuw; Buevrekem, Buevringhem, dertiende eeuw; Boeverkhem, 1305; Bouvernichem (lees : Bouverinchem), 1321-1322; Bouvrequen, 1376; Boevrequen, 1492; Boeuvreken-lez-Marquise, 1496; Boevurequen, 1501; Boevreken, rond 1512; Beubreghem, 1559; Beuvreken, 1559; Beuvreghen, 1715; Beuverg-Hem, 1739; «Beuvrequen, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Londefort, et suivant la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Boulogne, était consacrée à saint Maxime et avait Wacquinghen pour secours; l’abbé de Saint-Bertin présentait à la cure. Le prieuré de Beuvrequen, dépendance de l’abbaye de Saint-Bertin, avait été échangé en 1598 avec l’abbaye de Saint-Pierre de Gand, contre le prieuré de Saint-Pry.» – TGF, 18095, Beuvrequen, Pas-de-Calais; Bovorkem, 1040; Bofrihem, 1097; Boverinkehem, 1107 (TWB); Boveringahem, 1156; Bouverkem, 1277; Beuvreken, 1362. – TWB, 137, Beuvrequen, Bouorkem, 1040, kopie 1775. – WTWV, 2, Beuvriquen; «Eene gemeente in het kanton Marquise. De altare in villa Bovorkem, persona est Herlandus. 1040. (C.S. Bt., I, 24). || De altare in villa Bovorkem persona est Hetlandus (sic). 1043 (Charte, in Dict. Haign., 27).»; Boverinhem, 1093-1107; Boverinkehem, 1096; Bofrihem, 1097; Boveringhem, 1107. – DPC, II, 64, Beuvrequen; ook Beuvrequin, Beuvrequent, 1215.

Blectinghem

  • Blectinghem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 91, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Blectinghem. – WK, I, 413, Blectinghem, Bléquin. – WK, II, 491, Blectinghem, «genoemd in de goederenlijst van ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. Er zijn verschillende determinatiemogelijkheden. De meest waarschijnlijke is Blendecques op 4 km zuid van St.-Omaars.» – DT, 53, Blandecques, kanton St.-Omaars-Zuid; Blandeca, 1119; Blendeka, 1139; Blindeca, 1194; Blendeca, 1197; Blindeka, 1200; Blendeke, 1202; Blendecqua, 1263; Blandecques, 1286; Blandesque, 1306; Blandesque, 1400; Blendecque, 1417; «Blandecques (érection en comté de 1664), faisait partie du bailliage de Saint-Omer en 1789 et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Arques, puis diocèse de Saint-Omer, doyenné d’Helfaut, était consacréé à sainte Colombe; l’abesse de Blandecques présentait à la cure. L’abbaye de Sainte-Colombe, dite des Dames de Blandecques, de l’ordre de Citeaux, monasterium sanctæ Mariæ de Sancta Columba, avait été fondée, vers 1182, dans cette commune. Il y avait également une maladrerie.» – TGF, 9670, Blendecques, Pas-de-Calais; Blendeca, 1119; Blendeke, 1139 (TWB). – WK, I, 413, Bléquin. – WK, II, 491, «Er zijn verschillende determinatiemogelijkheden. De meest waarschijnlijke is Blendecques op 4 km zuid van St.-Omaars.» – DT, 55, Bléquin, kanton Lumbres; Belkin, 1206; Bléchin, 1248; Belkinium, dertiende eeuw; Blecquin, 1239; Béchin, veertiende eeuw; «Bléquin, tenu comme fief du château de Seninghem, faisait partie du bailliage de Saint-Omer en 1789 et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Helfaut, puis diocèse de Saint-Omer, doyenné de Bléquin, était consacrée à saint Omer; un chanoine d’Ypres présentait à la cure. Le doyenné de Bléquin fut créé en 1559 aux dépens de l’ancien doyenné d’Helfaut, avec adjonction de trois paroisses du doyenné d’Arques et d’une de celui d’Alquines. Il comprenait dix-huit paroisses et douze secours (voir l’Introduction).». – TGF, 14433, Bléquin, Pas-de-Calais; Belkin, 1206. – DPC, II, 217, Blécquin, Bléquin; Blekingahem.
  • Vergelijk DT, 55, Le Bléquin, rivier met bron te Bléquin en bij Lumbres uitstromend in de Aa; Dilgia, 867.

Braacanhem

  • Braacanhem. – OSU, DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 96, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Braacanhem. – WK, I, 413, Braacanhem, Braquincourt. – WK, II, 492, Braacanhem, «uit de lijst van 870, is Braquincourt, gehucht van Hersin-Conpigny [lees : Coupigny], op 10 km zuid van Béthune.» – DT, 68, Braquincourt, gehucht, gemeente Hersin-Coupigny; Brakincurt, 1219; Brakencort, 1250; Bracencort, dertiende eeuw; Brakencourt, 1309; Braquencourt, zestiende eeuw. – TGF, Braquincourt; niet opgenomen.
  • -hem is vertaald met -court.Vergelijk : DT, 198, Hersin-Coupigny, kanton Houdain; Hersign, 1152; Hersim, twaalfde eeuw; Hersin, 1215; Hersinum, 1253; Hersins, 1253; Hersaing, 1303; Hersing, 1310; Herchin, 1315; Hiersin, 1316; Herssin, 1530; «Hersin-Coupigny, en 1789, faisait partie de la gouvernance de Béthune et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné de Lens, district d’Ablain-Saint-Nazaire, était consacrée à saint Martin; l’abbé du Mont-Saint-Éloi présentait à la cure.» – DPC, I, 330, Hersin-Coupigny; vermeld in 1033.

Bredhem

  • Bredhem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 98, Breem (1595) op Texel; Bretenheim, waarschijnlijk tweede helft negende eeuw, kopie 1150-1158, Fulda.
  • Bredhem. – WK, I, 413, Bredhem, Berthem. – WK, II, 492, Bredhem, «uit de lijst van 870, is Berthem op 3 km noordwest van Tournehem.» – DT, 46, Berthem, gehucht, gemeente Louches en Zutkerque; Le Breuthin, 1517; Bertehen, 1762; Bertehem, 1785; «Fief tenu du château de Cresecques.»
  • Vergelijk– TGF, 14412, Berthem, Nord; Bertina, 1123; Bertine, 1182. – DT, 46, Bertinghen, gemeente Bazinghen; Bertinghen, dertiende eeuw; Bertinguen, 1553. – DT, 46, Bertinghen, gehucht, gemeente Saint-Martin-Boulogne; Bertinguehen, 1389; Bertinghen, 1505; Bertinghen, 1553; Bretinghen, 1554; «Fief tenu du roi à cause du château de Boulogne.» – TGF, 12305, Bourthes, Pas-de-Calais; Burthem, 857; Burtes, 1069 (TWB). – DT, 425, Brême; oude vorm Breem.

Brokhem

  • Brokhem. – OSU Broek, maar welk ? – DB, Blok, onbekend. – LNT, 100, ligging onbekend, waarschijnlijk in Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – Broek is een algemene naam voor moerasland.
  • Brokhem. – WK, I, 413, Brokhem, Les Breux. – WK, II, 492, Brokhem, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. Het is Les Breucqs, gehucht onder Hardinghen, op 8 km oost van Marquise.» – DT, 70, Les Breucqs, gehucht, leengoed (domein) en molen, gemeente Hardinghen; Le Bruel, 1286; Le Broeuil, 1707. – DT, 70, Les Breucqs, leengoed (domein), gemeente Boursin; Li Bruc, 1084; Li Broch, twaalfde eeuw; Le Broec de Boussin, dertiende eeuw; Brocum, 1305; Bruekes, 1338; Breucq, 1480; Le Breucq, 1709; Le Breuil, haut et bas, dertiende eeuw. – DT, 70, Les Breucqs, gehucht, gemeente Crémarest; Brochum, 1232; Le Breuc, 1429. – DT, 70, Le Breuil, gehucht, gemeente Samer; Broucum, 1275; Le Breuille, 1725. – TGF, 20186, Breucq, gemeente Flers-lès-Lilles, Nord; Bruco, de Brucho, 1274, del Bruech, 1204 (TWB).

Bunninchem

  • Bunninchem. – OCSU, OSU, DB, Blok, Bunnik, Utrecht. – LNT, 104, Bunnik, Utrecht; geen andere vermeldingen. – PNP, 37, Bunnik; Bunnike, 1239.
  • Bunninchem. – WK, I, 413, Bunninchem, Bonningues-les-Ardres of Beugy (lees : Beugny). – WK, II, 492, Bunninchem, «genoemd in de lijst van 870, is Bonningues-lès-Ardres op 3 km zuidwest van Tournehem.» – DT, 60, Bonningues-lez-Ardres, kanton Ardres; Bovengia (lees : Bonengia), 1069; Boninges, Bonimges, Boninghes, 1084; Boninghæ, dertiende eeuw; Boininges, 1296; Bonnighe, 1411; Boyninghes, 1598; Boningue-lez-Ardres, dertiende eeuw; «La baronnie de Bonningues-lez-Ardres faisait partie de l’Ardrésis en 1789, ressort du bailliage souverain d’Ardres, dont elle suivait la coutume. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Alquines, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Tournehem, était consacrée à saint Léger; les religieux de Saint-Jean-au-Mont-lez-Thérouanne présentaient à la cure.» – TGF, 13368, Bonningues-lès-Ardres, Pas-de-Calais; Boninges, midden twaalfde eeuw; Boningues, 1164. – DT, 48, Beugny, kanton Bertincourt; Buinies, 1202; Buisnies, 1212; Buignies, 1230; Bunnies, twaalfde eeuw; Buingnies, 1310; Boegny, 1336; Buny-en-le-Gohelle, 1375; Bugniez, 1499; Buignyes, 1515; Bugny, achttiende eeuw; «Beugny, en 1789, faisait partie du bailliage de Bapaume et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse de Cambrai, doyenné de Beau-metz-lez-Cambrai, était consacrée à saint Géry.»
  • Vergelijk : TGF, 13368, Bonningues-lès-Calais, Pas-de-Calais; Bonignes (lees  *Boningnes), 1153; Boningnes, 1173. – DT, 60, Bonningues-lez-Calais, kanton Calais; Bonigues, 1153; Boninghes, 1173; Boininges, dertiende eeuw; Boinnigues, 1501; Bonyng, Bonigs, Boungs, 1556; Bonninghes, 1557; «Bonningues-lez-Calais, en 1789, faisait partie du Pays-Conquis, ressort de la justice royale de Calais et suivait la coutume d’Amiens. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Guînes, puis de Boulogne, doyenné de Marck, était consacrée à saint-Pierre; les abbés de Samer et de la Capelle présentaient alternativement à la cure.» – DPC, II, 187, Bonningues; Boninga, Boningahem. – Vergelijk : TGF, 18100, Bonemgehem, gemeente Clairmarais, Pas-de-Calais; Boningaham, 844-864; Boninghem, 1299.

Buosinhem

  • Buosinhem. – OSU, Beusichem. – DB, Beusichem, Gelderland. – Blok, een waard tussen Beusekom en Rijswijk, Gelderland. – LNT, 88, Beuzichem, Gelderland; Bosenchem, 1131; Bŏsenken, 1169; Bosenkem, 1176; Buosi[n]che[m], 1185; Busenchem, 1191; Bvsinchem, 1196; Busenhem, 1200.
  • Buosinhem. – WK, I, 415, Buosinhem, Boëseghem of Bézinghen. – WK, II, 492, Buosinhem, «vermeld in de lijst van 870, met een eiland bij Riswic, is Boëseghem op 4 km noordoost van Aire-sur-la-Lys. Het eiland Riswic wijst op het moerasgebied Les Rietz vlakbij Boëseghem.» – DT, Boëseghem; niet opgenomen. – TGF, 18098, Boëseghem, Nord; Buosingahem, Busingahem in 877. – WTWV, 2, 216, Boëseghem; «et in marisco Buosingahem», 877; Busingahem, 877; Busingim, 982. – DT, 49, Bezinghem. kanton Hucqueliers; Bissingehem, 1139; Busingehem, 1157; Bistigehem, 1225; Beusinguehem, 1311; Bissinghem, 1427; Besinguehen, 1477; Beuzinguehem, vijftiende eeuw; Beussinghem, rond 1512; Bessinguen, 1553; Beusinghen, 1557; «Bezingfem [sic !], en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Desvres, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Frencq, puis de Boulogne, doyenné d’Alette, était consacrée à saint Martin et avait Enquin pour secours; la personne du lieu présentait à la cure.»
  • Vergelijk : TWB, 156, Boezegem (Duinkerke), Buosingahem, 877, kopie 961; Busingem, 982, kopie midden 11e eeuw. – DPC, II, 217-218, Boisdinghem; Buosinghem in 788, Frans ook Boisdinghem, «Bethlo-Sylva en 600, et Buosinghem dans un diplôme de la vingtième année de Charlemagne (788), qui confère à l’abbaye de St.-Bertin diverses propriétés sur ce territoire. Matthieu d’Alsace, et Marie de Boulogne, son épouse, confirmèrent en 1170, à Guillaume, comte de Montrieul, la possession de Bethlo . Le forêt avait été donnée en 1071 au comte de Boulogne par Robert-le-Frison, comte de Flandre». – Voor Robert de Fries, zie : Dirk V, graaf. – zie ook : Riswic. – DT, 57, Boisdinghem, kanton Lumbres; Bodningahem, 844-864; Botnigahem, rond 855; Bodingehem, 1139; Bodingeham, 1139; Baudenguehem, 1178; Bodingkem, 1210; Buodingehem, 1280; Boindinghehem, 1287; Boudinghem, 1293; Boidinghem, 1300; Boudinghehem, 1301; Boidingueham, 1305; Boidinguehem, 1329; Bordinghem, 1329; Boudingueham, 1372; Boindingem, 1380; Bogdinghem, 1427; «La vicomté de Boisdinghem, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Alquines, puis de Boulogne, doyenné de Tournehem, était consacrée à saint Omer; l’abbé de Licques présentait à la cure.»

Burem

  • Burem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 104, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Burem. – WK, I, 415, Burem, Buire-le-Sec. – WK, II, 492, Burem, «dat voorkomt op de lijst uit 870, is Buire-le-Sec, op 15 km west van Hesdin.» – DT, 75, Buire-le-Sec, kanton Campagne-lez-Hesdin; Buyræ, 1042; Buiraiæ, 1125; Buiris, 1104-1124; Buries, 1139; Buræ, 1197; Bures, twaalfde eeuw; Buires, 1203; Buriæ, 1239; Buuires-les-Sekes, 1252; Buirez, 1324; Buyres, 1477; Buir-le-Secq, achttiende eeuw; «Buire-le-Secq, en 1789, faisait partie du bailliage de Waben et suivait la coutume de Ponthieu. Son église paroissiale, diocèse d’Amiens, doyenné de Montreuil, était consacrée à Saint Maurice; le prieur de Maintenay présentait à la cure.» – TGF, 25661, Buire-le-Sec; Buire, 1147; Buries, 1159. – DPC, II, 91, Buire; in 823 in het bezit van de abdij van St.-Riquier.
  • Vergelijk : TGF, 12305, Bourthes, Pas-de-Calais; Burthem, 857, Burtes, 1069 (TWB).

Calmere

  • Calmere. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 200, ligging onbekend, waarschijnlijk Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Calmere. – WK, I, 415, Calmere, Caullery. – WK, II, 492, Calmere, «dat voorkomt op de lijst van 870, is Colembert, op 16 km oost van Boulogne.» – DT, 103, Colembert, kanton Desvres; Colesberge, 1107; Coleberc, 1150; Coslesberc, 1172; Collesberc, 1199; Colesberg, 1209, Colsbergium, dertiende eeuw; Colesbierch, 1311; Colesberk, veertiende eeuw; Colembercq, 1435; Collemberg, 1477; Collembergh, rond 1512; Collambert, 1550; Collambert, 1550; Collemberch, 1562-1564; Collemberq, 1562; Colambert, 1583; Collenbercqz, 1627; «La baronnie de Colembert, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Londefort, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Boulogne, puis diocèse de Boulogne, doyenné d’Alquines, était consacrée à saint Nicolas et avait Nabringhen pour secours; l’évêque de Boulogne présentait à la cure.» – TGF, 13806, Colembert, Pas-de-Calais; Colesberg, 1121; Colesberc, 1172 (TWB); Colembercq, 1435. – DPC, II, 41, Colembert; Collebert, Collebergh, Colemberg, 987. – DT, Caullery; niet opgenomen.

Campthorpa

  • Campthorpa. – OSU, Kamp [?]. – DB, onbekend. – Blok, De Franken, Kamp [?]. – LNT, 201, Kamperduin, 3 km ten noordwesten van Schoorl; geen andere vermeldingen.
  • Campthorpa. – WK, I, 415, Campthorpa, Cantinart. – WK, II, 492, Campthorpa, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870, wordt door Blok (p. 99) als Kampen [lees : Kamp] gedetermineerd. Deze plaats bestond toen nog niet, omdat haar gebied onder water lag. De juiste determinatie is Cantinart, gehucht van Selles op 6 km noordoost van Desvres.» – DT, 86, Cantinart, gehucht en beek, gemeente Selles, zijtak van de Liane; Le Cantinart, 1731 – TGF, Cantinart; niet opgenomen.
  • Vergelijk : DT, 86, Le Cantinart, gemeente Bournonville; geen oude vormen gegeven. – Vergelijk : DT, Capinghem; niet opgenomen. – TGF, 18102, Capinghem, Nord; Campingen, 1124; Campingehem, 1144 (TWB). – In het handschrift van de goederenlijst staat Capthorpa (zonder m).

Corscan

  • Corscan. – OSU, onbekend. – DB, Blok, Korsen (Delft). – LNT, 211, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Corscan. – WK, I, 514, Corscan, Courset of Course – WK, II, 493, Corscan, «uit de lijst van 870, is Courset, 2 km zuid van Desvres.» – DT, 113, Courset, gemeente Desvres; Curset, 1203; Curs, 1208; Courset, rond 1512; Coursset, 1739. – TGF, 30270, Courset, Pas-de-Calais; Curset, 1203; Curs, 1208; Courset, rond 1512. – DPC, II, 41, Courset; Coursec, 987. – DT, 113, Course, gehucht, gemeente Doudeauville; Curs, 1170; Cors, 1199; Cours, 1260; Cors-en-Boulenois, dertiende eeuw; Cours, 1553; Cource, 1724; «Arrière-fief de la baronnie de Doudeauville.»

Cunulfhem

  • Cunulfhem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 214, ligging onbekend, in het noorden van Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Cunulfhem. – WK, I, Cunulfhem, Cuinghem of Cuinchy. – WK, II, 493, Cunulf[h]em, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. Het is La Quenouille.» – DT, 311, La Quenouille, domein, gemeente Marquise; Kenoiles, 1340; Kenoulles, 1388; Quenoulles, 1415; Quenouille, 1709. – TGF, La Quenouille; niet opgenomen. – DT, 120, Oord genaamd Cuinghem, leengoed, gemeente Wierre-Effroy; Cuinghem, 1488; Cuinguen, 1553. – DT, 119-120, Cuinchy-lez-la-Bassée, kanton Cambrin; Cuinchis, 1079; Quinciacum, 1150; Quinci, 1190; Quinchi, 1194; Cuenci, 1205; Coinchy, dertiende eeuw; Kynchi, 1263; Quincy-vers-Béthune, 1312; Quinctus, 1320; Quinchy, l326; Cunchi, 1429; Cunchy, 1469; Cuincy-lès-la-Bassée, 1529; Cuinci-les-la-Bassée, dit en Béthune, 1739; «Cuinchy (érection en baronnie de juin 1767) faisait partie du bailliage de Béthune et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant celle de Saint-Pol. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné de Lens, était consacrée à saint Pierre; l’abbé de Marchiennes présentait à la cure.»

Dalmersce

  • Dalmersce. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 106, ligging onbekend, Noord-Holland, Zuid-Holland of Utrecht; geen andere vermeldingen.
  • Dalmersce. – WK, I, 415, Dalmersce, deel van het Almere. – WK, II, 493, Dalmersce, «waar het bisdom Traiectum de visserij bezat, wordt genoemd in een goederenlijst van ca. 870, en door Blok (p. 98-100) overgeslagen. De naam is in Frankrijk niet meer terug te vinden, maar aangezien hij in onmiddellijk verband wordt genoemd met Getzewald (Le Wetz), Nifterlaca (Eperlecques) en Uteromeri (Neder-Meersch), wordt de streek afdoende aangewezen.»

Dorstato, met kerk in Upchirica

  • Dorstato, met kerk in Upchirica. – OCSU, OSU, Duurstede. – DB, Blok, Wijk bij Duurstede. – LNT, 115, dicht bij Wijk bij Duurstede, Utrecht. – Onder Wijk bij Duurstede wordt niettemin Dortsteti nunc autem UUik nominata uit de goederenlijst gegeven. – PNP, 259, Wijk bij Duurstede; Wijc, 1343. – Bij de opgravingen bij Wijk bij Duurstede is niets gevonden uit de zevende-negende eeuw.
  • Dorstato, met kerk in Upchirica. – WK, I, 415, Dorestadum, Audruicq. – WK, II, 494, Dorestadum, «de beroemde zeehaven, voor het eerst ca. 670 door de Geograaf van Ravenna genoemd als de hoofdstad van de Fresones, waar in 687 Pepijn de Fresones versloeg, waar in 695 St. Willibrord koning Dagobert en zijn hofmeier Karel Martel ontving, en waar St. Bonifatius ca. 715 landde om zich bij St. Willibrord te voegen. De plaats wordt na 850 korte tijd genoemd als centrum van de missie van het bisdom Traiectum en verdwijnt rond 870 volledig uit de bronnen, niet omdat zij door de Noormannen vernield was, maar omdat zij door de regressie (het terugtrekken van de zee) en de sluiting van de kust haar functie als haven verloor. Het was niet Wijk bij Duurstede, dat vanaf de 3e eeuw meters onder water lag. De juiste plaats is Audruicq op 19 km noordwest van St.-Omaars, op 9 meter hoogte gelegen, wat uitermate geschikt was toen de “PLaine Flamande” ongeveer tot boven toe vol water stond.» – DT, 21, Audruicq, hoofdplaats van het kanton, arrondissement van Sint-Omaars; Ouderwich, rond 1129; Alderwic, 1155 Alderwic, Aldrewic, 1182; Alderwich, 1184; Oldervuic, Adroic, Anderwic (voor Auderwic), twaalfde eeuw; Auderuuic, Auderuuich, 1279; Audriwic, 1285; Audrewic, 1296; Audruwic, dertiende eeuw; Oudruich, 1377; Audreviic, 1426; Audruick, 1507; Auderwich, 1559; Audruwicq, 1739; «Audruicq, ville de loi, était, en 1789, le chef-lieu du pays de Brédenarde, l’un des quatre membres du comté de Guînes, et suivait un coutume locale rédigée en 1507. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Marck, puis de Saint-Omer, doyenné d’Audruicq, était consacrée à saint Bertin; le chapitre de Boulogne présentait à la cure. Le châtellenie d’Audruicq, qui, jusqu’en 1561, dépendait de la prévoté de Montreuil, était du ressort du bailliage de Saint-Omer, en 1789. Quant au doyenné créé au xviie siècle aux dépens de l’ancien doyenné de Marck, nous en avons donné la composition dans l’Introduction. – TGF, 11694, Audruicq, Pas-de-Calais; Ouderwich, rond 1129; Alderwic, 1164 (TWB). – TWB, 81, Audruicq, Aldervic, 1164; Alderwich, 1170 [oud+wijk]. – DPC, II, 197, Audruicq; «Aldrovicum, Haudruick, Anderwic (bourg d’Audry), date du X.e siècle; mais Boudouin II, comte de Guînes, en est en quelque sort la véritable fondateur. C’est lui qui l’erigea en ville en 1174, qui lui donna un loy, à l’exécution de laquelle il veillait.»
  • De Engelsen nemen Audruicq in 1354 in en behouden het tot 1377 wanneer het Odruick wordt genoemd. – Dorestadum werd ook Wic genoemd; Odre kan een letteromkering zijn van Dore, met als (niet geattesteerde) tussenvorm Odrewic; zie : Holle boomstammen, t.a.p., p. 167-200, vooral p. 187, en : Van Dorestadum tot Waderlo. – Met het volgende komt voor Wijk-bij-Duurstede alles aan een eind : «Me dunkt, dat we de opkomst van Dorestadt als handelsplaats dan ook gerust vóór 625 mogen laten beginnen; toen Madelinus er naartoe trok, moet het al enige allure hebben gehad.» (De Franken in Nederland, derde druk, t.a.p., p. 37).

Eddingem

  • Eddingem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 122, ligging onbekend, in de omgeving van Wieringen, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Eddingem. – WK, I, 415, Eddingem, Edequines (zie onder : Edesthorpa). – WK, II, 494, Eddingem, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, is volgens Blok (p. 77) niet in Holland aan te wijzen. Dat klopt, want het is Audinghen op 14 km noord van Boulogne.» – DT, 20, Audinghen, gemeente Marquise; Otidinghem, Otidighem, tiende eeuw; Audingahem, 1084; Odengem, 1125; Odingehem, 1148; Hudingehem, 1157; Hodingehem, 1183; Odinghem, rond 1228; Oudingeam, 1228; Odinguehem, 1254-1255; Hodinghem, rond 1512; Audinguen, 1553; Audinghuen, 1562-1564; Audinghen, 1581; Audingan, 1699; «Audinghen, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Wissant, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église parassoile, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Wissant, était consacrée à saint Pierre; l’évêque de Boulogne conférait la cure.» – TGF, 18087, Audinghem, Pas-de-Calais; Otidinghem, tiende eeuw; Odingheham, 1221. – TWB, 81, Audinghen, Odinghehem (Arras), 1221. – DPC, II, 63, Audinghen; «Audenghehem. Ce village est ancien.»
  • Vergelijk : Audincourt en Audinctun. – Edingen (Frans Enghien), Henegouwen.

Edesthorpa

  • Edesthorpa. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 123, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Edesthorpa. – WK, I, 415; Edesthorpa, Autembert. – WK, II, 494, Edesthorpa, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. Het is Edequines, gehucht van Wavrans, op 5 km zuidwest van St.-Omaars. “Thorpa” is dorp dat men ook in andere namensamenstellingen vindt, een Germaans achtervoegsel dat later werd geromaniseerd.» – DT, 131, Edequines, voormalig gehucht en kasteel, gemeente Wizernes; Edekin, 1145; Edechina, Edekim, 1156; Edechin, 1163; Esquines, 1280; Hédekines, 1304; Oedekines, 1341; Edikines, 1362; Edekines, veertiende eeuw; Hedikines, 1304; Édequines, 1531; Équines, 1632; Le fond Delquainne; «Château tenu du roi à cause du château de Saint-Omer.» – TGF, Edequines; niet opgenomen. – TWB, 301, Edequines; Edekenas, 844-864, kopie 961; Edikin, 1093, kopie eind twaalfde eeuw. – DT, 22, Autembert, gehucht, gemeente Wierre-Effroy; Hetenesberg, 826; Etenasberg, 857; Hedenesberg, 961; Hautembercq, 1566; Hautenbert, achttiende eeuw.

Hegginghem (Egginghem)

  • Hegginghem (Egginghem). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 170, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Hegginghem (Egginghem). – WK, I, 415, Hegginghem, L’Aigle. – WK, II, 498, Hegginghem, Egginghem of Wegginghem, «uit de lijst van 870, bij Bevorhem gelegen, is Wacquinghem op 7 km zuidwest van Marquise en op 2 km van Beuvrequen. Zie Bevorhem.» – DT, 392, Wacquinghen, kanton Marquise; Wakingehem, 1208; Waghinghem, 1240; Waghenghem, 1240; Waqhingham, 1240; Wagginghem, 1269; Wackinghem, 1269; Wachkinghem, dertiende eeuw; Waskinghem, 1305; Vasquinguehen, 1394; Wauquinghem, 1395; Wasquinghen, 1402; Waquinguehem, 1427; Waquinghen, 1498; Waquinghuen, 1562-1564; «Wacquinghen, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Londefort, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église, d’abord diocèse de Boulogne, secours de Beuvrequen, était consacrée à saint Antoine.» – TGF, 18155, Wacquinghem, Pas-de-Calais; Wakingehem, 1208; Waghinghem, Waghenghem, 1240; Wackinghem, 1269. – DPC, II, 73, Wacquinhen; vermeld 1131. – DT, 6, Oord genaamd L’Aigle en leengoed, gemeente Portel; Heghe, 1275; Le Hèghe, 1505; Le Hèque, 1505; La côte de Hègle, 1777.
  • Vergelijk : DT, 127-128, Échinghem, kanton Boulogne; Essingehem, 1112; Hessingehem, 1145; Hessinghehem, 1161; Hissinguehem, Issingehem, 1208; Ysinghehem, Ysinghem, 1286; Heresinguehans, dertiende eeuw; Ickingehem, dertiende eeuw; Issinguehen, 1338; Essinguehem, Essinghem, 1401; Eschingant, 1550; Eschinguen, 1553; Eschinghen, 1554; Yssinghem, rond 1512; Yssinghen, 1559; «Échinghen, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de même nom, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Boulogne, était consacrée à saint Martin; l'évêque de Boulogme conférait la cure.» – TGF, 18104, Echinghen, Pas-de-Calais; 11 km zuid van Beuvrequen, Essingehem, 1112.

Elfnum

  • Elfnum. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 127, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Elfnum. – WK, I, Elfnum, Elvelinghen. – WK, II, 494, Elfnum, «uit de lijst van 870, is Elinghen, gehucht van Ferques op 5 km noordoost van Marquise.» – DT, 131, Élinghen, gehucht, gemeente Ferques; Elingahem, Eulinghem, 1084; Eilingahem, 1114; Erlinghehem, 1113; Eilingehem, 1122; Elinghen, rond 1137; Elingeham, 1157; Élinghem, 1308; «Élinghen, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Wissant, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Wissant, était le secours de Ferques.» – TGF, 18105, Elinghen, gemeente Ferques, Pas-de-Calais; Elingahem, 1084. – TWB, 310, Elingen, Elingeham, 1153-1160. – DPC, II, 65, Elingen; «Le hameau d’Élinghem est le lieu nommé Totingatum in fluvio Wasconingwal adsitum, donné par Lebtrude à l’abbaye de St.-Bertin en 808.» – DT, 132, Elvelinghem, gehucht, gemeenten Bayenghem-lez-Éperlecques et Muncq-Nieurlet; Helvinghehem, 1157; Elvinghen, 1408; Elvinghem, 1415.
  • Vergelijk : DT, 199, Hervelinghen, kanton Marquise; Helvetingehem, Helbetingshem, Helbetinhem, Helbedingehem, Helvetingehem, 1084 en 1127; Helvuenghehem, 1119; Helvelingehem, 1145; Heuveningehem, 1157; Elvelinghem, 1174; Hervedinghehem, eind dertiende eeuw; Hervedinghem, rond 1512; Hévelinghen, 1554; Helveringham, Hervelyngham, 1556; Hervelingan, 1583; Hervelinghen, 1674; «Hervelinghen, en 1789, faisait partie du Pays-Reconquis, ressort de la justice royale de Calais, et suivait la coutume d’Amiens. Son église, d’abord secours d’Audembert, au doyennée de Wissant, sous le diocèse de Thérouanne, érigée en église paroissiale en 1658 et incorporée au doyennée de Marck, diocèse de Boulogne, était consacrée à saint Quentin; le chapitre de Boulogne présentait à la cure.» – TGF, 18115, Hervelinghen, Pas-de-Calais; Helvetingahem, 1084, Helvelingehem, 1145. – Vergelijk : – DT, 147, Ferques, kanton Marquise; Frekena, 877; Frekenes, 1119; Fercnes, 1124; Ferknes, 1133; Ferchenes, 1134; Ferschenes, 1157; Fercknes, twaalfde eeuw; Fercnes, 1206; Ferchnes, 1223; Frechnes, 1224; Farkenes, 1281; Ferkenes, Ferquenes, 1286; Freskenes, 1322-1323; Frequenes, 1559; «Ferques, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne. ancien ressort judiciaire du bailliage de Wissant. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Wissant, était consacrée à Notre-Dame et avait Élinghen pour secours; l’abbé d’Andres présentait à la cure.» – TGF, 15310, Ferques, Pas-de-Calais; Frekena, 877, Fercnes, 1124, Frekenes, twaalfde eeuw, Ferkenes, 1139, Ferchenes, Ferchesnes, 1156 (TWB).

Ellunhtem (Ellunthem)

  • Ellunhtem (Ellunthem). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 128; Ellunhthem (drukfout?), ligging onbekend, in het noorden van Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Ellunhtem (Ellunthem). – WK, I, 415, Ellunthem, Alincthun of Alinthun. – WK, II, 494, Ellunthem, «uit de lijst van 870, is Alincthun op 8 km noord van Desvres.» – DT, 8, Alincthun, kanton Desvres; Alinthun, 1173; Alinghetun, 1199; Alingetuna, 1208; Helingetuna, 1208; Elinghetun, eind dertiende eeuw; Alinguetun, 1501; Allinguetun, 1553; Allinthun, 1566; Allinthun, 1610; «Alincthun, en 1789, faisait parti de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire de baillage de Londefort et suivait la coutume de Boulonnais. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Boulogne, était consacrée à saint Riquier et avait Bellebrune pour secours. L’évêque de Boulogne conférait la cure.» – TGF, 18204, Alincthun, Pas-de-Calais; Alinthun, 1173; Alingethun, 1199; Alingetuna, 1208; Elingethun, eind dertiende eeuw. – DPC, II, 38, Alincthun; Alinghetun, 1285. – DT, 8, Alenthun, gehucht en kasteel, gemeente Pihen; Ellingatum, 1084; Allingatun, 1084; Allingatum, Ellingatum,, Ellingetum, 1119; Elingatun, 1120; Elingtoune, Elington, Dalingtoune, Darlingtoune, Arlingtoune, 1556; Allantun, achttiende eeuw. – TGF, 18204, Alenthun, gemeente Pihen, Pas-de-Calais; Ellingatum, 1084; Allingatun, 1084; Elingatun, 1120;
  • Vergelijk : Alatinge van de oorkonden.

Epbaradum

  • Epbaradum. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 132, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Epbaradum. – WK, I, Ep, Eps, Baradum, Barastre. – WK, II, 494, Epbaradum, «uit de lijst van 870, is Hapart, een leengoed onder de gemeente Violaines, op 11 km oost van Béthune, of Barastre op 25 km zuidoost van Atrecht.» – DT, 184, Hapart, boerderij, gemeente Violaines. – TGF, Hapart; niet opgenomen. – DT, 29, Barastre, kanton Bertincourt; Barnastre, 1072; Barastum, 1104; Barastrum, 1149; Barastra, 1212; Barastre, 1282; Barat, 1559; Baratte, 1720; Barrattre, 1759; Barattes, 1762; – TGF, Barastre; niet opgenomen. – DPC, II, 182, Barastre; Baratrum, Baratrum in de elfde eeuw.

Feedna

  • Feedna. – OCSU, OSU, DB, Blok, Vechten, Utrecht. – LNT, 364, Vechten; Fectione, eerste helft tweede eeuw; Flectione, ca. 365, kopie dertiende eeuw; Fictione, begin achtste eeuw, kopie eind elfde eeuw; Fehtna, 723, kopie eind elfde eeuw; Veht, 1156; Vethten, 1162, kopie tweede kwart zeventiende eeuw; afleiding van de waternaam Vecht. In 69 n.Chr. zou de Canninefaat Gaius Julius Civilis de Romeinen bij Vechten hebben verslagen; de slag vond echter plaats aan de Aisne. Zie ook : Feht. – Bij Vechten is geen vroeg-middeleeuws gevonden.
  • Feedna. – WK, I, 415, Feedna, zie Fethna. – WK, I, 415, Fehtna, zie Huita. – WK, I, Huita, ontbreekt. – WK, II, 495, Feedna, «uit de lijst van 870, is identiek met Fehtna, zie aldaar.» – DT, Le Wetz; niet opgenomen. – TGF, Le Wetz; niet opgenomen.
  • De plaatsnaam Feedna/Fethna niet te verwarren met de waternaam Feht. – Zie ook : Getzewald.

Feht (Feth), rivier

  • Feht (Feth), rivier. – OCSU, OSU, De Vecht (rivier). – DB, Vechten bij Bunnik, Utrecht. – Blok, LNT, ontbreekt. – PNP, 238, (de) Vechten, 1236. – In Vechten is Romeins gevonden maar geen vroeg-middeleeuws. – Zie ook : Feedna
  • Feht (Feth), rivier. – WK, I, 415, ontbreekt. – WK, II, 495, «een rivier, genoemd in de lijst van 870, waar het bisdom Tournehem de visserij bezat, evenals de daarbij gelegen vijvers of moerassen, en welke lagen in de nabijheid van Nifterlaca (Eperlecques), is dezelfde als Fethna. Zie aldaar.» – WK, II, 496, Fehta, «waarvan in de schenkingsakte van 722 aan Eperlecques wordt gezegd dat het een plaats was, maar in het Leven van Gregorius, (door St. Ludger geschreven) wordt gezegd dat het een rivier was bij Attingahem (Autingues), kan in geen geval met Vechten of de Vechtstreek in verband worden gebracht, daar deze nog niet bestonden en meters onder water lagen.» – WK, II, 495, Feht, «een rivier, genoemd in de goederenlijst uit 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. In de tekst wordt gezegd dat het bisdom er het visrecht bezat en dat de plaats dichtbij Nifterlaca (Eperlecques) lag. Het was Le Wetz op 5 km noordwest van Watten en is heden een “watergang” in het natte land tussen Watten en Calais. Zie ook Getzewald.» – WK, II, 495, Fethna, «is een andere naam voor de rivier Wittea of Huita (= wit), een Germaanse vorm voor Albis (Aa), die “witte rivier” betekent.» – DT, Le Wetz; niet opgenomen. – TGF, Le Wetz; niet opgenomen.
  • De waternaam Feht niet te verwarren met de plaatsnaam Feedna/Fethna. – Vergelijk : TGF, 12058, La Fecht, Haute-Rhin, linker zijtak van de Ill te Illhäusern; duas Pachinas, 747, grote en kleine Fecht die samenvloeien te Munster; Fachinam, 772. – TGF 11677, Munster (in Frankrijk); na te zoeken; verdubbeld in Duitsland. – Vergelijk : Getzewald.

Felisun

  • Felisun. – OCSU, Velsen. – OSU, Boven heet het Uelesan (= Velzen). – DB, Velsen. – Blok, ontbreekt. – LNT, 366, Velzen, Noord-Holland. – Vergelijk : Velesan. – De plaatsing kwam tot stand door een vervalste akte van Echternach die door Echternach zelf nooit op Velsen is begrepen; zie ook : ‘Felison’ en ‘Velisana’.
  • Felisun. – WK, I, 415, Felison [sic !], Feuchy. – WK, II, 494, Felisa [sic !], «waar St. Bonifatius ca. 719 enige tijd verbleef en waarvan wordt gezegd dat zij dicht bij de heidenen lag, dat onder de naam Felisu[n] voorkomt in de lijst van 870, welke plaats ook in het Leven van St. Gregorius wordt genoemd en daar “dichter bij de heidenen” heet, is Feuchy op 5 km oost van Atrecht.» – DT, 147, Feuchy, kanton Atrecht (Frans Arras); Felci, 674; Filciacum, 680; Felici, 1136; Fuci, 1154-1159; Feuci, dertiende eeuw; Feucy, 1303; Felcy, 1378; Foeuchy, 1565; «Feuchy faisait partie de la gouvernance d’Arras en 1789 et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné de Croisilles, était consacrée à saint Vaast; l’abbé de Saint-Vaast présentait à la cure.» – TGF, 9087, Feuchy, Pas-de-Calais; Filciacum, 869; Felci, 1098; Feuchy, 1210. – DPC, I, 140, Feuchy; Felci, 673.
  • Vergelijk : Velzeken bij Gent. – DPC, I, 170, «Ficheux est probablement le lieu nommé Filciacum, reconnu appartenir à St.-Vaast par le diplôme de St.-Vindicien de 674. L’archevêque Hincmar assigna, en 870, le revenu de ce village ad mecessaria fratrum (Mirœs. Dip. belg.)» – DT, 151, Fléchin, gemeente Faucquemberge; Felcianus, 994; Felzi, 1096; Felchin, 1152; Flechin, 1168; Felcin, 1187; Flécin, 1299; Fléchy, 1318; Fleschin, 1545; Fléchain, 1559; «Fléchin, en 1789, dépendait, partie du bailliage d’Aire, partie de celui de Saint-Omer. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Fauquembergues, puis de Boulogne, doyenné de Bomy, était consacrée à saint Martin et avait Cuhem pour secours; l’évêque de Boulogne conférait la cure.»Zie ook onder : Uelesan (Velesan).

Fengrimahuson Ham

  • Fengrimahuson Ham. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 137, ligging onbekend, in de omgeving van Wijk bij Duurstede, Utrecht; geen andere vermeldingen.
  • Fengrimahuson Ham. – WK, I, 415, Fengrima, Frémicourt. – WK, I, 415, Husonhem, Husonham, Husen, nu Wissant. – WK, II, 496, Femgrima [sic !], «uit de lijst van 870, ook Fegrina of Fengrima geschreven, in nauw verband met Husonham als één naam genoemd, is Les Wrimetz, onderdeel van de gemeente Wissant, die Husonham is.» (zie onder : UUihtmundhem (Withmundhem) voor Wissant als Hushem, 1079) – DT, 406, Les Wrémetz; zie Vrimetz. – DT, 391, Le Vrimetz, gehucht, gemeente Wissant; Vrimet, achttiende eeuw. – TGF, Les Wrimetz; niet opgenomen. – TGF, Les Vrimetz; niet opgenomen. – Les Writmetz, «Hameau à l’est du ruisseau d’Herlen, dans le voisinage immédiat des monticules de sable sous lesquels sont ensevelies les maisons de l’ancienne ville. Ce nom de lieu, dont la dernière syllabe est un mot qui, au moyen âge, était employé dans le sens de maison, pourrait par son préfixe wri représenter l’endroit nommé Weretha, où s’arrêtèrent les moines de Gand qui emportaient les reliques des saints de Fontenelle en 944.» (HistOpale). – DT, 162, Frémicourt, gemeente Bapaume; Fremercort, 1156; Fremiercort, 1212; Fermiercurt, 1212; Fremiecourt, Fermiercourt, 1260; Fremercort, 1267; Fremecourt, 1298; Fermercourt, 1384; Fremecourt, dertiende eeuw; Friemecourt, 1310; Fremiercourt, 1315; Fremencourt, 1430; Fermicourt, 1515; Fremiecourt, achttiende eeuw; «Frémicourt, eu 1789, faisait partie du bailliage de Bapaume et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse de Cambrai, doyenné de Beaumelz-lez-Cambrai, était consacrée à saint Amand; l’abbé d’Honnecourt présentait à la cure.»
  • Vergelijk : DT, 162, Fremetz of Froimetz, leengoed, gemeente Aire-sur-la-Lys, «tenu du roi à cause du château d’Aire»

Fennepa, rivier

  • Fennepa, rivier. – OSU, DB, De Vennep. – Blok, ontbreekt. – LNT, waterloop, ligging onbekend, ten oosten van Hillegom, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Fennepa, rivier. – WK, I, 415, Fennepa, Fampoux. – WK, II, 496, Fennepa of Vennepa, «genoemd in de goederenlijst van ca. 870 van het bisom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. In de tekst wordt gezegd dat de rivier in Gatzewald (Le Wetz) ligt. Het is de Denna Watergang, ten zuidoosten van St.-Pierre-Brouck op 5 km noordwest van Watten. De voormalige rivier, restant van een arm van de Renus, is thans gekanaliseerd.» – DT, Denna Watergang; niet opgenomen. – TGF, Denna Watergang; niet opgenomen. – DT, 143, Fampoux, kanton Arras-Sud; Fampolium, 1096; Famplus, 1154-1159; Fanpous, 1171; Fampus, Fanpus, twaalfde eeuw; Fanpos, 1206; Fampos, 1239; Fampous, 1235; Frampous, 1269; Fampoux, dertiende eeuw; Fampoulx, 1375; Famepoux, 1774; Fampoux-le-Grand, 1793; «Fampoux. en 1789, faisait parlie de la gouvernance d’Arras et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale. diocèse d’Arras, doyenné de Croisilles, était consacrée à saint Vaast; le chapitre d’Arras présentait à la cure. Ancien chef-lieu d’un doyenné de district formé au XVIIIe siècle (voir l’Introduction) et prévôté royale.»

Flieta, rivier

  • Flieta, rivier. – OSU, Binorthan Flieta, Benoorden de Vliet, in of bij Rijnsburg. – OSU, Bisuthan Flieta, Bezuiden de Vliet. – DB, Blok, onbekend. – LNT, ontbreekt. – Vliet is een algemene waternaam.
  • Flieta, rivier. – WK, I, ontbreekt. – WK, II, ontbreekt. – Geen plaatsnaam, maar algemene waternaam, “vliet”. – WK, II, 496, Flye, «in het leven van St. Odulphus genoemd, is identiek met Flete, Flethi, Flevum of Almere.» – WK, II, 496, Flethite, «genoemd in een schenking uit 777 door Karel de Grote aan het bisdom Traiectum en daar als de “pagus” beschreven waarin de andere plaatsen liggen, is in Nederland nooit teruggevonden. Blok verzwijgt de naam. De naam is afgeleid van het Flevum, dat vlak boven de streek lag.» – WK, II, 496, Flye, «in het Leven van St. Odulphus genoemd, is identiek met Flete, Flethi, Flevum of Almere.»
  • Vergelijk : DT, 150, Fiennes, gemeente Guînes; Flidmum, Flitmum, 868; Flidmæ, 1069; Filnes, 1084; Finles, 1093-1098; Fienles, 112; Finlleiz, 1113; Fielnes, 1114; Foinles, 1150; Fenlæ, 1173; Feldnes, twaalfde eeuw; Felnes, 1208; Ffiennes (sic !), 1248; Fienles, 1258; Fienlles, 1282; Fianne, 1294; Fielnæ, dertiende eeuw; Fueules (lees : Fyenles), 1340; Fiennæ, 1361; Fiennes, 1373; Fyennes, 1556; Fisnes, 1556; «Fiennes, baronnie du comté de Guînes, puis châtellerie du Boulonnais après sa réunion à cette province vers 1390, érigé en marquisat en 1643, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne en 1789, ancien ressort judiciaire du bailliage de Wissant, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Wissant, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Guînes, était consacrée à saint Martin; les chanoines d’Ypres présentaient à la cure. Hôpital de Fiennes réuni à celui de Boulogne, pour le temporel, en 1696.» – TGF, 12308, Fiennes, Pas-de-Calais, aan een beek genaamd l’Heureuse; in Flitmum, 869; Flidmis, 1069; Finles, 1093-1096; Fielnes, 1206 (TWB).

Fore

  • Fore. – OSU, DB, Blok, Veur (onder Leidschendam). – LNT, 368, Veur, Zuid-Holland, waarschijnlijk oude waternaam, vergelijk Voorburg, Voorschoten; geen andere vermeldingen.
  • Fore. – WK, I, 415, Fore, Forest of Fordre. – WK, II, 496, Fore, «uit de lijst van 870, is Forest, Forêt of Fort, welke namen zo dikwijls in de streek voorkomen dat de juiste plaats niet aan te wijzen is.» – DT, 157, Le Forest, gemeente Carvin; Forest, 1125; Forestum, 1184; Foriest, 1224; Le Forest, 1307; Forestz, 1463; Forest-lez-Lens, 1530; «Le Forest (érection en marquisat de 1667) faisait partie du bailliage de Lens en 1789 et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné d’Hénin-Liétard, district de Raches, était consacrée à saint Nicolas et avait Phalempin (Norrd) pour annexe; l’abbé de Saint-Nicolas-au-Bois présentait à la cure.» – DT, 157, Fordres, gehucht, gemeente Montcavrel; Fordes, 1224; Fordrez, 1393; Fordres, 1477; «Fief tenu du roi à cause du château d’Hesdin.»
  • Vergelijk : Foreburg en Forschate.

Foreburg

  • Foreburg. – OSU, DB, Blok, Voorburg. – LNT, 372, Voorburg, Zuid-Holland; Vorburg, 1198. – Te Voorburg bevindt zich de buitenplaats Arentsburg waar Romeins is gevonden, dat vereenzelvigd wordt met de hoofdstad van de Canninefaten, later Forum Hadriani genaamd, zie : De Canninefaten / Cananefaten en Kennemerland; er is geen vroeg-middeleeuws gevonden (19).
  • Foreburg. – WK, I, 415m Foreb[o]urg, Fournehault. – WK, II, 496, Foreburg, «vermeld in de lijst van 870, is Fournehault, 20 km zuidwest van St.-Omaars. Het is een gehucht van Saint-Martin d’Hardingen.» – DT, 161, Fournehault, gemeente Saint-Martin-d’Hardinghem; Fournehove, Fornehova, 1157. – TGF, Fournehault; niet opgenomen.
  • Vergelijk : Fore en Forschate.

Forschate

  • Forschate. – OCSU, OSU, DB, Blok, Voorschoten. – LNT, 374, Voorschoten, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – PNP, 245, Voorschoten; Vorscot, 1208.
  • Forschate. – WK, I, 415, Forschate, Fouqières. – WK, II, 496, Forschate, «uit de lijst van 870, is Fouquières-lès-Lens op 5 km oost van Lens, of Fouquières-lès-Béthune op 2 km zuidwest van Béthune.» – DT, 161, Fouquières-lez-Béthune, gemeente Béthune; Foscharies, 1104; Fuscheriæ, 1110; Fuskires, 1143; Fucheræ, 1163; Foskeres, rond 1190; Fouskieres, 1215; Fouscheires, Foukieres, Fouquieres, 1323; Fousquieres, 1329; «Fouquières-lez-Béthune, en 1789, faisait partie du bailliage de Béthune et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné de Béthune, district de Beuvry, était dédiée à saint Vaast; le prieur de Saint-Pry présentait à la cure.» – TGF, 23148, Fouquières-lès-Béthunes, Pas-de-Calais; Fuscheras, rond 1191; Foscherias, 1076-1092 (TWB). – DPC, I, 293, Fouquières-les-Béthunes; Fuscarias en Fuscarioe, 1098. – DT, 161, Fouquières-lez-Lens, gemeente Lens; Foschieres, 1024; Foscariræ, 1098; Fuscariæ, 1098; Foscheriæ; Foscheræ, 1142; Fuschiræ, 1156; Fuscheræ, 1157; Fuacariæ, 1170; Fucaria, Fuscariaz, twaalfde eeuw; Foschires, Foscheres, 1192; Foukier, dertiende eeuw; Foucariæ, 1325; Fouhkieres, 1339; Foucquieres, 1418; Foucquieres-lès-Arnes, 1469; Fouquier, 1651; Fouquieres-en-Lens, 1720; Foucquier, 1759; «Fouquières-lez-Lens faisait partie du bailliage de Lens en 1789 et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Amiens, doyenné d’Hénin-Liétard, district de Méricourt, était consacrée à saint Vaast; l’abé de Saint-Vaast présentait à la cure.».
  • Vergelijk : Fore en Foreburg.

Fresdore

  • Fresdore. – OSU, DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 141, ligging onbekend, Utrecht; geen andere vermeldingen. – TWB, 376, Keltisch Fresio-duron = vesting van Friezen, cf. Batavodorum.
  • Fresdore. – WK, I, 415, Fresdore, Fresnicourt. – WK, II, 496, Fresdore, «uit de lijst van 870, is Fresnicourt op 12 km zuidwest van Béthune.» – DT, 163, Fresnicourt, gemeente Houdain; Friscini curtis, 680; Frescicort, 1141; Fresini curtis, 1154-1159; Fresincurt, 1168-1169; Fresincourt, 1171; Fresincourt, 1191; Fressincort, 1214; Fresincort, 1222; Frisincort, 1235; Fresnecourt, 1295; Freniecourt, 1298; Fraisnecourt, dertiende eeuw; Fressincourt, veertiende eeuw; Frenicourt, 1507; «Fresnicourt, en 1789, faisait partie de la gouvernance d’Arras et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume d’Artois. Son église paroissiale. diocèse d’Arras, doyenné d’Houdain, était consacrée à la Nativité de la Vierge; le chapitre d’Arras présentait à la cure.» – TGF, 15754, Fresnicourt, Pas-de-Calais; Friscini curte, 685; Fresinicurtis, 1154; Fresincurt, 1168 (TWB). – TWB, Friscini curte, 685, kopie ± 1040. – DPC, I, 322, Fresnicourt; Friscini curtus, 674.

Fresionouuic (Fresionowic)

  • Fresionouuic (Fresionowic). – OSU Vreeswijk ? BD, Blok, Vreeswijk, Utrecht. – LNT, 375, Vreeswijk; geen andere vermeldingen. – PNP, 247, Vreeswijk; Vresewik, 1217. – Bij Vreeswijk zou een oorspronkelijke nederzetting op de Wierse Rug hebben gelegen.
  • Fresionouuic (Fresionowic). – WK, I, 415, Fresionowic, Fressenghe of Frissinghe. – WK, II, 496, Fresionowic, «dat voorkomt in de lijst van 870, is Fressenghe, leengoed onder Eperlecques, op 7 km oost van Tournehem, of Frissinghe, gehucht onder Lottinghem, op 7 km noordoost van Desvres». – DT, Fressenghe, Frissinghe; niet opgenomen. – TGF, Fressenghe, Frissinghe; niet opgenomen. – Waarschijnlijk bedoeld : – DT, 147, Fersinghem, gehucht, gemeente Esquerdes; Fresingahem super fluvium Agnonia, 788; Fresingehem, 788; Farsinghen, achttiende eeuw. – DB, 38 en 58, Fersinghem, onder Esquerdes, Pas-de-Calais, Fresingahem, 788 en 864.
  • Vergelijk : TGF, 14678, Fressin, Nord; geen oude vormen gegeven. – TGF, 14678, Fressin, Pas-de-Calais; in Fresinnio, 800; Fressin, 1177; Freissin, 1176-1188. – DB, 40, Fressin, Pas-de-Calais, Fresinnio, 800. – TGF, 13183, Fressies, Nord; Frisiacas, 878; Fersiis, 1113; Freseiis, 1161; Fresies, 1180; Ferssies, 1219 (TWB). – De rivier Agniona[n]/Agnonia is de Aa; zie ook onder Isla aqua en Scata. Voor Lottinghen, zie onder : Luddinghem.

Galana, met kerk

  • Galana, met kerk. – OSU, DB, Blok, onbekend. – TWB, 385, Galesloot. – LNT, 143, ligging onbekend, waarschijnlijk in de omgeving van Galesloot, 5 kilometer ten zuiden van Oudenrijk, Utrecht. – Galesloot heeft geen vroeg-middeleeuwse kerk.
  • Galana, met kerk. – WK, I, Galana, ontbreekt. – WK, II, 497, Galana, «uit de lijst van 870, is Galametz op 15 km zuidwest van St.-Pol-sur-Ternoise.» – DT, 166, Galametz, gemeente Parcq; Galamni mansus, 1042; Galantines (lees : Galatmis), 1120; de Galatinis (lees : Galatmis), 1124; Galami mansus, 1154; Galanmeis, 1163; Galames, Galaldi mansus, Galantmeis, twaalfde eeuw; Galameis, Calamers, 1216 en 1218; Galamers 1367; Galamers, 1380; Galemer, veertiende eeuw; «Galametz (érection en comté de mars 1758) faisait partie du bailliage d’Hesdin en 1789 et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume de la prévoté de Doullens. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Hesdin, puis de Boulogne, doyenné de Fillièvres, secours de Wail, était consacrée à saint Martin.» – TGF, 17378, Galametz, Pas-de-Calais; Galantmes, rond 1120; Galantinis, 1123, waarschijnlijk te lezen als *Galantmis; de Galandimanso, twaalfde eeuw; Galammeis, 1155 (TWB). – TWB, 385, Galametz, Galantmes, ± 1120. – DPC, II, 341, Galametz; in de veertiende en zestiende eeuw le Metz-Galant genaamd; «Ce lieu dépendait de l’abbaye de Ste.-Austreberthe en 700.»

Galinghem

  • Galinghem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 143, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Galinghem. – WK, I, 415, Galinghem, Garlinghem. – WK, II, 497, Galinghem, «uit de lijst van 870, is Garlinghem, gehucht van Aire-sur-la-Lys, op 16 km zuidoost van St.-Omaars.» – DT, 167, Garlinghem, gehucht, gemeente Aire-sur-la-Lys; Gerlingehem, 1123; Gelengehen, 1163; Ghierlingehem, 1253; Gherlingehem, 1279; «Garlinghem, en 1789, dépendait de la paroisse de Saint-Martin-lez-Aire.» – TGF, Garlinghem; niet opgenomen. – TWB, 387, Garlinghem; Gerlingehem, 1123, kopie 1775. – WTWV, Garlinghem; «terram apud Gelemgehem», 1120; Gerlingehem, Gerlinghem, Garlingehem, 1123; Gellingehem, 1131-1169; Gellengeham en Gelengehem, 1147, etc.

Ganga

  • Ganga. – OSU, Het eiland Ganc of Gankchaland. – DB, Blok, onbekend. – LNT, 144, ligging onbekend, in de omgeving van Tessel, Noord-Holland, misschien een waternaam.
  • Ganga. – WK, I, 415, Ganga, Gagnicourt (lees : Cagnicourt). – WK, II, 497, Ganga, genoemd in de goederenlijst uit ca. 87- van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. Het is Cagnicourt, op 18 km zuidoost van Atrecht.» – DT, 79, Cagnicourt, gemeente Vitry; Caunicortis [lees : Cavincortis], 1096; Cauvenicurtis, 1101; Cavencicurt, 1105; Cavennicurt, Cawenicurtis, Cauvenicurt, 1111; Cavengnicort, 1115; Cavuengnicurt, 1135; Cavegnicurt, 1140; Cavenignicurth, 1145; Cavenignicurt, 1152; Kagnicort, 1184; Chavyncurt, Cawuncurt, dertiende eeuw; Chuawengnicort, 1216; Caungnicort, 1218; Caignicourt, 1244; Kaingnecourt, Kangnecourt, 1246; Kaignecourt, 1246; Cagnicort, 1267; Canicourt, 1329; Kaingnicourt, veertiende eeuw; Cagnecourt-en-Cambrésis, 1424; Kagnicourt, 1430; Caignecourt, 1469; Canicourt, 1559; Cagnicour, 1732; «Cagnicourt, en 1789, faisait partie de la chàtellenie d’Oisy, ressort de la gouvemance d’Arras, et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse de Cambrai, doyenné de Beaumetz-lez-Cambrai, était consacrée à saint Martin; l’abbé d’Anchin présentait à la cure.» – TGF, 16192, Cagnicourt, Pas-de-Calais; Cauuenicurt, 1104; Cavengicurt, 1105; Cawenicurte, 1111 (TWB). – DPC, I, 265, Cagnicourt; Kangnicurt, 1080; verder Kanikort, Caugnicourt, Cavenicourt.

Germepi (pago Germepi), bij Isla aqua

  • Germepi (pago Germepi), bij Isla aqua. – OBHZ, 23, spelling Gestharpemarca, «niet Gasperden, zooals vroeger gegist is, maar waarschijnlijk Geesdorp in Woerderland, waaromstreeks de kerk van Oudmunster in 1330 nog zekere tienden bezat.» – OSU, Een gouw a.d. Yssel. – DB, Zuid-Holland. – Blok, onbekend. – LNT, 147, ligging onbekend (Utrecht of Zuid-Holland). – PNP, Geesdorp; niet opgenomen.
  • Germepi (pago Germepi), bij Isla aqua. – WK, I, 415, Germepi, «“bij de Isla” – Grémicourt. Isla is Lys.» – WK, II, 497, Germepi, «“bij de Isla”, voorkomend in de lijst van 870, is Guarbecque, op 8 km zuidoost van Aire-sur-la-Lys. De Isla is de Lys.» – DT, 177, Guarbecque, gemeente Liliers; Gauerbeca, 1173; Garbeka, 1190; Garbecque, 1243; Garbieke, 1296; Garbeque, 1325; Garbeq, 1360; Garbecque, 1403; Garebecque, 1403; Garbeke, 1516; Garbec, 1559; Garbek, 1560; Gerbeque, 1564; Garbecques, 1720; Guarbecque, 1758; Gerbecq, 1761; «Guarbecque, en 1789, faisait partie du bailliage de Lillers et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Saint-Omer,doyenné de Lillers, était consacrée à saint Nicolas; le chapitre d’Aire présentait à la cure.» – TGF, 18491, Guarbecque; bij een beek die grote moerassen doorstroomt, Gaverbeka, 1161 (TWB); Garbeka, 1190; , 1725. – TWB, 428, Guarbecque, Gauerbeca, 1161. – DPC, I, 364, Guarbecque; Gerbeka, 1208; ook Harbéque. – DT, 175, Oord genaamd Grémécourt of Grémicourt, gemeente Saint-André-au-Bois, rond 1155 overgedragen aan de abdij van Saint-André; Germericurtis, rond 1143; Gremecourt, 1157; Gremecort, 1185; Germercort; Gremercort, twaalfde eeuw; Grimercort, 1220-1221; Gremiercourt, zestiende eeuw.

Gestnipemutha

  • Gestnipemutha. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 148, ligging onbekend, waarschijnlijk Utrecht; geen andere vermeldingen.
  • Gestnipemutha. – WK, I, 415, Gestnipemutha, Questinghen. – WK, II, 497, Gestnipemutha, «uit de lijst van 870, is Questinghen, gehucht van Bainctun, op 7 km zuidoost van Boulogne» – DT, 313, Questinghen, gehucht, gemeente Baincthun; Gestingehem, 1208; Questinghem, 1415; Questinguehen, 1482; Quescinghen, 1566; Quetinguhen, 1670; «Questinghen, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de même nom, et suivait la coutume de Boulonais. Son église, secours de Baincthun, était consacrée à saint Omer.» – TGF, Questinghen; niet opgenomen.

Getzeuuald (Getzewald)

  • Getzeuuald (Getzewald). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 148, ligging onbekend, ten oosten van Hillegom, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Getzeuuald (Getzewald). – WK, I, 415, Getzewald, Gazevert. – WK, II, 497, Getzewald, «in de lijst van 870 genoemd als een visserij, is een deel van het Almere. Het wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. Het is Le Wetz, een moerasgebied op 4,5 km noordwest van Watten, en vlakbij Uteromeri (Neder-Meersch) gelegen, in welk verband het in de tekst wordt genoemd. De verandering van de letter W in G is in het Romaans volkomen normaal: denk aan Guilielmus en Wilhelmus. “Wald” betekent hier niet woud of bos, maar moet als “wal” worden opgevat, hetgeen op een zekere bedijking wijst.» – DT, Le Wetz; niet opgenomen. – TGF, Le Wetz; niet opgenomen. – DT, 168, Gazevert, voormalige boerderij en leprozenhuis (maladrerie), gemeente Wissant; Gasevelt, dertiende eeuw; Gazevé, 1340; Ghasevelt, 1361; Gaisevelt, Gagevelt, 1402; Gazelvert, Gazevelt, 1506; Gazeveld, 1525; Les Gages-Verts.
  • vergelijk : DT, 400, Le Wez, gehucht, gemeente Sainte-Marie Kerque; Le Wez, gehucht, gemeente Ruminghem; Le Wez, voormalig landhuis, gemeente Robecq. – Zie ook : Feht.

Ginnele

  • Ginnele. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 150, ligging onbekend, waarschijnlijk Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Ginnele. – WK, I, 415, Ginnele, Guinecourt. – WK, II, 497, Ginnele, «dat voorkomt op de lijst van 870, is Guinecourt, op 9 km zuidwest van St.-Pol-sur-Ternoise.» – DT, 178, Guinecourt, gemeente Saint-Pol-sur-Ternoise; Guignecort, 1217; Ghuignecourt, 1300; Guingnecourt, 1319; Guignecourt, 1349; Ginnecourt, 1469; Guignecourt-en-Oupi, 1474; Guignicourt, 1515; Guincourt, achttiende eeuw; «Guinecourt, en 1789, faisait partie du bailliage d’Hesdin et suivait la coutume d’Artois; c’était l'annexe d’Œuf-en-Ternois.» – TGF, 16208, Guinecourt, Pas-de-Calais; Guignecourt, 1218 (TWB).

Gintasstrip

  • Gintasstrip. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 150, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Gintasstrip. – WK, I, 415, Gintasstrip, Givenchy-en-Gohelle. – WK, II, 497, Gintasstrip, «uit de lijst van 870, is Givenchy-en-Gohelle, op 7 km zuidwest van Lens.» – DT, 168, Givenchy-en-Gohelle, gemeente Vimy; Juvellchii, 1070; Juviniacum, 1104; Juvenci in Gauharia, 1154-1159; Jevenci in Gauharia, 1171; Juvenchi, 1220; Gievenci in Gauheria, 1226; Givenchy, 1329; Gievenchi, veerteinde eeuw; Givenchy-en-le- Gohelle, 1429; Gyvenchy, 1643; «Givenchy-en-Gohelle faisait partie du bailliage de Lens en 1789 et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné d’Hénin-Liétard, district d’Arleux-en-Gohelle, était consacrée à saint Martin; le chapitre d’Arras presentait à la cure.» – TGF, 9126, Givenchy-en Gohelle, Pas-de-Calais; Juvinziaco, 684; Juventiacum, 869; Juvenci, 1104 (TWB).
  • Vergelijk : TGF, 9126, Givenchy-lès-la-Bassée, Pas-de-Calais; Juvenciacum, 752-757; Juvenci, 1155; Gievenchi, 1225 (TWB).

Gisleshem

  • Gisleshem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 150, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Gisleshem. – WK, I, 415, Gisleshem, Guslinghem. – WK, II, 498, Gisleshem, «uit de lijst van 870, is Guslinghem op 7 km zuidoost van Tournehem.» – DT, 179, Guselinghem of Guzelinghem, gehucht, gemeente Moringhem; Guslinghen, 1387; Quizelenghem, 1711-1723; Guzelinchem, 1759; Guzlinghem. – TGF, Guslinghem; niet opgenomen.
  • Guslinghem ligt op geruime afstand van Beuvrequen; zie onder : Beuorhem.

Gnisingo

  • Gnisingo. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 151, ligging onbekend, in het noorden van Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Gnisingo. – WK, I, 415, Gnisingo, Ghissignies. – WK, II, 498, Gnisingo, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. Het is Gustinghem, op 6 km zuidoost van Tournehem.» – DT, Gustinghem; niet opgenomen. – TGF, Gustinghem; niet opgenomen. – DT, Ghissignies; niet opgenomen. – TGF, 13184, Ghissignies, Nord, Gisengiis, 1098; Gisgeniis, 1104; Gisenniis, 1123; Ghiseniis (TWB).
  • Waarschijnlijk bedoeld Guselinghem, zie onder Gisleshem. – Vergelijk : Het graafschap Guînes stond bekend als het comitatus Gisnensis.

Godolfhem

  • Godolfhem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 151, ligging onbekend, in het noorden van Noord-Holland, mogelijk op of in de omgeving van Tessel; geen andere vermeldingen.
  • Godolfhem. – WK, I, 415, Godolfhem, Godelimbroecq. – WK, II, 498, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. Het is Godelimbreucq, gehucht van Wimille, op 5 km noord van Boulogne.» – DT, 169, Godelimbreucq, gemeente Wimille; Godelimbroeck, 1506. – TGF, Godelimbreucq; niet opgenomen.

Haltna, met kerk

  • Haltna, met kerk. – OCSU, OSU, DB, Blok, Houten. – LNT, 190, Houten, Utrecht; Haltnon, tiende-elfde eeuw, Werden. – PNP, 105, Houten; Houten, 1396. – Houten heeft geen vroeg-middeleeuwse kerk.
  • Haltna, met kerk. – WK, I, 415, Haltna, Halinghen. – WK, II, 498, Haltna, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 134) als Houten opgevat. Het is Annay, op 5 km noordoost van Lens.» – DT, 11, Annay, kanton Lens-Est; Aldnai, 955-981; Aldnai, 966; Adnais, 972; Altnai, 1037; Aldnaidis, elfde eeuw; Alnai, 1198; Alnetum, 1204; Ausnay, 1214; Aunay, 1218; Annai, 1254; Ausnai, 1261; Annet, 1269; Augnoi, 1282; Oisnay, 1329; Annoy, 1399; Alnay, 1460; «Annay, en 1789, était une des trois paroisses du comté de Harnes, dont elle suivait la coutume, et dépendait, comme terre féodale, de l’abbaye de Saint-Pierre de Gand. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné de Lens, était consacrée à saint Amé; l’abbé de Saint-Pierre de Gand présentait à la cure.» – TGF, 5395, 6499, Annay, Pas-de-Calais; Aldnais, 955-981; Alnidi villa, 858. – DPC, I, 346, Annay; vóór 1070 Alnetum, Alnoe, Aulnay. – TWB, 59, Annay; Altnai, 1038. – DT, 181, Halinghen, kanton Samer; Vicus Dolucens[is], eerste eeuw; Havelingueham, 1134; Evelinghehem, 1199; Halinguehen, 1458; Harlinghem, 1559; Haltinguehem, 1722; «Halinghen, en 1789, faisait partie du Boulonnais, ancien ressort judiciaire des bailliages réunis d’Etaples, de Choques et de Bellefontaine, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Frencq, secours de Frencq, était consacrée à saint Sylvestre; l’abbé de Saffier présentait à la cure.»

Hanatce

  • Hanatce. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 164, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Hanatce. – WK, I, 415, Hanatce, Haringe. – WK, II, 495, Hanatce, «uit de lijst van 870, is vermoedelijk identiek met Anasati, zie aldaar.» – WK, II, 495, «Anansati, genoemd in een akte van ruiling uit 850 tussen het bisdom Traiectum en zekere Baldricus, wordt door Blok (p. 104) als Avezaat (Gld.) opgevat, dat uit twee dorpen bestaat: Kapel-Avezaat en Kerk-Avezaat, beide lager dan 5 m gelegen; zij bestonden niet in 850. De juiste determinatie is Annezin-lès-Béthune op 3 km west van Béthune. Blok slaat uit dezelfde akte zeven namen over, waarmee hij in Nederland geen raad weet : Ernkina, Hamaritthi, Hesola, Teratina, Uvia, Velgasse en Vuada. Zie de teksten bij de betreffende namen.» – DT, 12, Annezin, kanton Béthune; Anazin, 1119; Heduneanesin, Hedinnanesin rond 1153; Hanesin, rond 1153; Anisin Heldonis, rond 1154; Anesin Heddonis, 1154-1159; Hedun Anesin, 1165; Anesin, 1214; Hesdonasin, 1224; Annezin, 1318; Anesins, veertiende eeuw; Ennezin-delez-Béthune, veertiende eeuw; Annezain, 1720; «Annezin, en 1789, faisait partie de la gouvernance de Béthune et suivait la coutume d’Artois modifiée par une coutume locale vérifiée en 1507. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné de Béthune, était consacrée à saint Martin, après l’avoir été à saint Vaast; le chapitre d’Arras présentait à la cure.» – TGF, 14317, Annezin, Pas-de-Calais; Anesin in 1104 (TWB). TWB, Annezin, Anesin, 1104, kopie twaalfde eeuw. – DPC, I, 282, Annezin; «Annezin sur la Brète. Du Celtique an, rivière. En 1123, Lambert, abbé de St.-Bertin, obtint du comte de Flandre l’autel d’Annezin.» – DT, Haringe; niet opgenomen. – TGF, Haringe; niet opgenomen.

Haragum

  • Haragum. – OBHZ, 25, thans Hargen. – OSU, DB, Blok, Hargen (bij Alkmaar, bedoeld onder Schoorl). – LNT, 166, Hargen, 3 kilometer noordwest van Schoorl; ook vereenzelvigd met Horgana, waarschijnlijk 822-ca. 825, kopie 1150-1158, Fulda. – Zie ook : Schoorl. – Vergelijk : LNT, 165, (Oude-)Harg, verdwenen waterloop, in de omgeving van Ketel, Zuid-Holland; Hargan, eerste helft elfde eeuw, Echternach [falsum]; Harago, 1063, kopie twaalfde en begin dertiende eeuw, Echternach [falsum]; Hargan, waarschijnlijk eind elfde eeuw, kopie ca. 1420, Echternach [falsum]; Harago, 1147-1148, Echternach [falsum]; Hariche, 1156, Echternach [falsum]; Hariche, 1156, kopie begin dertiende eeuw, Echternach [falsum]; Hargan, 1161-1176, [kopie] ca. 1420, Liber S. Adalberti. – Vergelijk : LNT, 165, Hargan, (1161-1176), oude naam van Ketel, Zuid-Holland; Harega, eerste helft elfde eeuw, Egmond; Harago, 1063, kopie twaalfde eeuw, Egmond; Hargan, eind elfde eeuw, kopie ca. 1420, Egmond; Harago, 1147-1147, kopie begin dertiende eeuw, Echternach; Harige, 1156, Echternach; Hariche, 1156, kopie begin dertiende eeuw, Echternach; Hargan, 1161-1176, Egmond.
  • Haragum. – WK, I, 415, Haragum, Haringe. – WK, II, 498, Haragum, «genoemd in de goederenlijst uit 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 99) als Hargen, Noord-Holland, geïdentificeerd, wat onmogelijk is, daar deze plaats meters onder water lag. De juiste naam is Haringzelle, gehucht van Audinghen, op 13 km noord van Boulogne.» – DT, 185, Harinquezelle, gehucht, gemeente Audinghen; Haringuezelle, 1480; Haringselles, 1554; Haringueselle, 1699; Harinxelle, 1709; Harinquezelle, achttiende eeuw. – TGF, Haringzelle; niet opgenomen.

Haralem

  • Haralem. – OCSU, OSU, DB, Blok, Haarlem. – LNT, 160, Haarlem; Harleim, eerste helft elfde eeuw, Echternach; Harlem, 1119; Hairlem, 1105-1120, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Harlem, 1121-1157, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Hairlem, 1130-1161, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Harlem, 1162, kopie ca.  1420, Harlem, 1162, kopie ca. 1420; Harlem, 1162; Harlehe[m], 1167; Harlem, 1172; Harlem, 1174; Harlem, 1180, ad 1132, Annales Egmundenses; Harlem, 1180, ad 1155, Annales Egmundenses; Harlem, 1180, ad 1166, Annales Egmundenses; Harlem, 1180, ad 1173, Annales Egmundenses; Harlem, 1198; Herlehe[m], 1199; Harlem, 1199; Harlehem, 1220; Harlem, 1200, kopie 1305; Harlem, 1105-1119, vervalst eind twaalfde, begin dertiende eeuw, kopie ca. 1420. – Zie ook  Haarlem.
  • Haralem. – WK, I, 415, Haralem, Hardelot. – WK, II, 498, Haralem, «uit de lijst van 870, is Hardelot, op 8 km zuid van Boulogne.» – DT, 185, Hardelot, gehucht en voormalig kasteel, gemeente Condette; Hardlrelo, 1203; Vardello, dertiende eeuw; Hardrei locus, dertiende eeuw; Hardrelelo, 1285; Herarelo, 1302; Hardelotum, 1308; Hardrello, 1338; Hardelfo (lees : Hardello), 1346; Hardilo, 1544; Ardelot, zestiende eeuw; Hardelot, achttiende eeuw. – TGF, 14214, Hardelot, gemeente Condette, Pas-de-Calais; Hardrelo, 1203; Hardelotum, 1308. – TWB, Hardelot, Hardrelo, 1203, kopie veertiende eeuw. – WTWV, 5, 438, Hardelot; Ardrelo, 1194; Hardrei, Hardrei locus, rond 1200; Hardrelo, 1203.
  • Vergelijk : DT, 195, Herlen, gehucht en leengoed, gemeente Wissant; Erlehem, 1084; Arlem, 1308; Erlens, 1562; Herlans, 1607; Erlen, zeventiende eeuw; Herlens, 1709; Herlend, achttiende eeuw; «Fief tenu du roi à cause du cháteau de Wissant.»

Hasehem

  • Hasehem. – OSU, Haastrecht, door verwisseling van den uitgang “hem” in “trecht” ? – DB, onbekend. – Blok, Heeswijk ? – Heeswijk, gemeente Bernheze, Noord-Brabant. – Heeswijk heeft een veertiende eeuws kasteel Heeswijk. – Blok, De Franken (t.a.p., p. 133), «Tussen Kromme Rijn en Lek zijn de in de middeleeuwse bronnen genoemde namen Hasehem, Thorhem, en Lanthem (alle drie eerste helft 10de eeuw) verdwenen.» – LNT, 166, ligging onbekend, waarschijnlijk Utrecht.
  • Hasehem. – WK, I, 415, Hasehem, Hazuinge of Azelinghen. – WK, II, 498, Hasehem, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 133) opgevat als een verdwenen dorp tussen kromme Rijn en Lek, waar op dat tijdstip geen bewoning kan hebben bestaan. Het is Hazuinge op 5 km zuidoost van Marquise.» – DT, 190, Hazuinge, leengoed, gemeente Réty; Asewinche, 1157; Hasewinkel, 1286; Hassengues, vijftiende eeuw; Haguinquet, 1518; Hassuinge, Hasvingy, 1518, 1687. – TGF, Hazuinge; niet opgenomen. – TWB, Hazuinge; Aseuuinche, 1156. – DT, 25, Azelinghen, leengoed, gemeente Leulinghen; Haselinghem, 1336; Azelinguen, 1553; Hazelinguen, 1648; «Fief tenu du château de Fiennes».

Helnere

  • Helnere. – OSU, Helnaer onder Wassenaar. – DB, onbekend. – Blok, Hilaar onder Wassenaar. – LNT, 180, Hillenaer, achttiende eeuw, ca. 2  kilometer ten oosten van Wassenaar, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Helnere. – WK, I, 415, Helnere, Elnes. – WK, II, 499, Helnere, «uit de lijst van 870, is Elnes, op 11 km zuidwest van St.-Omaars.» – DT, 131-132, Elnes, gemeente Lumbres; Eusnes, 1084; Enella, 1119; Enela, 1157; Enla, 1171; Helne, 1175; Ennela, 1179; Anla, 1184; Elne, 1220; Enle, 1365; Eulle, 1507; Entles, 1515; Oeulle, 1518; Esnes, 1545; Eulne, 1696; Elnes, 1720; Hennes, 1739; Elle of Henne, 1739; Enne, achttiende eeuw; «Elnes faisait partie du bailliage de Saint-Omer en 1789 et suivait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Helfaut, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Bléquin, secours de Wavrans était consacrée à saint Martin.» – TGF, 14625, Elnes, Pas-de-Calais; Eusnes, 1084, wellicht te lezen als *Ensnes; Enla, de Henliaco, 1171; Enele, 1175; Elne, twaalfde eeuw (TWB). – TWB, 312, Elnes, Enla, 1171, kopie ±1240; Enele, 1175, kopie zeventiende eeuw; de Henliaco, 1171, kopie ±1240; Elne, 1175 (kopie twaalfde eeuw), resp. Helne (kopie achttiende eeuw). – DPC, II, 219, Elnes; Elena, 688; Ailne en Enne, twaalfde eeuw; kerk in 961.
  • Zie ook : Alfna.

Helspeni

  • Helspeni. – OSU, DB, onbekend. – Blok, Heesbeen, later verworpen. – LNT, 173, ligging onbekend, Utrecht; geen andere vermeldingen. – LNT, Heesbeen, 5 km ten oosten van Eten (Noordbrabant), Hasbenni, Hasibenni, Hasbenni, tiende en elfde eeuw (Werden) – PNP, 88, Heesbeen, gemeente Heusden, Hesebenne, 1200-1225.
  • Helspeni. – WK, I, 415, Helspeni, Elceke, nu Nordausques, of Heuchin. – WK, II, 499, Helspeni, «uit de lijst van 870, is Nordausques, voorheen bekend als Elceka en andere vormen, op 3 km noordoost van Tournehem.» – DT, 278, Nordausques, kanton Ardres; Elceka, elfde eeuw; Elceke, rond 1119; Alcecca, 1119; Aleca, 1157; Alseche, 1208; Elseka, 1218; Helsche, 1255-1256; Auske, 1285; Elsekum, Helcechum, Helchekum, dertiende eeuw; Ausseke, 1301; Ousseke, 1302; Aske, Ausseque, 1311; Nortausque, 1454; Ausque, 1480; Euske, vijftiende eeuw; Nort-d’Ausque, 1559; Nort-Dansque (lees : Nort-Dausque), 1720; Nord-d’Ausque, 1739; Nordeau, 1734; «Nordausques, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Alquines, puis diocèse de Saint-Omer, doyenné de Tournehem, était consacrée à saint Martin et avait Welle pour secours; le chapitre de Boulogne présentait à la cure. Ancienne maladrerie, dans cette commune, dite “l’Hôpital de Nordausques”. Quelques citations peuvent se rapporter à Zudausques (Ausques du Sud).» – TGF, 9679, Nordausques en Zudausques, Pas-de-Calais; Alciaco, 648; in Elciaco, 844-864 (TWB); Elceka, elfde eeuw; Auske, 1285; Zutausque, 1331; Nortausque, 1454. – DPC, II, 141, Nordausques; Hoske en Osques, veertiende eeuw. – DT, 201, Heuchin, kantonhoofdplaats, arrondissement Saint-Pol-sur-Ternoise; Elciacum, 844-864; Hilkinium, 877; Helcin, 1040; Hilciacum, 1051; Huchin, 1097; Helcinium, 1104; Elcin, 1107; Hilcin, 1119; Helchin, 1145; Helcy, 1151; Helchinium, Helchim, Helchi, 1163; Heuchins, 1239; Heuchin, 1259; Helchins, dertiende eeuw; Huechin, 1309; Huchin, 1405; Heuscin, 1503; Huichin, 1559; «Heuchin, franche vassalerie du comté de Saint-Pol érigée en marquisat en 1691, faisait partie de la sénéchaussée de Saint-Pol en 1789 et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Saint-Pol, était consacrée à saint Martin; l’abbé de Saint-Bertin présentait à la cure. Ancien prieuré de cette abbaye devenu une simple ferme au XIIIe siècle, curtis ecclesie Sancti Bertini, 1275 (bull. Mor., t. IX, p. 659).  – Fontaine légendaire.»
  • Zie ook onder : Norhtgo.

Hermeshem

  • Hermeshem. – OSU, Harmelen ? – PNP, 84, Harmelen; Harmalen, ca. 1220; Heermalen, 1333; Heremael, 1334. – DB, Blok, onbekend. – LNT, 176, ligging onbekend, waarschijnlijk Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Hermeshem. – WK, I, 415, Hermeshem, Hérimetz. – WK, II, 499, Hermeshe[m], «genoemd in de ijst van 870, is Hermies op 27 km zuidoost van Atrecht.» – DT, 197, Hermies, gemeente Bertincourt; Hermis, 1096; Harmies, 1148; Harmiez, dertiende eeuw; Herremies, 1375; Hermies, 1379; Ermy, 1430; Harmyes, 1520; Harmy, 1588; Hermy, 1720; «Hermies, en 1789, faisait partie du bailliage de Bapaume et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse de Cambrai, doyenné de Beaumetz-lez-Cambrai, était consacrée à Notre-Dame; le chapitre de Cambrai présentait à la cure.» – TGF, 13197, Hermies, Pas-de-Calais; Harmiis, 1116; apud Harmeias, 1144; Armies, 1181 (TWB). – TWB, Hermies, Harmiis, 1116; Harmeias, 1144; Harmies, 1148; Armies, 1181. – DPC, I, 189, Hermies; Hermis, 1096. – DT, 195, Hérimetz, gehucht en molen, gemeente Parenty; Henrimés, 1293; Henrymés, 1567; Le Nœufbourg auparavant Hérimés, 1578; Hérimel, 1725; Hermet, achttiende eeuw; Ermetz, 1902.

Heslem

  • Heslem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 178, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Heslem. – WK, I, Heslem, Hélesmes. – WK, II, 500, Heslem, «uit de lijst van 870, is Hélesmes, op 11 km west van Valenciennes.» – DT, Hélesmes; niet opgenomen. – TGF, 15344, Hélèsmes, Nord; Helemiam, 847; Helemna, 899; Helemniis, elfde eeuw; Helemensis, 1081 (TWB). – TWB, Hélèsmes, Helemiam, 847, kopie ± 1300; Helemna, jaar ?
  • Vergelijk : Heslemaholta; Heslem en Heslemaholta zijn in TWB met elkaar in verband gebracht.

Heslemeholta

  • Heslemaholta. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 178, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Heslemaholta. – WK, I, 415, Heslemaholta, Hellemmes. – WK, II, 500, Heslemaholta, «uit de lijst van  870, is Hellemmes, op 4 km oost van Rijsel.» – DT, Hellemmes; niet opgenomen. – TGF, 15439, Hellemes, Lille, Nord; Helesmes, 1136; Helemmes, 1149-1166 (TWB). – TWB, Hellemes, Heilemes, 1191.
  • Vergelijk : Heslem; Heslem en Heslemaholta zijn in TWB met elkaar in verband gebracht.

Holanuuegh (Holanwegh)

  • Holanuuegh (Holanwegh). – OSU, De Holle Weg bij Wageningen ? – BD, Blok, onbekend. – LNT, 183, ligging onbekend, in de omgeving van Wijk bij Duurstede, Utrecht. – Een ‘Holleweg’ (door erosie uitgesleten) is er ook in Heiloo en in vele andere plaatsen in Nederland, België en Noord-Frankrijk te vinden.
  • Holanuuegh (Holanwegh). – WK, I, 415, Holanwegh, Hollingues of Haute-Wignes. – WK, II, 500, Holanwegh, «uit de lijst van  870, is Hollingues, gehucht van Nordausques, op 3 km noordoost van Tournehem.» – DT, 204, Hollingues, leengoed, gemeente Nordausques; Hollinghes, 1452. – TGF, 13373, Hollingues, gemeente Nordausques, Pas-de-Calais; en vier identieke namen van andere plaatsen; geen oude vormen gegeven. – DT, 189, Haut-Wignes, boerderij, gemeente Wirwignes; Houlluiche, 1505; Houlluyle, 1506; Hollewigne, 1553; Holluique, 1553; Halluygues, 1562; Hautwignes, achttiende eeuw; La Planche-Holluique.

Holtlant

  • Holtlant. – OSU, Holland ? – DB, Blok, onbekend. – LNT, 185, ligging onbekend, in de omgeving van Leiden, Zuid-Holland.
  • Holtlant. – WK, I, 415, Holtlant, Houtkerque. – WK, II, 500, Holtlant, «uit de lijst van 870, is Houtkerque op 12 km noordoost van Cassel, of Houthem (B[elgië].) op 3 km zuidoost van Ieper.» – DT, Houtkerque; niet opgenomen. – TGF, 18554, Houtkerque, Nord; Holtkerka, 1049; Hothkerche, 1069; Holtkerka, 1141; Houtkerka, 1187 (TWB). – TWB, 517, Houtkerque, Hothkerche, 1069, kopie ± 1215; Holtkerka, 1141, kopie veertiende eeuw. – Houthem, België, na te zoeken.

Holtsele

  • Holtsele. – OSU, «volgens S. Muller Hzn. (Kerk Ind. Bisd. Utr. II 265) zou dit een oude benaming van Monster zijn, vergelijk echter onder Masamuthon.» – DB, onbekend. – Blok, Honselaarsdijk. – PNP, 100, Honselersdijk, gemeente Naaldwijk, Zuid-Holland; Hontsolerdike, Honsolerdike, 1280-1287; Hontselaerdyck, 1573; betekenis dijk bij Hontsele, een plaatsje dat reeds in 1257 vermeld wordt. – LNT, 186, in verband gebracht met Honsol (1454), ligging onbekend, in de omgeving van Naaldwijk, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Holtsele. – WK, I, 415, Holtsele, Holsinghen, nu Assinghen. – WK, II, 500, Holtsele, «uit de lijst van 870, is Assinghen, voorheen als Holsinghen bekend, leengoed onder Houlle en Eperlecques, op 6 km oost van Tournehem.» – DT, 16, Assinghem, voormalig leengoed, gemeente Houlle en Éperlecques; Hessingehem juxta Sperlaca, 1139; Holsinghem juxta Sparlaca, 1139; Hassingre, 1207; Hessigem, 1296; Hessenghem, Essenghem, Assenghem, 1307; Essighen, 1344; Hessighem, veertiende eeuw; Hessinghem, veertiende eeuw; Essinghem, 1411; Hassenghem; 1759. – TGF, 18085, Assinghem, gemeente Houlle, Pas-de-Calais; Hessingehen, 1139 (TWB). – TWB, Assinghen, Hessingehen, 1139.
  • Vergelijk : DT, 16, Assinghem, gehucht, gemeente Wavrans; Aissengehem, elfde eeuw; Assinghem en la paroisse de Rumilly, veertiende eeuw; Assinguehem, 1447; Hassinghen, 1507.

Houerathorp (Hoverathorp)

  • Houerathorp (Hoverathorp). – OSU, ontbreekt. – BD, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 191, ligging onbekend, in de omgeving van Valkenburg, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Houerathorp (Hoverathorp). – WK, I, 415, Hoverathorp, Offrethun. – WK, II, 500, Hoverathorp, «uit de lijst van 870, is Offrethun, op 8 km noordoost van Boulogne. Thorp is het Germaanse woord voor dorp, waarvan het Friese “terp” en het Saksische “thun” synoniem zijn.» – DT, 283, Offretun, kanton Marquise; Guelferton, 1181; Oufretun, 1285; Oufrethun, 1285; Wolfertun, 1286; Olfrethun, 1301; Oufertun, 1305; Ouffertun, 1311; Ouffretun, 1311; Houlefretun, 1312; Oulfretin, 1329; Offretun, rond 1512; Offrethim (lees : Offrethun), 1550; Offerthun, 1559; «Offrethun, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Londefort, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Boulogne, était consacrée à saint Étienne; l'abbé de Saint-Bertin présentait à la cure.» – TGF, 18208, Offrethun, Pas-de-Calais; Guelverton, 1181; Oufretun, 1283; Wolvertun, 1286. – DPC, II, 68-69, Offrethun; «Nom tiré des mots hofa et tunum (métaire enclôse). Jean d’Offretun siége comme pair aux plaids du comte d’Artois en 1285. On croit que le hameau de Hesdres (hedera, lierre) portait au IX.e siècle le nom d’Hedensberg

Hrothaluashem (Rothulfuashem ?), bij Riswic

  • Hrothaluashem (Rothulfuashem ?), bij Riswic. – OSU, DB, Blok, Rijnsburg. – LNT, 310-311, Rijnsburg; Rinesburch, eerste helft elfde eeuw, Echternach [falsum]; Rinesburc, 1063, kopie twaalfde eeuw, Echternach [falsum]; Rinesburg, 1087-1079, kopie 1525 [falsum]; Rinisburgense, 1140; Rinesburch, 1147-1148, kopie begin dertiende eeuw, Echternach [falsum]; Rinesburg, 1156, Echternach [falsum]; Rinsburg, ca. 1172-1178; Rinisburgenci, 1179; Rinesburch en andere vormen, ca. 1180, Annales Egmundenses; Rinsburch, 1199; Rinsburch, 1200. – Rijnsburg, Benedictijnenabdij voor adellijke vrouwen, 1133-1574, een stichting nog later dan die van Egmond.
  • Hrothaluashem (Rothulfuashem ?), bij Riswic. – WK, I, 417, Rothulfuashem, Helvelinghen. – WK, II, 512, Rothulfuashem, «uit de goederenlijst van 870, waar in het uiterste deel van de rivier Rhem de visserij aan het bisdom toebehoort, is Helvelinghem op 5 km oost van Tournehem. De visserij heeft betrekking op het noordelijk deel van de Hem, waar deze in het Almere uitstroomt.» – DT, Helvelinghem; niet opgenomen. – TGF, Helvelinghem; niet opgenomen.
  • Waarschijnlijk bedoeld Hervelinghen, zie onder Elfnum.

Husiduna

  • Husiduna. – OCSU, OSU, DB, Blok, Huisduinen. – LNT, 191, Huisduinen, 1,5 kilometer ten westen van Den Helder, Noord-Holland; geen andere vermeldingen. – PNP, 105, Huisduinen; Heusedem, 1247-1256, kopie 1409 [verdacht]; Huusdunen, 1424.
  • Husiduna. – WK, I, 415, Husiduna, Houdain of Hesdin. – WK, II, 501, Husiduna, «genoemd in de goederenlijst van ca. 870, wordt door Blok als Huisduinen bij Den Helder gedetermineerd, wat onmogelijk is daar deze plaats toen minstens 6 meter onder water lag. De juiste determinatie is Houdain, op 11 km zuidwest van Béthune.» – DT, 205-206, Houdain, kantonhoofdplaats, arrondissement van Béthune; Husdinium, 1024; Hosdeng, 1072; Hosdegh, elfde eeuw; Hosden, 1127; Husden, 1131; Heusden, 1145; Husdenium, 1148; Husdein, Husdem, 1154-1159; Husdain, 1176; Housdeng, 1176; Hosdain, 1190; Hosden, twaalfde eeuw; Hosdeign, 1201; Housdaing, 1220; Hosdein, 1227; Housdain, 1235; Osdein, 1260; Husdignium, 1261; Houding, 1267; Houdin, 1283; Hoeldeng, 1284; Housding, 1294; Houdinc, 1298; Houdaing, dertiende eeuw; Houdaign, 1306; Hodenc-en-Artoys, 1397; Oudaing, 1399; Houdain, 1433; Oudenq-en-Artois, 1471; Houdin, 1720; «Houdain, chàtellenie et justice vicomtière, faisait partie de la gouvernance d’Arras en 1789 et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné d’Houdain, était consacrée à saint Jean-Baptiste; l’àbbé de Lobbes présentait à la cure. Ancien prieuré de l’abbaye de Saint-Remy de Reims passé par échange, en 1565, à l’abbaye de Lobbes. Ancienne maladrerie, la maladrerie de Houdaing (1404, Arch. nat., P 2060). – Hospitale de Hosdinio, 1498 (Mirreus, t.IV, p. 469).» – TGF, 13382, Houdain, Pas-de-Calais; Hosdenc, 1070; Hosden, 1104; Husdenc, 1177; Hosdainc, 1190 (TWB). – TWB, Houdain, Hosdenc, 1070; Hosden, 1104, kopie twaalfde eeuw; Vsden/Husdein, 1141-1150. – DPC, I, 331, Houdain; Hisdanum en Husdanum, 827.
  • Vergelijk : TGF, 14798, Hesdin (Vieil-), Pas-de-Calais; in Hisdenne, 857; Hesdin, 1056; Hesdinum, 1079; Hesdinium, 1094 (TWB); Hesding, elfde eeuw. – TGF, 14798, Hesdin l’Abbé, Pas-de-Calais; Hedinium, 1112; Hesdinum, 1173; Hesding, 1199. – TGF, 14799, Hesdre, gemeente Marquise, Pas-de-Calais; Hisdenne, 857; Hesding, 1203. – DB, Heusden, te Oost-Vlaanderen bij Gent, Husdine, 1019-1030, en Heusden, onder Kerkom, Belgisch Limburg, bij Hasselt, Husdinio, uit het hetzelfde Gentse document. – Zuidelijker zijn er nog meer te vinden.

Hustingesgest (Hustingest)

  • Hustingesgest (Hustingest). – OSU, (met Litlongest en Langongest) «deelen van de Geest onder Naaldwijk.» – OSU, ook Hunsingesgest, onbekend. – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 196, ligging onbekend; geen andere vermeldingen.
  • Hustingesgest (Hustingest). – WK, I, 415, Hustingest [sic !], Autingues. – WK, II, 501, Hustingest [sic !], «genoemd in de lijst van 870, is Autingues op 6 km noordwest van Tournehem.» – DT, 22, Autinghues, kanton Ardres; Altenges, 1084; Altinges, 1122; Autenghes, 1206; Altinghensis villa, dertiende eeuw; Outinghes, 1223; Houtanghes, 1338; Outinges, 1347; Autinghes, 1450; Hautinghe, 1556; Autinghes, 1559; Hautingue of Authinques, 1762; «Pairie et baronnie du comté de Guines, Autingues dépendait, en 1789, du bailliage souverain d’Ardres ou Pays-Reconquis et suivait la coutume du comté de Guînes. Son église, secours de Nielles-lez-Ardres, était consacrée à saint Louis.» – TGF, 14356, Autingues; Altenges, 1084. – DPC, II, 186, Autingues; ook Autenghem, Haltenges, Hautingues, vermeld 987.
  • Vergelijk : TGF, 18088, Autinghem, gemeente Guînes, Pas-de-Calais; Hautingahem, 1084; Altingahem, 1107; Hautinghem, 1264.

Huuuwido (Huwido)

  • Huuuwido (Huwido). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 196, ligging onbekend, in de omgeving van Wieringen; geen andere vermeldingen.
  • Huuuwido (Huwido). – WK, I, 415, Huwido, Hove of Houvain. – WK, II, 501, Huwido, «uit de lijst van 870, is Hove, gehucht van Wimille, op 5 km noord van Boulogne.» – DT, 207, Hove, gemeente Wimille; Hove juxta Ampleteu, 1305; Hova, 1380; Howe, 1541. – TGF, 12382, Hove, gemeente Wimille, Pas-de-Calais; Hove, 1305. – DT, 207, Houvin-Houvigneul, gemeente Avesnes-le-Comte; Olvin, 1079; Huvin, 1179; Uvin, 1183; Hovin, 1191-1192; Houving, 1195; Ovin, 1199; Ouvign, 1220; Ovin, 1225; Houvin, 1240; Houving, 1354; Houwin, 1499; Hovign, rond 1512; Houvim, 1559; «Houvin, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Saint-Pol et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Saint-Pol, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Frévent, était consacrée à saint Maclou et avait Houvigneul pour secours; l’abbé de Saint-Crépin-lez-Soissons présentait à la cure.»

Isla aqua

  • Isla aqua. – OSU, onbekend. – DB, Hollandse IJssel. – Blok, onbekend. – LNT, ontbreekt.
  • Isla aqua. – WK, I, 425, Isla, Lys. – WK, II, 501, «genoemd in de lijst van 870, is de Lys in Frankrijk, die in Vlaanderen Leie heet. Zij komt eveneens voor in de Levens van St. Lebuinus en St. Ludger; hun werkzaamheid in de Nederlandse IJsselstreek is een fabel.»
  • Vergelijk : TGF, 18511, Lysel, gemeente St.-Omer, Pas-de-Calais; aan de Aa, die er in verschillende armen uiteenvalt, insula super Agnionan, 866; Isel, 1093; l’Ille, 1338; l’Iselle, 1367.– De rivier Agniona[n]/Agnonia is de Aa; zie ook onder Fresionouuic (Fresionowic) en Scata.

Laca (fluvium Laca) rivier

  • Laca (fluvium Laca), rivier. – OSU, Blok, onbekend. – DB, De Lek. – LNT, 216, mogelijk identiek met de Oosterlaak, waterloop ten noordoosten van Gooi, gemeente Houten, Utrecht; voor Oosterlaak geen andere vermelding. – PNP, 174, geen Oosterlaak, wel Oosterleek, gemeente Venhuizen, Noord-Holland; Oesterleke, 1311.
  • Laca (fluvium Laca), rivier. – WK, I, ontbreekt. – WK, II, 504, Laca, «een rivier, is La Lacque (Vlaams Laak), die bij Aire-sur-la-Lys ontspringt en bij Saint-Venant in de Lys valt. Zij wordt in het Leven van St. Ludger Labeki,of Lagbeki genoemd. Dat men in Nederland hiervan de Louwers maakte, is afgezien van vele andere misgrepen, taalkundig een gruwel.» – TGF, 18512, La Lacque, Pas-de-Calais; rechter zijtak van de Lys te Houleron, gemeente Aire-sur-la-Lys, gaat langs la Lacque, gemeente Aire-sur-la-Lys, Laca, 1187; de la Laka, 1224 (TWB); le Lake, 1294.
  • ‘Lake’ is niet alleen ‘meer’, maar ook ‘moeras’. – Voor Lagbeki/Louwers, zie : De geografie van de ‘Fresonenwet’, Laubach.

Landei

  • Landei. – OSU, Laan (in Kennemerland, bedoeld het buurtschap tussen Heiloo en Limmen). – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 216, Landei, ligging onbekend, op of in de omgeving van Tessel, Noord-Holland; Lantohi/Lanthoy, waarschijnlijk tweede helft negende eeuw, kopie ca. 1150-1158 (Fulda). – Zie ook : Limmen.
  • Landei. – WK, I, 514, Landei, Landas. – WK, II, 505, Landei, «uit de lijst van 870, is Landas op 13 km noordoost van Douai.» – DT, Landas; niet opgenomen. – TGF, Landas; niet opgenomen. – TWB, 590, Landas; Landast, 1096.
  • Vergelijk : Landiage en Lanthem.

Landiage

  • Landiage. – OSU, Laan (in Kennemerland, bedoeld het buurtschap tussen Heiloo en Limmen). – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, ontbreekt. – Zie ook : Limmen.
  • Landiage. – WK, I, 415, Landiage, Landrécies. – WK, II, 505, Landiage, «uit de lijst van 870, is Landrécies op 25 km zuidoost van Valenciennes.» – DT, Landrécies; niet opgenomen. – TGF, 12990, Landrecies, Nord; ad Landriciaco, 870 (TWB); Landreiacus, 921; Landrecia, 1151; Landrechies, rond 1175 (TWB).
  • Vergelijk : Landei en Lanthem.

Langongest

  • Langongest. – OSU, (met Hustingest en Litlongest) deelen van de Geest onder Naaldwijk. – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 218, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Langongest. – WK, I, 415, Langongest, – WK, II, 505, Langongest, «uit de lijst van 870, is Longueville, op 19 km oost van Boulogne.» – DT, Longueville; niet opgenomen. – TGF, 26020, Longueville, Pas-de-Calais; Longa Villa, 1116. – TWB, Longueville, Longauilla, 1209. – DPC, II, 45, Longueville; Longa Villa, 878.
  • Vergelijk : Litiongest. – Vergelijk : TGF, 26020, La Longuaville, Nord; Longa Villa, 1219 (TWB).

Lanthem

  • Lanthem. – OSU, en DB, onbekend. – Blok, Leeuwenhorst. – De abdij Leeuwenhorst werd gesticht in 1274 (De oorkonden en de kanselarij, p. 327, 505). – VdP Ter Lee, onder Warmond. – Blok, De Franken (t.a.p., p. 133), «Tussen Kromme Rijn en Lek zijn de in de middeleeuwse bronnen genoemde namen Hasehem, Thorhem, en Lanthem (alle drie eerste helft 10de eeuw) verdwenen». – LNT, 218, ligging onbekend, Utrecht; geen andere vermeldingen. – Voor Leeuwenhorst, vergelijk : Lethem.
  • Lanthem. – WK, I, 415, Lanthem, Lens. – WK, II, 505, Lanthem, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 133) opgevat als een verdwenen dorp tussen Kromme Rijn en Lek, waar op dat tijdstip geen bewoning kan hebben bestaan. Het was Lannoy op 11 km noordoost van Rijsel.» – DT, 217, Lannoy, leengoed, gemeente St.-Omaars en Saint-Martin-au-Laërt; Alnetum, 1187; L’Ausnoi, 1248; Lannoi, 1304; Lannoy-lez-Saint-Omer, L’Annoy, 1739. – TGF, 22820, Lannoy, Nord; Alneti, 1190; Lannoit, 1233. – DT, 220, Lens, kantonhoofdplaats, arrondissement Béthune; Lennacas, achtste eeuw; Lennis, negende eeuw; Len, 972; Lens, 1047; Lensis, 1070; Lensium in pago Atrebatensi, 1072; Castrum Lenense, elfde eeuw; Lenni, 1124; Liens, 1214; Lanz, 1291; Lenzis, 1296; Laentium, 1301; Lense, 1322; Lans, 1373; Lensensium, veertiende eeuw; Lens-en-Artois, 1418; Lensum, 1423; «Lens, en 1789, était le chef-lieu d'un bailliage ressortissant au conseil provincial d’Artois et avait une coutume locale vérifiée en 1507. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné de Lens, était consacrée à saint Léger; le chapitre de Lens présentait à la cure. Le faubourg formait une seconde paroisse consacrée à saint Laurent, et sa cure était à la présentation du même chapitre. Collégiale fondée au XIe siècle, sous le vocable de Notre-Dame. Maladrerie remontant au XIIIe siècle.»
  • DT, 217, andere Lannoy’s : Lannoy, gemeente Acquin; Lannoy, boerderij en bos, gemeente Affringues; Lannoy, gehucht, gemeente Auxy-le-Château; Lannoy, gehucht, gemeente Baincthun; Lannoy, leengoed, gemeente Bours; Lannoy, bos, gemeente Buissière; Lannoy, boerderij, gemeente Carly; La Rue de Lannoy, gehucht, gemeente Colembert en Wast; Lannoy, leengoed, gemeente Crémarest; Lannoy, gehucht, gemeente Gauchin-Verloing; Lannoy, gehucht en voormalig kasteel, gemeente Gonnehem; Lannoy, leengoed, gemeente Hardinghen; Lannoy, leengoed, gemeente Houdain; Lannoy, leengoed, gemeente Lens; Lannoy, leengoed, gemeente Lestrem; Lannoy, leengoed, gemeente Mont-Bernanchon en Chocques; Lannoy, leengoed, gemeente Neuville-Saint-Waast. – Vergelijk : Landei en Lanthem.

Legihan

  • Legihan. – OSU, De polder Leyens bij Zoeterwoude. – DB, onbekend.– Blok, ontbreekt. – LNT, register, zie Leiderdorp, niet aldaar. – Zie ook : Leithon.
  • Legihan. – WK, I, 415, Legihan, Lédinghen of Ligny-lez-Aire. – WK, II, 505, Legihan, «uit de lijst van 870, is Lédinghen op 21 km zuidwest van St.-Omaars.» – DT, 219, Ledinghem, gemeente Lumbres; Lidighem, 1161; Liddenghem, 1170; Ledingeham, 1177; Ledingheham, 1199; Lidinghem, 1200; Ledinguehan, 1239; Ledinghehem, 1287; Leudinghem, 1299; Lodinghem, veertiende eeuw; Eldinghem, 1730; Ledinghem, 1759; Aldinghem of Leding-hem, 1739; «Ledinghem, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Helfaut, puis de Boulogne, doyenné de Bléquin, secours de Bléquin, était consacrée à saint Folquin.» – TGF, 18122, Lédinghem, Pas-de-Calais; Lidingehem, 1136; Lidighem, 1161; Lidenghien, 1168; Ledingeham, 1175 (TWB). – TWB, 601, Lédinghen, Lidingehem, 1136, kopie ± 1215; Lidighem, 1161; Lidenghem, 1161; Lidenghien, 1168; Ledingueham, 1175. – DPC, II, 221, Ledinghem; Ledingahem, 948. – DT, 225, Ligny-lez-Aire, gemeente Norrent-Fontes; Lennacum, 1119; Legniacum, 1157; Lingiacum, 1207; Linhi, 1225; Lingi, 1226; Lengi, 1230; Langi, 1330; Ligniacum, 1290; Ligny, 1400; Ligni juxta Reli, vijftiende eeuw; Lygny, 1550; Bas-Ligny, 1660; Ligny-Boulenois, 1739; «Ligny-lez-Aire (on devrait dire : Ligny-lez-Laires) dépendait, en 1789, partie du bailliage d’Aire, partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Desvres, comme enclavement du Boulonnais en Artois, et suivait, d’après cette répartilion, soit la coutume d’Artois, soit celle de Boulonnais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Bonlogne, doyenné de Bomy, était consacrée à saint Pierre; le chapitre de Boulogne présentait à la cure.»
  • Vergelijk : Leithon en Lodichem.

Leithon

  • Leithon. – OCSU, Leiden. – OSU, Leiden ? – DB, Leiden. – Blok, Leiderdorp. – LNT, 221, Leiden; Leithen, 1143; Leithen, 1167; Ledene, 1108, schijnbaar origineel, vierde kwart twaalfde eeuw; Leythen, 1200. – LNT, 221, Leiderdorp; Leythem, waarschijnlijk eind elfde eeuw naar een bron uit eind tiende eeuw, kopie ca. 1420; Leithen, 1125-1130, Egmonds Evangelieboek; Leythen, 1083, Egmonds falsum; Leitherdorpe, 1130-1157, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Leyderdorpe, 1130-1161, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti. – Zie ook : Legihan.
  • Leithon. – WK, I, 415, Leithon, Ledquen. – WK, II, 505, Leithon, «uit de lijst van 870, onderscheiden in “prima”, “secunda” en “tertia”, is Ledquen, gehucht van Marquise. De verdeling in drie betekent niet dat er drie gelijknamige plaatsen hebben bestaan, doch dat het bezit van het bisdom of van de kerk aldaar in drie onderscheiden goederen bestond.» – DT, 219, Ledquen, gehucht, gemeente Marquise; Leisgen, 1157; Legteghem, 1286; Laitekem, 1294; Lestquem, dertiende eeuw; Lestekem, 1393; Lescequen, 1566; Ledequen, 1709; Lescamp, 1709; L’Hercamp, achttiende eeuw; Leldquen, 1902. – TGF, Ledquen; niet opgenomen. – WTWV, 9, 370, Ledquen; Leisgen, 1157; Legteghem, 1186; Laitehem en Laitekem, 1294; Lestquem, 1295; Lestinghem, Lesinghem, 1305.
  • Vergelijk : TGF, 14865, Lesdain, Nord; Lesden, 1057; Leisden, 1144; de Lesdenio, 1159; Lesdain, 1185; Lesdeng, 1193. – Zie ook : Legihan

Ler

  • Ler. – OSU, De Lier bij Naaldwijk. – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 224, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Ler. – WK, I, 417, Ler, Laires of Lières. – WK, II, 505, Ler, «uit de lijst van 870, is Laires op 10 km zuid van Terwaan.» – DT, 215, Laires, gemeente Fauquembergues; Laræ, 1148; Lares, 1174; Laires, 1337; Layres, 1528; «Laires, en 1789, faisait partie du bailliage d’Aire et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Bomy, était consacrée à saint Martin et avait Boncourt pour secours; l’abbé de Ham-lez-Lillers présentait à la cure.» – TGF, 12362, Laires, Pas-de-Calais; Larae, 1148; Lares, twaalfde eeuw (TWB). – TWB, Laires, Lares, eerste helft twaalfde eeuw. – DPC, II, 211, Laires; Lariae, 734, ook Wilberg. – DT, 223-224, Lières, kanton Norrent-Fontes; Lerre, twaalfde eeuw; Lira, 1209; Lieres, 1222; Lyere, 1230; Liere, 1329; Lyères, 1528; Liers, 1561; Lierres, 1720; Lières-lez-Aire, 1739; Lierre, achttiende eeuw; «Lières, en 1789, faisait partie du bailliage d’Aire et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Lillers, puis de Boulogne, doyenné d’Auchy-au-Bois, était consacrée à la Vierge et à saint Adrieu; l’évêque de Saint-Omer présentait à la cure.»

Lethem

  • Lethem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 224, waarschijnlijk identiek met Leeuwenhorst, 1 kilometer ten zuiden van Noordwijkerhout, Zuid-Holland, Leeuwenhorst heette eerst Ter Lee, bijvoorbeeld anno 1261: Le (Van den Bergh, OBHZ II, 77). – De abdij Leeuwenhorst werd gesticht in 1274 (De oorkonden en de kanselarij, p. 327, 505). – Voor Leeuwenhorst, vergelijk : Lanthem.
  • Lethem. – WK, I, 417, Lethem, Lestrem. – WK, II, 505, Lethem, uit de lijst van 870, is Lestrem op 11 km noord van Béthune.» – DT, 221, Lestrem, gemeente la Ventie; Strumum in Bethuniensi pago, 1140; Lestrom, 1165; Lestruem, 1183; Estruem, 1274; Estroem, dertiende eeuw; Lestroem, dertiende eeuw; Stroeem, 1282; Lestreum prope Bethuniam, 1323; Lestreem, 1348; L’Estroen, 1354; L’Estren, 1427; L’Estrun, 1469; L’Estreun, 1587; Lestrée-en-Lalleu, 1603-1604; Lestrem, 1720; L’Estrem, 1739; L’Estrème, achttiende eeuw; «Lestrem, en 1789, faisait partie du bailliage de Béthune et suivait la coutume d’Artois. Son église, diocèse d’Arras, doyenné de Béthune, district de Lestrem, était consacrée à saint Amé; le prieur de Saint-Pry et l’abbé de Saint-Bertin présentaient à la cure.» – TGF, 3037, Lestrem, Pas-de-Calais; Strummum, 1140; Lestrom, 1165; Lestruem, 1204; Lestroem, 1222 (TWB). – TWB, 608, Lestrem, Lestruem, 1204. – DPC, I, 342, Lestrem; «Jadis Lestrées De strata, chaussée. Nom résultant du voisinage du chemin de Béthune à La Gorgue. Dès le XII.e siècle, ce village dépendait de l’avouerie de Béthune.»

Lidum

  • Lidum. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, geen andere vermeldingen; gelijkgesteld aan Hlitum, zie aldaar.
  • Lidum. – WK, I, 517, Lidum, Liby. – WK, II, 505, Lidum, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. Het is Lidinghem op 22 km zuidwest van St.-Omaars.» – DT, Lidinghem; niet opgenomen. – TGF, Lidinghem; niet opgenomen. – DT, 223, Oord genaamd Liby, gemeente Nordausques; Lideby, 1452; Liby, 1543.
  • Mogelijk bedoeld : Ledinghem, zie onder : Iodichem (Lodichem). – Vergelijk : DT, 227, Lisinghem, voormalige plaats, gemeente Wimille; Lisinghehem, 1208.

Hlitum (Lithum)

  • Hlitum (Lithum). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 181, ligging onbekend, in het noorden van Noord-Holland; geen andere vermeldingen; gelijkgesteld aan Lidum, zie aldaar.
  • Hlitum (Lithum). – WK, I, 415, Hlithum, Listergaux. – WK, II, 500, Hlithum, «uit de lijst van 870, is Listergaux, gehucht van Zutkerque, op 6 km noord van Tournehem.» – DT, 227, Le Listergaux, gehucht, gemeente gemeente Zutkerque; Loustrigau, 1297; Listregauwe; veertiende eeuw; Le Listregaude, Listregaud, 1480. – TGF, Listergaux; niet opgenomen.

Limbon, met kerk

  • Limbon, met kerk. – OSU, DB, Blok, Limmen (in Kennemerland). – LNT, 227, Limmen; Limban, waarschijnlijk elfde eeuw naar een bron uit tweede helft tiende eeuw, kopie ca. 1420, Egmonds Evangelieboek; Limben, 1108; Linbon, 1105-1120, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Limban, 1125-1130, kopie ca. 1420, Egmonds dodenboekje; Limban, 1083, Egmonds falsum; Limben, 1138; Limbon/Linbon, 1130-1161, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Linbon, 1105-1119, falsum. – Limmen heeft geen vroeg-middeleeuwse kerk. – Zie ook : Limmen.
  • Limbon, met kerk. – WK, I, 417, Limbon, Limon. – WK, II, 506, Limbon, uit de lijst van 870, is Limon, gehucht onder Busnes op 11 km noordwest van Béthune.» – DT, 226, Le Limon, leengoed, gemeente Busnes, onderleengoed van het kasteel van Are (Frans : Aire). – TGF, 14879, Limon, Nièvre; Limons, 1029; Mons Limon, 1160 [waarschijnlijk een ander].
  • Vergelijk : TGF, 14880, Limont, Fontaine, Nord; Lismontem, 1131 (TWB). – DPC, I, 212, Onder Bourlon; «eslimont, ou Élimont. Elimons, cense. Le roi Pépin, par un diplôme de 691, donne à l’église de St.-Pierre de Cambrai sa terre située inter Elimontem et Salicurtem, in pago atrebatensi (Le Carpentier. Hist. de Cambrai). Cette cense est encore mentionnée dans une donation de l’an 1159» – Limon, volgens TGF Germaans, betekent leem, klei.

Lippinge

  • Lippinge. – OSU, DB, Blok, Ter Lips bij Voorschoten. – LNT, 229, Ter Lips; waarschijnlijk een waternaam; geen andere vermeldingen. – PNP, Ter Lips; niet opgenomen.
  • Lippinge. – WK, I, 417, Lippinge, Dippendalle. – WK, II, 506, Lippinge, «uit de lijst van 870, is Dippendalle, gehucht onder Bouquehault, op 9 km west van Tournehem, ofwel Dippendalle, gehucht onder Brêmes, op 1 km west van Ardres.» – DT, 123, Dippendale, gehucht, gemeente Bouquehault; Dippendala, 1084; Dypandala, rond 1119; Diependalle, 1196; Lipendale, 1240; Dippendale, 1480; Dipendal, achttiende eeuw. – TGF, 12088, Dippendale, gemeente Bouquehault, Pas-de-Calais; Dippendala, 1084. – TGF, Dippendalle, onder Brêmes; niet opgenomen. – DT, 123, Dippendale; leengoed, gemeente Brêmes.
  • Vergelijk : TGF, 18250, Dieppedalle, gemeente Saint-Vaast, Seine, de Diepedale, 1225.

Litiongest (Litlongest)

  • Litiongest (Litlongest). – OSU, (met Hustingest en Langongest) «deelen van de Geest onder Naaldwijk.» – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 229, spelling Litlongest, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Litiongest (Litlongest). – WK, I, 417, Litlongest, Listergau[x] (zie onder : Hlitum (Lithum)) of Langastre. – WK, II, 506, Litlongest, «uit de lijst van 870, is Langastre [lees : Longastre], gehucht van Ecoust-Saint-Main, op 15 km zuidoost van Atrecht.» – DT, 229, Longastre of Longatte; gehucht, gemeente d’Écoust-Saint-Mein; Longastrum, 1072; Longa Hansta, 1152; Longa Hasta, 1154-1159; Longasta, 1167; Longansta, twaalfde eeuw; Longanste, 1212; Longastra, 1237; Longaste, 1266; Longastre, 1313; Longastre-leez-Douai, rond 1500; Longathe, 1741; Longatte; «Marquisat tenu du château de Bapaume.» – TGF, Longastre; niet opgenomen. – DPC, I, 200, «De ce village [Écoust-Saint-Mein] dépend le hameau de longastre. Longastrum, Longuestre, Longaste, sur l’ancienne voie romaine qui de Beugniatre se dirigeait sur l’Écluse. Warnier, sire de Longastre, est témoiu d’une donation faite en 1071 à l’abbaye de Mont-St.-Martin (Le Carpentier. Hist. de Cambrai). La motte du château est encore reconnaissable. Cette terre était un marquisat dont le dernier titulaire fut M. d’Houchain, membre des États d’Artois.»
  • Vergelijk : Langongest.

Liusna

  • Liusna. – OSU, Lisse ? – DB, onbekend. – VdP, Lisse. – Blok, ontbreekt. – LNT, 230, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – PNP, 138, Lisse; Lis, 1189; Lisse, 1259; Lysse, 1280-1287
  • Liusna. – WK, I, 417, Liusna, Loison of Lieussent. – WK, II, 506, Liusna, «uit de lijst van 870, is Loison, op 3 km noordwest van Lens.» – DT, 228-229, Loison, gemeente Lens; Loyson, 972; Oisons, 1106; Loiso, 1310; Loysons, 1296; Loissons, dertiende eeuw; Loisons, 1406; Loison-lez-Harnes, 1515; «Loison, en 1789, faisait partie du comté de Harnes et du bailliage de Lens; sa coutume locale fut rédigée en 1517 suivant la coutume générale d’Artois. Son église parosssiale, diocèse d’Arras, doyenné de Lens, était consacrée à Saint Vaast; l’abbé de Saint-Pierre de Gand présentait à la cure. – TGF, 11038, Loison-sur-Créquoise, Pas-de-Calais; Oisuns, rond 1140, Loisum; Loysum, rond 1120; Loiszuns, 1166; Loyson, Loysons, 1168. – DPC, I, 359, Loison; «Anseriacum. Nom justifié par la position de ce village dans un marais. Il dépendait en 1251 de la seignurie d’Harnes, et de l’abbaye de St.-Pierre de Gand.» – DT, 224, Le Lieussent, gehucht, gemeente Hocquinghen; Lissant, achttiende eeuw.

Loccha

  • Loccha. – OCSU, OSU, Lek. – DB, zie Laca, de Lek. – Blok, onbekend. – LNT, 222, de Lek, waterloop van Wijk bij Duurstede (Utrecht) naar Krimpen aan de Lek, (Zuid-Holland); Lokkia/Lokkiam, 777, kopie eind elfde eeuw; Legka, waarschijnlijk eerste helft negende eeuw; Laicam, 1021-1024, kopie eind elfde eeuw, Alpertus van Metz; Leccam, 1122, vervalst 1125-1126; Leccam, ca. 1170-1180; Leckam, 1200.
  • Loccha. – WK, I, Lokkia, Loccha, rivier, Loquin. – WK, II, 505, Lek, «opgevat als de rivier de Lokkia, waaraan volgens de akte van 777 (zie Lisiduna) verschillende goederen van het bisdom Traiectum lagen, noemt men het deel van de Rijn vanaf Wijk bij Duurstede tot aan de samenvloeiing met de Noord, waarna de naam Nieuwe Maas van toepassing is. In 777 kan de Lek niet hebben bestaan. De onderscheiden namen van niet alleen deze, maar van praktisch alle rivieren in het westen van Nederland, waar één en dezelfde stroom meerdere namen heeft, is één der beste criteria om de fasen van de verlanding te onderkennen. De naam Leckia komt voor het eerst voor in een oorkonde van 1108. Een vermelding van Lake in een akte van 944 slaat waarschijnlijk op een ander water.» – WK, II, 506, Lokkia, «een rivier genoemd in de schenkingsakte uit 777 van Karel de Grote aan het bisdom Traiectum, is niet de Lek, die toen nog niet bestond, maar de Locquin, zijriviertje van de Hem, die langs Tournehem stroomt. Blok vermijdt weer angstvallig de originele naam te noemen, omdat de naamkundige wel weet dat de Romaanse naam Lokkia niet tot Lek kan evolueren.» – De voor Holland-Utrecht gegeven vermeldingen horen in Noord-Frankrijk thuis.

Iodichem (Lodichem)

  • Iodichem (Lodichem). – OSU, Blok, Odijk. – DB, onbekend. – LNT, 266, Odijk, Utrecht; Odinge, 1147, kopie achttiende eeuw; Odinge, 1020, falsum; Odeke, 1165; Adeke, 1165, kopie eind vijftiende eeuw; Odike, 1165, kopie tweede kwart dertiende eeuw; Odeke, 1169; Odeke, 1176.
  • Iodichem (Lodichem). – WK, I, Lodichem, Lédingen. – WK, II, 506, Lodichem, «uit de lijst van 870, foutief geschreven als Iodichem, is Ledingen op 22 km zuidwest van St.-Omaars.» – DT, 219, Ledinghem, gemeente Lumbres; Lidighem, 1161; Liddenghem, 1170; Ledingeham, 1177; Ledingheham, 1199; Lidinghem, 1200; Ledinguehan, 1239; Ledinghehem, 1287; Leudinghem, 1299; Lodinghem, veertiende eeuw; Eldinghem, 1730; Ledinghem, 1759; Aldinghem of Leding-hem, 1739; «Ledinghem, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coulume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Helfaut, puis de Boulogne, doyenné de Bléquin, secours de Bléquin, était consacrée à saint Folquin.» – TGF, 18122, Lédingen; Lidingehem, 1136; Lidighem, 1161; Lidenghien, 1168; Ledingeham, 1175 (TWB). – TWB, 601, Lédinghen, Lidingehem, 1136, kopie ± 1215; Lidighem, 1161; Lidenghem, 1161; Lidenghien, 1168; Ledingueham, 1175. – DPC, II, 221, Ledinghem; Ledingahem, 948.
  • Vergelijk : Legihan.

Lonora Laca

  • Lonora Laca. – OSU, Blok, Loenersloot, Utrecht. – DB, onbekend. – LNT, 231, Loenersloot; Lonreslothe, 1156; Lonreslote, 1185; Lonreslote, 1186.
  • Lonora Laca. – WK, I, Lonoralaca, Longuerecque. – WK, II, 506, Lonoralaca, «uit de lijst van 870, is Longuerecque, gehucht van Samer, of Longuerecque, leengoed onder Quelmes. De naam kan echter ook als een waternaam (lange rek) worden opgevat. In dit geval is hij niet meer aan te wijzen en zal hij op een deel van het Almere betrekking hebben gehad.» – DT, 230, Longuerecques, gehucht, gemeente Samer; Langrehega, 1113; Longreheca, 1113; Langrehege, 1219; Longuerecque, 1690; Longrègue, 1725; Longuereque, achttiende eeuw. – TGF, Longuerecque, bij Samer; niet opgenomen. – TWB, 632?, Longuerecque, Langrehega, 1125-1150, kopie ± 1240. – DT, 230, Longuerecques, gemeente Quelmes; Langhercke, 1408; Langherecque, 1499; Languerecque, 1574. – TGF, Longuerecque, bij Quelmes; niet opgenomen.
  • Vergelijk : TGF, 18125, Leulinghem, Pas-de-Calais; Loningahem, 844-864 (TWB); Lœuelingehen, 1157, te lezen *Lœnelingen; Lulinghem, 1179. – TGF, 18125, Leulinghen-Bernes, Pas-de-Calais; in Loningaheimo, 776; Lolingehem, 1156 (TWB). – DPC, II, 66, Leulinghem; Lulinga, Leulingue, «Ce village est situé près de la voie romaine de Thérouanne à Wissant, dont l’extrémité port encore le nom de Chemin-Vert ou de Leulingue.»

Loppishem

  • Loppishem. – OSU, DB, Blok, Lopsen bij Leiden. – LNT, 233, Lopsen (1543), opgegaan in Leiden, Zuid-Holland; Lopsen, waarschijnlijk elfde eeuw naar een bron uit eind tiende eeuw, kopie ca. 1420, Egmonds Evangelieboek; Lopsen, 1125-1130, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Lopsen, 1083, Egmonds falsum.
  • Loppishem. – WK, I, 417, Loppishem, Louvignies. – WK, II, 506, «uit de lijst van 870, is Locquinghen, gehucht van Audingen op 14 km noord van Douai, of Locquinghen, gehucht van Réty op 5 km zuidoost van Marquise, of Lozinghem op 10 km west van Béthune.» – DT, 227, Locquinghen, gehucht, gemeente Audinghen; Lokingehem, 1208; Locquinghen, 1480; Loquinghen, 1554. – DT, 232-233, Lozinghen, kanton Norrent-Fontes; Losengeham, 1157; Losengehem, 1163; Losingehem, 1175; Losegham, 1163; Lozingehem, 1310; Losinguehem, 1331; Losingheem, 1333; Losinguehen, 1333; Lozinghen, 1382; Lozinguehem, 1469; Lossinghem, rond 1512; Lozinghuem, 1638; Lozinguien, 1685; Losenghem, 1725; «Lozinghem, en 1789, faisait partie du bailliage de Béthune et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Lillers, puis diocèse de Boulogne, doyenné d’Auchy-au-Bois, était consacrée à saint Riquier; l’abbé de Saint-Vaast présentait à la cure.» – TGF, 18128, Lozinghem, Pas-de-Calais; Losengeham, 1157; Losingehem, 1175. – DPC, I, 383, Lozinghem; Lotinghem, elfde eeuw. – DT, 232, Louvigny, leengoed, gemeente Clenleu; Louvegny, 1602.
  • Vergelijk : DT, 227, Locquinghen, gehucht, gemeente Réty; Lokingahem, 1084; Lokingehem, Lockingahem, 1107; Logghingecam, 1182; Logginghem, 1286; Lonkinghehem, dertiende eeuw; Loquinguehean, 1372; Loquinquehan, 1373; Locquinhem, 1566; Locquinguen, 1707; Loquinghen, achttiende eeuw; «Fief tenu de la connétablie d'Austruy.»

Lorek

  • Lorek. – OSU, DB, Blok, Loerik bij Houten, Utrecht. – LNT, 231-232, Loerik, 1,5 kilometer ten oosten van Houten, Utrecht; Lureke, 1176.
  • Lorek. – WK, I, 417, Lorek, Lorgnies. – WK, II, 506, Lorek, «uit de lijst van 870, is Lorgnies, op 12 km noordoost van Béthune.» – DT, 231, Lorgies, gemeente la Ventie; Lorgiæ, 966; Lorgia, Lorgias, 955-981; Lorgiæ juxta Basceiam, 1124; Lorgies, 1196; L’Orgie, 1559; Lorgny-Ligny, 1720; Lorgeis, achttiende eeuw; «Lorgies, en 1789, faisait partie du bailliage de Lens et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné de la Bassée, était consacrée à saint Mathieu; l'abbé de Marchiennes présentait à la cure.» – TGF, Lorgnies; niet opgenomen. – TGF, 9712, Lorgies, Pas-de-Calais; Lorgiae, 966; Lorgiis, 1046; Lorgias, elfde eeuw (TWB). – DPC, I, 342, Lorgies; Lorgies, 1267.

Lote

  • Lote. – OSU, De Loet in de Krimpenerwaard, met de kerken : Ouderkerk, Lekkerkerk en Krimpen (De Geer). – DB, Loet, onder Lekkerkerk. – Blok, Loete, is Krimpen, Lekkerkerk en Ouderkerk ? – VdP, Leuterveld. – LNT, 233, ligging onbekend, misschien identiek met Leuterveld, ten oosten van Wijk bij Duurstede. PNP, Leuterveld; niet opgenomen.
  • Lote. – WK, I, 417, Lote, Louches. – WK, II, 506, Lote, «genoemd in de goederenlijst uit ca. 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 77) “wellicht” als Leut bij Wijk bij Duurstede opgevat, wat onmogelijk is daar dit gebied toen minstens 5 meter onder water stond. De juiste determinatie is Louches op 4 km noordwest van Tournehem.» – DT, 232, Louches, gemeente Ardres; Lotenes, 1084; Lotersa, 1084; Lothese, 1119; Lutesse, 1122; Lotese, 1145; Loteza, 1157; Lothessa, 1179; Loutesse, twaalfde eeuw; Lotessa, 1210; Lokes, dertiende eeuw; Louces, dertiende eeuw; Loches, 1302; Loucez, 1358; Louches, 1473; «Louches, en 1789, faisait partie du Pays-Conquis ou gouvernement d’Ardres et suivait la coutume d’Amiens. Son église paroissiale, d'abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Guînes, était consacrée à saint Omer; le chapitre de Boulogne présentait à la cure.» – TGF, 15362, Louches, Pas-de-Calais; Lotersa, 1084, wellicht te lezen als *Loteisa; Lotese, 1145; Lots, 1200; Lotissa, 1225 (TWB). – WTWV, 9, 976, Louche; Loclesse, 867; Lotenes, Lotersa, 1084. – DPC, II, 190, Louches; «Louches, du Latin oscha, ouche, enclos, ou du Celtique loch, trou, si l’on a égard à la situation du lieu. Ce village dépendait de l’Ardresis dès le XII.e siècle. Le dernier seigneur fut M. Donjon de St.-Martin.»

Luddingem

  • Luddingem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 234, ligging onbekend, gemeente Wieringen, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Luddingem. – WK, I, 417, Luddingem, Lottinghen. – WK, II, 506, Luddingem, «uit de lijst van 870, is Lottinghen op 7 km noordoost van Desvres. – DT, 232, Lottinghen, gemeente Desvres; Lonastingahem, 828; Lustinkehem, Lustinghem, 1107; Lustringehem, 1112; Leustinghen, 1114; Lustingeem, 1156; Lustinghehem, 1199; Lostingeham, 1240; Lostingeham, 1263; Lostinghem, 1397; Lostighem, 1375; Lostinguehem, vijftiende eeuw; Lostringhem, vijftiende eeuw; Lostinguehen, 1501; Lustinghem, rond 1512; Lautinghen, 1562; «Lottinghen, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Desvres, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné d’Alquines, secours de Quesques, était consacrée à saint Fuscien, saint Victor et saint Gentien.» – TGF, 18127, Lottingen, Pas-de-Calais; Lonastingahem, 828; Lustingehem, 1102; Lostingehem, 1156; Lustinguehem, 1164 (TWB). – TWB, 636, Lottinghen, Lonastingahem, 828, kopie 961; Lustingehem, 1102, kopie eind twaalfde eeuw. – WTWV, 9, Lottinghen; Lottinghen, Lonastingahem, 826; Lostinghem, Lustighem en Lottinghen, 1102; Leustinghen, 1114. – DPC, II, 45, Lottinghem; «Lottingehem, du Teuton loos, lot, héritage. Le chevalier Galtiers de Lottinguehem fut un des compagnons des Godefroy de Bouillon à la première Croisade en 1096.»

Lux

  • Lux. – OSU, Lucht onder Noordwijk ? – DB, Lisse ? – Blok, Ter Lucht waarschijnlijk. – Andere Ter Lucht’s: Ter Lucht, gemeente Midden Delfland; Hof Ter Lucht, Wortegem-Petegem (België); Ter Lucht, middeleeuws goed, Sint-Blasius-Boekel (België). – LNT, 234, wellicht identiek met Lisse, Zuid-Holland. – LNT, 229, Lisse; Lis, 1198. – Voor Lisse, zie onder : Liusna.
  • Lux. – WK, I, 417, Lux, Lugy. – WK, II, 506, Lux, «uit de lijst van 870, is Lugy, op 19 km noordwest van St.-Pol-sur-Ternoise.» – DT, 233, Lugy, kanton Fruges; Lodia, 1042; Luysi, Luzy, 1112; Luisium, Luizy, 1120; Lesi, 1123; Luisi, 1127; Lusli, 1164; Luisy, 1169; Luisia, 1171; Lusi, 1191-1192; Lixi, 1218; Luzi, 1248; Luysy, 1339; Lusy, 1515; «Lugy, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Saint-Pol et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Bomy, était consacrée à saint Pierre; l’abbé d'Auchy-au-Bois présentait à la cure.» – TGF, 9237, Lugy, Pas-de-Calais; Luysy, Lusy, 1112-1120; Luizi, 1120; Lusi, 1123; Lusia, 1171; Lusewi, 1202 (TWB). – TWB, Lugy, Luysy, 1112-1120; Lusy; Luizi, 1120; Lusi, 1123. – DPC, II, 122, Lugy; ook Lugi.

Macteshem

  • Macteshem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 237, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Macteshem. – WK, I, 417, Macteshem, Mecquignes of Maquétra. – WK, II, 507, Macteshem, «uit de lijst van 870, is Mecquignes, op 2 km zuid van Bavay.» – DT, Mecquignes; niet opgenomen. – TGF, 13209, Mecquignies, Nord; Mekineis, 1194 (TWB). – TWB, 675, Mecquignes, Mekineis, 1194, kopie achttiende eeuw. – DT, 242, Maquétra, gehucht, gemeente Saint-Martin-Boulogne; Arkesten, 1208; Maquestrak, 1415; Macquestracq, 1506; Maquestrat, 1525; Maquestra, zestiende eeuw; «Rattaché à Boulogne par arrêté du 9 pluviôse an XII, et restitué à Saint-Martin en 1821.»

Marandi

  • Marandi. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 240, ligging onbekend, Zuid-Holland, misschien bij de Mare, waterloop in de omgeving van Leiden; geen andere vermeldingen.
  • Marandi. – WK, I, Marandi, Marant. – WK, II, 507, Marandi, «uit de lijst van 870, is Marant, op 5 km oost van Montreuil.» – DT, 243, Marant, kanton Campagne-lez-Hesdin; Maranzium, 1170; Maranch, 1507; Marand, 1515; Maran, 1559; Marans, 1763; «Marant, en 1789, faisait partie du bailliage d’Hesdin et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume d’Amiens. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Frencq, était le secours d’Aix-en-Issart.» – TGF, 11075, Marant, Pas-de-Calais; Maranzium, 1170. – DPC, II, 95, Marant; Marach, 637.

Marsna

  • Marsna. – OCSU, OSU, DB, Blok, Maarsen/Maarssen, Utrecht. – LNT, 235, Maarsen; Marsnen, 1127; Marsne, Marsen, 1130-1161, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Marsen, 1174, falsum. – PNP, Maarssen, Utrecht; Marsen, 1296-1307. – LNT, 247, 241, voor een kennelijk ander Marsna wordt (ook Blok, De Franken, t.a.p., p. 132) Meersen, Zuid-Limburg, opgegeven, voor nog een ander Marsna Maren in Noord-Brabant.
  • Marsna. – WK, I, 417, Marsna, Marnes (lees : Mernes). – WK, II, 507, Marsna, «uit de lijst van 870, is Mernes, leengoed onder Saint-Martin-au-Laërt en Tatinghem, op 3 km west van St.-Omaars.» – DT, 252, Mernes, leengoed, gemeente Sint-Omaars, Saint-Martin-au-Laërt en Tatinghem; geen oude vormen gegeven. – TGF, Mernes; niet opgenomen. – TWB, 690, Mernes; Merles, 1218.

Masalanda

  • Masalanda. – OCSU, OSU, DB, Blok, Maasland. – LNT, 236, Maasland, Zuid-Holland; Masalant, waarschijnlijk eind elfde eeuw naar een bron uit 1061-1091, kopie ca. 1420, Egmonds Evangelieboek; Maselant, 1083, Egmonds falsum.
  • Masalanda. – WK, I, 417, Masalandum, Mazinghen of Moslain. – WK, II, 507, «uit de lijst van 870, is Mazinghen op 4 km zuid van Aire-sur-la-Lys, waarschijnlijker Moslain op 34 km zuidoost van Atrecht.» – DT, Moslain; niet opgenomen. – TGF, Moslains; niet opgenomen. – DT, 249, Mazinghem, gemeente Norrent-Fontes; Mazinghem, 1119; Masingehem, 1136; Masinguehem, 1157; Masinghem, 1243; Mazinghen, 1358; Masinguehen, 1415; Masinghen, 1505; Mazinghehen, 1516; Mazinghen, 1415; Mazinguehen-lez-Aire, 1584; Mazinghem, achttiende eeuw; «Mazinghem, en 1789, dépendait partie du bailliage d’Aire et partie de la régale de Thérouanne. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Saint-Omer, doyenné d’Aire, secours de Molinghem, était consacrée à la Vierge.» – TGF, 18132, Mazinghem, Pas-de-Calais; Masingehem, 1136 (TWB). – TWB, 674, Mazinghem; Masingehem, 1136, kopie ± 1215. – DPC, I, 383, Mazinghem; Masinghem, 1195; ook Mazinghem.
  • Vergelijk : DT, 249, Mazinghem, gehucht, gemeente Anvin; Masinghem, 1119; Masinguehem, 1407; Masainghem, 1474. – Vergelijk : DT, 249-250, Mazinghen of Masinghen, boerderij, gemeente Verlincthun; Mazinguehen, 1458; Masinguen, 1553; Masinghen, achttiende eeuw.

Masamuthon

  • Masamuthon. – OSU, «wellicht de oude naam van Monster, dat aan den mond van de Maas lag ; zie Beekman : De “Masemude,” Tijdschr. v.h. Aardr. Gen. 2e Ser. XXXVI blz. 281 vlg.» – DB, de vroegere monding van de Maas, Zuid-Holland. – Blok, Monster. – LNT, 244, mogelijk oude naam van Monster, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – LNT, 254, Monster, Zuid-Holland; Monasterio, 1156, kopie begin dertiende eeuw.
  • Masamuthon. – WK, I, 417, Masamuthon, Marsum [?], Marck. – WK, II, 507, «genoemd in de goederenlijst uit 870 van het bisdom Traiectum, wordt algemeen als de Maasmond opgevat. Deze lag toendertijd ergens in Noord-Brabant. Maar hier is niet de Maas bedoeld doch de Moze. Zie ook : Marsum» – WK, II, 507, Marsum, «waar de clericus Heribald tussen 696 en 726 een kerkje en een schor “waar de lammeren geboren worden” aan St. Willibrord schenkt, ligt “waar de Mosa in de zee valt”. Deze tekst wordt door Blok (p. 53) op Vlaardingen toegepast, dat toen minstens 7 meter onder water lag, zodat er geen plaats was, evenmin de mond van de Maas. De juiste determinatie is Marck op 6 km oost van Calais, van oudsher een eiland. De Mosa is niet de Maas, zie ook : Masamuthon.»– DT, 243-244, Marck, kanton Calais; Marcæ, vierde eeuw; Merkum, 933; Merka, 962; Merch, 1093; Markia, 1107; Merc, 1110; Merchum, rond 1157; Mercha sive Mercuritium, eind twaalfde eeuw; Merque, 1201; Mers, 1253; Marka, 1304; Merk, rond 1304; Merke, 1308; Merck, 1405; Marcq, 1439; Merques, 1492; Marches, 1545; Marquen, Marke, 1556; Marquenes, 1557; Marcque, 1559; Marck, 1582; Marc, 1583; «Marck, ancien chef-lieu d’un bailliage sous les comtes d’Artois, faisait partie du Pays-Reconquis en 1789, ressort de la justice royale de Calais, et suivait la coutume d’Amiens. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Marck, était consacrée à saint Martin et avait les Attaques pour secours; l’abbé de la Capelle présentait à la cure. Le pays de Merck ou de Marck, fiscus Merki, 933 (cart. Sith., p. 142; – Terra vicecomitatus de Merch, 1141 (bull. Mor., t. VII, p. 684); – Mercuritium, terra Mercuritia, XIIIe s. (Lamb. Ard., p. 77 et 385); – La Baillie de Merch, 1303 (titres et comptes d’Art., t. I, f° 91) était un ancien pagus qui s'étendait au sud de Calais. Pour sa composition, voir l’Introduction; de même que pour le doyenné de Marck. – Ancienne maladrerie.» – DT, 244, Le canal de Marck, «voie canalisée qui part de Marck et aboutit au canal de Saint-Omer à Calais, qu'elle rencontre au pont Clément. – Aqua Merchled, 1110 (Annales du comité flamand, t. IX, p. 368).»
  • Vergelijk : TGF, 12066, Moos, Haute-Rhin; Mosa, 1139; Moos, 1194.

Medemoloca

  • Medemoloca. – OSU, onbekend. – DB, Blok, Medemblik. – LNT, 246, Medemblik, genoemd naar het water Medemelacha, inter duo flumina Medemelacha et Chinnelosara, 985, kopie tweede helft dertiende eeuw (zie ook : De oorkonden van Holland en Zeeland tot 1101, tekst 55); Medemblik, Medemelacha, 985, kopie voor of in 1559 [vals], Abdij Torn, Limburg (=DB, 371); Medenblec, 1118, kopie tweede helft twaalfde eeuw. – In Medemblik staat het dertiende-eeuwse kasteel Radboud.
  • Medemoloca. – WK, I, 417, Medemoloca, «water – Meldick bij St. Omaars.» – WK, II, 507, Medemoloca, «genoemd in de goederenlijst van 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 77, 82), weer met verzwijgen van de oorspronkelijke naam, als Medemblik opgevat, wat niet kan omdat deze plaats toen nog diep onder water lag. De naam wijst op het uiterst zuidelijke deel van het Almere, waar na de verlandingen twee kanalen werden aangelegd om de molens van Arques en St.-Omaars te voeden. “Molaca” betekent “molenwater”. De wateren heetten later: Haute Meldick, Basse Meldick en Petite Meldick. “Mede” betekent weide. In hetzelfde verband wordt de Winwarfliet genoemd, doch deze laatste slaat Blok maar over.» – DT, 250, La Haute et la Basse Meldicque; «branches de l’Aa, formant, l’une, le bief supérieur des moulins d’Arques, l’autre, une dérivation en aval de Blandecques, et se jetant toutes deux dans la rivière de Clairmarais»; Molendich, 1327; Middeldic, veertiende eeuw; Moelendic, 1424; Meulledicq, 1478; Mulledik, 1513; La Moeuldic, 1525; Hautte-Meulledicq, 1759.
  • Vergelijk : DT, 250, Le Meldick, boerderij, gemeente Marck. – DT, 250, Le Meldicq, watergang, gemeente Audruicq; Meulledicq, achttiende eeuw. – TGF, 12064, Mardyck, Nord; in Mardika, 1121; Mardic, 1199.

Merchishem

  • Merchishem. – OSU, misschien De Marsch bij Vechten. – DB, Blok, onbekend. – LNT, 249, ligging onbekend (Utrecht of Zuid-Holland); geen andere vermeldingen.
  • Merchishem. – WK, I, 417, Merchishem, Merckeghem of Markenes (lees : Markène). – WK, II, 507, Merchishem, «uit de lijst van 870, is Merckegem op 11 km noordoost van Watten.»– DT, Merckegem; niet opgenomen. – TGF, 18133, Merckegem; Marchinchcham, 1085; Merchinghem, 1160. – DT, 245, Markène, voormalige, verdwenen plaats, dicht bij GuÎnes; Martnes (lees : Marcnes), Marchenes, Marcnes, Marhnes, Markanes, 1084; Marknes, 1170; Marchenes, 1199; Marchnes, 1203; Markenes, 1255; Markene, 1261; Merkenes, 1307; «Markène faisait partie du comté de Guînes avant la conquête anglaise, qui eut pour conséquence la disparition de ce village. Son église paroissiale, diocèse de Thérouanne, faisait partie du doyenné de Guînes; l’abbé de Sélincourt présentair à la cure.»

Nesse

  • Nesse. – OSU, «Nes, maar waar ?» – DB, onbekend. – Blok, De Nes onder Vreeland. – LNT, 259, misschien identiek met Nes, polder 1,5 kilometer noord van Vreeland, Utrecht.
  • Nesse. – WK, I, 417, Nesse, Le Nez. – WK, II, 508, Nesse, «genoemd in de goederenlijst van 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 99-100) als Nes gedetermineerd. Hij vergeet te vermelden welke plaats het precies is, daar deze plaats niet minder dan negen maal in Friesland en Noord-Holland voorkomt, en geen van de negen bestond in 870. De juiste determinatie is Le Nez, gehucht van Audinghem bij Cap Gris-Nez, op 4 km zuid van Wissant. De Nes-namen in Nederland zijn simpele vruchten van de omvangrijke transplantatie van namen vanuit Frans-Vlaanderen naar het noorden in het begin van de 11e eeuw.» – DT, 275, Le Nez, gemeente Audinghen, bij Cap Griz-Nez; Le Nesse, 1312; Le Netz, 1534. – TGF, Le Nez bij Audinghem; niet opgenomen.

Nesseshort

  • Nesseshort. – OSU (spelt Nesseshorst), wellicht Nederhorst. – DB, onbekend. – Blok, spelt Nesseshorst, Horst in het westen van de gemeente Utrecht. – LNT, 259, ligging onbekend, Utrecht; geen andere vermeldingen.
  • Nesseshort. – WK, I, 417, Nesseshort, Le Nez (zie onder : Nesse). – WK, II, 509, Nesseshort, «uit de lijst van 870, is Nesles op 11 km zuidoost van Boulogne, of La Héronie, voorheen bekend als Neshove en Nederhove, leengoed onder de gemeente Bazinghen, op 3 km noordwest van Marquise.» – DT, 272, Nesles, kanton Samer; Nieles, 1208; Nyeles, 1364; Nelles, 1554; Nielles, 1559; Nelle, 1679; «Nesles, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire des bailliages réunis d’Étaples, Choquel et Bellefontaine, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Frencq, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Samer, secours de Neufchatel, était consacrée à la Vierge.» – DT, 198, La Héronnerie, voorheen Nédrehove, boerderij, gemeente Bazinghem; Nederhove, 1341; Nesderhove, 1638; La Héronnière, 1774; La Héronnerie of Nedrehove, achttiende eeuw. – TGF, La Héronnerie onder Bezinghen; niet opgenomen.
  • Vergelijk : TGF, 4044, Nesles, gemeente Seringes et Nesles; Nigella, 1247. – TGF, 4044, Nesles-la-Montagne, Aisne; Nigella, 872. – TGF, 4044, Nesles-la-Riposte, Marne; Nigella, 481 [sic]. – TGF, 4044, Nesles-la-Vallée, Val d’Oise; geen oude vormen gegeven. – DPC, II, 80, Nesles, Aisne; Nigella in 1219.

Nifterlaca

  • Nifterlaca. – OSU, De gouw Nifterlake langs de Vecht. – DB, Utrecht. – Blok, doelend op de Vechtstreek. – LNT, 260, gebied aan weerszijden van de Vecht, van Utrecht (prov. Utrecht) tot Muiden, Noord-Holland.
  • Nifterlaca. – WK, I, 417, Nifterlaca, Eperlecques. – WK, II, 43, «Nifterlaca, «is de oudst bekende vorm van Aefternacum (Eperlecques) en komt voor in een akte uit 722 van het bisdom van St. Willibrord, waaruit blijkt dat de plaats vlakbij diens bisschopszetel lag. Het is de plaats waar St. Willibrord zijn abdij stichtte, op enkele kilometers van zijn bisschopskerk, een zinnige situatie, terwijl Utrecht als zetel van het bisdom en Echternach als zetel van de abt een zeer grote misvatting zijn. Zie de uitvoerige toelichting bij deze naam in WK, Deel I, blz. 435. In dit geval is in de authentieke streek evenmin sprake van een bestuurlijke gouw, daar “pagus” in de akte gewoon plaats betekent, te meer omdat er enige onderdelen van de plaats worden genoemd. Nifterlaca is een mooi voorbeeld van een geromaniseerde Germaanse naam : “nifter” betekent “naast” of “neffens”. Eperlecques lag vlak naast het Flevum of Almere. Blok moet natuurlijk ook verklaren hoe en waarom deze mooie naam in Nederland is verdwenen.» – WK, II, 509, Nifterlaca, «de plaats waar St. Willibrord goederen verkreeg en die vlakbij Traiectum (Tournehem) was gelegen, was niet de Vechtstreek wat Blok ervan maakt, doch Eperlecques op 9 km noordwest van St.-Omaars en op 7 km van Tournehem. Er wordt gesproken van “pagus”, dat niet noodzakelijkerwijs “gouw” betekent, maar in tal van gevallen gewoon “plaats”.» – WK, II, 509, Nifterlaca, «betekent “naast het meer”, namelijk het Flevum, op welke oever de plaats lag. De naam heeft zich ontwikkeld tot Aefterlacum, door assimilatie tot Aefternacum. In het Frans evolueerde hij tot Eperlecques. Toen de abdij van St. Willibrord in 973 in Luxemburg werd hersticht –  een volledig nieuwe stichting en geen verplaatsing van een nog bestaand klooster – werd St. Willibrord ter eer de oude naam Aefternacum weer opgenomen, die in het Duits evolueerde tot Echternach.» – TGF, 12630, Eperlecques; Spirliacus, negende eeuw; Sperleca, 1069 (TWB) «= wellicht Germaans *Spirlius (Spligatus en Spiligern geattesteerd, NPAG, I, 202a) + aca (terra) : «terre de *Spirlius»; -s bijkomend». – TWB, 323, «Éperlecques : Om [= Saint Omer] :: Spirliacus, 9e [siècle] kopie 11e, mir. s. Winnoci, Bo [= Boulogne-sur-Mer, Bibliothèque municipale] 107, 115 v°. – Sperleca, 1069 kopie ± 1215, E. T. [= Brugge, Bisdom, Cart. Notre Dame Thérouanne] 97 v°; 1129 kopie fin 12e [siècle], O [= Saint-Omer, Bibliothèque municipale] 735, 35r°; 1202 Co D [= Kortrijk, Stadsarchief, Onze-Lieve-Vrouw]. – Sperleca, 1139, O. G. [= Saint-Omer, Bibliothèque municipale, chapitre] 59. – Sperlecha, 1142 kopie fin 12e [siècle], Amb. [= Amiens, Bibliothèque municipale] 1077, 45 v°; 1164, P Ln [= Paris, Bibliothèque nationale, Fonds latin, nouvelle acquisitions] 2588/8. – Sperleka, 1205, Co D [= Kortrijk, Stadsarchief, Onze-Lieve-Vrouw] 21.» – DPC, II, 188, Eperlecques; Sperliacum, Espreleke, 821.
  • Vergelijk : WK, II, 501, «Interlake, genoemd in een akte van keizer Otto II uit 975, waarbij hij de villa Muiden aan het bisdom Utrecht schonk, en welke naam in verband met het eveneens behandelde visrecht op de Zuiderzee sloeg, betekent “tussenrneer”, het meer overgebleven na de verlandingen aan weerszijden. De naam uit de 10e eeuw houdt geen enkele verband met Nifterlaca. De namen Flevum en Almere zijn pas ná de 14e eeuw op de Zuiderzee toegepast. Toevallig lag het ware Traiectum ook ten zuiden van het ware Almere. Het lijk van St. Bonifatius, die bij de Bourre in Frans-Vlaanderen was vermoord, werd per boot over het Almere naar Traiectum (Tournehem) gebracht. In een afschrift is de naam Interlake door een latere hand in “Nifterlake” veranderd, zodat blijkt dat de legendarische gouw Nifterlake in Nederland niet alleen een historische dislocatie is, maar ook nog eens van een vervalsing is afgeleid.»

Norhtgo (Northgo)

  • Norhtgo (Northgo). – OSU, DB, Blok, Noordwijk. – LNT, 261, Noordwijk-Binnen, gemeente Noordwijk, Zuid-Holland; Nordcha/Northa, 889, kopie ca. 1520, eerste van de vier Egmondse koningsoorkonden; Northungon, eerste helft elfde eeuw naar een oudere bron, Echternach [falsum]; Northgo, eerste helft elfde eeuw, Echternach [falsum]; Northico, ca. 1060, kopie 1461, Vita S. Jeronis, Egmond; Noortga/Nortga/Northga, waarschijnlijk eind elfde eeuw, uit bron tweede helft tiende eeuw, Egmonds Evangelieboek; Noirtgan, 1125-1130, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Nortgo, 1064, falsum; Nortga, 1083, falsum; Nohrtga, ca. 1151-1155, Annales Egmundenses; Noirthe, 1130-1161, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Noirtheke, 1130-1161, kopie ca. 1420, Annales Egmundenses; Northeke, ca. 1180, Annales Egmundenses; Nordeke, 1198; Nortge, 1199; Nortghe/Noirtiche, twaalfde eeuw, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti.
  • Norhtgo (Northgo). – WK, I, 417, Norhtgo, ontbreekt. – WK, II, 509, Northgo, «genoemd in de goederenlijst van 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 53, 77, 79, 82, 104) als Noordwijk opgevat, wat onmogelijk is daar deze plaats minstens 7 meter onder water lag. De vermoedelijke determinatie is Nordausques op 3 km noordwest van Tournehem, vermoedelijk omdat er een tiental andere plaatsen ligt, waar deze naam zou passen. In de oorspronkelijke streek komt hij overigens dubbel voor: eenmaal als naam van de Noordgouw, die met de Sudgo, Ostrachia en Westrachia een samenhangend viertal vormt, een andere maal als naam van een plaats.» – Voor Nordausques, zie : Helspeni.

Nohrtwalde (Northwalde)

  • Norhtwalde (Northwalde). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 263, ligging onbekend, in het westen van Nederland; geen andere vermeldingen.
  • Norhtwalde (Northwalde). – WK, I, 417, Northwalde, Noir bois, Noirmal (lees : Noirval) of Noir[-]carmes. – WK, II, 509, Northwalde, «genoemd in de goederenlijst van 870 van het bisdom Traiectum, is volgens Blok (p. 77) niet in Holland aan te wijzen. Dat klopt, want het is Noir-Bois onder Haut-Loquin, op 10 km zuidwest van Tournehem. De Germaanse naam is eenvoudig in het Frans “vertaald”. “Noir” is een normale vorm voor “noord”.» – DT, 277, Le Noir-Bois, gehucht, gemeente Bazinghen; leengoed van het kasteel van Fiennes; Nortbos, rond 1400; Norbos, 1480; Noirbos, achttiende eeuw. – TGF, Noir-Bois bij Haut-Loquin; niet opgenomen. – DT, 277, Le Noir Bois, bos, gemeente Haut-Loquin. – DT, 278, Le Noirval, gehucht en leengoed, gemeente Outreau, Le Noirwart, Norwal, Norvaut, 1506; Noirwal, rond 1525. – DT, 277, Noircarmes, gehucht, voormalig kasteel en leengoed, gemeente Zudausques; Norkelmæ, 1300; Nortkelmes, 1332; Noertkalmes, 1342; Norquelmæ, 1372; Northquelm, 1392-1395; Nortquelme, 1405-1406; Norquelmes, 1407; Nortquelmes, 1423; Norcarme, 1491; Norcarmes, vijftiende eeuw; Noir Carmes, achttiende eeuw; «Fief incorporé au comté de Sainte-Aldegonde, lors de l’érection de celui-ci, et tenu du roi à cause du château de Saint-Omer.»
  • Vergelijk onder andere : Noir-Bazinghen voor Nort-Bazinghen; Noirbernes voor Nortbernes; Noir-Bonningue voor Nortbonningues.

Northanheri (Northanhem)

  • Northanheri (Northanhem). – OSU, Noorden ? – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 263, ligging onbekend, op Wieringen, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Northanheri (Northanhem). – WK, I, 417, Northanheri, Norres-Fontes, Northout of Nortkerque. – WK, II, 509, Northanheri, «uit de lijst van 870, is Norrent-Fontes op 6 km zuid van Aire-sur-la-Lys.» – DT, 278-279, Norrent-Fontes, kantonhoofdplaats, arrondissement Béthune; Norhem, 1182; Norhen, 1259; Norrem, 1281; Norem, 1294; Norham, dertiende eeuw; Noireng, 1306; Norens, 1474; Noirem, rond 1512; Noerrem, 1559; Norran, 1559; Norremum, zeventiende eeuw; Norren-lès-Aire, 1670; Norem, 1720; Nourent, 1739; «Norrent, en 1789, faisait partie du bailliage d’Aire et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Saint-Omer, doyenné d’Aire, était consacrée à saint Vaast; la personne du lieu présentait à la cure et l’évêque de Saint-Omer conférait le personnat.» – TGF, 12220, Norrent, Pas-de-Calais; Norhem, 1182; Noireng, 1306. – DPC, II, 384, Norrent-Fontes; Norrem, 1211. – DT, 279, Northout of Nordhout, boerderij en leengoed, gemeente Bayenghem-lez-Éperlecques; Nothot (lees : Northot), rond 1149; Nordut, 1279; Northout, Norhout, dertiende eeuw; Nordhout, 1316; Norehaut, 1323; Norout, 1349; Northaut, 1349; Northot, 1425; Northoud, 1438; Noirdhout, 1449; Noirthout, 1465; Noorthoud, 1474; Nordhoute, 1774; Noosthouck. – DT, 279, Northout of Norhout, boerderij en leengoed, gemeente Nielles-lez-Ardres (in de volksmond Noir-Trou); Norolt, rond 1173; Norhout, 1223; Norhaut, 1297; Northaut, 1349; Norhoud, veertiende eeuw; Northault, 1546; Noirthour, 1563; Norout, zestiende eeuw; «Fief tenu du château d’Ardres.» – DT, 279, Nortkerque, kanton Audruicq; Northkerke, Northkerka, rond 1119; Norkerk in Bredenarda, 1122; Northguerca, twaalfde eeuw; Norkerke, 1297; Noortkercke, 1559; Nortquerque, 1720; Nordquerque, 1761; «Nortkerque, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume du Pays de Langle. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Marck, puis de Saint-Omer, doyenné d’Audruicq, était consacrée à saint Martin; le chapitre de Saint-Omer présentait à la cure.»
  • Voor -heri/-hem, vergelijk : Host Eppinheri (Ost-Eppinheri) en UUest Eppinheri (West-Eppinheri).

Osbragttashem

  • Osbragttashem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 279, ligging onbekend, Zuid-Holland; Osprehtashem, 889, kopie tweede helft dertiende eeuw, eerste van de vier Egmondse koningsoorkonden.
  • Osbragttashem. – WK, I, 417, Osbragttashem, Brexent-Enocq. – WK, II, 510, Osbragttashem, «uit de lijst van 870, is Brexent-Enocq op 6 km oost van Étaples.» – DT, 70-71, Brexent, gemeente Étaples; Brekelesent, 1151; Brechellessem, 1170; Brescelessen, 1182; Brekenesem, 1196; Berquesen, 1313; Bresquesen, 1316; Brekelessent, 1361; Breqlesans, Bréquelissant, 1361; Brekelsent, 1362; Brecquelsent, 1392; Brecqtressent, 1452; Brequelessent, 1464; Bresclessent, 1477; Breucqsent, rond 1512; Brecquessent, 1559; Brexen, 1559; Brecquesen, 1598; Brequesan, 1613; Bréquezent, 1739; Bréquesent, 1743; Brecquessens, 1774; «Brexent, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort des bailliages réunis d’Étaples, Choquel et Bellefontaine et suivait la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale. d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Frencq, était consacrée à saint Brice et avait Énocq pour secours; l’abbesse de Sainte-Austreberthe présentait à la cure.» – TGF, 18190, Bréxent, Pas-de-Calais; Brekelesent, 1151; Brechelessem, 1170; Bescelessen, 1182; Berquesen, Bresquesen, 1313; Brequesent, 1162. – TWB, Brexent, Brakilashaim. – DPC, II, 104, Brexent; ook Brequesent, in 1174 heeft de abdij van Longvillers er een deel van de tienden.

Osfrithem

  • Osfrithem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 279, ligging onbekend, in de omgeving van Sassenheim, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Osfrithem. – WK, I, 417, Osfrithem, Honvault. – WK, II, 510, Osfrithem, «uit de lijst van 870, in nauw verband met Taglingthos (Terlincthun) genoemd als één naam, is Honvault [lees : Honvault] op 3 km noord van Boulogne. Zie ook Taglingthos.» – DT, 204, Honvault, gehucht, gemeente de Wimille; Honvaut, 1278; Honnaut (lees : Honvaut), 1285; Honvault, 1506; Honvaulx, 1604; Honveau, 1767; Honveaux, 1769; Honvaux, achttiende eeuw; Onvaux. – TGF, Honvault; niet opgenomen.
  • Vergelijk : DT, 204, Honvault, leengoed, gemeente Escœuilles.

Osgeresgest

  • Osgeresgest. – OCSU, OSU, DB, Blok, Oegstgeest. – LNT, 267, Oegstgeest, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – Oegstgeest heeft het kasteel Endegeest, vermeld in 1307. – PNP, 170, Oegstgeest; Osgest, 1201; Oestgest, 1396.
  • Osgeresgest. – WK, I, 417, Osgeresgest, Engoudsent. – WK, II, 510, Osgeresgest, «uit de lijst van 870, is Engoudsent, gehucht onder Beussant, op 12 km noordoost van Étaples. – DT, 132, Engoudsent, gehucht, gemeente Beussent; Engodessem, 1164; Enngoldessem, 1170; Goudeshem, 1170; Goudessent, 1170; Godesem, 1168; Engoldesem, 1174; Engoudessem, 1224; Engouteuent, 1252; Engoudeshem, dertiende eeuw; Angoudsent, 1415; Goudessant, vijftiende eeuw; Engodessan, vijftiende eeuw; Engoulssent, vijftiende eeuw; Gouddessent, 1420; Engoudessent, 1477; Esgoudesen, 1512; Engodsens, 1550; Angodsent, 1550; Ingoud-Sant, 1739; Engodesent, 1725; «Engoudsent était une des douze baronnies du Bonlonnais.» – TGF, 13952, Engoudsent, gemeente Baussent, Pas-de-Calais; Engodessem, 1164; Godessent, 1168; Engoldessen, 1170 (TWB). – DPC, II, 140, Beussen; «Beussen. Du Teuton beusch, bois. De ce village dépend le hameau d’Engoudsent, Engoudsen, une des douze baronies du comté de Boulogne en 987, qui doit son nom au bois qui l’avoisine. En-God-Sain».

Oslem

  • Oslem. – OBHZ, 24, «[Handschrift] C Ollem. Heda leest Offem. Eene buurschap van dien naam ligt bij Noordwijk.» – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 279, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Oslem. – WK, I, 417, Oslem, Etrehem. – WK, II, 510, Oslem, «uit de lijst van 870 (lees : Ostrehem) is Etrehem, gehucht onder Leulinghen, op 7 km west van St.-Omaars.» – DT, 141, Étrehem, gehucht, gemeente Leulinghem; Stratum, 723; Strata, 857; Stratehem, 1193; Strathem, 1200; Strahem, 1208; Estraham, 1270; Stratem, 1280; Estrahem, 1286; Estrehem, 1315; Estrehen seu Straethem, 1339-1340; Strachem, 1347; Streyhem, 1383; Estrayhin, 1505; Estrehem-lès-Seulines (lees : lès-Leulines), 1790; Hestrehem, 1725. – TGF, Étrehem; niet opgenomen. – TWB, 341, Etrehem; cum Strato, 723, cop. 961; in Strate, 857, cop. 961.

Ostarburghem

  • Ostarburghem. – OSU, Oosterzij aldaar, bedoeld tussen Heiloo en Limmen, tegenhanger van de Westerzij. – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 280, mogelijk deel van Den Burg, gemeente Tessel, Noord-Holland; geen andere vermeldingen. – Zie ook : Heiloo en Limmen.
  • Ostarburghem. – WK, I, 417, Ostarburghum, Ostrehove of Ostreville. – WK, II, 510, Osterburghem, «genoemd in de goederenlijst uit 870 van het bisdom Traiectum, wordt door Blok (p. 98-100) overgeslagen. Het is Ostrehove, gehucht van Saint-Martin-Boulogne. Een andere mogelijkheid is Ostreville, op 4 km zuidoost van St.-Pol-sur-Ternoise.» – DT, 286, Ostrehove, gehucht, gemeente Saint-Martin-Boulogne; Westrehove, 1121; Westrehova, 1208; Westhove, 1286; Ostrehove, 1315; Otrehove, 1550; Outrehove, 1553; Hostreove, Hostrehove, 1553; Ostrohove, achttiende eeuw. – TGF, Ostrohove; niet opgenomen. – DT, 286, Ostreville, kanton Saint-Pol-sur-Ternoise; Ostroville, twaalfde eeuw; Dostreville, 1223; Dostervilla, 1232; Ostreville, vijftiende eeuw; Daustreville, 1545; Dautreville of Oster-Ville, 1739; «Ostreville, en 1789, faisait partie du bailliage de Saiint-Pol. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Saint-Pol, était consacrée à saint Pierre et avait saint-Michel pour secours; l’évêque de Boulogne conférait la cure.» – TGF, 16953, Ostreville, Pas-de-Calais; Ostreville, 1152-1174 (TWB); Ostroville, 12e eeuw.
  • Vergelijk : TGF, 18545, Ostove, gemeente Bazinghem, Pas-de-Calais, tussen Calais en Boulogne; Ostova (oost+hof). – TGF, 12383, Westrehove, gemeente Surques, Pas-de-Calais; Westrehove, 1121. – Zie ook : Westarburghem.

Ostburon (Astburon ?)

  • Ostburon (Astburon ?). – OSU, «wellicht Oostbuurt aan den Rijn, onder Hazerswoude.» – DB, onbekend. – Blok, Oostbuurt, De Lier. – LNT, 273, Oostbuurt, gemeenten De Lier en Schipluiden, 1,5 kilometer ten oosten van De Lier, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. PNP, 173, Oostbuurt, gemeente Lier, Zuid-Holland, geen andere vermeldingen.
  • Ostburon (Astburon ?). – WK, I, 413, Astburon, Acquin-Westbécourt. – WK, II, 487, Astburon of Ostburon, «genoemd in de lijst van 870, is tegenwoordig Acquin-Westbécourt op 12 km zuidwest van St.-Omaars». – DT, 4, Acquin, kanton Lumbres; Atcona sive Acquinius, tiende eeuw; Aquina, 1093; Aquin, 1125; Acquin, 1166-1173; Aquine, 1170; Acquine, rond 1173; Acquino, 1175; Aquinum, twaalfde eeuw; Acuin, 1302; Acuing, 1408; Acquins, 1418; Acquyn, 1450; Acqwin, 1506; Accuin, 1559; Accuwin, 1567; «Seigneurie de l’abbaye de Saint-Bertin érigée en vicomté, Acquin faisait pertie du bailliage de Saint-Omer en 1789 et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné d’Alquines, était consacrée à sainte Pétronille; l’abbé de Saint-Bertin présentait à la cure. – Il y avait à Acquin un prieuré de l’abbaye de Saint-Bertin, consistant en un manoir.» – TGF, 14266, Acquin, Pas-de-Calais; Atquinium, 877. – TWB, Acquin, Atcona, 844-861, kopie 961. – DPC, II, 216, Acquin; Atquicinium, 651.

Host Eppinheri (Ost Eppinheri, Ost Eppinhem)

  • Host Eppinheri (Ost Eppinheri, Ost Eppinhem). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 189, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Host Eppinheri (Ost Eppinheri, Ost Eppinhem). – WK, I, 415, Hosteppinheri, Hottinghen (zie onder : Hostsagnem (Ostsaghem)). – WK, II, 500, Hosteppinheri, «uit de lijst van 870, is Epenchain, gehucht van Roëllecourt, op 4 km zuidoost van St.-Pol-sur-Ternoise, ofwel Epiquenhem, gehucht van Calonne-Ricouart, op 11 km zuidwest van Béthune. Host (oost) moet van de naam afgehecht worden.» – DT, 133-134, Épenchain, gehucht, gemeente Roëllecourt; Spineham, 1104; Spinecham, 1109; Espinehem, 1220; Espineheim, 1251; Espinehein, 1334; Espinehain, 1490; Espineham, rond 1512; Espinehem, 1528; Épenhin, 1725. – TGF, Epenchain; niet opgenomen. – DPC, II, 362, onder Rœllecourt; «Le hameau d’Epenchain était aussi dans le domaine de cette famille [i.e. la famille de Bailleul-St.-Martin]. En 1221, le Cauvelet d’Espinehain était une des limites de la banlieu de St.-Pol. La dîme fut accordée à l’abbaye de St.-Éloi en 1251 par le sire Pierre de Langawérie.» – DT, 135, Épiquenhem, leengoed, gemeente Calonne-Ricouart; Phikenehem, 1307; Piquenehem, 1323; Picquenehem, 1323; Pinquenehem, 1329; Piquinehen, 1407. – TGF, Epiquenhem; niet opgenomen.
  • Voor -heri/-hem, vergelijk : Northanheri en UUest Eppinheri (West Eppinheri).

Hostsagnem (Ostsagnem)

  • Hostsagnem (Ostsagnem). – OSU, Oostzaan ? – Oostzaan ook voorgestaan door dr. M. Schönfeld, Waternamen, t.a.p. – DB, onbekend. – VdP, Sassenheim. – Blok, Sassenheim waarschijnlijk. – LNT, 189, Hostsagne (lees : Hostsasnem), voormalig deel van Sassenheim, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – LNT, 315, Sassenheim; Sasheim/Saxheim, eerste helft elfde eeuw, Echternach [falsum]; Saxnem, waarschijnlijk eind elfde eeuw naar een bron eind tiende eeuw, kopie ca. 1420, Egmonds Evangelieboek; Saxnem, 1125-1130, Liber S. Adalberti; Saxnem, 1083, falsum; Saxnem, 1162, kopie ca. 1420; Saxnem, twaalfde eeuw, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti. – PNP, 203, Sassenheim; Sasnem, 1262, kopie 1358. – Vergelijk : PNP, 203, Saaksum (Groningen), Sasheim, Sahsenheim, Saxenheim uit de documentatie van Fulda, en Sahsinghem, Sahsinhe[m] en Sahsinkhem uit de documentatie van Werden.
  • Hostsagnem (Ostsagnem). – WK, I, 415, Hostsagnem, Sainghin. – WK, II, 500, Hostsagnem, «uit de lijst van 870, is Hottinghem, voorheen bekend als Ostingahem op 3 km oost van Guînes, ofwel Sainghem, welke naam tweemaal in de omgeving van Rijsel voorkomt.» – DT, 205, Oord genaamd Hottinghem, voormalig verdwenen dorp, gemeente Andres; Hostinghem, Ostingehem, Hantigahem, Hottinghem, Hostingehem, Ostingahem, Hostingahem, 1084; Hottingahem, 1091; Hantingehen, 1164; Hoctinghem, 1196; Hogtinghem, 1257; Hautinghem, dertiende eeuw; Outingham, 1556. – TGF, Hottinghem; niet opgenomen. – TWB, 515, Hottingehem, 1091, kopie eind twaalfde eeuw. – DT, Sainghem, Sainghen; niet opgenomen. – TGF, 15073, Sainghin-en-Mélantois, Nord; Syngin, 972; Senghin, 1131; de Senghinio, 1253. – TGF, 15073, Sainghin-en-Weppes, Nord; Sengin, 1064; Seiguin, 1070; Senghin, 1193.
  • Zie ook : Westsagnem.

Pathem

  • Pathem. – OSU, DB, Blok, Petten. – Blok, De Franken, eerste druk Putten (drukfout), derde druk Petten. – LNT, 289, Petten, gemeente Zijpe, Noord-Holland; Petheim, eerste helft elfde eeuw, Echternach [falsum]; Pethem, 1063, kopie twaalde eeuw, Echternach [falsum]; Pethem, 1147-1148, kopie begin dertiende eeuw, Echternach [falsum]; Pethem, eerste helft twaalfde eeuw, kopie tweede helft twaalfde eeuw, Utrecht, falsum; Putan, 1156, kopie begin dertiende eeuw, Echternach [falsum]; Puthen, 1130-1161, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti. – PNP, 187, Petten; Putthem, 1224, kopie 1328. – Zie ook  Petten.
  • Pathem. – WK, I, 417, Pathem, Pitgam. – WK, II, 511, Pathem, «uit de lijst van 870, is Pitgam op 8 km zuidwest van Winoksbergen, of Pihen, op 6 km van Guînes.» – DT, Pitgam; niet opgenomen. – TGF, 18139, Pitgam, Nord; Petenham, 1072; Petengham, 1075; Piticham, 1113; Tidecham, 1115; Pitecham, 1139; Tidegam, 1184 (TWB). – TWB, 797, Pitgam; Tidecham, 1115, cop. ±1220. – DT, 297, Pihen, kanton Guînes; Pithem in Solitudine, 1084; Pitham, 1084; Pihem, 1164; Pithen, Pitheem, twaalfde eeuw; Dihem in Ghisnesio (lees : Pihem), 1254; Piehem, 1273; Pichem (lees : Pithem), dertiende eeuw; Pihen juxta Guisnes, vijftiende eeuw; Phiem, rond 1512; Pitham, Pittam, Pyham, 1556; Pihan, 1583; «Pihen, en 1789, faisait partie du Pays-Reconquis, ressort de la justice royale de Calais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Guînes, était consacrée à la Nativité de la Vierge; le chapitre de Boulogne présentait à la cure.» – TGF, 12222, Pihen-lès-Guînes, Pas-de-Calais, Pithem, 1084; Pihem, 1164 (TWB). – TWB, Pihen, Pichem, 1139.
  • Vergelijk : Pittem bij Tielt, West-Vlaanderen. – Zie ook : Pischem.

Pillinghem

  • Pillinghem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 290, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Pillinghem. – WK, I, 417, Pillinghem, Peuplingues. – WK, II, 511, Pillinghem, «uit de lijst van 870, is Peuplingues, voorheen als Pipilingehem bekend, op 8 km zuidwest van Calais.» – DT, 296, Peuplingues, kanton Calais; Pepelinghem, 1069; Pipelingehem, 1070; Pipelinguehen, 1119; Piplingehem, 1119-1127; Peplinghem, 1157; Pipilinghehem, 1179; Pepelinghes, 1254; Pepelingœ, dertiende eeuw; Pouppelingues, 1345; Peupelingues, 1393; Pepling, Peplinge, 1556; Peapling, 1556; Peuplingues, 1695; «Peuplingues, en 1789, faisait partie du Pays-Reconquis, ressort de la justice royale de Calais, et suivait la coutume d’Amiens. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenne de Guînes, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Marck, était consacrée à l’Assomption de la Vierge; le chapitre de Boulogne présentait à la cure.» – TGF, 18138, Peuplingues, Pas-de-Calais; Pipelingehem, 1070; Pepligehem, 1142 (TWB). – TWB, Peuplingen, Pipelingehem, 1070, cop. ±1215. – DPC, II, 33, Peuplingen; Popelinghem, 1000; Peplinghem, 1170.

Pischem

  • Pischem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, ligging onbekend, in het noorden van Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Pischem. – WK, I, 417, Pischem, Pichevert. – WK, II, 511, Pischem, «genoemd in de goederenlijst uit 870 van het bisdom Traiectum, is Pihem op 8 km zuidwest van St.-Omaars.» – DT, 297, Pihem, kanton Lumbres; Pithen, 1139; Pithem, 1190; Piehem, 1192; Pihem, 1206; Pihan, veertiende eeuw; Pitthan, veertiende eeuw; Pitthem, 1618; Pihem-Biengue, 1720; «Pihem, en 1789; faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Helfaut, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Bléquin, était consacrée à saint Pierre aux Liens; le chapitre d’Ypres présentait à la cure.» – TGF, 12222, Pihem, Pas-de-Calais; Pithem, rond 1114; Pichen, 1139; Pihem, Piehem, 1192 (TWB). – DPC, II, 59 en 222, Pihem; Pithem in de achtste eeuw. – TWB, Pihem, Pihem, 1192, kopie ± 1215. – DT, 297, Pichevert, gehucht, gemeente Wimille; Pissevelt, 1305; Sombreton, 1339; Sumbretun, 1380; Zinbrethun, alias Pichevert, 1603; Pissevert, achttiende eeuw.
  • Zie ook : Pathem.

Polgest

  • Polgest. – OCSU, OSU, DB, Poelgeest. – Blok, Poelgeest ? – LNT, 291, Poelgeest; Polgheest, 1130-1157, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Polghest/Pulghest, 1130-1160, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Poelgheest, 1130-1161, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti.
  • Polgest. – WK, I, 417, Polgest, Polincove. – WK, II, 511, «uit de lijst van 870, is Polincove op 6 km noordoost van Tournehem.» – DT, 301, Polincove, kanton Audruicq; Pollinghehove, 1069; Pullingahone (lees : Pullingahove), 1084; Pollingahova, 1101; Pulinguhehova, 1119; Pollingahove, rond 1119; Pullingahove, 1122; Pollingehova, 1157; Polinguehova, 1157; Pollinghova, 1178; Polingehove, Polingeove, 1182; Pollinchova, 1158; Polingova, dertiende eeuw; Pollinchove, 1254; Polinchove, 1300; Pollichove, 1405; Poullincove, 1480; Pelincoue, 1720; «Polincove, en 1789, faisait partie du Pays de Brédenarde, dont il suivait la coutume, et dépendait du ressort judiciaire du bailliage de Saint-Omer. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Alquines, secours de Recques, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Tournehem, devenue paroissiale avec Recques pour secours, était consacrée à saint Léger; l’évêque de Saint-Omer présentait à la cure.» – TGF, 18164, Polinchove, Pas-de-Calais; Pollinghehove, 1069; Pollingahova, 1101; Pullingahova, 1122; Pollinchova, 1158. – TWB, Polinchove, Pollingahoua, 1001, kopie vijftiende eeuw. – DPC, II, 200, Polinchove; Polinchove, twaalfde eeuw.

Potarnem

  • Potarnem. – OSU, «Poederoyen ? [bij Zaltbommel, Gelderland] (B.V.G. 3de R. III blz. 292).» – DB, onbekend. – Blok, onbekend, Poederoyen verworpen. – LNT, 292, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Potarnem. – WK, I, Potarnem, La Poterie. – WK, II, 511, Potarnem, La Potarie, gehucht van Wimille, op 5 km noordoost van Boulogne. – DT, 305, La Poterie, gehucht, gemeente Wimille; Poteria, 1208; Le Poterie, 1506; Le Potterye, 1553; Le Potterie, 1554; Poterye, 1566; La Potterye-lez-Boulogne, 1760. – TGF, 25182, La Potarie, Côtes-du-Nord; geen oude vormen gegeven.
  • Vergelijk : DT, 305, La Poterie, leengoed, gemeente Atrecht (Frans Arras), section Saint-Sauveur; Poteria, twaalfde eeuw; Le Poterie, twaalfde eeuw; La Potterie, 1581-1582. – DT, 305, Oord genaamd La Poterie, gemeente Créquy. – DT, 305, Oord genaamd La Poterie, gemeente Torey. – DT, 305, La Poterie, oude buitenwijk (faubourg), gemeente Vieil-Hesdin. – DT, 305, Oord genaamd Les Poteries, gemeente Aire-sur-la-Lys. – DT, 305, Les Poteries, gehucht, gemeente La Beuvrière; Poteria, 1194. – TGF, 25182, La Potarie, vijf identieke namen van andere plaatsen met als oudste vermeldingen achtereenvolgens rond 1060, twaalfde eeuw, 1198, 1252, 1373.   Een “poterie” is een plaats waar aardewerk wordt gemaakt.

Rec

  • Rec. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 297, ligging onbekend, in de omgeving van Wijk bij Duurstede, Utrecht; geen andere vermeldingen.
  • Rec. – WK, I, 417, geen plaatsnaam, maar een nevenvorm van rak, niet afzonderlijk opgenomen. – In de lijst in WK, II, 518 “Vec” (drukfout) en verkeerd ingedeeld. – DT, 319, Recques, gemeente Ardres; Reka, 857; Recca, 877; Reclca (lees : Recca), 1084; Reche, 1145; Recha, 1174; Rec, 1271; Rech, 1300; Rek, 1322; Reck, 1333; «Recques, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artois. Son église, d’abord paroissiale, avec Polincove pour serours, diocèse de Thérouanne, doyenné d’Alquines, puis secours de Polincove, diocèse de Boulogne, doyenné de Tournehem, était consacrée à saint Wandrille.» – DT, 319, Recques, afgelegen buurt (écart), gemeente Helfaut; Le Recque, 1437; Reque. – DT, 319, La Recques, oude naam van de rechtertak van de Hem, genaamd La Riviètette; Aqua que appellatur Reche, rond 1148. – DT, 319, Recques-sur-Course, gemeente Étaples; Rech, 1224; Reke, 1289; Recke, 1328; Recque-en-Boullenois, veertiende eeuw; Reque, 1429; Resque, 1464; Haute-Recques, 1774; Recques, achttiende eeuw; «Recques, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire des bailliages réunis d’Étaples, Choquel et Bellefontaine, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Frencq, puis diocèse de Boulogne, doyenné d’Alette, secours de Montcavrel, était consacrée à saint Léger; les chanoines de la collégiale de Montreuil présentaient à la cure.» – TGF, 18515, Recques sur Course, Pas-de-Calais; Reca, 857. – TGF, 18515, Recques sur Helm, Pas-de-Calais, Recca, 877. – DPC, II, 52, 115 en 192, Rec; ook als naam voorkomend op meerdere plaatsen.
  • Als betekenis van het Vlaamse woord rak wordt in TGF opgegeven : «partie droite d’un rivière, un canal».

Renus (Rhenus, Hrenus), rivier

  • Renus (Rhenus, Hrenus), rivier. – OCSU, OSU, DB, Rijn. – Blok, ontbreekt. – LNT, 310, vermeld sinds 52 v.Chr., kopieën negende eeuw. – Renus is een algemene keltisch-germaanse waternaam.
  • Renus (Rhenus, Hrenus), rivier. – WK, I, niet opgenomen. – WK, II, 511, «talloze malen in de bronnen van Traiectum en de Levens van de heiligen genoemd, is de Schelde, precies zoals ook de Romeinse schrijvers de naam gebruikten».
  • Vergelijk : de Hem, die met Rhim of Rhin werd aangeduid, zie onder : Rinasburg.

Rinasburg

  • Rinasburg. – OSU, DB, Rijnsburg. – Blok, ontbreekt. – LNT, 310, Rijnsburg; zie onder Hrothaluashem.
  • Rinasburg. – WK, I, 417, Rinasburg, Riquebourg of Rinxent. – WK, II, 511, Rinasburg, «waarvan gezegd wordt dat Rothulfuasenhem nu zo heet, niet identiek met de andere plaats Rinasburg, is een tijdelijke benaming geweest, misschien afkomstig van een Noorman die de plaats bezat. De naam houdt verband met de Hem, die ter plaatse uitstroomt en Rhim of Rhin heette. Een gelijksoortig geval vormt de naam Ruricgo in deze streek, welke naam nadien ook verdwenen is. Zie bij de oorkonden van Werethina, WK, deel I, p. 436.» – WK, II, 511, Rinasburg, «uit de lijst van 870, is Riquebourg, gehucht onder Bellebrunne, op 12 km oost van Boulogne.» – DT, 322, Oord genaamd Ricquebourg, gemeente Bellebrune; geen oude vormen gegeven. – DT, 324, Rinxent, kanton Marquise; Erningasten, Erningasem, 1107 en 1117; Rinningshem, 1119; Renningesem, 1157; Rininghessem, 1179; Renguenscen, 1200; Remingessem, 1206; Erningessem, 1286; Eringhesen, dertiende eeuw; Renighesen, Reinghesen, eind dertiende eeuw; Ringhessem, 1336; Reninguehan, 1372; Ringuesent, 1396; Reninghessent emprès Markize, 1422; Ringuessent, 1480; Renguessant, vijftiende eeuw; Renesguessent, rond 1512; Rinquessent, 1523; Ringhuessem, 1559; Rainghessent, 1559; Raincqsen, 1658; Rincquessent, 1559; Rinquesent, zeventiende eeuw; Rinquexent, 1739; Rinxen-la-Gonterie, 1774; «Rinxent, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Londefort, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Boulogoe, était consacrée à saint Martin et avait Hydrequent pour secours; le chapitre de Boulogne, aux droits du chapitre de Thérouanne, présentait à la cure. Le château de Rinxent était une des quarante maisons fortes du Boulonnais.»
  • Vergelijk : DT, 321-322, andere Richebourg/Ricquebourg’s met oudste vormen : Richebourg, leengoed, gemeente Saint-Amand; Risbourg, 1759 – Ricquebourg, kasteel een voormalig dorp, gemeente Maresquel; Dives Burgus, 1275; Riquebourg, 1292. – TGF, 26523, Ricquebourg, Nord; Richebourg, 1200.

Risuuic (Riswic), met kerken

  • Risuuic (Riswic), met kerken. – OSU, Rijswijk in de Neder-Betuwe. – DB, Rijswijk bij Maurik, Gelderland. – Blok, ontbreekt. – LNT, 312, Rijswijk, 6,5 kilometer west van Maurik (Gelderland); Rijswich, 1139, kopie eind veertiende eeuw; Rijswijc, 1179. – Rijswijk heeft geen vroeg-middeleeuse kerken. – Vergelijk : Rijswijk, Zuid-Holland, Rijswijk, Noord-Brabant en Rijswijk, buitenplaats bij Zevenaar, Gelderland.
  • Risuuic (Riswic), met kerken. – De plaats komt tweemaal voor in het begin van het goederenregister. – WK, I, 417, Riswic, Richebourg. – WK, I, 417, Riswic, Le Rietz. – WK, II, 512, Riswic, «een eiland, genoemd onder Buosinhem (Boëseghem), is Le Rietz, een moerasgebied op 4 km noordoost van Aire-sur-la-Lys.»; – WK, II, 512, Riswic, «is Richbourg [lees : Richebourg], op 8 km noordoost van Béthune.» – DT, 323, Aux Rietz, gehucht, gemeente Neuville-Saint-Vaast; geen oude vormen gegeven. – DT, 323, Les Rietz, gehucht, gemeente Sachin; geen oude vormen gegeven. – TGF, Le Rietz; niet opgenomen. – DT, 321-322, Richebourg-l’Avoué, kanton Cambrin (niet te verwarren met Cambrai=Kamerijk); Richesborg, 1171; Richesburs, 1171; Richeburc, 1198; Richeborc, 1198; Rikebouch, Rikebourt, rond 1200; Riciburgus, 1218; Richeborg, 1224; Riquebourk, 1249; Rikebourk, 1269; Dives Burgus, 1272; Ricquebourg, dertiende eeuw; Rikebourch, 1333; Riquebourke, 1333; Riquebourch, 1343; Ricquebourg-en-l’Advouerie, 1520; Richembourg, 1567; Richebourg-Ladvoié, 1697; Richebourc l’Advoüé, 1720; Ricsebourg, 1768; Risbourg, achttiende eeuw; Richebourg-l’Egalité, 1793; «Richebourg-l’Avoué, en 1789, faisait partie de la gouvernance de Béthune et avait une coutume locale vérifiée en 1670 suivant la coutume d’Artois. Ce village ne formait qu'une seule paroisse avec Richebourg-Saint-Vaast. Son église, diocèse d’Arras, doyenné de Béthune, district de Lestrem, était consacrée à saint Laurent; le chapitre de N.-D. [=Notre-Dame] d’Arras présentait à la cure.» – DT, 322, Richebourg-Saint-Vaast, kanton Cambrin; Rechesburg, 1136; Rischesburch, 1169; Rikebourt, twaalfde eeuw; Dives Burgus, 1262; Rikebourch, 1301; Rikebourk, Rickebourg, 1310; Ricquebourre, 1489; Riquebourg-Saint-Vaast, 1507; Ricquebourg ou pouvoir de Saint-Vaast, 1516; Ricquebourg-Saint-Vaast, 1559; Richebourg-Saint-Vaast-en-l’Advouerie, 1669; Richebourg-Saint-Vaast, 1720; «Richebourg-Saint-Vaast, en 1789, faisait partie de la gouvernance de Béthune et suivait la coutume du Pays de Lalleu. Au point de vue spirituel, ce village était uni à Richebourg-l’Avoué.»
  • Zie ook : Buosinghem en Rinasburg.

Rodanburg

  • Rodanburg. – OSU, Roomburg aan den Rijn. – DB, Roomburg onder Leiden. – Bij Roomburg is Romeins gevonden, maar geen vroeg-middeleeuws. – Blok, Rodenburg bij Zoeterwoude. – LNT, 305, Roodenburg (voor 1746), 3 kilometer ten noorden van Zoeterwoude; Radenburch, 1083, falsum; Radenburch, twaalfde eeuw, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti. – LNT, 53-54, Aardenburg; Rodanburg sinds 966 (bij Aardenburg is Romeins gevonden, maar geen vroeg-middeleeuws; stadsrecht in 1127).
  • Rodanburg. – WK, I, 417, Rodanburg, Rotembert. – WK, II, 512, Rotembert, gehucht onder Saint-Martin-Boulogne, vlakbij Boulogne. – DT, 330, Rotembert, gehucht, gemeente Saint-Martin-Boulogne; Rodenberch, 1305; Routtembercq, 1505; Rotembercq, 1553; Rotenbert, achttiende eeuw; «Fief mouvant de la seigneurie de Bédouâtre.» – TGF, Rotembert; niet opgenomen.

Rudinhem

  • Rudinhem. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 307, ligging onbekend, Utrecht; geen andere vermeldingen.
  • Rudinhem. – WK, I, 417, Rudinghem, Rodrechen of Rodelinghen. – WK, II, 512, «Ruminghem, op 10 km noordoost van Tournehem, of Rodelinghem op 9 km noordwest van Tournehem.» – DT, 335, Ruminghem, kanton Audruicq; Rumingahem, 850; Rummingahem, 877; Rumingehem, 980; Reminghen, 1254; Ruminghem, 1353; Remingueham, 1371; Rumighem, veertiende eeuw; Rameghien, veertiende-vijftiende eeuw; Reminguen, 1473; Reminguen, 1475; Rumingan, 1725; «Ruminghem, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artoi. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Alquines, puis de Boulogne, doyenné de Tournehem, était consacrée à saint Mathieu; l’abbé de Ham-lez-Liliers présentait à la cure. » – TGF, 18144, Ruminghem, Pas-de-Calais; Rumingahem, 850; Rumingehem, 980; Reminghem, 1254; Ruminghem, 1353. – TWB, 872, Ruminghem, Rumingahem, 844-864, kopie 961; Rumingehem, 981. – DPC, II, 200-201, Ruminghem; Rumingahem, Ruminghem, 858. – TGF, 18413 [= 18143], Rodelinghem, Pas-de-Calais; Rolinghehem, 1117; Reolinghem, 1119; Rollingahem, 1159; Rolinghem, 1184; Rodelinghem, 1228. – DT, 326-327, Rodelinghem, kanton Ardres; Rolingehem, 1117; Reolinghem, 1119; Roegninghehem, 1157; Rollingahem, 1159; Rollingehem, 1172; Rolinghem, 1184; Rodlinghem, rond 1186; Rodelinghem, 1228; Roderinghem, 1247; Rodelingehem, 1296; Rolinghem, dertiende eeuw; Rolinguchen (lees : Rolinguehen), 1321; Roudelinghem, 1474; Reudelinguehem, 1480; Reudelinghem, 1544; Reuddlinghem, 1501; Roedelinghem, 1521; Roilingehem, 1521; Roeudelincghem, 1538; Roeudelinghem, 1559; Rodhelinghem, 1559; Roidelinghem, 1682; Rodelingan, 1699; «Rodelinghem, en 1789, faisait partie du Pays-Conquis, ressort judiciaire du bailliage souverain d’A[r]dres, et suivait la coutume d’Amiens. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Guînes, était consacrée à saint Michel et avait Landrethun pour secours; le chapitre de Boulogne présentait à la cure.»

Rufinghem

  • Rufinghem. – OSU, Ruiven onder Pijnacker. – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 307, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Rufinghem. – WK, I, 417, Rufingen, Rouvignies. – WK, II, 512, Rouvignies, op 7 km zuidwest van Valenciennes. – DT, Rouvignies; niet opgenomen. – TGF, 13053, Rouvignies, Nord; Rouveigni, Rouvegni, 1219; Rovegni, 1225. – TWB, 866, Rouvignies, Roueigni, 1219.

Rugrum

  • Rugrum. – OSU, «Vermoedelijk Ruigenhoek onder Maartensdijk.» – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 308, ligging onbekend, Utrecht; geen andere vermeldingen.
  • Rugrum. – WK, I, 417, Rugrum, Rouvroy. – WK, II, 512, uit de lijst van 870, is Rodrechen, gehucht van Audinghen, op 14 km noord van Boulogne.» – DT, 327, Rodrechen, voormalig oord, gemeente Locquinghen; Rodrechem, 1286; Rudrekem, eind dertiende eeuw. – TGF, Rodrechen; niet opgenomen. – DT, Rouvroy, [na te zoeken].
  • Vergelijk : Rudinhem

Ruperst

  • Ruperst. – OSU, Rumpst onder Bunnik. – DB, Ruprest, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, Ruperst ontbreekt in register, wel is er Ruprest, Rumst, negentiende eeuw, 1 kilometer ten oosten van Bunnik, Utrecht; «In Ru[m]pst similiter (DiplBelg 195 met onjuist Rup[re]st)»; geen andere vermeldingen. – Vergelijk : Rumt, 4,5 kilometer ten westen van Deil (Gelderland).
  • Ruperst. – WK, I, 417, Ruperst, Rupembert. – WK, II, 512, Rupembert, gehucht van Wimille, op 4 km noordoost van Boulogne. – DT, 335, Rupembert, gehucht, gemeente Wimille; Rouppenbercq, 1393; Roupenberc, Ruppembercq, 1506; Rupenberg, 1554; Ropenbercq, 1562-1564; Roupembert, 1709; Grand et Petit-Rupembert, achttiende eeuw; «Fief tenu du roi à cause du château de Boulogne». – TGF, Rupembert; niet opgenomen.

Scata

  • Scata. – OSU, Schoot in Rijnland. – DB, Blok, Schoot onder Noordwijk. – LNT, 316, mogelijk identiek met Schoot, verdwenen, ten noorden van Noordwijk; geen andere vermeldingen.
  • Scata. – WK, I, 417, Scata, Setques. – WK, II, 512, Setques, op 8 km zuidwest van St.-Omaars. – DT, 359, Setques, kanton Lumbres; Sethiacus Super fluvium Agniona, 793; Setliacus, 867; Sethece, 1139; Sekeke, Secheke, 1139; Seuteke, 1145; Settekes, 1175; Setheka, 1214; Setke, 1300; Zetteke, 1338; Seteque, 1365; Setque, 1404; Zette, 1407; Secque, 1559; Seetke, Septe, 1559; «Setques, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artois. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Helfaut, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Bléquin, secours de Lumbres, était consacrée à saint Omer.» – TGF, 6901, Setques, Pas-de-Calais; Sethiacus, 723; Setliacus, 867; Sethece, 1139; Settekes, 1175; Setheca, 1214; Setke, 1300. – TWB, 914, Setques, Settiaco, Sethiaco, 723, kopie 961. – DPC, II, 224, Setques; Sethiacum, 519; «Ce village et ses dépendances furent cédés en 722 à Erkembod, évêque de Théouanne, par Richard, abbé de St.-Bertin.»
  • Niet te verwarren met TGF, 18201, Escales, Pas-de-Calais; Scala, 844-864; Scalas, 1040; Scales, 1097 (TWB). – De rivier Agniona[n]/Agnonia is de Aa, zie ook onder Isla aqua en Fresionouuic (Fresionowic).

Schupildhem

  • Schupildhem. – OSU, onbekend. – DB, onbekend. – Blok, Schepelenberg te Heemskerk, zie : Dr. D.P. Blok over de goederenlijst. – LNT, 321, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen. – Zie ook : Heemskerk.
  • Schupildhem. – WK, I, 417, Schupildhem, Schoubrouck of Schéfol. – WK, II, 512, Schupildhem, Le Schoubrouck, gehucht van Clairmarais, op 8 km noordoost van St.-Omaars. – DT, 356, Le Schoubrouck, gehucht, gemeente Clairmarais; Scoudebrouc, 1264; Scothbrock, 1264; Stoudebrouc, veertiende eeuw; Scaudebroucq, 1459; Scoubroucq, 1566; Schaubroucq, zestiende eeuw; Scheubreucque, 1652; Scoubroucq-[l]ès-Clairmarais, 1720; Schoubrouc, 1739; Haut et Bas Schoubroucq, 1774; «Rivière de Schoubroucq prenant sa source au chemin des Loups et se jetant dans la Grande-Meer.» – TGF, Schoubrouck; niet opgenomen. – DT, 356, Schéfol, voormalige molen, gemeente Arras, Eschofol, 1104; Escheufol, 1119; Sculfolt, 1119; Scheufol, Scheufolt, 1115 en 1152.
  • Schoubrouck ligt op 50 kilometer van Beuvrequen, zie : Beuvorhem (Beverhem). – Schoubrouck, vergelijk : Schoubrouck bij Mechelen en Schoubrouck bij Zomergem (Gent). – La Grande-Meer is een poëtische vertaling van Almere.

Scoronlo

  • Scoronlo. – OCSU, OSU, DB, Blok, Schoorl. – LNT, 320, Schoorl; Scorla, 1049 (Zie ook : De oorkonden van Holland en Zeeland tot 1101, tekst 90); Scorla, 1094; ca. 1180, Liber S. Adalberti; Scorla, 1130-1161, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Scorla, ca. 1180, Annales Egmundenses; Scorlo, twaalfde eeuw, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti. – PNP, 208, Schoorl; Scoerle, 1343. – Zie ook : Schoorl.
  • Scoronlo. – WK, I, 417, Scoronlo, «Scorepanche, nu les Cottes Penches.» – WK, II, 512-513, «wordt door Blok (p. 99) als Schoorl gedetermineerd, wat onmogelijk is daar deze plaats toen 7  meter onder water lag. De juiste determinatie is Les Cottes Penches, voorheen bekend als Scorepanche, gehucht van Landréthun-le-Nord, op 7 km noordoost van Marquise.» – DT, 109, Oord genaamd Les Cottes-Penches, gemeente Landrethun-le-Nord; Cote, 1198; Scorepanche, Scerepanche, Sckerepanche, 1286. – TGF, Les Cottes Penches; niet opgenomen.

Scranaholt

  • Scranaholt. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 321, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Scranaholt. – WK, I, 417, Scranaholt, Créhem. – WK, II, 513, «Créhem, gehucht van Remilly-Wirquin, op 11 km zuidwest van St.-Omaars, of een van de talrijke plaatsnamen met Cren (kreek of inham in de rotsen) in de samenstelling.» – DT, 115, Crehem, gehucht, gemeente Remilly-Wirquin; Crahem, 1268; Crohem, 1269; Creheim, 1583; Crehen, 1579; «Fief vicomtier tenu du roi à cause du château de Saint-Omer.» – TGF, Créhem; niet opgenomen.

Simile

  • Simile. – OSU, DB, onbekend. – Blok, Semel te Werkhoven. – LNT, 416, terrein, 3 kilometer ten westen van Koten, Utrecht; geen andere vermeldingen.
  • Simile. – WK, I, 417, Simile, Sibiville of Simberg. – WK, II, 513, Simile, «(lees : Rimile), is Rumilly op 17 km zuidoost van Desvres.» – DT, 334-335, Rumilly, gemeente Hucqueliers; Rimelliacum, 1134; Rumiliacus, 1182; Rumelli, 1207; Rumilliacum, 1307; Rumeilly, 1311; Rumilli, 1318; Rumellyacum, 1345; Romilli, veertiende eeuw; Rumeilly, 1477; Rumiliacum Comitis, rond 1519; Rumylly-le-Conte, 1545; Remilly-le-Comte de Beausau, 1720; Romiliacum Comitis, achttiende eeuw; Rumilly-Beaussart, 1793; «Rumilly, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne et suivait la coutume de Boulonnais. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Fauquembergues, était consacrée à la Vierge et avait Avesnes pour secours; le prieur d’Herly présentait à la cure. Ancien prieuré de l’abbaye de Cluny, fondé par Eustache III, comte de Boulogne, sous le vocable de Saint-Pierre. – Monasterium beati Petri de Rumiliaco, 1189 (Migne, patrol., t. CCI, col. 1133). – Rumilly-le-conte soubz Cluigny, XIVe s. (Arch. nat., P. 137, f° 77 V°).» – TGF, 9494, Rumilly, Pas-de-Calais; Rimelliacum, 1134; Rumiliacus, 1182; Rumelli, Rumilliacum, 1307; Rumeilly, 1311. – TWB, 871, Rumilly; Rumeilli, vierde kwart twaalfde eeuw. – DPC, II, 145, Rumilly; Rumiliacum, vóór de zesde eeuw; «Rigobert, abbé de St.-Bertin, l’acquit à son monastère en 690.» – DT, 360, Sibiville, gemeente Saint-Pol-sur-Ternoise; Sebevilla, 1154; Sybevilla, 1178; Sibivilla, 1178; Sibevile, twaalfde eeuw; Sybivilla, 1223; Sibivilla in Ternesio, 1225; Sebivilla, 1226; Sibille villa, 1246; Sebiville, 1256; Sibeville, 1276; Sebeville, 1298; Sibivillle (sic !), Sibyville, 1310; «Sibiville, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Saint-Pol et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Saint-Pol, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Frévent, était consacrée à Notre-Dame et avait Canettemont por secours; l’évêque de Boulogne conférait la cure.» – DT, 360, Oord genaam Simberg, gemeente Wierre-Effroy; Simberc, 1533; Les communes de Saint-Bergues.
  • Vergelijk : TGF, 9494, Rumilly-en-Cambrésis, Nord; Rumily, 1132; Rumeli, 1139; Romelli, 1142; Romeliaco, 1147.

Stene

  • Stene. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 332, wellicht identiek met Westerklief, 1 kilometer ten zuiden van Hippolitushoef, gemeente Wieringen, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Stene. – WK, I, 417, Stene, Steene. – WK, II, 513, «is Steene op 5 km zuidwest van Winoksbergen, ofwel Stene ten zuiden van Oostende, waar St. Willibrord kerkpatroon is.» – TGF, 18518, Steene, Nord; Stenen, 857; de Stenis, 1067. – Stene (België), na te zoeken.
  • Vergelijk : DT, 363, Sténeland, Saint-Sauveur-de-Sténeland; voormalige verdwenen plaats, waarschijnlijk in de gemeente Beuvrequen; Sanctus Salvator sive Steneland, 828; Dominus Salvator in Steneland; 831; Stenetland, Stenedland, 838.

Strude

  • Strude. – OSU, DB, Blok, Stroe, Wieringen. – LNT, 334, Stroe, 1,5 kilometer ten noorden van Hippolitushoef, gemeente Wieringen, Noord-Holland; geen andere vermeldingen. – PNP, 224, Stroe; Stroede, 1319; Stroeden, 1343.
  • Strude. – WK, I, 417, Strude, Strouanne. – WK, II, 513-514, Strude, «“in bante”, met 72 hoeven land die van St. Martinus, Bonifatius, Willibrord, Ludger en Lambertus waren, is identiek aan Struona en is Strouanne [lees: Estrouannes] op 3 km noord van Wissant.» – WK, II, 513-514, Struona, «waar volgens een goederenlijst uit ca. 870 het bisdom Traiectum goederen bezat, wordt door Blok (p. 53) als Stroe op Wieringen gedetermineerd, toen minstens 7 meter onder water gelegen. De juiste determinatie is Strouanne onder de gemeente Wissant. Het is momenteel een gehucht, maar staat toch op de toeristische kaart van Frankrijk.» – DT, 140, Estrouannes, gehucht, gemeente Wissant; Strones, 1084; Stronæ, dertiende eeuw; Estronnes, 1525; Estraines, 1553; Estrond, 1555; Estrones, 1777; Estrouanne, achttiende eeuw; Strouanne; Stouanne, 1847; «Fief tenu du roi à cause du château de Wissant.» – TGF, Estrouannes; niet opgenomen. – «S’il faut en croire Lambert d’Ardres, s. Faron, évêque de Meaux, aurait fondé à Estrouannes (apud stronas) un monastère de moines qui fut détruit par les Normands, en 842, durant l’expédition de Gormund et Isembart. C’est à Estrouannes, et non à Wissant qu’aboutit la branche de la Leulène, détachée à Guînes du rameau principal.» (HistOpale).
  • Zie ook : Bante.

Suattingaburim

  • Suattaburim. – OBHZ, 24, «thans Zwammerdam.» – OSU, DB, Blok, onbekend. – VdP Zwadenburg. – LNT, 334, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Suattingaburim. – WK, I, 417, Suattingaburim, Sontingevelt, Saint-Inglevert. – WK, II, 514, «St.-Inglevert, voorheen ook bekend als Sontingeveld, op 12 km zuidwest van Calais. Een heilige Inglevert heeft nooit bestaan. De naam is een mooi voorbeeld van volksetymologie : hij is afgeleid van de Germaanse stam der Ingaevonen, reeds door Tacitus vermeld.» – DT, 342, Saint-Inglevert, kanton Marquise; Sontingeveld, rond 1160; Santingheveld, 1245; Santinghevelt, 1286; Zantinghevelt, 1296; Saintinghevelt, dertiende eeuw; Sontium campus vulgo Sontinghevelt, dertiende eeuw; Sanctingheveld, dertiende eeuw; Saint-Ildevert, 1422; Santiguevelt, 1480; Saint-Inguevert, 1495; Saintinglevert, 1501; Zantenwet, rond 1512; Sainct-Inglevert, 1551; Saint Ingfeld, Sandingfeld, Sandenfilde, 1556; Seynt Engvelt, 1556; Saint-Inglevelt, 1592; Sainte-Inglevert, 1670; Sainct-Inglovert, 1674; Saint Inglevert, 1683; Sanctus Ydevardus, zeventiende eeuw; Sanctenvelt, Sanctus Ingelbertus, zeventiende eeuw; Inglevert, 1793; «Saint-Inglevert, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Wissant. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Wissant, était consacrée à saint Barnabé; les administrateurs de l’hopital général de Boulogne, aux droits du prieur de Saint-Inglevert, présentaient à la cure. Ancien prieuré hôpitel de Saint-Inglevert, fondé en 1131, détruit en 1347 et réuni en 1693 à l’hôpital de Boulogne.» – TGF, St.-Inglevert; niet opgenomen. – DPC, II, 71-72, St.-Inglevert; «S. Angilberti. On a cru longtems que ce village était la patrie de St.-Engilbert (Vulgo Inglevert), gouverneur de la Morinie en 779, ministre de Charlemagne, abbé de St.-Riquier, mort le 18 février 814 [in noot: Ce personnage, fils d’un des principaux seigneurs de la cour de Pépin, avait été élevé par Alcuin avec les enfans de ce prince. Il n’a pu naître dans un village qui alors n’existait pas. Son corps fut retrouvé à St.-Riquier en 1697]. Il est aujourd’hui reconnu que ce lieu, au XII.e siècle, était une terre inculte entourée de bois, infestée par des brigands, et nommé Campus arenosus. Oylard de Wimille, chevalier, grand redresseur de torts, purgea la contrée de ces malfaiteurs, acheta une grande partie de la forêt, et pour la sûreté des voyageurs, comme pour les besoins des nombreux pélerins qui allaient en Angelterre ou en revenaient, il fonda en 1131 un hôpital qui prit le nom de Santingheveld, champ des Saints [in noot: C’est ce nom altéré qui s’est perdu dans celui de St.-Inglevert].»

Suegon

  • Suegon. – OSU, misschien Suegsnon, Zwezereng (bij Zuilen, Utrecht). – Bij Zuilen ligt slot Zuylen (rond 1520). – DB, Blok, onbekend. – LNT, 335, ligging onbekend, Utrecht; geen andere vermeldingen. – PNP, Zwezereng; niet opgenomen.
  • Suegon. – WK, I, 417, Suegon, Suegsnon, Suegsna, Zouafkes. – WK, II, 514, «ook gespeld Suegsnon of Suegsna, zijn verschrijvingen voor Suabsna, uit het leven van St. Ludger. Dit is Zouafkes op 2 km noord van Tournehem.» – DT, 407-408; Zouafkes, kanton Ardres; Suavelkæ, Suanakals (lees : Suavakals), Suavekes, rond 1119; Suaveca, Suavelces, 1084; Suavica, 1174; Suanakes, Suanaches (lees : Suavakes, Suavaches, Suavakæ), 1178; Suaveka, 1193; Soanakæ (lees : Soavakæ), twaalfde eeuw; Suavaca, 1200; Suakes, 1225; Suaukæ, Suauca, dertiende eeuw; Swaveque, 1434; Zewaveque, Zuaveveque, 1480; Zuaveque, 1544; Suauette, 1559; Zuaveeque, 1559; Zuwavecque, Zwueque, 1578; Zouafque, 1698; Zoasque, 1739; Zouafre, 1762; Zouaffe, 1790; «Zouafques, en 1789, faisait partie du Pays-Conquis, ressort judiciaire du bailliage souverain d’Ardres, et suivait la coutume d’Amiens. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Alquines, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Tournehem, secours de Guînes, était consacrée à saint Martin.» – TGF, 13247, Zouafques, Pas-de-Calais; Sualvelkae, Suavekes, rond 1119; Suavica, 1174; Suaveka, 1193; Suakes, 1225; Suaveka, 1193. – DPC, II, 71 en 195, Zouafques; «Souasques, était au XII.e siècle un hameau dépendant de la paroise de Tournehem, et qui relevait de cette châtellenie.»
  • Zie ook : Suegsna.

Suegsna

  • Suegsna. – OSU, Blok, Zwezereng bij Zuilen, Utrecht. – DB, Zwesen onder Zuilen. – LNT, ontbreekt.
  • Suegsna. – WK, I, 417, Suegon, Suegsnon, Suegsna, Zouafkes. – WK, II, 514, Zie : Suegon.

Suetan

  • Suetan. – OSU, DB, Blok, Zwieten (onder Leiden). – LNT, 419, Zwieten (1805), buitenplaats, 3 kilometer ten noordoosten van Zoeterwoude, Zuid-Holland; Zweten, 1125-1130, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Suetan, 1083, Egmonds falsum; Suetan, twaalfde eeuw, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Naam afgeleid van een nu verdwenen waternaam Swete “de zoete”.
  • Suetan. – WK, I, 417, Suetan, Zunesticq. – WK, II, 514, Zunesticq, gehucht onder Beuvrequen, op 3 km zuidwest van Marquise. – DT, 408, Oord genaamd Zunesticq, en leengoed, gemeente Beuvrequen; Suinesti, 1233; Sunisti, 1275; Zunisti, 1275; Zuinesti, 1305; Zunesticq, 1492; Zunestiq, 1590. – TGF, Zunesticq; niet opgenomen.

Suhthusum (Suthhusum)

  • Suhthusum (Suthhusum). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 335, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Suhthusum (Suthhusum). – WK, I, 417, Suhthusum, Zuthove of Zutkerque. – WK, II, 514, «Zuthove, gehucht van Boisdinghen, op 8 km west van St.-Omaars.» – DT, 408, Zuthove, gehucht, gemeente Boisdinghem; Suthove, rond 1304; Zuthove, 1418; Zuuthove, 1445; Zudhove, 1560-1561; Zutove, 1639; Zut-Hove, 1739; Jutove, achttiende eeuw. – DT, 408-409, Zutkerque, kanton Audruicq; Zuitkerka, 1088-1099; Suthekekerque, rond 1119; Suthguerca, rond 1122; Zukerka, 1119-1124; Sudkerka, 1159; Sutkercka, 1182; Zuutkerkes, 1185; Zuutkerka, 1220; Suckerka, 1223; Sudkarke, 1285; Zugherke, 1295; Sutkerkœ, dertiende eeuw; Sukerke, 1308; Suquerque, 1311; Surkerke, 1322; Sutkerke, 1332; Sucquerke, 1333; Sukerka, 1358; Zunequerque, 1375; Zutkerke, 1422; Zutquerque, 1480; Zutkerkœ, rond 1512; Zoutkerke, 1559; Zud-Kercke, 1559; Zukerche, 1560; Sutquerque, 1694; Zudquerque, 1720; Zudkerke, 1739; «Zutkerque, en 1789, faisait partie du pays de Brédenarde et en suivait la coutume. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Marck, puis diocèse de Saint-Omer, doyenné d’Audruicq, était consacrée à saint Martin. C’était un personnat à la collation de l’évêque de Saint-Omer.»
  • Vergelijk : DT, 408, Oord genaamd Zuthove of Zutove, gemeente Quelmes. – TGF, 12239, Zuthove, gemeente Quelmes; Suthove, 1304.

Suhtrem (Suthrem)

  • Suhtrem (Suthrem). – OSU, DB, onbekend. – Blok, Zuidwijk onder Wassenaar. – LNT, 337, ligging onbekend, in de omgeving van Valkenburg, Zuid-Holland, misschien identiek met Zuidwijk, 1 kilometer ten oosten van Wassenaar, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – Vergelijk : LNT, 337, Sutherhem, ligging onbekend, tussen Bergen en Petten, Noord-Holland; Suhtrem (blijkbaar ter onderscheiding van Suthrem), Sutherhem, waarschijnlijk eind elfde eeuw, naar een bron uit tweede helft tiende eeuw, kopie ca. 1420, Egmonds Evangelieboek; Sutherhem, 1125-1130, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti.
  • Suhtrem (Suthrem). – WK, I, 417, Suhtrem, La Suzoye. – WK, II, 514, Zudrove. – DT, 408, Zudrove, gehucht, gemeente Serques; Zudroive, 1631; Judrove, achttiende eeuw; Zud-rove, 1739; Qudrove. – TGF, Zudrove; niet opgenomen. – DT, 363, La Susoye, boerderij en bos, gemeente Écuires; Nemus de Susoie, 1252; Suzoie, 1283; Le Susoie, rond 1366.

Suinoverit

  • Suinoverit. – OSU, Zwijndrecht. – DB, sui noverit; niet als naam opgevat. – Blok, ontbreekt. – LNT, geeft Sui noverit, als naam, ligging onbekend; geen andere vermeldingen.
  • Suinoverit. – Onterecht als naam opgevat ? – WK, I, 417, Suinoverit, «Suinard of Zwinart, deel van het Almere bij St. Omaars». – WK, II, 514, «os Suinard of Zwinart, een deel van het Almere, vlakbij St.-Omaars.» – DT, Zwinart; niet opgenomen. – TGF, Zwinart; niet opgenomen.

Taglingi

  • Taglingi. – OSU, DB, Blok, Teilingen, kasteel onder Voorhout [bij Sassenheim]. – LNT, 340, Teilingen, ruïne, 1 kilometer ten oosten van Voorhout, Zuid-Holland. – LNT, 340, spelling Taglingthos (afzonderlijke ingang), ligging onbekend, Zuid-Holland, waarschijnlijk met de plaatsnaam Teilingen (zie daar); geen andere vermeldingen. – LNT, 340-341; Teilingen, Teilinc, 1143; Theylinc, 1162, kopie ca. 1420; Teilinge, 1162; Theyling, 1174, kopie ca. 1420; Teillinga, 1198.
  • Taglingi. – WK, I, 417, Taglingi, Tailly of Tagneville (lees  Taigneville, zie onder : Thangburga). – WK, II, 514, Le (lees : La) Tailly, gehucht onder Lillers, op 10 km noordwest van Béthune. – DT, 364, Le Tailly, gemeente Lillers; Talleium, 1093; Li Tailleic, 1093; Le Taillich, 1507; Taillicque, 1515; Le Tailly, achttiende eeuw. – TGF, La Tailly; niet opgenomen. – DPC, I, 370, La Tailly; ook Taillich en Tailleic.

Tlex, Texle, Texla (eiland), met kerk

  • Tlex (Texle, Texla), eiland, met kerk. – OCSU, Texel. – OSU, Tessel. – DB, Texel. – Blok, Tlex is Disseldorp (bij Limmen; zie ook : Limmen). – LNT, 249, Tlex, ligging onbekend, Noord-Holland. – LNT, 344, Tessel, eiland, Noord-Holland; Thesla, 772 of 776, kopie 1170-1175, Lorsch; Tesla, 772 of 776, kopie 1183-1195, Lorsch; Tyesle, waarschijnlijk tweede helft negende eeuw, kopie 1150-1158, Fulda; Tyelle (lees : Tyesle), waarschijnlijk tweede helft negende eeuw, kopie 1150-1158, Fulda; Texla, 985, kopie tweede helft dertiende eeuw, vierde en laatste Egmondse koningsoorkonde, zie : De oorkonden van Holland en Zeeland tot 1101, tekst 55. – Texel heeft geen vroeg-middeleeuwse kerk.
  • Tlex (Texle, Texla), eiland, met kerk. – WK, I, 417, Texle, Tlex, «Axles bij Calais». – WK, II, 515, «wordt door Blok (p. 54, 77, 82) gedetermineerd als Texel, dat evenwel toen nog niet bestond. De juiste determinatie is Axles, een thans verdwenen plaats onder Coquelles, op 5 km zuidwest van Calais.» – WK, II, 41, «Texla of Tecelia zoals Ptolemeus in de 2e eeuw schrijft, is Axles onder Coquelles, op 5 km zuidwest van Calais. Zie Caesar, Tekst 101, waar Ptolemeus de plaats vlak boven Boulogne situeert. Zij wordt in geen enkele bron als gouw vermeld. De naam Texel in Nederland is uit de 12e eeuw, directe vrucht van de grote namen-transplantatie vanaf het begin van de 11e eeuw.» – DT, 24, Axles; leengoed en voormalig gehucht, gemeente Coquelles; Asles, 1116; Axla, 1136; Ales, rond 1173; Alles, 1178; Westaxla, 1183; Axlæ juxta calcatam quæ ducit ad Nivennam, dertiende eeuw. – TGF, Axles; niet opgenomen.

Thangburga

  • Thangburga. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, ontbreekt.
  • Thangburga. – WK, I, 417, Tangburga, Taigneville, Tanny of Tangry. – WK, II, 515, «Taigneville, gehucht van Beuvry, op 2 km zuidoost van Béthune, ofwel Tannay, gehucht van Mazinghem, op 4 km zuid van Aire-sur-la-Lys, ofwel Tangry op 22 km zuidwest van Béthune.» – DT, 364, Taigneville, afgelegen buurt (écart), gemeente Beuvry; Taingnevile, 1296; Taigneville, 1576; Tenneville, achttiende eeuw. – TGF, Taigneville; niet opgenomen. – DT, 364, Tannay, boerderij en voormalig kasteel, gemeente Mazinghem; Tansnais, 1294; Tannoie, 1337; Tannay, 1479; Tannoy, 1603; «Fief mouvant du chât. de Thiennes en Flandre.» – TGF, 2335, Tannay; geen Tannay opgenomen in Pas-de-Calais of Nord, wél in Ardennes en twee in Nièvre. – DT, 364, Tangry, gemeente Heuchin; Tingris, 1072; Tungr, 1135; Tungri, 1140; Tumgri, 1152; Thonghery, 1340; Tangry, 1404; Tinguery, 1437; Tangry-lez-Pernes, achttiende eeuw; «Tangry, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Saint-Pol et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné d’Houdain, district de la comté, était consacrée à saint Omer; l’évêqoe d’Arras conférait la cure.» – TGF, 13079, Tangry, Pas-de-Calais; Tingrus, 1071; Tungri, 1140; Thonghery, 1340; Tangry, 1404.
  • Vergelijk : de Tungri horen bij Doornik

Thorhem, met kerk

  • Thorhem, met kerk. – OCSU, OSU, Doorn. – DB, onbekend. – Blok, Doorn ? – Doorn zou in 1322 zijn geplunderd en verbrand op bevel van graaf Willem III van Holland. – Doorn heeft Huize Doorn, in 1356 voltooid door de Utrechtse domproost Hendrik van Meerlant. – PNP, 49, Doorn; Dorn, 1573. – Blok, De Franken (t.a.p., p. 133), «Tussen Kromme Rijn en Lek zijn de in de middeleeuwse bronnen genoemde namen Hasehem, Thorhem, en Lanthem (alle drie eerste helft 10de eeuw) verdwenen». – LNT, 346, ligging onbekend, waarschijnlijk Utrecht; geen andere vermeldingen. – Doorn heeft geen vroeg-middeleeuwse kerk.
  • Thorhem, met kerk. – WK, I, 417, Thorhem, Tournehem. – WK, II, 515-516, «wordt door Blok (p. 133) als “een verdwenen plaats” tussen Kromme Rijn en Lek opgevat, waar op dat tijdstip geen bewoning was. Het is Tournehem, dezelfde plaats als Traiectum of Vertus Traiectum. De vorm Thorhem wordt door andere regionale bronnen bevestigd.» – DT, 372, Tournehem, kanton Ardres; Turringahem, 877; Tornchem (lees : Tornehem), 1084; Turnehem, 1105; Turnahem, 1107; Tornheem, 1127; Torneham, 1170; Thornehem, 1170-1191; Tornehen, 1282; Tourneham, 1298; Tournahem, 1300; Tournehem, 1306; Torhem, 1313; Tournehen, 1349; Tourneheem, 1355; Tournehan, vijtiende eeuw; Turnhen, 1699; «Tournehem, chef-lieu d’une chatellenie et d’un bailliage au XIIIe s., faisait partie du bailliage de Saint-Omer en 1789 et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Alquines, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Tournehem, était consacrée à saint Médard (20); les chanoines gradués d’Ypres présentaient à la cure. Tournehem était aussi le chef-lieu d’un doyenné (voir l’introduction) et d’une maîtrise des eaux et forêts, dont la juridiction s’étendait sur les eaux et bois de la chàtellenie, en même temps que sur la forêt d’Éperlecques. Ancienne maladrerie située au Nord du bourg, dans la banlieue.» – TGF, 18151, Tournehem, Pas-de-Calais; Turringahem, 877; Tornehem, 1084; Torneham, 1170; Thornehem, 1170-1191. – DPC, II, 193, Tournehem; «Thurnehemum, Thurnemus, sur le Hem, et la voie romaine de Thérouanne à Sangatte. La tradition veut que César ait logé au château en allant s’embarquer au port Itius. Elle ajoute que le famaux Arthur, roi des Bretons, ayant fait une descente sur le côtes en 511, s’empara de Tournehem, qu’il donna à Leger II, son neveu, comte de Boulogne. Dès le XI.e siècle, ce bourg appartenait aux comtes de Guînes. Un membre de cette famille, Manassé, en était châtelain en 1174. Boudouin II fit réparer le château en 1179, rétablit l’enceinte et les tours, ouvrit d’immenses souterrains large d’une voie, qui communiquait, dit-on, avec les forteresses voisines, environna le bourg d’un fossé, et fit creuser un vaste vivier qui fut revêtu de murailles. Toutes ces précautions n’empêchèrent pas le comte Ferrand de prendre Tournehem en 1213. De furieux, abusant du droit de la force, fit décapiter les hommes d’armes qui avaient vaillamment défendu le château. Dans le cour de ce siècle, Tournehem, ville et comté, eut sa charte de commune; un échevinage composé d’un maïeur, de deux échevins, et de jurés. Ses armoiries étaient une tour d’or à trois créneaux, sur champ d’azur; portant quatre ouvertures ou baies de fueules. Ses pauvres furent dotés de 23 livres de rente par la comtesse Mahaut en 1323. Le ville députait en 1360 aux États d’Artois. Plusieurs fois insulté par les Anglais dans le XV.e siècle, le château assiégé en 1542 par le duc de Vendôme, et pris après cinq jours de siége, fut de suite démantelé. Le traité de Crespy le rendit à Charles-Quint en 1544. Les Français brûlerent la ville en 1552 et saccagèrent les villages voisins. Enfin, le château pris un dernière fois par les Français le 8 mai 1595, fut démoli avec plusieurs maisons. Cette forteresse, que les ducs de Bourgogne habitèrent souvent jusqu’a 1435, et qu’ils se plurent à embellir, présentait encore naguères de belles ruines. Il n’en rest aujourd’hui que la porte et quelques terrassemens des remparts. Dans peu ces nobles débris auront disparu. Une pierre aux armes de Bourgogne avec la devise : nul ne s’y frotte, qui décorait l’entrée principale, est placée au-dessus de la porte du moulin. Vanitas.... On trouve dans les ruines, des armes, des monnaies, des ossemens dans un cachot muré, et une vieille caronade en fer du calibre de quatre, qu l’on a coutume de tirer pendant la procession du Saint-Sacrement. Le bailliage ressortissait de celui de St-Omer. – Les coutumes locales furent rédigées en 1507. Une maîtrise des eaux et forêts avait été établie en 1679 pour la conservation de la belle forêt de Tournehem et des forêts voisines. Tournehem fut chef-lieu canton en 1795.»
  • Zie ook : Traiectum

Traiectum

  • Traiectum. – OCSU, OSU, DB, Blok, Utrecht. – Niet verwarren met Maastricht (Limburg) en Tricht bij Buurmalsen (Gelderland)
  • Traiectum. – WK, I, 417, Traiectum, Tournehem. – WK, II, 516, Traiectum, «de plaats waar St. Willibrord zijn bisschopszetel vestigde, wordt voor de eerste maal door het Itinerarium Antonini genoemd, daarna talloze malen vanaf ca. 630. De stad Utrecht kan dat niet zijn geweest, omdat deze plaats gedurende de transgressies 5 m en op de hoogtepunten daarvan 7 m onder water lag. Zij wordt voor de eerste maal ca. 940 genoemd; een vermelding van 915 berust op een vervalsing. De naam betekent Uit-Rek, een strook land, buiten d.w.z., in het water gelegen, vermoedelijk eerst als een eiland, dat bij de verdergaande verlanding bij het vasteland werd aangesloten. De naam Traiectum is een latinisering van de inheemse naam, die volkomen normaal is bij de toenmalige kanselarij-gebruiken. In een tekst wordt de plaats ook Trecht genoemd. De eerste bisschop Balderik trof er de restanten aan van Romeinse gebouwen en bouwde pal op de fundamenten daarvan de eerste kerk. De eerste bisschoppen van Utrecht hebben zich niet beschouwd als de opvolgers van St. Willibrord. Deze naam komt tot de 12e eeuw in geen enkel Hollands of Utrechts geschrift voor. Dit denkbeeld kreeg Nederland opgesolferd door de abdij van Echternach, die in de 12e eeuw valse claimen in Holland begon te leggen. Zie “Ontspoorde historie”, Tekst 261 (blz. 289). Het Traiectum van St. Willibrord is Tournehem op 15 km noordwest van St.-Omaars.» – WK, II, 516, «Trecht schrijft St. Willehad in zijn Leven van St. Bonifatius in plaats van Traiectum. Het toont vermoedelijk aan, dat dit Leven gekopieerd werd door iemand, die Utrecht onder deze naam kende.». – Tournehem, zie : Thorhem. – WK, II, 518, Vetus Traiectum, «(het oude Traiectum) vindt men enkele malen genoemd in akten en teksten van ná 857 (21). In dat jaar veroverden de Noormannen, die overigens allang een deel van Frisia waaronder Audruicq in bezit hadden, de stad en volgens de beschrijvingen verwoestten zij haar geheel. Eén tekst gebruikt zelfs een plastische beschrijving door te zeggen, “dat er geen muur meer was overgebleven waar een waterende man tegen kon staan”. De bisschop en de priesters vluchtten, wanneer zij niet waren vermoord. Omstreeks 870 keerde bisschop Hunger terug, die zich nog altijd als bisschop van Traiectum beschouwde, maar het centrum van het bisdom was weg, en hij zetelde om beurten te Daventria (Desvres) en Dorestadum (Audruicq). We weten nu ook waar de traditie vandaan komt dat de eerste bisschop van Utrecht eerst in Deventer zetelde en zich vandaar in Utrecht vestigde. Het bisdom bleef nog altijd Traiectum heten, maar om te benadrukken dat de eigenlijke zetel verloren was, werd van Vetus Traiectum gesproken. Het spreekt bijna vanzelf dat deze uitdrukking terechtkwam in afschriften van andere oorkonden uit de periode van vóór de verwoesting, waar de naam chronologisch was misplaatst.»
  • Vergelijk : WK, II, 516, Traiectum, «genoemd in verband met de zendelingen St. Servatius, St. Lambertus en St. Hubertus, was Trith-Saint-Léger, gelegen aan de Schelde bij Valenciennes, in het Vlaams Tricht geheten, afgeleid van Trit, Trehet (traiectus = doorgang, oversteek, in dit geval door, over de Schelde). Vijf eeuwen ná de verplaatsing van deze zetel van Trith naar Luik wordt de Luikse bisschop nog aangeduid als van “Tungrense” d.i. “van Douai”, afgeleid van Aduaga Tungrorum uit het Itinerarium Antonini, hetgeen Tongeren (B.) niet was omdat deze stad vanaf ca. 400 enkele eeuwen historisch en archeologisch blanco is.» – WK, II, 516, Trectis, «in 748 door paus Zacharias onder de aartsbisschoppelijke zetel van Moguntia (Mainvillers) geplaatst, identiek met Traiectum, is Tournehem. Utrecht had toen nog geen zetel en Trith was een reeds gepasseerde zaak.»

Turre

  • Turre. – OSU, Blok, buurt aan de Turweg bij Cothen. – DB, onbekend. – LNT, 351, Tuer (1550), ligging onbekend, in de omgeving van de Tuurdijk, gemeente Houten, Utrecht.
  • Turre. – WK, I, 417, Turre, Tournes of La Tour. – WK, II, 517, Turre, Tournes, op 5 km zuidoost van Boulogne. – DT, 372, Tournes, gehucht, gemeente Baincthun et Échinghen; Tornes, 1208; Tournes, 1321; «Fief tenu du roi à cause de son château de Boulogne.» – TGF, Tournes; niet opgenomen. – DT, 371-372; er zijn in de Pas-de-Calais 31 plaatsnamen met La Tour, waaronder : La Tour, leengoed, gemeente Loison, Turris, twaalfde eeuw; en : La Tour, boerderij, gemeente Sauchy-Cauchy, Turris, 1261.

Ubburon

  • Ubburon. – OSU, Blok, Opburen bij Ysselstein. – IJsselstein, Utrecht, heeft een twaalfde eeuws kasteel IJsselstein. – DB, onbekend. – LNT, 104, Burem, ligging onbekend, Zuid-Holland. – Vergelijk : LNT, 104, Buren, Gelderland, alwaar kasteel Buren. – LNT, 104, Buren, ligging onbekend, ten oosten van het Vlie, Friesland.
  • Ubburon. – WK, I, 417, Ubberon, Ouvrehem of Humbert. – WK, II, 517, Ubberon, Ouvrehem, gehucht van Wierre-Effroy, op 10 km noordwest van Boulogne. – DT, 287, Ouvrehen, boerderij, gemeente Wierre-Effroy; Overhem, 1286; Ouvrehen, 1761; Ovrehen, 1751; Le Verain; «Fief tenu de la seigneurie d’Hesdres.» – TGF, Ouvrehem; niet opgenomen. – DT, 209, Humbert, gemeente Hucqueliers; Umberche, 1170; Unguebert, rond 1214; Humberch, 1296; Humberc, 1305; Umbergues, 1474; Hunbercq, 1479; Homberch, rond 1512; Humbercq, 1559; «Humbert, en 1789, faisait partie du bailliage d’Hesdin et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Fauquembergues, puis diocèse de Boulogne, doyenné d’Alette, était consacrée à saint Pierre et avait Saint-Michel pour secours; l’abbesse de Sainte-Austreberthe présentait à la cure.»

Vpchirica (Upkirika)

  • Vpchirica (Upkirika). – OSU, «Volgens Gosses, Historische Avonden, 3de bundel, blz. 39 vlg. zou de Upkirika zijn de “bovenkerk” te Dorestad, in tegenstelling tot de “benedenkerk” in het oude Trecht. (t.a.p., p. 6 noot 9).» – DB, kerk bij [Wijk bij] Duurstede. – Blok, onbekend. – LNT, 356, kerk in Dorestad, verdwenen, in de omgeving van Wijk bij Duurstede, Utrecht; geen andere vermeldingen.
  • Vpchirica (Upkirika). – WK, I, 420, Ubkirika, Northkerque. – WK, II, 517, Ubkirika, «genoemd in de schenking uit 777 door Karel de Grote aan het bisdom Traiectum en daar beschreven als “onder Dorestadum” liggend, is in Nederland nooit aangewezen. Wel is de magistrale oplossing gevonden dat de kerk en de plaats “moeten zijn weggespoeld”. Blok verzwijgt de naam volkomen. De juiste determinatie is Nortkerque op 3 km west van Audruicq. Ub, dat “op” of “boven” betekent (er is ook een Zutkerque) is volledig synoniem met “noord”.» – DT, 279; Nortkerque, kanton Audruicq; Northkerke, Northkerka, rond 1119; Norkerk in Bredenarda, 1122; Northguerca, twaalfde eeuw; Norkerke, 1297; Noortkercke, 1559; Nortquerque, 1720; Nordquerque, 1761; «Nortkerque, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume du Pays de Langle. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Marck, puis de Saint-Omer, doyenné d’Audruicq, était consacrée à saint Martin; le chapitre de Saint-Omer présentait à la cure.» – TGF, 18555, Northkerque, Pas-de-Calais; Northkerke, rond 1119. – DPC, II, 197-198, Northkerque; in de twaalfde eeuw één van de vier parochies van het land van Bredenarde.

Uphuson

  • Uphuson. – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 356, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Uphuson. – WK, I, 420, Uphuson, Upen of Le Pen. – WK, II, 517, Uphuson, Upen, gehucht van Delettes, op 15 km zuid van St.-Omaars. – DT, 376; Upen d’Amont, gehucht, gemeente Delettes; Uphen, 1069; Ophem, elfde eeuw; Upent, elfde eeuw; Upem, 1155; Hupen, 1164-1171; Huphem, 1165; Uphem, 1166-1173; Hupem, 1184; Huppem, 1199; Upehem superior, rond 1200; Upehem, 1205-1206; Uppen, 1355; Uppam, 1403; Upendamont, 1545; Upen, 1559; Upenum juxta Tervuanam, zeventiende eeuw; Upen d’Amont, achttiende eeuw; «Upen-d’Amont, en 1789, dépendait du bailliage d’Aire; son église était le secours d’Herbelles.» – DT, 376; Upen d’Aval, gehucht, gemeente Delettes; Upendal, 1698; Upen Daval, achttiende eeuw; «Upen-d’Aval, en 1789, dépendait de la régale de Thérouanne; son église était le secours d'Herbelles. La plupart des formes qui figurent au mot précédent [= Upen-d’Amont] s’appliquent également à Upen-d’Aval.» – TGF, 12206, Le Pen, gemeente Wierre-Effroy, Pas-de-Calais, Uphem, 867 (TWB), li Pan, 1210. – DPC, II, 219, Upen; Huphen, 668; Upenium, Uphem, Upan, 868. – DT, 291, Le Pen, afgelegen buurt (écart) gemeente Écuires; Li Pan, 1207; Pen, 1248; Le Pen, 1474. – DT, 291, Le Pen, of Le Paon; gehucht, gemeente Wierre-Effroy; Uphem in pago Bononensi super fluvium Helichbruna, 867; Li Pan, 1210; Le Pen, 1297; Le Pan, 1709; Gr., Pet. Paon, achttiende eeuw; Le Paon. «Fief tenu de la baronnie de Bellebrune.»
  • Vergelijk : DT, 376; Upen, leengoed, gemeente Berguettes; Le Pen-en-Berguettes, rond 1400; Upen, 1575.

Upuuilcanhem (Upwilcanhem)

  • Upuuilcanhem (Upwilcanhem). – OSU, misschien het meertje De Wilk, waaruit de Rotte stroomt. – DB, Blok, onbekend. – LNT, 356, ligging onbekend, in de omgeving van Hazerswoude, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen, onl. hem, “woonplaats” waarschijnlijk met waternaam wilca, “Wilk” en toevoeging up “stroomopwaarts gelegen”, ter onderscheiding van UUilkenhem.
  • Upuuilcanhem (Upwilcanhem). – WK, I, 420, Upwilkanhem, Wicquinghem. – WK, II, 517, Wicquinghem, op 13 km zuidoost van Desvres. – DT, 400-401, Wicquinghem, kanton Hucqueliers; Wichingehem, 1069; Winkingehem, 1112; Guikinghem, 1119; Vuinkinchehen, rond 1120; Vuinkinkehen, 1123; Wikinken, 1123; Huichinguehen, 1157; Vicinhin, 1173; Wichinghehem, 1199; Werkingehem, 1218; Bikinghem, 1223; Wikingehem, 1224; Wikinghehem, 1224; Winkigehens, 1239; Wikinghem, 1255; Winkingheem, 1255-1256; Vinkinhem, 1267; Winchinghehem, 1297; Wikinghehens, dertiende eeuw; Winquinghem, 1309; Winkinghen, 1321; Winquinguehem, veertiende eeuw; Wyquinghem, 1422; Winquiguehem, 1429; Wiquinghem, 1431; Wiquinguehem, 1469; Wyckinghem, rond 1512; Wicqueguehem, 1520; Winguehem, 1739; «Wicquinghem, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Desvres et suivait la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Fauquembergues, puis diocèse de Boulogne, doyenné d’Alette, était consacrée à saint Sylvin; l’abbé d’Auchy présentait à la cure.» – TGF, 18157, Wicquinghem, Pas-de-Calais; Wichingehem, 1069; Winkingehem, 1112; Vuikinchelem, rond 1120; Wikinken, 1123; Wikingehem, 1223. – DPC, II, 146, Wicquinghem; Wicquengahem, 844. – Vergelijk : Wilkenhem.

Uranlo (Vranlo)

  • Uranlo (Vranlo). – OSU, Blok, Vroonen (in Geestmerambacht). – DB, Vronen, verdwenen plaats bij St.-Pancras. – LNT, 376, Vroon (1428), ten zuiden van Sint Pancras, Noord-Holland; voor Vroon (1428) wordt verwezen naar Van Mieris, Groot Charterboek; Vronlo, eerste helft elfde eeuw, Echternach, [falsum]; Vronlo, 1063, kopie twaalfde eeuw, Echternach [falsum], zie : De oorkonden van Holland en Zeeland tot 1101, tekst 84; Franla, waarschijnlijk eind elfde eeuw, naar een bron uit de tiende eeuw, kopie ca. 1420, Egmonds Evangelieboek; Franla, 1125-1130, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Franlo, 1083, Egmonds falsum; Vronlo, 1147-1148, Echternach [falsum]; Vronle, 1156, Echternach [falsum]; Franlo, 1130-1157, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; Franlo, twaalfde eeuw, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti. – Vergelijk : LNT, 137, Liber S. Adalberti, Feneria terra comitis, 1130-1161, mogelijk identiek met Vroon Made (1460), 2 kilometer ten zuiden van Velzen, Noord-Holland.
  • Uranlo (Vranlo). – WK, I, 420, Uranlo, Hurionville. – WK, II, 517, «wordt door Blok (p. 99) als Vronen gedetermineerd, wat onmogelijk is daar de streek toen onder water lag. Bovendien is de etymologische afleiding onhoudbaar. De juiste determinatie is Hurionville, gehucht van Liliers, op 10 km noordwest van Béthune.» – DT, 210, Hurionville, gehucht, gemeente Lillers; Hurionville, 1373; Huronville, 1430; Huryonville, 1528; Heurionville, 1562; Urionville, 1699; Hurionville, achttiende eeuw. – TGF, Hurionville; niet opgenomen. – DPC, I, 369, Hurionville; «Hameau au sud du bourg [van Lillers]. Ce lieu était maison de plaisance de St.-Bain en 696.»

Uteromeri

  • Uteromeri. – OSU, Blok, De Uitermeer bij Weesp. – DB (waarschijnlijk vergissing), Overmeer bij Nederhorst den Berg. – LNT, 354, Uitermeer, negentiende eeuw, water, oude naam van Naardermeer, Noord-Holland; Utermeri, tiende eeuw (Werden).
  • Uteromeri. – WK, I, 420, Uteromeri, «deel van Almere». – WK, II, 517, «wordt door Blok (p. 99-100) als Uitermeer gedetermineerd, een gehucht onder Weesperkarspel, Noord-Holland, dat in 870 minstens 7 meter onder water lag. De juiste determinatie is Neder-Meersch, een moerasgebied op 3 km noordwest van Watten. Het bisdom had hier het visrecht, wat geheel aannemelijk is, daar in het zuidwestelijk deel de verlanding het eerst had ingezet, waar het gebied tussen Watten en Calais wegens de moerassige ondergrond nu nog als twee druppels water gelijkt op het Nederlandse Westland. Het is dan ook de groentetuin van Noord-Frankrijk.» – DT, Neder-Meersch; niet opgenomen. – TGF, Neder-Meersch; niet opgenomen.

Uueromeri (Uveromeri, Weromeri)

  • Uueromeri (Uveromeri, Weromeri). – OSU, De Wormer. – DB, Overmeer bij Nederhorst den Berg, Utrecht. – Blok, ontbreekt. – LNT, 285, Overmeer, ten zuiden van Nederhorst den Berg, Noord-Holland; Vuermere, 115? [te controleren]. – Vergelijk : Overmere tussen Gent en Dendermonde.
  • Uueromeri (Uveromeri, Weromeri, ook foutief geschreven als Uuromeri). – WK, I, 420, Weromeri, «deel van Almere». – WK, II, 520, «wordt door Blok (p. 99-100) als Overmeer beschouwd, een gehucht van Nederhorst den Berg, wat onmogelijk is daar dit gebied toen minstens 6 meter onder water lag. De juiste determinatie is een deel van het Almere, vermoedelijk in het gebied van Clairmarais bij St.-Omaars. De naam duidt volgens de tekst een visserij aan “met de weer”, zodat het voor de hand ligt de naam terug te zoeken in ondiep water. Het is een zuiver Germaanse naam, die door zijn quasi-Latijnse uitgang een Romaans kleurtje kreeg. “Meri” houdt geen verband met de zee; eerder met weide of moeras. “Meersch” was nog in de 17e eeuw te St.-Omaars in gebruik om het moeras van Clairmarais aan te duiden.»

Uabbinghem (Vabbinghem)

  • Uabbinghem (Vabbinghem). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 360, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Uabbinghem (Vabbinghem). – WK, I, 420, Wabbinghem, «nu Outreau». – WK, II, 519, Wabbinghem, «is Walbinghem, de oude naam van Outreau op 4 km ten zuiden van Boulogne.» – DT, 287, Outreau, kanton Samer; Walbodegem, Walbodeghem, negende eeuw; Waubingehem, 1121; Waubinghen, 1121; Ultra aquam, 1145; Walbingehem, 1208; Outre iave, dertiende eeuw; Outreyave, 1289; Outreyauwe, 1346; Outriaue, 1391; Outreliaue delès Bouloigne, 1358; Oultreawe, 1389; Outreliaue-delès-Bouloigne, 1358; Outreaayve, 1415; Oultrehave, 1415; Oultreawe, 1479; Oultreyave, vijftiende eeuw; Oultreyaue, 1505; Oultreau, 1548; Oultriawe, Oultrau, Oultriaue, 1554; Autreau, 1696; «Outreau, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne et était l’ancien chef-lieu d’un bailliage qui fut réuni en 1478 à ceux de Boulogne, Londefort et Wissant. Ce village suivait la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Boulogne, était consacrée à saint Wandrille; l’abbé de Saint-Wulmer présentait à la cure.» – TGF, 20898, Outreau, Pas-de-Calais; Ultra aquam, 1145; betekenis overzijde van de Liane ten opzichte van Boulogne.

Uagarafelda (Vagarafelda)

  • Uagarafelda (Vagarafelda). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 360, ligging onbekend, Noord-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Uagarafelda (Vagarafelda). – WK, I, 420, Wagarafelde, Wagnonlieu. – WK, II, 518, «Vacquerie-le-Bouq op 9 km noordoost van Auxi-le-Château. Een andere mogelijkheid is Vacqueriette op 19 km zuidwest van St.-Pol-sur-Ternoise.» – DT, 376, Vacquerie-le-Boucq, kanton Auxy-le-Château; Vacaria, 1079; Vaccareia, 1111; Vaccaria, 1137; Vacheria, 1148; Vacharia, twaalfde eeuw; Vacherie, twaalfde eeuw; Vakaria, 1231; Le Vakerie, 1276; Le Wakerie, 1286; Le Vacrie, 1291; Vacaria le Bouc, 1291; Le Vakerie-le-Bouc, 1296; Le Vakrie, 1306; Vacquerie-le-Bouck, 1375; Le Vaquerie, 1378; «Vacquerie-le-Boucq, en 1789, faisait partie du bailliage d’Hesdin et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Amiens, doyenné d’Auxy-le-Château, était consacrée à Notre-Dame; l’abbé d’Auchy présentait à la cure.» – TGF, 24843, 24847, Vacquerie-le-Boucq, Pas-de-Calais; Vacaria, 1079. – DPC, II, 289-290, Vacquerie; Vacaria, 1137; Valcerie, 1286; «Ingelram de Vacquerie donna en 1137 à l’abbaye de Cercamp, récemment fondé, tout ce qu’il possédait sur le territoire dudit lieu de Cercamp». – DT, 377, Vacqueriette, gemeente Parcq; Le Vacquerie-lez-Hesdin, 1515; Vacquerie-lès-Yeauwis, 1638; Vaqueriette, achttiende eeuw; Vacqueriette-lez-Hédin, 1759); «Vacqueriette, en 1789, faisait partie du bailliage d’Hesdin et suivait la coutume d’Artois. Son église, diocèse d’Amiens, doyenné de Labroye, secours du Quesnoy, était consacrée à la Vierge.» – TGF, 24844, Vacquerietta, Pas-de-Calais; La Vacquerie, 1515. – DPC, II, 345, Vacquerietta; «Vacquerie. De vacaria, jachère, terre inculte. En 1239, ce lieu ne formait qu’un paroisse avec le village de Esquières». – DT, 392, Wagnonlieu, gemeente Duisans; Walliunliu, twaalfde eeuw; Waignonlieu, Wagnonlieu, 1247; Waingnonlieu, 1253; Waingnonliu, 1261; Waignonliou, Waignonliu, dertiende eeuw; Vaingnonlieu, 1306; Wagneliu, 1318; Waygnonleu, 1409; Waignionlieu, vijftiende eeuw; Wangneulieu, 1517.
  • Vergelijk : DT, 376, La Vacquerie, leengoed, gemeente Alette. – DT, 376, La Vacquerie, voormalige boerderij, gemeente Condette; Vacaria, 1208; La Vaquerye, 1553; «Cette ferme a été ensevelie dans les sables.» – DT, 376, La Vacquerie, leengoed, gemeente Robecq; onderleengoed van het kasteel van Aire; Le Vacquerie, 1435. – DT, 376, Oord genaamd La Vacquerie, gemeente Heuchin; Le Vacquerie-lez-Quevausart, 1465. – La Vacquerie, voormalig landhuis (manoir), gemeente Tournehem; Le Vakerie, 1322; Le Vacquerie, 1362; La Vacquerye, 1579. – DT, 376, Oord genaamd La Vacquerie, gemeente Wissant.

Ualcanaburg (Valcanaburg)

  • Ualcanaburg (Valcanaburg). – OSU, DB, Blok, Valkenburg bij Leiden. – LNT, 361, Valkenburg, Zuid-Holland; Ualkenburg, falsum op 1064, eerste helft twaalfde eeuw; Valkenburge, 1159; Falkenburc, waarschijnlijk 1165. – In Valkenburg is Romeins gevonden. Valkenburg heeft geen vroeg-middeleeuwse kerk. – Vergelijk : Valkenburg, Zuid-Limburg.
  • Ualcanaburg (Valcanaburg). – WK, I, 420, Valcanaburg, Fauquembergues. – WK, II, 518, Valcanaburg, Fauquemberg, op 20 km zuidwest van St.-Omaars. – DT, Fauquembergues, kantonhoofdplaats, arrondissement Saint-Omer; Falcoberg, rond 935; Falcomberga, tiende eeuw; Falcamberga, eind tiende eeuw; Falcenberga, 1119; Falkemburga, 1142; Falkenberge, 1146; Flacamberga, 1168; Falkenberga, 1175; Faukenberga, 1197; Falconis mons, twaalfde eeuw; Fauconberge. 1202; Falgoberga, 1243; Falcoberga, 1251; Faulquenberghe, 1257; Faukembergues, 1266; Falquemberga, 1290; Fauquemberke, 1293; Faukenberge, 1299; Folkembergke, 1360; Fauquenberghe, 1364; Faulkembergue, 1368; Franquembergke, 1403; Faqueberghe, 1442; Falquemberghe, 1444; Fauckembergue, 1446; Faulcquembergue, 1475; Faulkenberge, vijftiende eeuw; Fauquemberg, 1720; «Fauquembergues, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Fauquembergues, était consacrée à saint Léger et avait Saint-Martin-d’Hardinghem pour secours; le roi de France présentait à la cure. – Collégiale fondée en 1212 sous le vocable de Notre-Dame. Maladrerie, maison Saint-Ladre de Fauquemberghe, fondée au XIIe siècle. Fauquembergues était le chef-lieu d’une châtellenie et d’un comté de la mouvance du château de Saint-Omer, ainsi que d’un doyenné, decania de Falkenberga, 1124, des diocèses de Théronanne et de Boulogne. Voir l’Introduction – TGF, 13808, Fauquembergues, Pas-de-Calais; in monte Falcoberg, 961; Falcanberga, 1065; Falkenberga, 1124 (TWB). – DPC, II, 203, 208, 289 en 345, Fauquembergues; sinds 620; ook Falconberga, Falconberg, Vacquerie; met St.-Martinuskerk verwoest door de Noormannen in 881 : «Falconberga, Falconberg. Ce bourg, resserré entre les deux hautes collines qui formentle bassin de l’Aa, doit sans doute son nom à cette situation (fauces montium, défilé entre les montagnes). Cette origine paraît plus naturelle et moins hypothétique que celle que donne Malbrancq (montagne des faucons, falco). – Les voies romaines de Thérouanne à Boulogne et de Sithieu à Amiens, par Douriez, traversaient ce bourg que protégeait un fort château perché sur la hauteur comme un nid d’aigle. Fauquembergue avait, dit-on, le titre de ville et comté dès le tem[p]s de Lyderic dit le Bues, premier forestier de Flandre. Son fils Saldran l’obtint en 620 en épousant l’héritière de Sithieu : c’est au moins l’opinion commune. Ce qui lui donne du poids, c’est que la familie des châtelains de St.-Omer a possédé cette terre pendant plusieurs siècles. – Le comte Wambert de Renty fit bâtir, vers l’an 660, une église qu’il dédia à St.-Martin. Ce monument fut détruit par les Normands en 881, et la bourgade livrée aux flammes. Arnould, comte de Flandre, défit complètement ces pirates en 918, à peu de distance de Fauquembergue, et mit fin à leurs invasions dans le pays. La ville, brûlée en 1198 par Renaud, comte de Boulogne, dévastée par les Anglais en 1335, saccagée en 1370 par l’armée anglaise sous les ordres de Robert Knolles, eut encore beaucoup à souffrir des fureurs de la guerre dans le XVI.e siècle, notamment en 1554.»

Uaroht (Varoht)

  • Uaroht (Varoht). – OSU, DB, onbekend. – Blok, De Franken, Vartrop ? – LNT, 362, waarschijnlijk identiek met Vartrop, 3,5 kilometer ten noordwesten van Hippolitushoef, gemeente Wieringen, Noord-Holland; geen andere vermeldingen. – Vartrop op Wieringen is ook gehouden voor Fortrapa uit 922, vergelijk : Vortrap op Zuid-Beveland, zie : De oorkonden van Holland en Zeeland tot 1101, tekst 28.
  • Uaroht (Varoht). – WK, I, 420, Waroht, Waringuezelee of Wargnies [lees : Warignies]. – WK, II, 518, «Waringzelle aan de kust, op 12 km zuid van Cap Gris-Nez. Direct daarop zegt de tekst dat het bisdom ook recht heeft op de tienden van de schepen, die daar door het geweld van de stromen heen worden gedreven. Ook de strandvond behoort aan het bisdom, daar er geen tol is.» – DT, 395, Waringuezelle, gehucht, gemeente Audinghen; Waringuezelle, 1456; Warinxelle, 1709; Warinquezelle, achttiende eeuw; Varingzelle. – TGF, Waringzelle; niet opgenomen. – DT, 395, Warignies, leengoed, gemeente Averdoingt; «tenu du roi à cause du château de Saint-Pol.»

Uelesan (Velesan)

  • Uelesan (Velesan). – OSU, DB, Blok, Velzen. – LNT, 366, Velzen, Noord-Holland; Felison, 719-739, Echternach, falsum; Felisa, na 786, kopie zestiende eeuw, Liudger, Vita S. Gregorius; Velison, eerste helft elfde eeuw, naar een oudere bron, Echternach [falsum]; Velisinburch/Velscereburch, eerste helft elfde eeuw, Echternach [falsum]; Velsereburc, 1063, kopie twaalfde eeuw, Echternach [falsum]; Vellesan/Vellesen/Velsen, waarschijnlijk eind elfde eeuw naar een kopie uit tweede helft tiende eeuw, kopie ca. 1420, Egmond Evangelieboek; Velsen/Velson/Felson, 1105-1120, kopie ca. 1420, Vita S. Adalberti; Velson, 1083, Egmonds falsum; Velson/Velsen, 1130-1161, kopie ca. 1420, Vita S. Adalberti; Velsereburch, 1147-1148, kopie begin dertiende eeuw, Echternach [falsum]; Velesen, 1064, falsum eerste helft twaalfde eeuw, kopie tweede helft twaalfde eeuw; Uelsen, 1156; Velserburg, 1156, Echternach [falsum]; Velserburg, 1156, kopie begin dertiende eeuw, Echternach [falsum]; Velsen, twaalfde eeuw, kopie ca. 1420, Vita S. Adalberti; Velsen, twaalfde eeuw, kopie ca. 1530, Egmonds dodenboekje; Velsen, waarschijnlijk twaalfde eeuw, kopie ca. 1530. – Zie ook : ‘Felison’ en ‘Velisana’. – Vergelijk : Felisun.
  • Uelesan (Velesan). – WK, I, 420, Velesan, Vélinghen. – WK, II, 518, «Velesan of Velsan, is Bellozanne, deel van de gemeente Carly, op 10 km zuidoost van Boulogne.» – DT, 380, Velinghem, gehucht, gemeente Quesques; Denelingehen, 1084; Velinghehem, 1398; Velinguen, 1553; Le Haut Velinghen, 1743; Le Bas Velinghen, 1759; «Fief tenu du roi à cause du bailliage de Desvres.» – TGF, Vélingen; niet opgenomen. – DT, Bellozanne, gemeente Carly; niet opgenomen.
  • Vergelijk : DT, 42, Bellosanne of Bellozanne, gehucht, gemeente Samer; Bellozenne, 1690; Bellozane, achttiende eeuw; Bellazanne, 1774. – TGF, 24696, Bellozanne, gemeente Brémontier-Merval; Bellosannam, rond 1198. – TGF, 9634, Vélizy; Villacoublay, Yvelines, Velisiacum, dertiende eeuw.

Uennepan (Vennepan)

  • Uennepan (Vennepan). – OSU, DB, Blok, De Vennep bij Hillegom. – LNT, Vennep, verdwenen, ligging onbekend, ten oosten van Hillegom, Zuid-Holland, afleiding of dativus pluralis [meervoud met beklemtoning in de uitspraak van de eerste lettergreep] van de waternaam Vennep; geen andere vermeldingen. – Fennepa, Vennep (1330), waterloop, ligging onbekend, ten oosten van Hillegom, Zuid-Holland.
  • Uennepan (Vennepan). – WK, I, 415, Fennepa, Fampoux. – WK, I, 420, Wennepan, Wanquetin. – WK, II, 518, Vennepa, zie : Fennepa. – DT, 394, Wanquetin, gemeente Beaumetz-les-Loges; Wanketinium, Guangetinium, 1074; Vuanchetin, 1104; Guanchentin, Guanchetin, 1119; Wanchetin, 1154-1159; Wancatin, 1189; Wanketin, 1212; Wanketin; Vuanketin, 1273; Wincquten, Winqueten, 1361; Wancquentin, 1515; Wanctin, 1565; Wancquetin, achttiende eeuw. «Wanquetin, en 1789, faisait partie de la gouvernance d’Arras et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné de Pas, district de Beaumetz-les-Loges, était consacree à saint Martin; le chapitre d’Arras presentait à la cure. Ancienne maladrerie.»

Uilishem (Vilishem)

  • Uilishem (Vilishem). – OSU, Wilnis, Utrecht. – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 369, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – LNT, 401, Wilnis, Utrecht; Wildenisse, 1185.
  • Uilishem (Vilishem). – WK, I, 420, Willishem, Willies of Willems». – WK, II, 521, «Willems op 12 km oost van rijsel, ofwel Willies op 1 km oost van Avesnes-sur-Helpe.» – DT, Willems; niet opgenomen. – TGF, 13959, Willems, Nord; Wilhem, 1123-1146; Willem, rond 1175. – DT, Willies; niet opgenomen. – TGF, Willies; niet opgenomen.

Uiuuuarflet (Viuwarflet)

  • Uiuuuarflet (Viuwarflet). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 369, ligging onbekend, Noord-Holland, Zuid-Holland of Utrecht; geen andere vermeldingen.
  • Uiuuuarflet (Viuwarflet). – WK, I, 420, Winwarflet, «Zwinart, deel van Almere bij St. Omaars». – WK, II, 521-522, «in onmiddellijk verband met Medemolaca (zie aldaar), op welke twee plaatsen het bisdom visrechten had, wordt door Blok ontbreekt. De naam heeft betrekking op het watergebied ten zuiden en oosten van St.-Omaars. Dit gebied is later verland en blijkt omstreeks 1000 als een weidegebied in het bezit te zijn van de stad St.-Omaars, onder de naam Zwinart. De afleiding van deze laatste naam uit Zwin- of Zwijn-, wat de gangbare opvatting is, behoeft niet per se juist te zijn. Zwin is een waternaam die duidt op traag en breed uitvloeiend water. “Fleth” staat gelijk met “vliet”. Onder Craywick bestaat nog een Wignartvliet.» – DT, Zwinart; niet opgenomen. – TGF, Zwinart; niet opgenomen.
  • Vergelijk : Suinoverit.

Uurdin (Vurdin)

  • Uurdin (Vurdin). – OSU, Blok, Woerden. – DB, onbekend. – LNT, 405-406, Woerden; Wirda, na 786, kopie eind vijftiende eeuw, verloren; Worthen, 1131; Wordene, 1165, kopie tweede kwart dertiende eeuw; Wrthen, 1165, kopie tweede kwart dertiende eeuw, Annales Egmundenses; Worthene, 1186; Worthen, 1196. – Woerden heeft een kasteel uit ca. 1160. – Vergelijk : Wirthum.
  • Uurdin (Vurdin). – WK, I, 420, Uurdin, Ourton. – WK, II, 519, Vurdin of Vurdan, «is Fréthun op 5 km zuidwest van Calais, identiek met Werethina. Deze naam was al tevoren geëvolueerd tot Ferdia.» – WK, II, 520, «Werethina, waar St. Ludger ca. 793 op zijn familiegoed een klooster stichtte, was Weretha ten zuiden van Calais. Sommige Franse schrijvers stellen het gelijk met Fréthun op 11 km zuidwest van Calais, wat etymologisch mogelijk is. In het Leven van St. Ludger wordt tot tweemaal toe gezegd dat Werethina aan de zee lag, een bewijs temeer dat het niet het Duitse Werden was. Gezien zijn ligging op de kust, op een plaats waar de Noormannen bij voorkeur Frankrijk en Vlaanderen binnenvielen, moest het klooster ca. 850 vluchten en vestigde het zich te Werden (Duitsland), waar de naam werd meegenomen, die natuurlijk is verduitst. De goederen van dit klooster zijn in een brede kring rondom Fréthun aan te wijzen. Zie WK, Deel I, Tekst 493, blz. 426.» – DT, 164, Fréthun, kanton Calais; Fraitum, Fraittum, Fraitun, 1084; Fratum, 1119; Frettun, 1150; Fraitin, 1179; Fretin, dertiende eeuw; Freitun, 1213; Frestun, 1296; Frétun, 1401; Froytone, Froytoun, 1556; Froiton, 1559; Frétunc, 1567; «Frétun, en 1789, faisait partie du Pays-Reconquis et suivait la coutume d’Amiens. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Guînes, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Marck, était consacrée à saint Michel; le chapitre de Boulogne présentait à la cure.» – TGF, 18207, Fréthun, Pas-de-Calais; Fraithun, 1084. – DPC, II, 30, Fréthun; «Fréthun. Selon Henry, ce village s’appelait Werethe au X.e siècle. Près de là était un gué dont le passage était très-dangereux au tems des hautes marées. Mais les lieux ont changé de face, et ce n’est plus le gué de Werethe, ni le bain glacial qu’y prirent l’abbé Géroald et les 100 personnes de sa suite, au mois de février 1068, qui rendent Fréthun recommandable, mais bien l’audace chevaleresque du sire Gillebert.» – DT, 287, Ourton, gemeente Houdain; Orton, 1192; Orthon, 1238; Ourton, 1261; Urthon, Ourthon, dertiende eeuw; «Ourton, en 1789, faisait partie de la gouvernance d’Arras et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné d’Houdain, district de la Comté, était consacrée à la Vierge; l’abbé d’Anchin présentait à la cure. Le château d’Ourton mouvait de la seigneurie de Lannoy-en-Gonnehem et en arrière-fief du château de Lens.»
  • De naam Werethina komt natuurlijk ook voor in de documentatie van het klooster Werden onder Essen, zie : WK, I, 426 en 438; daar gaat het om een verdwenen plaats bij Sangatte of Wissant

Uualricheshem (Walricheshem)

  • Uualricheshem (Walricheshem). – OSU, Woudrichem (Noord-Brabant). Woudrichem. – BD, Blok, onbekend. – LNT, 383, ligging onbekend, waarschijnlijk Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – LNT, 408, Woudrichem, Noord-Brabant; UUalderinghe[m], tiende-elfde eeuw (Werden); Waldrichhem, 1178, kopie einde veertiende eeuw. – Woudrichem, ook Worckum. – Woudrichem heeft vestingwerken uit 1587. – PNP, 265, Woudrichem; Waldrichem, 1178, kopie veertiende eeuw; Woldrichem, 1259.
  • Uualricheshem (Walricheshem). – WK, I, 420, Walricheshem, Warcove. – WK, II, 519, Walricheshem, «Warcove, voorheen Walrichove, gehucht van Audembert, op 5 km noord van Marquise.» – DT, 395-396, Warcove, gehucht, gemeente Audembert; Walrichove, 1209; Walericove, eind dertiende eeuw; Walchouve, 1398; Walricove, 1480; Walcof, 1498. – TGF, Warcove; niet opgenomen.

Uuarmelde (Warmelde)

  • Uuarmelde (Warmelde). – OBHZ, 24, Waarschijnlijk Warmunde. – OSU, DB, Warmond. – LNT, 385, Warmond, Zuid-Holland; Warmunde, eerste helft elfde eeuw, Echternach [falsum]; Warmunde, 1063, kopie twaalfde eeuw, Echternach [falsum]; Warmunde, 1156; Echternach [falsum]; Wormonde, 1200; Warmonde, 1182-1206, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti. – PNP, 251, Warmond; Warmonde, 1345.
  • Uuarmelde (Warmelde). – WK, I, 420, Warmelde, Vermelle. – WK, II, 519, Warmelde, Vermelles, op 9 km noordwest van Lens. – DT, 382-383, Vermelles, kanton Cambrin; Vermela, 1122; Vermella, 1154-1159; Vermelle, twaalfde eeuw; Vermiele, 1204; Vermeles, 1253; Vremiele, 1296; Vermele, 1326; Vremele, 1327; Vremelle, 1427; Wermelle, 1435; Vermeille, 1466; Vermeille, zestiende eeuw; Vermel, 1769. «Vermelles, en 1789, faisait partie du bailliage de Lens et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné de Lens, était consacrée à saint Pierre; l’abbé d’Anchin présentait à la cure. – Ancienne maladrerie.» – TGF, 24033, Vermelles, Pas-de-Calais; Vermela, 1122; Vermella, 1154-1159; Vermelle, twaalfde eeuw; Vermiele, 1204; Vremelle, 1362. – DPC, I, 304, Vermelles; Vermela, 1071.

Uuatdinchem (Watdinchem)

  • Uuatdinchem (Watdinchem). – OSU, Blok, Ter Wadding bij Leiden. – DB, onbekend. – LNT, 379, Ter Wadding, buitenplaats, 3 kilometer ten noordoosten van Voorschoten, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – Ter Wadding is een achttiende eeuws landhuis onder Voorschoten.
  • Uuatdinchem (Watdinchem). – WK, I, 420, Wadinghen, Wadenthun of Wingthun». – WK, II, 519, «Wadenthun, voorheen als Wadingatum bekend, gehucht van St.-Inglevert, op 12 km zuidwest van Calais.» – DT, 392, Wadenthun, gehucht, gemeente Saint-Inglevert; Wadingatun, 1084; Wadingetum, rond 1119; Wathingatum, 1136; Wadinghetun, twaalfde eeuw; Wadingetuna, 1208; Waudinghetun, 1297; Watinghetun, 1305; Wadingtoune, 1556; Wadenthun, 1584; Wadentun, achttiende eeuw; «Fief mouvant du chàteau de Guînes.» – TGF, Wadenthun; niet opgenomen. – DT, 403, Wingthun of Wincthun, leengoed, gemeente Tardinghen, «tenu du roi à cause du château de Boulogne»; Waynghetun, 1326; Wamghetun (lees : Wainghetun), 1340; Wanquetun, 1553; Vuaingthun, 1607; Vuoincthun, rond 1743.

Uefrisse (Wefrisse)

  • Uuefrisse (Wefrisse). – OBHZ, 23, misschien de hofstad Wierse tusschen Vreeswijk en Jutfaas. – OSU, Werse of Wierscheveld bij Vreeswijk. – DB, onbekend. – Blok, ontbreekt. – LNT, 387, ligging onbekend, waarschijnlijk Utrecht; geen andere vermeldingen.
  • Uuefrisse (Wefrisse). – WK, I, 420, Wefrisse, Wavrechain. – WK, II, 519, «Wavrechain[-sous-Denain] op 8 km zuidwest van Valenciennes, of Wavrechain[-sous-Faulx] op 19 km zuidwest van Valenciennes». – DT, Wavrechain-sous-Denain; niet opgenomen. – TGF, 5652, Wavrechain, onder Denain, Nord; Wavericium, 877, te lezen *Wavercinum; Wavrecin, 1120; Wavrechins, 1265-1286. – DT, Wavrechain-sous-Faulx; niet opgenomen. – TGF, 5652, Wavrechain, onder Faulx, Nord; Wavrechins, 1265-1286.
  • Vergelijk : DT, Wavrechain, gehucht, gemeente Dourges; Vauverchins, 1774; Wavrechain, 1731; «Faisait partie de la paroisse de Carvin en 1789 et dépendait de la principauté d’Épinoy.»

Uuemminge (Wemminge)

  • Uuemminge (Wemminge). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 383, Wambays, zestiende eeuw, polder, 3 kilometer ten westen van Den Burg, gemeente Tessel, Noord-Holland; geen andere vermeldingen. – Op Texel (= De Westen ?). – Vergelijk : voor Wambays, TGF, 12290, Wambaix, Nord; Wambais, 1142; en TGF, 12290, Wambez, Oise; Wabesium, 1135; Wanbes, 1235; de Gambasio, 1274; Wambais, 1308.
  • Uuemminge (Wemminge). – WK, I, 420, Wemminge, Wamin of Wimille. – WK, II, 520, Wamin op 27 km west van Atrecht. – DT, 393, Wamin, sectie van de gemeente Estrées-Wamin; Wamin, 1374; Wamin-sur-Canche, zeventiende eeuw; «Wamin, en 1789, dépendait, partie du bailliage d’Avesnes-le-Comte, partie de la sénéchaussée de Saint-Pol, et suivait la coutume d’Artois. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Saint-Pol, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Frévent, secours d’Estrée, était consacrée à saint Vaast.» – TGF, Wamin; niet opgenomen. – DPC, II, 350, Wamin; vermeld 1112. – DT, 403, Wimille, kanton Boulogne-Sud; Guimilla, 1119; Wemelium, 1131; Wimilla, 1157; Wamille, 1203; Wimulge, 1208; Wemille, 1296; Huitmille, veertiende eeuw; Weymille, vijftiende eeuw; Wymille, rond 1512; Vuimille-lez-Boulongne, 1596; «Wimille, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire des bailliages de Boulogne et de Londefort, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Boulogne, était consacrée à saint Pierre; le chapitre de Boulogne, succédant aux droits de l’abbé de Saint-Wulmer, présentait à la cure.»
  • Vergelijk : DT, 393, Wamin, kanton Parcq; Wamin, 1079; Walmin, 1275; Waming, 1277; Wamin-au-Bois, 1739; «Wamin, en 1789, faisait partie du bailliage d’Hesdin et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant celle de la prévóté de Doullens. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Hesdin, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Vieil-Hesdin, secours d’Auchy-les-Moines, était consacrée à la Vierge, sous le vocable de l’Assomption.»

Uuerken (Werken)

  • Uuerken (Werken). – OSU, Werkhoven. – DB, Blok, onbekend. – LNT, 390, Werkhoven; «UUerken duę ecclesię, wellicht te lezen als UUerkendia ecclesia»; Wercunden, 1147, kopie achttiende eeuw; Werkinge, 1147, kopie achttiende eeuw; Werthinge, 1020, falsum ca. 1160; Werkiinde (lees : Werkunde, 1130-1161, kopie ca. 1420, Liber S. Adalberti; UUerkundia, 1169; Wercunde, 1176, Warcondia, 1178; Wercond, 1185 en 1186; Werconde, 1196; Wercunden, 1126, vervalst ?, kopie tweede helft twaalfde eeuw; Wercunde, 1159, falsum, kopie midden veertiende eeuw.
  • Uuerken (Werken). – WK, I, 420, Werken, Verquin of Wirquin. – WK, II, 520, «Wirquin op 12 km zuidwest van St.-Omaars. Vlak daarbij liggen Remilly-Wirquin en Ouve-Wirquin. Een vierde mogelijkheid is Verquin, voorheen als Wirkin bekend, op 3 km zuid van Béthune.» – DT, 404, Wirquin, sectie van de gemeente Ouve-Wirquin; Garchin, 1119; Werchin, 1193; Wilquin, 1507; Wirrequin, 1559; «Wirquin, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Helfaut, puis de Boulogne, doyenné de Bléquin, était le secours de Remilly, avec Ouve. Prieuré de l’ordre de Cîteaux, fondé en 1137 et supprimé en 1790.» – TGF, Wirquin; niet opgenomen. – DT, 320, Remilly-Wirquin, kanton Lumbres; Rumliacum in pagu Taruannense, 704; Rumiliacum, tiende eeuw; Rummilly, 1119; Rumeliacum, 1139; Rumelli, 1139; Rumelium, 1157; Rumeli, rond 1177; Rumeillie, 1193; Rumeilli, dertiende eeuw; Rumeilly, 1329; Rumilly, 1447; Remilli, 1499; Rumilly-lez-Villequin, 1507; Rumilly-Wilquîn, 1545; Remilli-Werquin, 1739; «Remilly-Wirquin, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Helfaut, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Bléquin, était consacrée à saint Omer et avait Wirquin et Ouve pour secours; le chapitre de Boulogne présentait à la cure. Ancienne maladrerie fondée au XIIIe siècle, dans cette commune, entre la rue Grenière el la rue Berlin.» – TGF, 9477, Remilly-Wirquin, Pas-de-Calais; Rumliacum, 704; Rumiliacum, tiende eeuw; Rumeliacum, 1139; Rumelli, 1139. – DPC, II, 223, Remilly-Wirquin; «Rémilly, ou Rémilly-le-Comte, sur l’Aa. Rumiliacum en 654.» – DT, 287, Ouve-Wirquin, kanton Lumbres; Gomma, 1119; Ouva, 1157; Ovene-Willequy, 1469; Owe, 1553; Ouve, 1559; Houve, 1739; Houves, achttiende eeuw; «Ouve, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artois. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné d’Helfaut, puis de Boulogne, doyenné de Bléquin, secours de Remilly-Wirquin, était consacrécée à Notre-Dame et avait Wirquin pour annexe.» – TGF, Ouve-Wirquin; niet opgenomen. – DT, 383, Verquin, kanton Béthune; Werkin, rond 1000; Vuerkin, 1139; Werchin, 1235; Werkign, 1235; Brekin, 1250; Werking, 1265; Werquin, 1372; Werquim, 1529; Wercquin, 1530; «Verquin, en 1789, faisait partie de la gouvernance de Béthune et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, diocèse d’Arras, doyenné de Béthune, était consacrée à saint Amé et avait Verquigneul pour secours; l’abbé de Saint-Bertin présentait à la cure. Ancienne maladrerie.» – TGF, 15214, Verquin, Pas-de-Calais; Werkin, rond 100? (drukfout); Vuerkin, 1139; Werchin, 1235; Werkign, 1235.

Uuestanne (Westanne)

  • Uuestanne (Westanne). – OSU, Blok, onbekend. – DB, De Westen, Texel. – LNT, 392, De Westen; 3 kilometer ten oosten van Den Burg, gemeente Tessel, Noord-Holland; geen andere vermeldingen. – PNP, 255, De Westen; Westende, 1396.
  • Uuestanne (Westanne). – WK, I, 420, Westanne, West-Andern of West-Andres. – WK, II, 520, «als één naam als Beostan (Westanne) gebruikt, is Westende bij Oostende.» – Westende bij Ostende, België, na te zoeken. – DT, 399, West-Andern of West-Andres, voormalige naam van het westelijke deel van de gemeente Andres, Westanderes, twaalfde eeuw.

Uuestarburghem (Westarburghem)

  • Uuestarburghem (Westarburghem). – OSU, Westerzij bij Laan (bedoeld tussen Heiloo en Limmen, tegenhanger van de Oosterzij). – DB, Blok, onbekend. – LNT, 393, mogelijk deel van Den Burg, gemeente Tessel, Noord-Holland; geen andere vermeldingen. – Zie ook : Heiloo en Limmen.
  • Uuestarburghem (Westerburghem). – WK, I, 420, Westarburgum, Westbécourt, Westrehem of Westrehove. – WK, II, 520, «Westbécourt op 12 km zuidwest van St.-Omaars. Zie ook: Astburon.» – DT, 399, Westbécourt, kanton Lumbres; Bochout juxta Aquinum, dertiende eeuw; West-Boucould, 1544; Westbeaucourt, 1698; Vuen-Beaucoup, 1720; West-Beaucourt, achttiende eeuw; «Westbécourt, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Omer et suivait la coutume d’Artois. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné d’Alquines, secours de Bouvelinghem, était consacrée à saint Éloi.» – TGF, 18527, Westbécourt, Pas-de-Calais; Bochout, dertiende eeuw; West Boucoult, 1544; Westbeaucourt, 1698. – DPC, II, 225, Westbécourt; «WEST-BÉCOURT. West-Béaucourt (Bellocortis), mentionné dans une charte de 1240.»Vergelijk : Ostarburghem. – TGF, 15587, Bécourt, Pas-de-Calais; Becort, 1119; Becolt, 1215 (TWB). – DT, 400, Westrehem. gemeente Norrent-Fontes; Westernehem, 1087; Westrehem, 1240; Westrœhem, 1429; Wéterehem, 1430; Westerninghem, veertiende eeuw; Westerhem, 1518; Wétrehem, 1528; Wetrehen, 1550; Westrehen, Weltochen, Westichem, 1553; Westrem, 1644-1646; Westrekem, achttiende eeuw. «Westrehem, enclave du Boulonnais, était en 1789 un hameau de Ligny-lez-Aire, après avoir fait partie de la régale de Thérouanne.» – DT, 400, Westrehem, gehucht, gemeente Delettes; Weltrehen, 1226; Westerhem, 1515; Westrehem-Radometz, 1720; Westrehens, achttiende eeuw. – DT, 400, Westrehove, gehucht, gemeente Éperlecques; Westhove, 1313; Westerhove, vijftiende eeuw; Westrehove, 1543; Wéhove, 1559; Westrove, 1759.
  • Vergelijk : DT, 39, Bécourt, kanton Hucquelier; Becort, 1119; Becolt, 1170; Beccort, 1207; Boucourt-en-Boulenoys, veertiende eeuw; Beckourt, 1341; Becoud, 1465; Beccourt, zestiende eeuw; «Bécourt, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Desvres, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Fauquembergue, puis diocèse de Boulogne, doyenné d’Alette, était consacrée à saint Léger; l’abbé de Ruisseauville présentait à la cure.» – TGF, 15587, Bécourt, gemeente Bécordel-Bécourt, Pas-de-Calais; geen oude vormen gegeven. – Zie ook : Ostarburghem.

Uuest Eppinheri (West Eppinheri, West Eppinhem)

  • Uuest Eppinheri (West Eppinheri, West-Eppinhem). – OSU, DB, Blok, onbekend. – LNT, 392, ligging onbekend, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Uuest Eppinheri (West Eppinheri, West-Eppinhem). – WK, I, 420, Westeppinheri, Epiquenhem. – WK, II, 521, «Epiquenhem, gehucht van Calonne-Ricouart, op 13 km zuidwest van Béthune. West- of oost valt weer van de naam af.» – DT, 135, Épiquehem, boerderij, gemeente Calonne-Ricouart; Phikenehem, 1307; Piquenehem, 1323; Picquenehem, 1323; Pinquenehem, 1399; Piquinehen, 1407. – TGF, Epiquenhem; niet opgenomen.
  • Voor -heri/-hem, vergelijk : Northanheri en Host-Eppinheri (Ost-Eppinheri).

Uuestsagnem (Westsagnem)

  • Uuestsagnem (Westsagnem). – OSU, Westzaan ? – Westzaan ook voorgestaan door dr. M. Schönfeld, Waternamen, t.a.p. – DB, onbekend. – VdP, Sassenheim. – Blok, Sassenheim waarschijnlijk. – LNT, 397, verdwenen deel van Sassenheim, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen. – Vergelijk : Hostsagnem.
  • Uuestsagnem (Westsagnem). – WK, I, 420, Westsagnem, Sachin. – WK, II, 521, Sachin, op 12 km noordoost van St.-Pol-sur-Ternoise. – DT, 336, Sachin, kanton Heuchin; Saisem, 1119; Saissin, Sassin, 1145; Saichin, Saycin, 1145; Sascin, 1157; Sassem, 1179; Saischin, 1233; Saissin, 1318; Saissun, rond 1512; Sauchin, 1515; Sachin-lès-Pernes; 1720; «Sachin, en 1789, faisait partie du bailliage de Saint-Pol et suivait la coutume d’Artois. Son église paroissiale, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Lillers, puis diocèse de Boulogne, doyenné d’Auchy-au-Bois, était consacrée à saint Jean-Baptiste et avait Pressy pour secours; le prieur de Saint-Pry présentait à la cure.» – TGF, 15071, Sachin, Pas-de-Calais; Saisem, 1119; Saissin, Sassin, 1145; Saichin, Saycin, 1145. – DPC, II, 328, Sachin; «Sachins, du Saxon sach, synonime à mallus, assemblée, lieu où l’on rend la justice. Ce petit village dépendait en 1152 de la châtellenie de Pernes.»
  • Vergelijk : Hostsagnem (Ostsagnem).

Uuihtmundhem (Withmundhem)

  • Uuihtmundhem (Withmundhem). – OSU, Wimmenum (bij Alkmaar, bedoeld onder Egmond). – DB, Blok, onbekend. – LNT, 400, ligging onbekend, op of in de omgeving van Tessel, Noord-Holland; Widimuntheim/Witemuntheim/Witmuntheim, waarschijnlijk 822-ca. 825, kopie 1150-1158, Fulda; Witmuntheim, waarschijnlijk tweede helft negende eeuw, kopie 1150-1158, Fulda.
  • Uuihtmundhem (Withmundhem). – WK, I, 420, Witmundum, Wissant. – WK, II, 522, «identiek met Withmundi en zijn varianten (zie aldaar) bij de oorkonden van Werethina, is de streek nabij Wissant op 15 km zuidwest van Calais. De naam Wissant duidt op het “witte zand” van die kuststreek.«. – WK, II, 522, Withmundi, «dat in het Leven van St. Ludger wordt genoemd, was niet Wichmond, wat Blok (p. 71) ervan maakt, doch een andere naam voor Sangatte, genoemd naar het opvallend witte zand dat daar wordt aangespoeld. Varianten van deze naam zijn: Withmundhem en Wiutmundhem (zie aldaar).». – WK, II, 522, Witla, «soms Witlam of Witlant genoemd, is Wissant op 16 km zuidwest van Calais. De betekenis is: wit zand, dat ter plekke opvalt door kleur en uitgestrektheid. De naam houdt nauw verband met Withmundi, de witte mond van de Renus (Schelde), welke naam vermoedelijk voor de gehele streek heeft gegolden.» – DT, 405, Wissant, kanton Marquise; Wisantum, elfde eeuw; Guitsantum, elfde eeuw; Guizant, elfde eeuw; Whitsand, 1048; Hushem, 1079; Guitsand, 1100; Witsand, elfde eeuw; Widzand, elfde eeuw; Witzand, 1107; Wytsand, twaalfde eeuw; Guinsant, Wissant, twaalfde eeuw; Witsanda, 1177; Wissanda, 1179; Wysant, 1182; Witsant, twaalfde eeuw; Wisant, 1228; Withsand, 1229; Wussand, 1236; Wicent, dertiende eeuw; Britannicus portus, qui ab albedine arenæ, vulgari nomine appellatur Witsant, dertiende eeuw; Witsandicus portus, dertiende eeuw; Wissan, 1346; Wissanc, 1365; Wissen, 1425; Wisan, 1512; Wissent, 1551; Wissancq, 1553; Whissand, 1556; Wissang, 1679; Vuissang, zeventiende eeuw; Wit-San of Blanc-Sable, 1739; «Wissant, ville de loi, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, en 1789, ancien ressort judiciaire de, bailliages réunis de Boulogne, Outreau, Londefort et Wissant, et suivait la coutume de Boulonnais. Son église, d’abord diocese de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Wissant, était consacrée à saint Nicolas et considérée comme le secours de Sombres. Pour la composition des doyenné et bailliage de Wissant, voir l’introduction. Maladrerie fondée au XIIIe siècle et ancienne maison de Templiers, le Temple de Wissant – TGF, 18516, Wissant, Pas-de-Calais; Guizant, rond 1088; Hwitsand, 1095; Wissant, 1115; Witsand; 1127 (TWB). – DPC, II, 73-75, Wissant; ook Withandum, Wisantum, Witsand, Wichsand; «En suivant l’Estrand à marée basse, après avoir dépassé les hautes failaises du Blanc-Nez, qui se dressent à pic comme une immense muraille de craie, on longe la côte qui s’abaisse insensiblement, et se creuse en anse que termine le Gris-Nez. Ce cap s’allonge à l’ouest tel qu’un grand bras. Au centre de cette vaste courbure, on voit une crique étroite, le ru du Herlan, que dominent à droite et à gauche des dunes irrégulièrement amoncelées. C’est là le fameux port Itius, où César s’embarqua pour son expédition contre les Bretons l’an 54 avant Jésus-Christ, ou plutôt c’est Wissant, tel que les sables et les siècles l’ont fait. [...] Charlemagne fit l’inspection des côtes de la Morinie en 811; il vint à Wissant. Les travaux qu’il ordonna furent insuffisans pour protéger la ville contre les fureurs des Normands, qui la détruisent de fond en comble en 842. Louis d’Outremer la fit rétablir en 936; elle devint en 1071 le chef-lieu d’un des huit baillages du comté de Boulogne.» – DT, 352-353, Sangatte, kanton Calais; Sangate, 118; Saines Clayte, 1245; Sanghette, 1292; Arenæ foramen, vulgo Sant-Gata, dertiende eeuw; Sangates, dertiende eeuw; Zanghate, veertiende eeuw; Sangatte, 1361; Sangathe, 1436; Sandgate in merchiis Calesii, 1546; Sandegates, 1556; Surgatte, 1567; Santgate, 1739; «Sangatte, en 1789, faisait partie du Pays-Reconquis, ressort de la justice royale de Calais, et suivait la coutume d’Amiens. Son église, d’abord diocèse de Thérouanne, doyenné de Guînes, puis diocèse de Boulogne, doyenné de Marck, était consacrée à saint Martin; l’évêque de Boulogne conférait la cure.»Zie ook : Histoire de Wissant.
  • Vergelijk : TGF, 13246, Wittes, Pas-de-Calais; Witteke, 1091; Witeka, 1207; Witeke; Wytre, 1302; Witteque, 1362; Witke, 1439. – De naam is verdubbeld in Wittmund, Oost-Friesland.

Uuilkenhem (Wilkenhem)

  • Uuilkenhem (Wilkenhem). – OSU, DB, onbekend. – Blok, aan de oude Wilk ? – LNT, 400, ligging onbekend, in de omgeving van Voorhout, Zuid-Holland; geen andere vermeldingen.
  • Uuilkenhem (Wilkenhem). – WK, I, 420, Wilkenhem, Willencourt of Wicquinghen. – WK, II, 521, Wicquinghem op 12 km zuidoost van Desvres (zie : Upuuilcanhem (Upwilcanhem)). – DT, 402, Willencourt, gemeente d’Auxy-le-Château; Villani curtis, 1042; Willencort, 1224; Villencort versus Hisdinum, 1234; Willencourt, 1244; Villeni curia, 1258; Willoncourt-l’Abaie, 1298; Wuillancourt, veertiende eeuw; Vilencourt, 1430; Willencourt-sur-Autie, 1739; Willencourt-en-Artois, 1759. «Willencourt, en 1789, faisait partie du bailliage d’Hesdin et avait une coutume locale rédigée en 1507 suivant la coutume de la prévoté de Saint-Riquier. Son église était l’annexe de Vis-sur-Authie (Somme). Abbaye cistercienne de femmes fondée à la fin du XIIe siècle dans l’île de Sénard, sur l’Authie, transférée en 1220 dans la commune de Willencourt et supprimée en 1700.»

Uuiron (Wiron)

  • Uuiron (Wiron). – OSU, DB, Blok, Wieringen. – LNT, 399, voormalig eiland, nu gebied, Noord-Holland; Wirense/Wirensi, waarschijnlijk eind achtste eeuw-817, kopie 1150-1158, Fulda; Wironie/Waldahi/Uvira/Wirah, waarschijnlijk 802-817, kopie 1150-1158, Fulda; Wiron/Wireon, waarschijnlijk ca. 825-842, kopie 1150-1158. – Het eiland Wieringen werd in 1929 door inpoldering van de Wieringermeer met het vasteland verbonden. – Vergelijk : Vurdin.
  • Uuiron (Wiron). – WK, I, 420, Wiron, Wéringhen. – WK, II, 522, Wiron, (verbeterde lezing van Uuiron) in Alvitlo, «wordt door Blok (p. 99-100) gedetermineerd als Wieringen. Deze lokalisatie is in 870 onmogelijk. De juiste determinatie is Wierre-Effroy op 10 km noordoost van Boulogne. Alvitlo is geen plaats, doch duidt de rivier of de vallei van de Val aan, een zijriviertje van de Slack. Wirtzaburg, waar St. Bonifatius een bisschop plaatste, is Vittarville (Meuse).» – WK, II, 441, Wiron, «waar een herenhof met een zoutpan en 28 horigen, die met name zijn genoemd, aan het bisdom toebehoren, is Wierre-Effroy op 10 km noordoost van Boulogne. Het is gelegen in Alvitlo, dat duidt op de rivier of de vallei van de Val, een zijriviertje van de Slack. Wiron was geen pagus doch gewoon een plaats. In een tekst van Echternach uit 835 komt de volle naam Weringouwe voor, doch deze akte is een vervalsing zoals het merendeel der akten van Echternach, waar men dezelfde tactiek had om van gewone plaatsnamen gouwen te maken. Het Nederlandse Wieringen is een zeer late waternaam, die na de inpoldering voor het nieuw ontstane land werd gebruikt.» – DT, 401-402, Wierre-Effroy, kanton Marquise, Wilere, 857; Wileria, Vuilere, Vuileræ, 867; Wilra, 1084; Villa seu Vilra, 1142; Welra, 1157; Wirra, 1184; Willre, 1190; Wirla, Wisofra, 1208; Wilera, 1224; Vuarchainfridus, 1268; Wilre, 1286; Wirre, 1297; Wierre-le-Haimfroy, 1393; Wierhoffoy, 1507; Vierra Hainfridi, rond 1512; Viere-le-Hainfroy, rond 1525; Huirre-Heffroy, 1553; Wierre-Hainfroy, 1553; Wierre-le-Héfroy, 1550; Wierre-Effroy, 1559; Wierre-Houfroy, 1566; Wierre-Heffroy, 1677; «Wierre-Effroy, en 1789, faisait partie de la sénéchaussée de Boulogne, ancien ressort judiciaire du bailliage de Londerort et suivait la coutume de Boulonnais. Son église paroissiale, diocèse de Thérouanne, puis de Boulogne, doyenné de Boulogne, était consacrée à saint Pierre; l’évêque de Boulogne conférait la cure.» – TGF, 5824, Wierre-Effroy, Pas-de-Calais, Wilere, 857; Wierre le Haimfroy, 1393. – Vergelijk : Wierre-au-Bois, Pas-de-Calais, TGF, 5824, Wilre, 1115 (TWB); Wilra, 1069. – DPC, II, 73, Wierre-Effroy; «Villeria en 688, est compris dans la donation de Gontbert à St.-Bertin en 827. Le mot Effroy est la désinence française de nom d’Effrid, comte d’Hesdin, seigneur du lieu en 850. Il y fonda un monastère qui fut détruit par les Normands. Effrid partagea la mauvaise fortune d’Hennekin, comte de Boulogne, lors de la fameuse incursion des pirates du nord en 882.»Vergelijk : Wiry au Mont, Somme, TGF, 9664, Vidriaco, 751; Vairi, 1205; Witry, 1231; Witereium, 1233; Wyteri, 1316. – DT, 399, Wéringhem, leengoed in het bezit van het kasteel van Saint-Pol, Weringheuhem, 1474.

Uuirthum (Wirthum)

  • Uuirthum (Wirthum). – OSU, DB, Blok, onbekend. – VdP, Woerden. – LNT, 404, ligging onbekend, Zuid-Holland, mogelijk identiek met Hoge en Lage Woerd, in de negentiende eeuw opgaand in Naaldwijk; geen andere vermeldingen.
  • Uuirthum (Wirthum). – WK, I, 420, Wirthum, ontbreekt. – WK, II, ontbreekt; zie : Vurdin.

Vervolg Volgende


Noten

1. Verdere aanvullingen zijn mogelijk vanuit de volgende werken :

  • Dictionnaire historique et archéologique du Pas-de-Calais, 1873-1884, 15 vols.
  • Etudes sur les noms de lieux du département de Pas-de-Calais, 1891-1903, 4 fascicules in fol.
  • Dictionnaire étymologique des noms de lieux en France  / Albert Dauzat en Charles Rostaing. – Paris, 1978. – + Supplément
  • Dictionnaire étymologique des noms de rivières et de montagnes en France / Albert Dauzat, Gaston Deslandes en Charles Rostaing. – Paris : Klincksieck, 1978 (Études linguistiques, XXI)
  • Les Chartes de Saint Bertin d’après le Grand Cartulaire de Dom Charles-Joseph Dewitte, dernier archiviste de ce monastère publiées ou analysées, avec un grand nombre d’extraits textuels [4 tomes] / Par M. l’abbé Daniel Haigneré. – Saint-Omer : H. D'homont, 1886-1899
  • Catalogus abbatum et religiosorum abbatiae s. Bertini Ordinis s. Benedicti Andomaropoli / O. Bled. – Saint-Omer, 1899

Voor een lijst van gebruikelijke afkortingen, zie : Lijst van bronnen / K.A.H.W. Leenders.

2. Een orthografische opmerking : dit Franstalige werk heeft de originaliteit om ter onderscheiding van de y (y-grec of Griekse y) en de ij (lange ij, met puntjes, één letter, feitelijk een ligatuur) een lange ij, maar dan zonder puntjes te gebruiken, een letter die in Unicode nergens is voorzien; deze letter is hier zonder onderscheid weergeven door de y (y-grec of Griekse y); zie ook : Inleiding, Verklaring van de namen, de lange ij.

3. Zie : Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Izaak Hendrik Gosses.

4. Zie : Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, Adriaan Kluit.

5. Zie : Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, Frans van Mieris.

6. Zie : Albert Delahaye over de goederenlijst.

7. De oorlogskreet van dr. Maurits Gysseling (Rijksuniversiteit Gent; zie : Dr. Maurits Gysseling in Jaarboek Franse Nederlanden) uit 1980 luidde : «Alle identificaties van Delahaye zijn onmogelijk. Geen enkele bewering van Delahaye bevat waarheid.». De kreet ‘onmogelijk’ werd een kwart eeuw later na-gepapagaaid door Ton Spamer (hoewel deze er geen blijk van heeft gegeven het werk van dr. Maurits Gysseling te hebben gelezen) en vervolgens ‘afgezwakt’ door Hans den Besten, zie : De Deurnse Doordraver, Epiloog, Over de Nifterlaca-mythe.

8. Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301, t.a.p., p. 89, nr. 77, noot.

9. Zie : Dr. D.P. Blok over de goederenlijst.

10. Als we zien dat van Iodichem/Lodichem door gereputeerde naamkundigen Odijk is gemaakt (waarom niet de Loodijk bij Ankeveen ?), en dat Suhtrem wordt vereenzelvigd met Zuidwijk (waarom niet Zuidloo of Zuidveld, die tenslotte ook allebei bestaan ?), dan is er weinig reden om een paar uitzonderlijke plaatsingen door Albert Delahaye met wisselende uitgangen (Beccanburen → Béconvalle; Foreburg → Fournehault; Haragum → Haringzelle, ...) op die grond alleen te verwerpen; ze vragen echter wel om een afzonderlijke verklaring. Datzelfde gaat natuurlijk niet op voor eens verdwenen stamwoorden die na eeuwen wonderbaarlijk wederverschijnen, zoals beweerd is voor BevorhemSint-AagtenkerkWijcBeverwijk.

11. Omgekeerd kan daaruit natuurlijk niet worden afgeleid dat alle namen met zulke uitgangen oorspronkelijk -hem-namen waren.

12. De Franken, t.a.p., p. 57 en 114 (derde druk p. 99-100).

13. Zie : Dr. Maurits Gysseling in Jaarboek Franse Nederlanden.

14. Als we zien hoeveel duidelijk Nederlandstalige namen daarin zijn overgeslagen en dat de enige referentie die voor de Nederlandse taal wordt gegeven bestaat uit het wel heel slechte Wolters Woordenboek Nederlands-Frans, dan kunnen we ernstige bedenkingen hebben bij de betrouwbaarheid en volledigheid van dat werk, in ieder geval voor de streek waarom het hier te doen is. Daar komt nog bij dat gegevens uit het Toponymisch Woordenboek van Maurits Gysseling enkel zijn overgenomen voorzover die Franstalig begrijpelijk waren en dat aan het encyclopedische werk van Karel De Flou geheel is voorbijgegaan. Wat opmerkingen over het Picardisch zijn te vinden in : L’influence du Picard. – In : Noms de lieux du Nord-Pas-de-Calais / Denise Poulet. – Paris : Editions Bonneton, 1997. – 232 p. – p. 19-22. Aldaar wordt verwezen naar : Atlas ethnographique et linguistique picard / F. Carton et M. Lebègue – Paris : CNRS, 1989, en : Dictionnaire du français régional du Nord - Pas-de-Calais – Paris : Bonneton, 1991.

15. Zie : De Pas-de-Calais in de vroege middeleeuwen.

16. Zie : Dr. D.P. Blok over de goederenlijst .

17. Traiectum-discussie / J. Kreijns. – In : SEMafoor, jaargang 5, nr. 2, p. 18.

18. «30 sep 2004 | Uit onderzoeksresultaten van archeologische opgravingen in 2001 en 2002, die door de Radboud Universiteit in Nijmegen onlangs werden bekendgemaakt, blijkt dat het Romeinse castellum Albaniana niet is gebouwd in het jaar 47 maar zes jaar eerder. Dit verschil van zes jaar heeft volgens de onderzoekers van de universiteit verregaande historische consequenties. Het castellum blijkt niet onder keizer Claudius te zijn gebouwd, maar onder zijn voorganger Caligula. Caligula wilde het overzeese Brittannia veroveren. Hiertoe vervoerde hij manschappen en goederen over de Rijn. Deze legertransporten werden vanuit enkele forten langs de Rijn beveiligd. Naast het castellum in Alphen aan den Rijn waren bevonden deze legerplaatsen zich in Valkenburg (ZH), Vechten en Velsen. In het jaar 47 werd de rivier de Rijn officieel de noordgrens van het Romeinse rijk. In die tijd is een groot aantal nieuwe forten gebouwd. De nieuwe datering van het castellum baseren de archeologen op vondsten van munten die in de tijd van Caligula geslagen zijn, op aardewerk en bovenal op het hout dat voor de aanleg van de wallen en poortgebouwen werd gebruikt. Uit jaarringenonderzoek blijkt dat dit hout in de winter van 40-41 is gekapt.» (Stichting voor de Nederlandse Archeologie). Rekenen en logisch denken kunnen ze nog steeds niet bij de Radboud Universiteit Nijmegen. Als er een munt van Caligula is gevonden is dat ‘fort’ van ná de muntslag, en als het hout in een bepaald jaar gekapt is wil dat niet zeggen : ter plaatse. Albaniana was niet Alphen aan de Rijn, maar Aubigny, dat ook bekend stond als Albiniacensis castellatura, of Alembon. Na de Romeinse periode is er te Alphen aan den Rijn een archeologisch gat van eeuwen zodat een Romeinse naam aldaar niet kan zijn overgeleverd : «Vanaf ongeveer 260 (na Chr.) wordt de ontwikkeling van Alphen duister voor de archeologen.»; «Door het langzaam warmer worden van het klimaat smolten de poolkappen. De lage gebieden achter de duinen liepen onder water en de zeespiegel steeg. Het westen van Nederland werd hierdoor een minder aantrekkelijke plek om te wonen.»; «Pas omstreeks de negende eeuw komt de Alphense geschiedenis weer in beeld.» (Website gemeente Alphen aan den Rijn).

19. Zie : De archeologische Canninefaten.

20. Voor Sint Médard (*456-†545), bisschop van Noviomagus (Noyon) en van Doornik (Frans : Tournai), zie : Wikipedia.

21. Vergelijk : «1110. Rotbertus in pascha ad curiam apud Ulterius Traiectum habitam proficiscitur.» (Annales Blandinienses, MGH, SS, 5, p. 27); Robrecht (of Robert) II van Jeruzalem, zoon van Robert de Fries; graaf van Vlaanderen (ca. 1065-1111), was graaf sinds 1093; hij werd begraven in de Sint-Vaastabdij van Atrecht; zie ook : Wikipedia. En : 834. «Interim etiam classis de Danis veniens in Frisiam, aliquam partem ex illa devastavit. Et inde per Vetus-Treiectum ad emporium quod vocatur Dorestadus venientes, omnia diripuerunt. Homines autem quosdam occiderunt, quosdam captivatos abduxerunt partemque eius igni cremaverunt» (Annales Bertiniani / Georg Waitz. – Hannoverae : Impensis Bibliopolii Hahniani, 1883. – 173 p. – (Scriptores Rerum Germanicarum in usum scholarum ex Monumentis Germaniae Historicus recusi). – p. 9).












































Start : 24 mei 2005 | Laatst bijgewerkt : 25 september 2006